Geloftedag

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een plaquette met de Nederlandstalige gelofte bij Bloedrivier.

Geloftedag of Dingaansdag was een religieuze nationale feestdag van Zuid-Afrika die in 1994 vervangen werd door Verzoeningsdag, maar nog steeds door sommige Afrikaners wordt gevierd. De feestdag vond plaats op 16 december.

Oorsprong[bewerken]

Geloftedag herinnert de overwinning van de Voortrekkers op de Zoeloes met de Slag bij Bloedrivier op 16 december 1838. Vóór de slag sloten de Voortrekkers een zogenaamd pact met God, waarin ze in ruil voor een overwinning de dag voorgoed zouden herinneren als sabbat. De Zoeloes werden vernietigend verslagen, waarna de Voortrekkers zich aan hun gelofte hielden. De bijnaam Dingaansdag is een verwijzing naar de Zoeloekoning Dingane.

Op 3 juni 1865 werd Geloftedag, dat toen nog niet vaak werd herinnerd, na aandringen van ds. Frans Lion Cachet door de Uitvoerende Raad van de Zuid-Afrikaansche Republiek officieel als openbare vakantiedag ingevoerd.[1]

De gelofte[bewerken]

De originele gelofte van Bloedrivier werd uitgesproken door Sarel Cilliers, en zou als volgt gaan:

"Hier staan ons voor die Heilige God van hemel en aarde om ʼn gelofte aan Hom te doen, dat, as Hy ons sal beskerm en ons vyand in ons hand sal gee, ons die dag en datum elke jaar as ʼn dankdag soos ʼn Sabbat sal deurbring; en dat ons ʼn huis tot Sy eer sal oprig waar dit Hom behaag, en dat ons ook aan ons kinders sal sê dat hulle met ons daarin moet deel tot nagedagtenis ook vir die opkomende geslagte. Want die eer van Sy naam sal verheerlik word deur die roem en die eer van oorwinning aan Hom te gee."

Tegenwoordig[bewerken]

Met de eerste regering van het ANC in 1994 werd de Afrikaner feestdag vervangen door het meer politiek correcte Verzoeningsdag. De dag wordt echter nog altijd gevierd door Afrikanernationalisten.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (af) Swart, M.J., e.a. (red.): Afrikaanse Kultuuralmanak. Aucklandpark: Federasie van Afrikaanse Kultuurvereniginge, 1980, p.165. ISBN 0-620-04543-4