Gdańsk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Gdansk)
Ga naar: navigatie, zoeken
Gdańsk
Danzig
Gduńsk
Stad in Polen Vlag van Polen
Vlag
(Details)
POL Gdańsk COA.svg
Gdańsk
Gdańsk
Situering
Woiwodschap Pommeren
District stadsdistrict
Coördinaten 54° 22′ NB, 18° 38′ OL
Algemeen
Oppervlakte 262,03 km²
Inwoners (2005) 459.072[1] (1752 inw/km²)
Overig
Identificatiecode 22610
Website www.gdansk.pl
Portaal  Portaalicoon   Polen
Zicht op de oude haven
De markante Kraanpoort
Groene poort
Fontein in het centrum

Gdańsk (uitspraak: [[gdaɲsk]?, ong. gdanjsk ["g" als in zakdoek], Geluidsfragment uitspraak (info / uitleg)); Duits: Danzig; Nederlands Danzig (verouderd: Dantzig of Danswijk); Kasjoebisch: Gduńsk; Frans: Dantzig) is de hoofdstad van het woiwodschap Pommeren en een voormalige Hanzestad in Polen. Gdańsk is gelegen aan de Oostzee, op de plaats waar de westelijke arm van de Wisła (Weichsel) de Bocht van Gdańsk bereikt.

De stad heeft 450.000 inwoners en vormt samen met de badplaats Sopot en de havenstad Gdynia de zogenaamde Driestad (Trójmiasto), een agglomeratie met ruim 1 miljoen inwoners. De stad is het centrum van de regionale Kasjoebische cultuur.

In haar lange geschiedenis vormde de, sinds de Hoge Middeleeuwen autonome, Hanzestad de kern van twee vrijstaten: de Vrije Stad Danzig (1807-1814) en de Vrije Stad Danzig (1920-1939). Daarvoor was zij een belangrijke stad in het hertogdom Pommerellen, zetel van de Samboriden-dynastie, hoofdstad van Koninklijk Pruisen (Pools-Litouwse gemenebest) en de historische hoofdstad van de provincie West-Pruisen binnen het koninkrijk Pruisen en later binnen Duitsland.

Sinds de Conferentie van Potsdam (1945) behoort de stad bij Polen; de achtergebleven oorspronkelijke Duitse bevolking werd vrijwel volledig geïnterneerd en verdreven. Een zeer kleine gemengd Kasjoebisch-Duitse minderheid kon echter standhouden in de stadsagglomeratie.[2]

Geschiedenis[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Geschiedenis van Gdańsk voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Gezicht op Danzig omstreeks 1628.

Aan de monding van de Weichsel (Wisła), in het grensgebied tussen Pruisische (Baltische) en Slavische stammen, ontwikkelde zich in de prehistorie een havenplaats, die werd beschermd door een met aarden wallen en houten palissaden versterkte burcht. Gyddanyzc is de naam waaronder Danzig rond het jaar 1000 voor het eerst voor het eerst wordt vermeld, toen de heilige Adalbert van Praag de stad en omgeving bezocht. In 1148 werd de burcht zetel van de hertogen van Pommerellen, een geslacht dat zich in 1227 van de Poolse kroon onafhankelijk verklaarde door toenadering te zoeken tot de Rooms-Duitse keizer. Er had zich in Danzig inmiddels al een gemeente ontwikkeld van kooplieden uit Lübeck. Zij kregen in 1224 van de hertog een autonoom, zogenaamd Duits, recht om hun gemeente te besturen, met als centrum de Marienkirche. De Noord-Duitse kooplieden maakten van Danzig naar westers model een stad met moderne bestuursinstellingen. Deze stad werd lid van het Hanzeverbond van Noord-Duitse steden en overvleugelde het Deens-Zweedse handelsmonopolie op de Oostzee. De stad kreeg een stenen omwalling en de Slavische en Prussische visserswijken speelden vanaf toen nog maar een marginale rol.

Na het uitsterven van het hertogengeslacht in 1294 brak tussen Polen, Pommeren, Brandenburg en de Duitse Orde een strijd los om het gezag over de stad en de toegang tot de Oostzee. Deze Orde van geestelijke ridders uit het Duitse Rijk had zich vanaf ca. 1220 oostelijk en zuidelijk van Danzig, in het land van de Baltische stam van de Prussen (Pruzzen of later: Pruis(s)en), het latere Oost-Pruisen, gevestigd, waarbij zij deze heidense bevolking met geweld kerstende. Grote delen van de autochtone bevolking lieten in een reeks opstanden het leven, maar de Orde kreeg in 1308 definitief het gezag over de stad en de erkenning daarvan van zijn concurrenten Brandenburg, Pommeren en Polen. De autochtonen die zich met de Orde verzoenden gingen deel uitmaken van de lagere landadel en vrije boeren.

Sindsdien kwam uit geheel Noord-Duitsland en ook uit de Nederlanden een stroom kooplieden en handwerkers naar Danzig. De stad breidde zich uit van 5000 tot, aan het einde van de middeleeuwen, 30.000 inwoners en werd daarmee de grootste stad van het oostelijke Oostzeegebied. Cultureel oriënteerde de stad zich op het westen, en economisch werd zij de draaischijf tussen Oost en West. Zij monopoliseerde de in- en uitvoer van zee tot het koninkrijk Polen, dat toen ook Litouwen, Wit-Rusland en de westelijke Oekraïne omvatte. Politiek zocht zij daarom de steun van de Poolse koningen tegenover de Duitse Orde, omdat deze feodale staat zijn stadsburgerlijke expansie belemmerde met bureaucratisch en hiërarchisch bestuur. Tussen 1410 en 1466 braken telkens gewapende conflicten uit, die in dat laatste jaar, na de nederlaag van Duitse Orde in de Dertienjarige Oorlog, tot de de definitieve erkenning leidden van de Poolse koning als - symbolisch - soeverein. De koning moest namelijk als voorwaarde voor zijn inhuldiging de volledige autonomie van de stad erkennen en aanvaarde een halve eeuw later, in 1522, ook het invoeren van de lutherse hervorming door het stadsbestuur. Spanningen namen toe toen de Poolse koningen steeds absolutistischer optraden en de nieuwe pretendent in 1577 een belegering van de stad begon, omdat zij zijn inhuldiging weigerde tot hij eerst de stadsprivileges erkende. De afstand werd nog groter toen de Poolse koningen de contrareformatie invoerden en het Pools-koninklijke gezag moest zich in Danzig uiteindelijk beperken tot symboliek in de vorm van wapenschilden aan openbare gebouwen en een koninklijke kapel die tegen de lutherse Marienkirche aan werd gebouwd.

Inmiddels was de gouden eeuw van de stad begonnen en deze is in haar tegenwoordige, zij het gereconstrueerde, uiterlijk nog steeds dominant zichtbaar. De architectuur van de vele renaissancegevels en de openbare gebouwen is zeer verwant met die van Amsterdam en Antwerpen, van waaruit bouwmeesters werden aangetrokken, tevens begeleid door doopsgezinde en calvinistische vluchtelingen en kooplieden uit de Nederlanden en uit Schotland, die in het lutherse Danzig hun eigen gemeenten mochten stichten.[bron?] Roomskatholieken konden zich handhaven als een getalsmatig kleine minderheid, die onder bescherming van de Poolse koningen in het bezit bleef van enkele stadskerken. De aanbouw van een koninklijke kapel tegen de lutherse Marienkirche getuigde symbolisch van de koninklijke aanwezigheid.

Rond 1630 was het inwonertal op 60.000 gekomen en Danzig was daarmee de onbetwiste metropool geworden van oostelijk Midden-Europa. De welvaart nam in de 17de eeuw weer af door de Dertigjarige Oorlog, die Duitsland verwoestte. Deze oorlog werd met Danzig als strategisch bruggenhoofd door de Zweedse koning ook tegen het koninkrijk Polen gevoerd. Een algehele economische stagnatie in Polen en dus ook in Danzig was het gevolg. De opkomst van het Russische tsarenrijk verlegde de handel uit Rusland naar Riga en het nieuw gestichte Sint-Petersburg, een omstandigheid die Danzig tot een plaats op de tweede rang drong. In de loop van de 18de eeuw zou Rusland met enkele belegeringen en tijdelijke bezettingen Danzig op deze plaats blijven wijzen.

De Langer Markt, met zicht op Marienkirche op de achtergrond en het rechtstadsraadhuis (gebouwd tussen 1378 en 1492 als zetel van de burgerraad van de zogenaamde Rechtstad) van Danzig, foto omstreeks 1900

.

In 1793, na de Tweede Poolse Deling, werd Danzig ingelijfd door het Koninkrijk Pruisen, dat de stad tegenover Napoleon militair versterkte, wat haar in 1813 op een belegering en een gedeeltelijke verwoesting te staan kwam. Nieuwe groei kwam slechts langzaam op gang in Danzig, nu hoofdstad van de nieuwe provincie West-Pruisen. Allereerst werd Danzig bestuurs- en onderwijscentrum. Pas de moderne industrialisatie bracht het in twee eeuwen stagnerende inwonertal (55.000) tot een verdubbeling daarvan in 1880 en een zeer snelle groei tot 160.000 in 1910.

In 1919 besloot het Verdrag van Versailles dat Duitsland de hele provincie West-Pruisen en haar hoofdstad Danzig aan het nieuw opgerichte Polen zou moeten afstaan. Polen beschouwde de stad als onvervreembare erfenis van de Poolse koningen en minstens een derde van de bevolking, namelijk de roomskatholieken, als Pools van afkomst. De toenmalige bewoners hadden geen behoefte aan deze historische determinering en politieke agitatie en stakingen van de Danziger havenarbeiders, die de doorvoer naar de de nieuwe Poolse republiek stil legden, ontkrachtten de Poolse aanspraken. Frankrijk had de hoop dat het nieuwe en zelfbewuste Polen de Danzigers tot Polen zou kunnen assimileren. De Engelse vrees dat zo'n annexatie van Danzig juist een blijvende bron van onrust zou maken, werd gevoed door de toenadering tussen Duitsland en de jonge Sovjet-Unie. Een compromis werd gevonden in de inrichting van een Vrijstaat Freie Stadt Danzig onder toezicht van de Volkenbond. Deze vrijstaat telde toen 330.000 inwoners waarvan 94% zich Duitser noemde en slechts 6% zich tot Pool wenste te verklaren. Polen kreeg in de vrijstaat een vrije toegang in de haven, met handels- en douanekantoren, en het beheer over het spoorwegnet. Het probeerde evenwel de stad economisch lam te leggen door even buiten het vrijstaatsgebied in Gdynia met Frans kapitaal een concurrerende haven aan te leggen, tevens marinehaven, die weldra een even groot scheepstonnage in- en uitvoerde. Polen hoopte zo de bevolking murw te maken voor het opgeven van de vrijstaat en zich aan te sluiten bij de Poolse staat. De Danziger opstelling verhardde daardoor juist en de oude banden met Duitsland werden steeds strakker aangehaald. Duitsland stelde het Duitse staatsburgerschap ook voor de Danzigers open. De nazi’s namen al in 1934 het bestuur over, hoewel het Volkenbondtoezicht de uitvoering van hun nieuwe, dictatoriale wetshandhaving temperde.

Op 1 september 1939 barstte de bom door een aanval van de Duitse marine op de Poolse douanekantoren aan de haven: (de Westerplatte), nu nog de enige Duitse straatnaam die na 1945 mocht blijven voortbestaan. Polen en Duitsland waren in oorlog en Frankrijk en Engeland kwamen hun verdragsverplichtingen van militaire bijstand aan Polen na. Daarmee was de Tweede Wereldoorlog uitgebroken. Deze episode wordt beeldend beschreven in de deels autobiografische roman De blikken trommel van Günter Grass.

Begin 1945 stonden de Russische legers rondom Danzig, waar zich de gevluchte bevolking uit West- en Oost-Pruisen had verzameld om met schepen in veiligheid gebracht te worden. Honderdduizenden lukte het op die wijze weg te komen, maar tientallen duizenden verdronken onderweg toen hun vluchtschepen werden getorpedeerd door de Sovjet-marine. De grootste scheepsramp van de moderne tijd vond in deze tijd plaats, toen het passagiersschip de Wilhelm Gustloff tot zinken werd gebracht, waarop ruim 9000 mensen omkwamen. (Het onder vergelijkbaar erbarmelijke omstandigheden, zoals het ijskoude zeewater, vergaan van de RMS Titanic in 1912 kostte "slechts" 1522 opvarenden het leven. Niettemin kreeg de Titanic de faam van grootste legendarische scheepsramp. In totaal liet een kwart van de Danzigers het leven in het oorlogsgeweld en de interneringen die erop volgden. De Vrije Stad Danzig werd niet opnieuw opgericht, hoewel de vrijstaat na de annexatie door het Groot-Duitse Rijk op 3 september 1939 nooit volkenrechtelijk was opgeheven. De Volksrepubliek Polen kreeg de stad toegewezen, met de voormalige Poolse Corridor en geheel West-Pruisen. De huizenrijen in de oude stad waren in 1945 verdwenen.

In 1948 werd de laatste paar duizend Duitse overgeblevenen uitgewezen, terwijl ondertussen de stad vol stroomde met nieuwe Poolse immigranten, vooral uit de gebieden die Polen aan de Sovjet-Unie had moeten afstaan, nu gelegen in Litouwen, Wit-Rusland en Oekraïne. Voor hun werden in eerste instantie grootschalige flatcomplexen gebouwd.

Ondanks de rampzalige toestand van Polen werd snel begonnen aan de herstel- en restauratiewerken van de historische stadskern, die veelal neerkwam op een totale reconstructie, waarbij de gevelrijen zelfs naar achter werden verschoven om zo meer ruimte te krijgen voor de straatbreedte. Alleen de zware muren van de kerken stonden nog gedeeltelijk overeind; van de historische gevelrijen stond vaak weinig meer dan twee meter nog recht. Eén laatmiddeleeuws huis is bewaard gebleven omdat het in 1824 als architectonische bijzonderheid werd overgebracht naar Potsdam. Het doel van de reconstructie was na 1945 niet om de stad er te doen uitzien zoals voor de oorlog, maar zoals in de tijd voor 1793 toen zij formeel nog onder Polen behoorde. Bij de wederopbouw, die overigens beperkt bleef tot de façades, zijn alle historische Duitstalige gevelopschriften achterwege gelaten en werd ernaar gestreefd om zo veel mogelijk naar Duitsland en de Duitse cultuur verwijzende elementen weg te laten. Vlaams-Nederlandse kenmerken werden ter compensatie extra onderstreept.

Dankzij de grote inspanningen van Poolse restaurateurs wordt het Gdańsk van vandaag samen met Warschau en Krakau tot de mooiste steden van de Republiek Polen gerekend, een toeristische trekpleister die anachronistisch als een voorbeeld van typisch 'Poolse architectuur' wordt voorgesteld. Pas na 1990 wordt enigszins erkend dat de stad bouwhistorisch een integraal onderdeel is van de Hanze-architectuur zoals deze zich ontwikkelde in de Noord-Duitse steden, vanwaar zij zich verspreidde langs de kusten van het gehele Oostzeegebied. De grote invloed uit de Nederlanden is daarbij een voor Danzig specifiek element. De tand des tijds gaf intussen de nieuw-oude gevelwanden uiterlijk wat meer een historisch karakter. Men kan de stad wat dat betreft in tegenstelling zien tot Königsberg, honderd kilometer verderop, een stad die na verwoesting en annexatie door de Sovjet-Unie geheel werd afgebroken en als Kaliningrad met grootschalige flatcomplexen werd herbouwd.

Het nieuwe Gdańsk zou opnieuw een belangrijke havenplaats worden; de scheepsbouw beleefde er onder het communistische regime grote bloei. In de jaren 80 verwierf de stad faam toen onder leiding van Lech Wałęsa op de plaatselijke Leninwerf de vakbond Solidarność (Solidariteit) werd opgericht.

Strand ten westen van Gdańsk, op achtergrond de haven Nowy Port

Toerisme[bewerken]

Vooral rondom Ulica Długa en Długi Targ (voor 1945: Langgasse en Langer Markt) bevinden zich veel gereconstrueerde gebouwen uit de Hanzetijd zoals het Artushof, de Gouden (Stockturm) en de Groene Poort (Grünes Tor). Tussen Sopot en Gdańsk Nowy Port (voor 1945: Zoppot en Fuhrwasser) is een zandstrand van ongeveer 6 kilometer lengte. Er zijn veel wandel- en fietspaden in dit gebied. Verder heeft Gdańsk, zoals veel Poolse steden, een uitgebreid uitgaansleven met veel disco's. Vanuit Gdańsk is de badplaats Sopot dag en nacht makkelijk per trein bereikbaar. Daar bevinden zich veel cafés, terrasjes en ander vermaak.

Verkeer en vervoer[bewerken]

De stad heeft meerdere spoorwegstations, waarvan Gdańsk Główny (rond 1900 als 'Zentralbahnhof' in neorenaissancestijl gebouwd) het belangrijkste is, en er rijden trams. De spoorwegen bieden onder andere rechtstreekse verbindingen met steden als Warschau, Berlijn en Poznań (Posen), maar ook met de Russische exclave Kaliningrad. De Europese weg E77 naar Warschau loopt door de stad. Vanuit de haven kan naar verschillende overzeese bestemmingen worden gevaren. Er is een vliegveld even ten westen van de stad: Luchthaven Gdańsk Lech Wałęsa dat sinds 2014 een verbinding heeft met de Nederlandse stad Groningen.

Nuvola single chevron right.svg Zie Tram van Gdańsk voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Geboren[bewerken]

Stedenbanden[bewerken]

Sport[bewerken]

In het voetbal is Lechia Gdańsk een subtopper. De club speelde al twintig seizoenen in de hoogste klasse en kon één keer de beker winnen. In de vooroorlogse tijd had de stad een eigen competitie, maar deze was niet zo sterk vergeleken met andere stadscompetities in Duitsland. Enkel BuEV, Preußen en Luftwaffen-SV Danzig konden zich ooit plaatsen voor de eindronde om de landstitel.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties