Ganstrekken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het ganstrekken (Limburgs: gawstrèkke) is in Nederland en België een spel ter volksvermaak.

In Nederland wordt het ganstrekken enkel nog in het Zuid-Limburgse Grevenbicht gehouden[1], op carnavalsdinsdag (Limburgs: Vastelaovesdeensdig). Ganstrekken is een ritueel volksfeest waarbij ruiters een vooraf gedode en geprepareerde gans proberen te onthoofden, die boven de weg aan de poten is opgehangen.

Het ganstrekken behoort tot de vroegmiddeleeuwse kwelspelen met dieren die toen wijd verbreid waren over het platteland in Noordwest Europa. Deze spelen komen in diverse vormen voor. In Grevenbicht gaat het om het gansrijden te paard. In Noord-Nederland was het evenwel de gewoonte om met een roeiboot onder de gans door gevaren en zo proberen de kop eraf te trekken. Europeanen hebben deze traditie meegenomen naar Noord- en Zuid-Amerika. In de middeleeuwen ging het er nogal ruw aan toe. In de huidige tijd is er natuurlijk van dierenmishandeling en ruwe zeden geen sprake meer. De vroegmiddeleeuwse tradities van het ganstrekken zijn onafhankelijk van elkaar in vrijwel identieke vorm in diverse landen ter wereld behouden gebleven. Bij een rijke dame of heer werd de gans vervangen door een zwaan.

Het hoofddoel van elk spel bestaat steeds uit het scheiden of verwijderen van de kop van het ganzenlijf, terwijl dit aan een losse koord of aan een galg opgehangen was. Met de jaren wijzigde men de manier waarop het spel uitgevoerd werd, onder andere omdat normen en waarden omtrent kwelspelen met dieren veranderde. Zo bestond er vroeger een spel waarbij al lopend of stappend de kop van een levende opgehangen gans trachtte af te trekken Soms werd dan de kop en de nek ingesmeerd met vet of olie om de gans glibberig te maken. Om het gansrijden carnavalesk en kleurig te houden werd een aangepaste kledij bedacht. Men koos hiervoor een gele jas, afgewerkt met groen. Het geel stond voor de komende jonge lente, terwijl het groen de kleur was van het jong gewas.

Tegen het midden van de 19e eeuw kwamen er meer en meer protesten tegen het kwelspel. Dat niet iedereen het spel als vermaak zag, werd duidelijk toen in 1876 de Amsterdamse kermis werd afgeschaft, wat leidde tot een kermisoproer. Hiermee was het spel in Nederland nagenoeg afgelopen.

Een op ganstrekken lijkend volksvermaak was het palingtrekken, dat door de Nederlandse overheid eveneens verboden werd eind 19e eeuw. In 1886 was het beletten van een wedstrijd palingtrekken eveneens de aanleiding voor een oproer: het palingoproer.

Gansrijden in België[bewerken]

In de polderdorpen (Ekeren, Hoevenen, Stabroek, Berendrecht, Zandvliet en Lillo) ten noorden van Antwerpen vindt in de periode van carnaval tot en met halfvasten het zogenaamde ganzenrijdersspel plaats. Vooral de laatste 20 jaren kent deze vorm van volksvermaak een ware heropleving.

Bronnen[bewerken]

  1. Gawstrèkke, liefst één met een dikke nek artikel uit Beeg.nl

Zie ook[bewerken]