Geef me de ruimte!

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Geef me de ruimte!
Auteur(s) Thea Beckman
Land Vlag van Nederland Nederland
Taal Nederlands
Genre jeugd
Uitgever Lemniscaat
Uitgegeven 1976
Pagina's 300
ISBN-code 9789060692738
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Geef me de ruimte! is een boek van Thea Beckman. Het is het eerste deel van een trilogie over de Honderdjarige Oorlog, die ook Triomf van de verschroeide aarde en Het rad van fortuin omvat. Het boek verscheen in 1976.

Verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Marije Wartelsdochter is 15 jaar oud en woont in Brugge. Tegen haar zin moet ze trouwen met de grootste naarling van Brugge, Jan van Gauwe. Daarom besluit ze om haar vaderland te ontvluchten en naar Frankrijk, het land van haar dromen te gaan.

In het bos van Crécy ontdekt ze gigantisch veel lijken en een gewonde man, genaamd Berton de Fleur. Hij vertelt haar dat Frankrijk in oorlog ligt met Engeland en dat hij deel uitmaakte van het Franse ridderleger dat verslagen werd aan de voet van de heuvel van Wadicourt. Marije verzorgt Berton en hij besluit om haar Marie-Claire te noemen. Na een paar dagen vinden een paar monniken haar en besluiten om de twee onderdak te bieden in hun abdij waar nog andere soldaten liggen. Daar ontmoeten ze Jean d’Ailly, een edele trouvère. Ze besluiten om samen als rondtrekkende zangers de kost te verdienen. Als ze in Melle, de geboorteplaats van Berton aankomen, besluiten Marie-Claire en Berton om in het huwelijk te treden.

Wanneer in Frankrijk de pest toeslaat ontmoeten ze de kleine Matthis die uit zijn geboortestad is ontsnapt aan de pest. Marie-Claire neemt hem op als haar eigen zoon. Het blijkt dat Matthis een prachtige stem heeft, daardoor krijgen ze een grotere bekendheid.

Als ze richting Bretagne trekken ontmoeten ze Bertrand Du Guesclin, de leider van een partizanengroep. Matthis is direct door het dolle heen bij de aanblik van zo’n geweldenaar. Nadat ze heerlijke zomer hebben doorgebracht in de Mont Saint-Michel, gaan ze naar Melle om daar een huis te kopen en er de winter door te brengen.

Maar Matthis wordt ziek juist als ze op het punt staan om naar de jaarmarkt van Poitiers te gaan. Berton en Jean d’Ailly besluiten dan om maar alleen te gaan. Wanneer Matthis genezen is merkt hij dat hij de baard in de keel krijgt. Doordat hij niet meer kan zingen gaat hij op weg naar Bretagne om zich bij Bertrand Du Guesclin aan te sluiten.

Als Berton en Jean d’Ailly thuiskomen, willen ze Matthis achterna reizen maar Jean d’Ailly wordt op zijn beurt ziek en sterft. Terwijl ze Bertrand zoeken worden ze gevangengenomen door de Franse maarschalk Arnoul d'Audrehem die hen verdenkt van spionage omdat er een Engels leger nadert. Berton moet om hun goede trouw te bewijzen Du Guesclin gaan halen. In het kasteel ontdekt Marie-Claire dat de secretaris van de maarschalk niemand minder is dan Jan van Gauwe die bovendien nog spion van de Engelsen is. Ze waarschuwt de maarschalk door middel van een lied maar zonder hem aan te wijzen of zijn naam te zeggen. Wanneer de Engelsen de poort van het kasteel naderen worden ze achtervolgd door Bertrand Du Guesclin en zijn volgelingen, die hen in de pan hakt.

Als Engeland een nieuwe invasie voorbereidt brengt Frankrijk het grootste ridderleger ooit voort. Wanneer ze een Engels leger inhalen bij de heuvel van Poitiers verschansen deze zich in de heuvel. De Fransen die sterk in de meerderheid zijn worden door een list verslagen. Marie-Claire, Berton en Matthis bevinden zich eveneens in het Franse ridderleger maar kunnen echter tijdig vluchten. Matthis keert daarna opnieuw terug naar Bertrand Du Guesclin. Berton en Marie-Claire echter gaan terug naar hun huis in Melle.