Gemeenschappelijk Europees referentiekader
Het Gemeenschappelijk Europees referentiekader voor talen: Leren, onderwijzen, evaluatie (oftewel CEFR (Common European Framework of Reference)) is een richtlijn om de vorderingen van leerlingen te beschrijven in Europa. Het is door de Raad van Europa samengesteld als deel van het project "Language Learning for European Citizenship" tussen 1989 en 1996.
Inhoud |
[bewerken] Niveaus
Er bestaan zes niveaus
- A Basisgebruiker
- A1 Doorbraak
- A2 Tussenstap
- B Onafhankelijke gebruiker
- B1 Drempel
- B2 Uitzicht
- C Vaardige gebruiker
- C1 Effectieve operationele vaardigheid
- C2 Beheersing
Voor elk niveau zijn er competenties (zogenaamde "Can-do"-statements) opgesteld voor
- Begrijpen
- Luisteren
- Lezen
- Spreken
- Gesproken interactie
- Gesproken reproductie
- Schrijven
[bewerken] Nederland
Dit Gemeenschappelijk Europees Referentiekader wordt ook gebruikt in de nieuwe Wet inburgering die in Nederland sinds 1 januari 2007 geldt. Inburgeringsplichtigen moeten sindsdien zorgen dat ze Nederlands leren spreken, lezen, schrijven en verstaan op A2-niveau.
[bewerken] Vlaanderen
Het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming werkte het Europees systeem gedetailleerder uit in 4 richtgraden