Gemeentedecreet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het gemeentedecreet is het decreet van 15 juli 2005 van het Vlaams Parlement dat de werking van de lokale besturen regelt.

Bevoegdheid[bewerken]

De bevoegdheid om de organisatie van gemeenten en de provincies te regelen, is in België sinds 1 januari 2002 overgedragen aan de gewesten (Lambermontakkoord). Dat betekent dat Vlaanderen en Wallonië voortaan de werking regelen van elk vijf provincies en respectievelijk 308 en 262 gemeenten. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft zelf de provinciebevoegdheden en de organieke bevoegdheid over de 19 Brusselse gemeenten.

De gewesten kunnen dus de oude "Belgische" gemeentewet (verwarrend genoeg "Nieuwe Gemeentewet" genaamd) grotendeels vervangen door hun eigen wetgeving. Het Vlaamse Parlement keurde op 6 juli 2005 het (Vlaamse) gemeentedecreet goed. Dat gemeentedecreet werd bekrachtigd op 15 juli 2005. Het merendeel van de artikelen van dit decreet is in werking getreden op 1 januari 2007, bij de start van de legislatuur 2007-2012.

Aanpassing na regionalisering[bewerken]

Een van de grote bekommernissen bij het tot stand komen van het gemeentedecreet was zo veel als mogelijk de autonomie van de gemeenten te respecteren. In het gemeentedecreet - dat een kaderdecreet is - wordt het principe gehanteerd dat de gemeentebesturen de verantwoordelijkheid voor het organiseren en het financieren van het democratisch bestuur zoveel als mogelijk zelf moeten dragen.

De Vlaamse minister bevoegd voor binnenlandse aangelegenheden somde de voornaamste vernieuwingen op:

  • de voorzitter van het OCMW is lid van het college van burgemeester en schepenen (verplicht vanaf 2013)
  • de samenstelling van de OCMW-raad wordt vervroegd van april naar januari (na de gemeenteraadsverkiezingen)
  • de gemeenten bepalen zelf het aantal schepenen, het decreet legt enkel een maximum vast
  • de gemeenteraad kiest onder zijn leden een voorzitter; dat kan de burgemeester, een schepen of een raadslid zijn
  • in de akte van voordracht van de burgemeester en de schepenen kan de einddatum van hun mandaat en de naam van de opvolger vermeld worden
  • de mogelijkheid om contractuele werknemers in dienst te nemen wordt verruimd
  • de gemeenten krijgen meer bevoegdheid over hun personeelsbeleid
  • er komt een ruimere mogelijkheid tot delegatie
  • ook budgethouderschap is mogelijk
  • een gewestelijke auditcommissie doet de audit van de gemeenten
  • een ruimere mogelijkheid tot participatie van de burger, waaronder een klachtenbehandeling en het verzoekschrift
  • de gemeenteontvanger wordt een financieel beheerder
  • een administratief rechtscollege neemt de rol van de (bestendige) deputatie van de provincie over, onder meer bij betwistingen over de verkiezingen.

Er waren ook vergevorderde plannen om de burgemeester rechtstreeks te laten verkiezen, maar daar is uiteindelijk geen meerderheid voor gevonden.

Het decreet regelt ook het verzoekschrift op gemeentelijk niveau. In 2004 schreef parlementslid Dirk Holemans hiervoor een voorstel van decreet[1]. Alhoewel dit recht vermeld werd in de grondwet, bleef het tot 1 januari 2007 voor de burger onmogelijk om er ten aanzien van de gemeenteraad gebruik van te maken.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Voorstel van decreet - stuk 2077, bezocht 3 december 2008