Geldautomaat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Geldautomaat

Een geldautomaat, bankautomaat of giromaat, internationale benaming ATM (Automated Teller Machine), is een apparaat waarmee een klant met een betaalkaart geld kan opnemen.

Geschiedenis[bewerken]

Een eerste mechanische biljetuitgifte die men een geldautomaat zou kunnen noemen, dateert uit 1939. Hij werd ontwikkeld en gebouwd door Luther George Simjian en geïnstalleerd bij de City Bank of New York, in New York, nu de City Bank. De automaat werd echter door de klanten niet geaccepteerd en na zes maanden weer verwijderd.

Daarna heeft de ontwikkeling van de geldautomaat 25 jaar stilgestaan, totdat John Shepherd-Barron de eerste elektronische geldautomaat ontwikkelde. Deze werd op 27 juni 1967 geïnstalleerd bij Barclays Bank in Enfield Town (Noord-Londen). De eerste die geld uit de automaat haalde, was de acteur Reg Varney, bekend van de serie On the Buses.

ATM in Santillana

Nederland[bewerken]

In Nederland verschenen de eerste geldautomaten (ATM's Automated Teller Machine. Integenstelling tot de eerdere zogenoemde Cash Dispensers) in september 1976 bij de Gemeentegiro Amsterdam in het bijkantoor aan de Van Swindenstraat in Amsterdam-Oost. In totaal werden er daar 3 geplaatst. Naast geld opnemen kon men ook geld storten en saldoinformatie krijgen. Tevens vond bij die introductie in Nederland de uitreiking plaats van de eerste bankpas met magneetstrip en pincode. Deze eerste pinpas werd 'geldkaart' genoemd en had een zilveren kleur met blauwe letters. De geldautomaten van de Gemeentegiro stonden ter beschikking van al haar rekeninghouders, in die tijd circa 350.000 (particulieren en zakelijke rekeninghouders).

De eerste geldautomaat van de banken werd op 22 april 1982 bij de toenmalige Rabobank Pey en Maria-Hoop in de gemeente Echt, op initiatief van de directeur van de bank, in gebruik genomen. Ondanks de tegenwerking van Rabobank Nederland en de bezwaren van de Nederlandse Bankiersvereniging, plaatste de plaatselijke Rabobank de automaat. Rabobank Nederland besloot toen mee te werken. De Nederlandsche Bank eiste dat de naam gua (geld uitgifte automaat) werd gewijzigd in gea (geld automaat), omdat alleen de Nederlandsche Bank het recht heeft geld uit te geven! De succesvolle plaatsing van de geldautomaat bij de Rabobank Pey en Maria-Hoop resulteerde in een grote voorsprong van de Rabobankorganisatie bij het plaatsen van gea's en bij het invoeren van internetbankieren. Nog steeds heeft de Rabobank het grootste aantal geldautomaten van alle banken in Nederland.

Bankpassen met foto[bewerken]

De nieuwe bankpassen met magneetstrip zouden worden voorzien van een pasfoto om fraude zoveel mogelijk te voorkomen. De bank Pey en Maria-Hoop maakte van alle cliënten op de bank pasfoto's voor de bankpassen. Om financiële redenen werd besloten de pasfoto's te laten vervallen.

Twee systemen[bewerken]

In 1985 besloot de Postbank alsnog met grote voortvarendheid het aantal geldautomaten uit te breiden. Door de Postbank was de naamgeving Giromaat aan het systeem gegeven. De Giromaat kon alleen worden gebruikt door klanten van de Postbank. Deze klanten konden geen gebruik maken van de vele automaten van de andere banken, terwijl de klanten van deze banken wel gebruik konden maken van alle gea's, uitgezonderd de Giromaat!

In 2003 vonden er via de Nederlandse geldautomaten bijna 150 miljoen geldopnamen plaats. In totaal telde Nederland in dat jaar 7556 geldautomaten die Ec-ATM-, Cirrus/Maestro- en MasterCard-pinpassen accepteerden. Daarnaast waren er volgens Interpay) toen ruim 5000 chipknip-oplaadpunten.

Sinds 2004 plaatst men in Nederland ook mobiele geldautomaten in bijvoorbeeld supermarkten en tankstations. Deze vrijstaande automaten zijn in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië al veel langer in gebruik.

België[bewerken]

De eerste bankautomaten zagen onder de naam 'Mister Cash' in juni 1979 het licht, onmiddellijk gevolgd door de 'Bancontact-automaten'. Voorheen waren er ook al bij sommige banken beperktere systemen Bankomat genoemd. Iets later verschenen ook de eerste betaalterminals aan de kassa's in winkels, oorspronkelijk betalend, nu meestal gratis. (Bij kleine winkeliers meestal vanaf een minimumbedrag van € 10 of € 20.)

Oorspronkelijk waren dit twee verschillende systemen, ondersteund door verschillende banken, totdat ze in 1987 compatibel met elkaar werden en in 1989 echt werden gefuseerd. Vanaf dan spreekt men van 'Bancontact/Mister Cash'. In 2006 waren ook de zogenaamde 'selfbanks' (geld- en overschrijvingsautomaten in een bankkantoor, aanvankelijk enkel voor de eigen klanten) toegankelijk voor klanten van andere banken, zij het enkel voor geldopname en Proton.

Het Europese Maestro-systeem waardoor men in winkels in de EU met dezelfde bankkaart kan betalen, is in de meeste supermarkten al actief. Het is ook de bedoeling dat de Bancontact/Mister Cash-automaten de nieuwe benaming 'Maestro' krijgen.

Het elektronische betalingsverkeer werd in België beheerd door de firma Banksys, ontstaan in 1989 na de fusie van de twee concurrerende systemen. Ondertussen werd Banksys door de Belgische banken verkocht aan Atos Worldline. Sedert 2001 is CCV als eerste concurrent van Banksys en later ook Keyware met betaalterminals voor kaarttransacties in winkels en horecazaken ook actief.

Banksys registreerde voor 2004 234 miljoen geldopnamen, waarvan 79 miljoen in de openbare automaten op de straat en de rest in de selfbanks. Tevens rapporteerde Banksys in het aantal geldopnamen een dalende trend, ten voordele van het rechtstreeks in de winkel met de kaart betalen. In 2004 werd er 600 miljoen keer in winkels rechtstreeks met een bankkaart betaald.

Geldvoorraad[bewerken]

Doordat de geldautomaat wordt gevuld met geld uit de eigen kas, kan de bank zelf bepalen wanneer en met hoeveel geld de automaat wordt gevuld. Door geld uit de eigen kas te recyclen, wordt bespaard op transactiekosten en is een bezoek aan een bank minder vaak nodig. In Nederland zijn op dit moment twee partijen actief in deze markt: Moneybox en Hanco ATM.

Het komt soms voor dat er een fout wordt gemaakt bij het vullen van de geldautomaat, waardoor de verkeerde biljetten worden uitgegeven. De bank kan achteraf nagaan welk bedrag er in werkelijkheid is opgenomen en zal dat bedrag van de bankrekening afschrijven. In de landen waar met de euro betaald wordt, kan een dergelijke vergissing zich echter niet voordoen, doordat iedere coupure andere afmetingen heeft.

Problemen[bewerken]

Te veel en te weinig ontvangen[bewerken]

Pinpas van de Chase-bank

Het kan voorkomen dat een geldautomaat niet goed werkt. Daardoor kan er een onjuist bedrag worden uitgekeerd (te veel, te weinig of niets). In zo'n geval dient contact te worden opgenomen met de bank die de pas heeft uitgegeven. De bank neemt contact op met de eigenaar van de geldautomaat en verzoekt een technisch onderzoek. Indien er geen aantoonbare storing is geweest en/of een kasverschil is, ligt de bewijslast bij de cliënt. Bij sommige geldautomaten in onder meer Duitsland wordt voor gastgebruik een transactie bedrag in rekening gebracht. Dit staat soms op de geldautomaat. Dit wordt soms alleen op het display bijgevoegd. De bedragen lopen op van €1,99 (ING bank) tot €4,99 (DB bank).

Ingeslikte pinpas[bewerken]

Het kan voorkomen dat de pinpas ingeslikt wordt. Dit is een beveiligingsmechanisme, dat optreedt bij meer dan drie keer verkeerd intoetsen van de pincode of doordat de bank er een blokkade op geplaatst heeft of omdat de klant te lang gewacht heeft met het uitnemen van de bankpas. In zo'n geval dient contact opgenomen te worden met de bank die de pas heeft uitgegeven. In België is er een algemeen nummer voor zulke problemen met een bankkaart, namelijk Card Stop.

Misbruik[bewerken]

Geldautomaat na inbraak (Berlijnse metro, Rosenthaler Platz 2012)

Skimmen[bewerken]

Skimmen is het op onrechtmatige wijze bemachtigen en kopiëren van pinpas- of creditcardgegevens. Het is een vorm van betaalpasfraude, waarbij criminelen de magneetstrip van een pas kopiëren en de pincode bemachtigen op het moment dat er een betaaltransactie wordt verricht. Vervolgens maken de fraudeurs een kopie van de pas, samen met de pincode kunnen ze geld opnemen en betalen in binnen- en buitenland.

Roof[bewerken]

Op geldautomaten worden geregeld plofkraken gepleegd. Daarnaast is er het risico op overvallen tijdens het bijvullen.

Benamingen[bewerken]

Er zijn tal van informele benamingen voor het opnemen van geld via een geldautomaat:

  • flappen tappen - een populaire bijnaam voor de geldautomaat is dan ook: flappentap
  • geld uit de muur halen/trekken (als bij eten uit de muur)
  • pinnen (dit woord wordt ook gebruikt als er met de pinpas in een winkel wordt betaald)
  • bijtanken
  • saldo aanvullen
  • cashen

In België zijn deze termen nooit echt ingeburgerd. De termen worden dan ook gezien als typisch Noord-Nederlands en ontstaan in de jaren 90. Aangezien België sinds 1977 geldautomaten kent, zijn deze termen niet of slechts beperkt overgenomen van de noorderburen. Men spreekt in België anno 2006 meestal over geld afhalen, of soms van "naar een 'Bancontact' of 'Mister Cash' gaan". Sinds de fusie in 1989 betekenen deze twee eigenlijk hetzelfde. De officiële term van een geldautomaat is: GEA.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]