Gemiddelde spaarquote

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Gemiddelde spaarquote is het aandeel in het beschikbaar inkomen dat niet aangewend wordt om uitgaven te doen. Deze verhouding kan zowel op nationaal niveau beschouwd worden als op het niveau van de gezinnen.

Definitie[bewerken]

Als I het inkomen is en U de uitgaven over een gegeven periode (meestal 1 jaar), dan is het verschil tussen beide S het bedrag dat gespaard wordt. Door S te delen door het inkomen I bekomt men het percentage van het inkomen dat gespaard wordt, dus de gemiddelde spaarquote.

Bruto en Netto[bewerken]

In de economie wordt zowel een bruto als netto spaarquote bepaald. Het verschil zit in de depreciatie van activa: bij de bruto gemiddelde spaarquote wordt dus rekening gehouden met waardeverminderingen van eigendommen zoals een onroerend goed.

Nationaal niveau[bewerken]

Naast het gezinsniveau kan ook op het niveau van een land een spaarquote berekend worden. Hierbij worden dan het volledige inkomen en uitgaven van het land (de overheid, de bedrijven en de gezinnen) bekeken. Deze factor is vrij belangrijk, omdat het een indicatie is voor de beschikbare investeringsmiddelen: het gespaarde geld komt ter beschikking van de economie om investeringen te doen naar de toekomst toe. Zo heeft deze ratio ook een onrechtstreekse invloed op de interestvoeten, omdat het een maat is voor de aanvoer van vers kapitaal op de kapitaalmarkt.

Factoren[bewerken]

Enkele belangrijke factoren die invloed hebben op de gemiddelde spaarquote zijn:

  • De ouderdom van de bevolking, omdat oudere mensen minder geneigd zijn om te sparen.
  • De inflatie, omdat een hoge inflatie door de verwachte prijsstijgingen mensen aanzetten om nu te kopen en niet in de toekomst.
  • De rentevoet, omdat een hoge rentevoet stimuleert om te beleggen en dus te sparen.

Cijfers[bewerken]

In 2005 bedroeg de particuliere spaarquote in België 13,2%[1]. Voor Nederland was dat 12,4% terwijl in het Verenigd Koninkrijk de spaarquote van de gezinnen slechts 4,9% bedroeg[2].

Bronnen[bewerken]

  1. Kerncijfers voor de Belgische economie (Nationale Bank van België)
  2. geld- en kapitaalmarkt, cijfers van de FOD economie op basis van de NBB en de Europese commissie