Gardameer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gardameer
Meer
Gardameer
Gardameer
Gardameer
Situering
Coördinaten 457, 3
Hoogte 65 m
Coördinaten 45°35'N  10°38'E
Basisgegevens
Oppervlakte 369,98 km²
Kustlengte 158,4 km
Maximale lengte 51,6 km
Maximale breedte 17,2 km
Maximale diepte 346 m
Volume 49.000 miljoen 
Overig
Belangrijkste bronnen Sacra e.a.
Belangrijkste uitlopen Mincio
Foto's
Zicht op het Gardameer
Zicht op het Gardameer
De noordpunt, met Nago-Torbole vooraan
Satellietfoto
Gardameer bij Riva del Garda

Het Gardameer (Italiaans: Lago di Garda) is het grootste meer van Italië. Het heeft een omtrek van 158,4 km. Het landschap heeft een schilderachtig karakter door het diepblauwe water, de oleanders, de citroenbomen en de cipressen. Het Gardameer ligt in de regio´s Lombardije, Trentino-Alto Adige en Veneto. Het meer heeft de bijnaam Benaco, met de klemtoon op de eerste lettergreep.

Inhoud

[bewerken] Meer en landschap

In morfologisch opzicht is de grote watermassa verdeeld in twee gedeelten. Het noordelijke deel is smal en ligt ingeklemd tussen steile bergen, waardoor het doet denken aan een Scandinavisch fjord. Het zuidelijke deel loopt uit in een breed bekken waar het Schiereiland van Sirmione inpriemt.

Er liggen zeven kleine eilandjes in het meer:

  • Garda-eiland, Isola di Garda, dat voor San Felice ligt
  • San Biagio, dat bij de rots van Manerba ligt
  • Het eilandje Trimelone bij Cassone
  • In de buurt van Malcesine liggen Sogno en Olivo
  • En dan zijn er nog de rotseilandjes Altare en Stella.

Hoog boven de oostkust vinden we de Monte Baldo met zijn toppen, de Altissimo (2078 m), de Pozzette (2218 m) en de Telegrafo (2200 m). De steile kalksteenhellingen bieden tot aan de oever een afwisselend gezicht met weiden, bossen, rotsen, heuvels en valleien, littekens van steenlawines, cipressen, olijfgaarden, wijngaarden en hier en daar wat huizen en een paar kleine dorpjes.

De westkust tussen Riva en Gargnano bestaat uit steile, soms loodrecht uit het meer oprijzende rotsen, met hoog boven de scherpe bergen uitstekende toppen van de Pari (1991m), Carone (1621m), Denervo (1460m) en de Pizzardo (1582m).

De steile bergwanden worden doorsneden door een flink aantal nauwe valleien. De belangrijkste valleien zijn:

  • De vallei van de Ledro, die naar Ponale loopt,
  • De Toscolane vallei, waar de Valvestino doorheen stroomt,
  • De vallei van de Sarca, die in het uiterste noorden van het meer ligt bij Arco, Riva en Torbole. De rivier de Sarca heeft met alles wat hij met zich mee voert vlakke stukken land gemaakt.

Het meer ten zuiden van de bergwanden ziet er totaal anders uit. Hier zijn geen steile rotswanden en vlak langs de oever of in de rotsen uitgehouwen wegen. Aan de westkant vanaf Gargnano is de oever vlak, alleen bij de Rots van Manerba wordt hij nog wat steil en hoog (218m). Maar hiervandaan vinden we tot Desenzano en Peschiera alleen maar vlakke grond en zo gaat het door tot de rots van San Virgilio bij Garda.

[bewerken] Ontstaan

Het quartair wordt gekenmerkt door ijstijden afgewisseld met interglaciale warmere periodes. Tijdens de ijstijden groeiden niet alleen de ijskappen op de noord- en zuidpool, maar ook de gletsjers in het gebergte. Het ontstaan van het Gardameer is dan ook een gevolg van deze gletsjerwerking. De kloof in de buurt van Riva del Garda werd uitgeschuurd door de gletsjer tot een U-dal. Naarmate de gletsjer zuidelijker schoof begon die af te smelten door de hoge temperaturen. Bij dit schuifproces wordt er een stuwwal gevormd. Deze vorm van eindmorene strekt zich uit in een boog rond het einde van de gletsjertong. Deze stuwwallen vormden een barrière voor het smeltwater tijdens de warmere perioden van het quartair, zodat het gebied achter de stuwwallen uitgeschuurd door de gletsjer, gevuld werd met (smelt)water. Heden ten dage is dit nog zichtbaar als het Gardameer.

[bewerken] Rivieren

Behalve de eerder genoemde rivier de Sarca stromen nog een heel aantal kleinere riviertjes in het Gardameer uit. We noemen de Varone, de Abola en de Ponale in het noorden van het meer. De San Giovanni (bij Limone), Campione (bij San Michele), de Brasa, Toscolano, Bornico en de Barbarano vinden we in het westen van het meer. De riviertjes aan de oostkant van het meer zijn over het algemeen vrij klein en kort.

De enige bevaarbare rivier, de Mincio, stroomt bij Peschiera uit het Gardameer naar het zuiden, om ten zuiden van Mantua in de Po te stromen.

[bewerken] Belangrijke plaatsen rond het Gardameer

[bewerken] Watervervuiling

Het Gardameer was vooral in de jaren '70 en '80 door industriële lozingen en toeristisch afval zodanig ernstig vervuild geraakt dat het een bedreiging werd voor het toerisme - een belangrijke inkomstenbron rond het Gardameer. Er kwamen grootschalige milieumaatregelen, waardoor het water nu schoner en gezonder is.

[bewerken] Waterstand

Het Gardameer is (net als de andere Italiaanse alpenmeren) een spaarbekken voor de bevloeiing van de landbouwgronden in de Povlakte. In juli 2005 werd de laagste waterstand ooit gemeten, met grote gevolgen voor de landbouw. Maar in juli 2008 stond het water extreem hoog tegenover de vorige jaren.

[bewerken] Externe links

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:


Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen