Generale Maatschappij van België

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Generale Maatschappij van België (Frans: Société Générale de Belgique) was een belangrijke Belgische holding en investeringsmaatschappij.

Geschiedenis[bewerken]

Het begin[bewerken]

De Generale Maatschappij werd in 1822 opgericht door koning Willem I als de Algemeene Nederlandsche Maatschappij ter Begunstiging van de Volksvlijt. Deze maatschappij had als doel de groei van de welvaart in de zuidelijke gewesten van het land te stimuleren. Bij de revolutie van 1830 werd het bedrijf Belgisch (Societé Générale de Belgique). Vanaf toen tot de oprichting van de Nationale Bank van België in 1850 fungeerde de Generale Maatschappij ook als nationale bank.

In de begintijd investeerde de Generale Maatschappij veel in (spoor)wegen en kanalen. Naar aanleiding van de beurscrash van 1929 werden de bankactiviteiten in 1934 afgesplitst in de Generale Bank (nu: BNP Paribas Fortis). De Generale Maatschappij bleef wel de belangrijkste aandeelhouder van de Generale Bank.

De Generale Maatschappij van België en de Benedetti[bewerken]

Een van de grote economische verhalen van België kwam ten einde op zondag 17 januari 1989. De Italiaan Carlo de Benedetti had in alle stilte 17% van de aandelen van de Generale Maatschappij van België (GM) gekocht.

De GM was op dat moment een onderneming met een immens groot maatschappelijk belang. Het had een maatschappelijk kapitaal van drie miljard Belgische frank (BEF) (ongeveer 75 miljoen euro), maar het eigen vermogen was een veelvoud daarvan. Tegen de tweede helft van de twintigste eeuw had de GM 1200 dochters over gans Europa, en was net begonnen met bedrijven op te kopen in China, tien jaar voor de rest van de wereld het land ontdekte. Er is becijferd dat één derde van het Belgische bedrijfsleven verstrengeld was in de GM.

Zo groot als de onderneming was, zo verwaarloosd waren de aandeelhouders. Er was slechts 6 à 7% van de aandelen in vaste handen (voornamelijk bij de koninklijke familie en een paar grote banken). De managers waren ingenieurs verbonden aan de Université Catholique de Louvain (UCL). Het dividendenbeleid van de onderneming was erbarmelijk. De aandeelhouders werden verwaarloosd maar te gedispenseerd om er iets aan te doen. De koers van het aandeel was 2800 BEF (69,40 euro). De intrinsieke waarde van het aandeel lag echter veel hoger, vermoedelijk rond 10000 BEF (250 euro).

En toen... kwam De Benedetti, en hij deed wat toen reeds dagelijks gebeurde in de VS: hij wilde een openbaar bod uitbrengen. Niemand had zich hieraan verwacht, het betekende een atoombom in het zakenleven van België. Die zondagvoormiddag kwam De Benedetti op bezoek bij René Lamy, gouverneur van de GM. Hij had een doosje pralines mee, en kondigde zijn voornemen aan om een openbaar bod uit te brengen op alle aandelen van de GM. Lamy viel van zijn stoel en belde naar de koning, de eerste minister en naar Walter Van Gerven, toen voorzitter van de bankcommissie.

Maurice Lippens, toenmalig voorzitter van de raad van bestuur van de Generale Bank (GB), één van de dochters van de GM, had een duivelse constructie opgezet om De Benedetti te saboteren. De raad van bestuur van de GM zou een kapitaalverhoging van 100% uitschrijven, om zo De Benedetti te verwateren (een gifpil). Het geld kwam van de GB, die een lening van drie miljard BEF toestond aan Sodecom en Sodecom schreef in op alle aandelen in de kapitaalverhoging. Zo ontstond de absurde en vennootschapsrechtelijk incestueuze situatie dat Sodecom, die 100% eigendom is van de GM, zelf 50% eigenaar wordt van de GM. Op deze manier is in één nacht het maatschappelijk kapitaal van de GM verdubbeld van drie naar zes miljard BEF. Het aandeel van De Benedetti daalde op slag van 17 naar 8,5%.

Op maandag werd het openbaar bod gepubliceerd. Op dinsdag was het aandeel van GM al gestegen van 2800 BEF (69,40 euro) naar 8000 BEF (200 euro). Oorspronkelijk had De Benedetti ongeveer 9,96 miljard BEF (246 miljoen euro) moeten betalen voor alle aandelen van de GM. Door deze koersstijging en door de kapitaalverhoging zou De Benedetti nu zomaar eventjes 21,97 miljard BEF (544 miljoen euro) op tafel moeten leggen.

De ontmanteling van de groep[bewerken]

Ondertussen was de premier druk op zoek naar een andere overnemer en die vond hij bij Compagnie de Suez. Suez was toen nog een relatief kleine Franse onderneming. Door de steun van een aantal financiële instanties is Suez erin geslaagd om GM over te nemen: De Benedetti moest afdruipen. Na de overname heeft Suez heel wat dochters van de GM moeten verkopen om haar reusachtige leningen terug te betalen. Het enige wat Suez vandaag nog heeft van de dochters is Electrabel, de marktleider op de Belgische elektriciteitsmarkt, en Tractebel. Slechts een paar belangrijke vennootschappen, zoals de Société Maritime de Belgique, zijn later terug in Belgische handen gekomen. Suez hield in de jaren '90 ook nog een belang van 30% in die andere grote dochter van de GM, de Generale Bank.

In 1999 werd Suez voor 100% eigenaar van Tractebel en op 31 oktober 2003 fuseerde Tractebel met de Generale Maatschappij van België tot Suez-Tractebel NV.

Dochtermaatschappijen[bewerken]

Als holdingmaatschappij had "de oude dame" een aandeel in onder andere volgende maatschappijen.

Bank

Mijnbouw

Transport

Industrie

Infrastructuur

Gouverneurs[bewerken]