Gedwongen winkelnering
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Gedwongen winkelnering is de verplichting om aankopen bij een bepaalde leverancier te doen.
[bewerk] Historie
Vooral in de negentiende eeuw moesten arbeiders in bepaalde bedrijfstakken een deel van het loon besteden bij de werkgever of door de werkgever aangewezen winkelbedrijven. Dit werd bijvoorbeeld gerealiseerd door uitbetaling met bonnen die alleen in de aangewezen winkels kunnen worden besteed, waar de prijzen hoger waren dan in andere winkels.
De gedwongen winkelnering was mede aanleiding tot een grote staking van veenarbeiders, welke op 22 maart 1888 in Appelscha begon en die zich snel over de noordelijke provincies uitspreidde.
Door acties van de vakbonden en door overheidsmaatregelen is deze vorm van gedwongen winkelnering in Nederland verdwenen.
[bewerk] Nieuwe vormen
Tegenwoordig wordt het begrip gedwongen winkelnering in veel ruimere zin gebruikt, bijvoorbeeld voor het alleenrecht van ROC's om inburgeringscursussen te verzorgen of voor de verplichting van patiënten om bepaalde medische dienstverleners te kiezen.
Ook in gevangenissen hebben de gedetineerden in feite gedwongen winkelnering. Er is daar maar één (dure) gevangeniswinkel, die wordt geëxploiteerd door een commerciële keten.
Ook langs autosnelwegen vindt men monopolies van fast-foodrestaurants en dergelijke, die men niet ontwijken kan tenzij men de snelweg verlaat. Dit speelt met name in landen als Frankrijk, die tolwegen hebben.

