Gelijktijdigheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Men spreekt van gelijktijdigheid als twee gebeurtenissen op hetzelfde moment plaatsvinden. In het dagelijks leven is dat vanzelfsprekend, maar de relativiteitstheorie toont aan dat gelijktijdigheid ook relatief is.

Stel dat er precies in het midden van een trein een lamp gaat branden. Na een ogenblik bereikt het licht de voorkant en de achterkant van de trein. Aangezien de lamp precies in het midden van de trein is, bereikt het licht tegelijk de voorkant en de achterkant.

Volgens het relativiteitsprincipe geldt hetzelfde als de trein rijdt, althans voor een waarnemer die met de trein meereist.

Een waarnemer die zich buiten de trein bevindt, zal echter zien dat het licht de achterkant van de trein eerder bereikt dan de voorkant. De achterkant van de trein beweegt immers in de richting van de lichtbron.

Het is hierbij belangrijk te bedenken dat de waarnemer de hele trein ineens kan zien. Bevindt hij zich langs de spoorlijn en rijdt de trein naar hem toe, dan ziet hij de voorkant van de trein eerder oplichten dan de achterkant. Houdt hij echter rekening met het afstandsverschil dan concludeert hij dat de achterkant eerder oplichtte.

 
Persoonlijke instellingen