Gaswisseling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Gaswisseling of respiratie is de uitwisseling van de gassen zuurstof (O2) en koolzuurgas (CO2) tussen een organisme en zijn omgeving. Deze gaswisseling is essentieel voor het leven. Als deze niet plaatsvindt volgt verstikking.

Gaswisseling bij mensen en andere zoogdieren[bewerken]

Gaswisseling in de longen

Bij mensen en andere zoogdieren wordt de gaswisseling uitgevoerd in de longen, waar zuurstof (O2) wordt opgenomen in het bloed en koolzuurgas (CO2) afgegeven aan de longlucht. Het bloed bevat rode bloedcellen (erytrocyten) waarin hemoglobine (Hb) zit. Zuurstof en koolstofdioxide kunnen zich binden aan het hemoglobine. Zuurstof diffundeert door de wand van de longblaasjes en de wand van de haarvaten naar het bloed en bindt in de rode bloedcel aan het hemoglobine. Het wordt gebonden aan hemoglobine naar de weefsels vervoerd en in de weefsels gebruikt voor cellulaire verbranding. Dit levert energie en CO2 op. De vrijgekomen CO2 lost op in het bloedplasma, bindt zich aan bloedeiwitten en hemoglobine en wordt door de circulatie terug vervoerd naar de longen. In de longen diffundeert het koolzuurgas door de wand van de haarvaten en de wand van de longblaasjes naar de longlucht en verdwijnt tijdens de ventilatie van de longen.

In het weefsel wordt zuurstof afgegeven aan de weefselvloeistof en koolstofdioxide in het bloed opgenomen.

Planten[bewerken]

Ook planten wisselen gassen door de huidmondjes in en uit het blad. Koolstofdioxide (CO2) wordt door de cellen in het blad gebruikt voor fotosynthese, zuurstof (O2) wordt door de cellen afgegeven.

Zie ook[bewerken]