Generaliteitslanden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De generaliteitslanden in lichtblauw

Generaliteitslanden waren gebieden die in de tijd van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden onder direct bestuur van de Staten-Generaal vielen.

In tegenstelling tot de zeven gewesten (eigenlijk acht, maar Drenthe had geen stem in de Staten-Generaal) - Groningen, Friesland, Overijssel, Gelderland, Utrecht, Holland en Zeeland – hadden zij geen stem in het landsbestuur. Het waren voornamelijk rooms-katholieke gebieden die in een later stadium van de Tachtigjarige Oorlog op de koning van Spanje veroverd waren, of in sommige gevallen zelfs pas verkregen werden na het einde van de Spaanse Successieoorlog in 1713, zoals Staats-Opper-Gelre. Ze fungeerden in veel gevallen als bufferzone tussen de Republiek en de Spaanse respectievelijk Oostenrijkse Nederlanden. In economisch opzicht werden ze als wingewesten uitgebuit met zware belastingen en heffingen. Door de regering van de Bataafse Republiek werden de exclaves (Zeeuws-Vlaanderen en Limburg) in 1795 afgestaan aan Frankrijk. In 1814 werden ze weer verenigd in nieuwe provincie "Braband".

Overzicht van de generaliteitslanden[bewerken]

De generaliteitslanden waren:

Soms wordt de bewoording Staats-Limburg gebruikt, waar in feite Staats-Opper-Gelre en/of Staats-Overmaas wordt bedoeld. Staats-Limburg is een onjuiste naam, want het eigenlijke hertogdom Limburg bleef onverdeeld tot de Spaanse c.q. Oostenrijkse Nederlanden behoren.

Overzeese gebieden[bewerken]

Gebieden buiten Europa werden vaak ook in naam van de Staten opgeëist, zie het Staten Island bij Nieuw-Amsterdam of het Stateneiland aan de zuidkust van Argentinië.