Gele oker

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gele oker
Okergroeve bij Roussillon

Gele oker is een geel pigment. Het pigment behoort tot de aardkleuren. De kleur is afkomstig van gehydrateerd ijzer(III)oxide, Fe2O3.H2O. De kleur kan worden omschreven als dof goud, of bruingeel. Oker, ook wel oxidegeel genoemd, kan synthetisch bereid worden uit ijzer(III)chloride en calciumhydroxide. Als gele oker verhit wordt verdwijnt het water eruit, en ontstaat rode oker. Het woord oker stamt van het Griekse woord ochros dat geelachtig betekent.

Het natuurlijke mineraal bestaat uit silicium en klei, maar dankt zijn kleur aan het genoemde ijzeroxide. Het komt over de gehele wereld in verschillende kleurschakeringen voor, vanaf geel tot bruin en zelfs zwak blauwachtig.

Het pigment is goed dekkend en uitstekend lichtecht in alle schildertechnieken. In olieverf is oker een snel drogende kleur en is daarom nuttig bij gebruik als onderschildering. De gele kleur van een onderschildering met oker zal door het hele schilderij heen schemeren en het een bepaalde warmte geven.

Herkomst[bewerken]

Rode en gele oker pigmenten worden op veel plaatsen gewonnen, zo ook aan het aardoppervlak in Minas Gerais in Brazilië. In de Amerikaanse staat Virginia wordt oker in open mijnen met de hand opgeraapt. In de omgeving van de Franse plaats Rousillon wordt ook veel oker in de bodem aangetroffen. Ook in Australië wordt oker gevonden, waar de Aboriginals het gebruikten om hun lichaam te kleuren. Ook in Nederland treft men wel okerkleurige grond aan. Het is dan ook een kleurstof die sinds de oudheid in schilderkunst wordt gebruikt. Limoniet is een mineraal dat een grote leveraar is van gele oker.

Verfstoffen[bewerken]

De kleisoorten die voor de bereiding van okers gebruikt worden, zijn op verschillende plaatsen aangetroffen en hebben daardoor ook verschillende tinten. Deze okers zijn verven die tot de oudste behoren in de schilderkunst. De kleuren lopen uiteen en dragen allerlei benamingen, zoals: goud-oker, lichte oker, rode oker, bruine oker. Door verhitting kunnen nog tal van andere kleuren worden verkregen (gebrande oker) die min of meer naar het roodbruin neigen. Ook Napels-geel; Keulse aarde, van Dijcks-bruin en de ombers behoren tot de okersoorten. Het gaat hier om een semi-transparante verfstof die goed droogt en zich laat mengen met andere verven.