Gaston Feuilletau de Bruyn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gaston Feuilletau de Bruyn

Gaston Feuilletau de Bruyn (Batavia, 1848 - Hatert, 26 november 1902) was een Nederlands kolonel der artillerie van het Indische leger, ridder in de Militaire Willems-Orde en bezitter van de Eresabel.

Loopbaan[bewerken]

In 1857 overleed zijn vader, majoor W.K.H. Feuilletau de Bruyn, op 42 jarige leeftijd. Gaston was op dat moment pas 9 jaar oud. Gedurende zijn jeugd zou hij geplaatst worden bij de Militaire Pupillenschool te Gombong, een militaire vakopleidingsschool voor indo-europese jongens. In de rang van tweede luitenant nam hij deel aan de tweede expeditie naar Atjeh in 1873-1874 en werd voor zijn verrichtingen aldaar bij Koninklijk Besluit van 6 oktober 1874 nummer 10 benoemd tot ridder in de Militaire Willems-Orde vierde klasse. Hij werd in 1876 bevorderd tot eerste luitenant en op 12 mei van dat jaar overgeplaatst bij de twintigste compagnie van Makassar van de achttiende compagnie te Batavia. Op 8 december 1877 werd hij overgeplaatst bij de tweede compagnie te Banjoe Biroe; hij vertrok naar Nederland en keerde op 6 december 1879 terug naar Batavia per stoomschip Conrad als medebegeleider van een regiment suppletietroepen van 90 man, waaronder 10 onderofficieren. Feuilletau de Bruyn werd op 10 februari 1880 geplaatst bij de achttiende compagnie, vertrok op 8 april 1880 per Minister Franssen van der Putte naar Padang en werd op 19 mei van dat jaar overgeplaatst bij de veertiende compagnie. In oktober 1881 werd hij bevorderd tot kapitein, overgeplaatst naar Willem I en in mei 1883 overgeplaatst naar Batavia (eerste bergbatterij, achttiende compagnie).

In mei 1884 vond zijn overplaatsing plaatst naar de negentiende compagnie, in juni van dat jaar naar Palembang. In de functie van commandant van de compagnie van Palembang en Benkoelen werd Feuilletau de Bruyn op 22 juni 1887 benoemd tot voorzitter der commissie tot herziening van de instructieinventaris te Batavia. Hij werd toen à la suite bij zijn wapen (bij de negentiende compagnie) gevoerd. Feuilletau de Bruyn werd op 26 februari 1891 overgeplaatst van de derde afdeling van het Departement van Oorlog bij de zestiende compagnie (zesde compagnie vestingartillerie) artillerie te Soerabaja en op 16 juni 1891 bevorderd tot majoor. Op 23 mei 1892 verkreeg hij een tweejarig verlof naar Nederland wegens twaalf jaar onafgebroken dienst in Nederlands-Indië en wegens ziekte en op 10 maart 1894 keerde hij naar Indië terug met de Burgemeester den Tex, waar hij werd hersteld in activiteit bij zijn wapen en begin juni van dat jaar deel uitmaakte van een commissie, die belast was met het afnemen van de examens voor kandidaten voor de Hogere Krijgsschool in Nederland (andere commissieleden waren onder meer de kapiteins Willemstijn en Van Erpecum).

Gezicht op het Nederlandse kampement te Ampenan, Lombok, bij nacht.

Tijdens de Lombok-expeditie was Feuilletau de Bruyn commandant van de veld- en bergartillerie. Hij maakte het jaar daarop deel uit van een commissie die pastoor R.C. Verbraak, dan reeds twintig jaar werkzaam te Atjeh, een geschenk met opschrift aan wilde bieden. Bij Koninklijk Besluit van 25 maart 1896 nummer 15 verkreeg Feuilletau de Bruyn de Eresabel ter beloning van aan Nederland bewezen buitengewone diensten inzake de krijgsverrichtingen tegen Lombok in 1894.[1] De chefs der korpsen werden uitgenodigd op drie achtereenvolgende middagappèls bekend te doen maken dat Feuilletau de Bruyn deze eresabel had verkregen.[2] Datzelfde jaar (december) werd hij bevorderd tot luitenant-kolonel en benoemd tot commandant der veld-en bergbatterijen op Java te Bandjoe Biroe. In 1898 stuurde hij ter gelegenheid van de viering van het 50 jarig bestaan van de Militaire Pupillenschool te Gombong, de school waar hij een groot deel van zijn jeugd had doorgebracht, zijn telegrafische gelukwensen. In hetzelfde jaar nam hij eervol ontslag uit de dienst met behoud van recht op pensioen en de titulaire rang van kolonel en overleed kort daarna in 1902 te Nijmegen (Hatert). Hij bezat de Militaire Willems-Orde, de Eresabel, het Ereteken voor Belangrijke Krijgsbedrijven met onder meer de gespen Atjeh 1873-1874 en Lombok 1894, de Atjeh-medaille, het Lombokkruis en het Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als officier. Zijn zoon was Willem Karel Hendrik.

Portal.svg Portaal KNIL
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Algemeen Handelsblad (26-03-1896)
  2. De Amsterdammer (08-04-1896)
  • 1902. Kolonel Feuilletau de Bruyn overleden. De Locomotief (27-11-1902)
  • 1940. G.C.E. Köffler. De Militaire Willemsorde 1815-1940. Algemene Landsdrukkerij. Den Haag.