Gedemineraliseerd water

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Gedemineraliseerd water of demi-water is water waaruit alle zouten die doorgaans in leidingwater in vrij kleine hoeveelheden aanwezig zijn, verwijderd zijn.

De hoeveelheid opgeloste ionen in gewoon leidingwater kan sterk variëren en de hoeveelheid opgeloste metaalionen wordt wel uitgedrukt in de hardheidsgraad. Voor gebruik in een chemisch of biologisch laboratorium is leidingwater ongeschikt.

Proces[bewerken]

Het verwijderen van de storende ionen kan gebeuren door het water te laten koken en de ontstane waterdamp te laten condenseren (destillatie) in een reservoir. In dat geval spreekt men van gedestilleerd water. Wanneer water een aantal malen gedestilleerd wordt, bestaat het vrijwel geheel uit H2O moleculen. Bij kamertemperatuur zijn de concentraties [OH] en [H3O+] dankzij het waterevenwicht ongeveer 10−7 (pH=7). Omdat deze ionen nog de enige ladingsdragers zijn, is de geleidbaarheid van dit uiterst zuivere water minimaal (men spreekt wel van '18 MΩ water'). Overigens lossen er bij blootstelling aan lucht al snel weer gassen in water op (Wet van Henry) en door oplossing van CO2 kan de zuurgraad weer iets afnemen. Bij chemische reacties waarbij dit storend kan zijn, verdient het aanbeveling om het water weer even te koken. Dit verdrijft de opgeloste gassen weer uit het water.

Omdat destillatie een tijdrovend en energieverslindend proces is, wordt in laboratoria vooral enkelvoudig gedemineraliseerd water gebruikt. Dit water wordt bereid door water dat nog wel ionen bevat over een ionenwisselaar mengbed (kation- en anionhars gemengd) te leiden. Hierbij worden alle kationen en anionen verwijderd.

Een nadeel van gedemineraliseerd water is dat zich in de ionenwisselaar algengroei kan voordoen bij niet continu gebruik. Voor biologische of biochemische toepassingen is dit water daarom niet altijd geschikt omdat het niet steriel is.

Andere processen om demiwater te maken zijn omgekeerde osmose en ultrafiltratie.

Drinken van gedemineraliseerd of gedestilleerd water[bewerken]

Er wordt vaak beweerd dat het drinken van gedemineraliseerd of gedestilleerd water erg gevaarlijk is, omdat het de lichaamseigen osmotische processen zou aantasten. In zijn algemeenheid is dat niet waar. Ook niet waar is dat het drinken van (niet verontreinigd!) zeewater zeer schadelijk is. Als gedestilleerd water, demiwater of zeewater de enige bron van water vormt, dan wordt de situatie anders. De eerste twee brengen vrijwel geen zouten mee, terwijl de nieren wel urine — met zouten — uitscheiden. Zeewater brengt een veel te grote hoeveelheid zouten mee. Het lichaam kan de zouten alleen ten koste van water — urine — lozen. Zeewater drinken komt dus neer op meer urineverlies, dan dat men water kan opnemen uit zeewater en is dus niet zo slim, zelfs al is er geen ander water ter beschikking is.

Zie ook[bewerken]