Witkeeldaggekko
| Witkeeldaggekko | |||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||
| Soort | |||||||||||||||||
| Gonatodes albogularis Duméril & Bibron, 1836 |
|||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||
De witkeeldaggekko[1] (Gonatodes albogularis) is een hagedis die behoort tot de gekko's en de familie Sphaerodactylidae.[2] Ook de naam geelkopdaggekko wordt voor deze soort wel gebruikt, maar deze naam slaat slechts op een van de ondersoorten Gonatodes albogularis fuscus.
Inhoud |
[bewerken] Uiterlijke kenmerken
De witkeeldaggekko is eenvoudig te herkennen aan de gele tot oranje kop, blauwe oogomgeving en het verder bruingrijze lijf zonder tekening; soms enkele donkere vlekjes op de rug en meestal een donkere tot zwarte staart. In de paartijd hebben de mannetjes een felblauwe streep langs de zijkant van de kop, maar ook vrouwtjes kunnen deze kleur hebben. De gekko bereikt een lichaamslengte tot 12 centimeter inclusief staart. Zoals vrijwel alle gekko's heeft deze soort geen oogleden maar wel lamellae, de bekende kleefkussentjes onder de tenen waarmee het dier over glas kan lopen. Bij deze soort zijn deze echter zo klein dat men ze alleen onder een microscoop kan zien; ze zitten vlak bij het uiteinde langs de nagel.
[bewerken] Verspreiding en levenswijze
Deze gekko is in tegenstelling tot de meeste soorten dagactief, en houdt van warme en droge omgevingen, waarbij de mens niet wordt geschuwd. Deze soort leeft in huizen en tuinen, wijngaarden en steenhopen om tussen stenen op insecten te jagen en wordt als bijzonder nuttig en onschadelijk gezien. Het voedsel bestaat uit kleine ongewervelden zoals insecten en spinnen. Het is een klimmende soort die bij bedreiging snel in een spleet schiet, en door zich een beetje te draaien komt hij muurvast te zitten.
Deze hagedis leeft in het grootste deel van Midden-Amerika, van Colombia tot de Antillen en het hele Caribisch gebied, ook op Cuba. De soort komt ook voor in de zuidpunt van de Amerikaanse staat Florida, maar daar is de gekko uitgezet. De soort kan worden aangetroffen van zeeniveau tot een hoogte van 1000 meter boven zeeniveau.
[bewerken] Taxonomie
De witkeeldaggekko werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven in 1836 door André Marie Constant Duméril & Gabriel Bibron. Oorspronkelijk werd de naam Gymnodactylus albogularis gebruikt, tegenwoordig wordt de gekko tot het geslacht Gonatodes gerekend. Er worden vier ondersoorten erkend, die verschillen in uiterlijk en verspreidingsgebied;
- Gonatodes albogularis albogularis
- Gonatodes albogularis bodinii
- Geelkopdaggekko (Gonatodes albogularis fuscus)
- Gonatodes albogularis notatus
[bewerken] Externe link
[bewerken] Bronvermelding
|