Genetische technologie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De gloeivis is een genetische gemodificeerde zebravis.

Genetische technologie of Gentechnologie is een moderne vorm van biotechnologie waarbij het DNA van een organisme direct wordt aangepast. Dit in tegenstelling tot de klassieke biotechnologie waarbij DNA van een organisme indirect wordt aangepast, door bijvoorbeeld te kruisen.

Organismen die met deze technologie aangepast zijn, worden aangeduid met ggo (genetisch gemodificeerd organisme) of gmo (genetically modified organism) genoemd. In een negatieve context wordt ook wel gesproken van Genetische manipulatie.

Inhoud

Techniek[bewerken]

De translatie van de genetische code gebeurt in alle organismen op dezelfde wijze: een gen dat in het ene organisme codeert voor een bepaald eiwit, codeert in een ander organisme voor eenzelfde eiwit. Hierdoor is het mogelijk om erfelijke eigenschappen van een soort naar een andere soort over te brengen. Het overbrengen van een eigenschap van de ene soort naar een andere soort noemt men transgenese. Als het gaat om soorteigen DNA spreekt men van cisgenese.

Er zijn vele verschillende technieken om genetische modificatie van organismen toe te passen. Deze technieken verschillen aanmerkelijk per organisme waarop ze worden toegepast (plant of dier) en of de genetische modificatie tijdelijk of blijvend is.

Het basisprincipe van alle verschillende technieken is in de grondslag hetzelfde en verloopt via een vast aantal stappen.

  • 1 Isolatie van het gen dat je wilt aanpassen
  • 2 Het eventueel aanpassen van het geïsoleerde gen
  • 3 Overbrengen van het gen in een geschikte vector.
  • 4 Transformatie van de cel of het organisme dat je wilt aanpassen.
  • 5 Selectie van de gemodificeerde organismen of cellen.

Isolatie[bewerken]

Wanneer men een specifiek gen wil isoleren wordt eerst DNA uit de cellen van het organisme gehaald. Vervolgens kan men het gen waarin men geïnteresseerd is, identificeren op basis van de kennis die men vooraf van het gen heeft. Deze kennis kan men vaak halen uit cDNA of gDNA "bibliotheken". Met deze kennis kan men het gen vervolgens amplificeren door middel van de PCR techniek.

Verdere aanpassingen[bewerken]

Soms moet het geïsoleerde en geamplificeerde gen eerst worden aangepast voordat het kan worden ingebracht in een nieuw organisme. Introns worden vaak verwijderd, dit doen ze als volgt: De eukaryoten cellen hebben genen die vaak bestaan uit stukjes die aminozuren coderen, dit zijn de exonen. Maar er zijn ook stukjes die geen code bevatten, dus die niet gebruikt worden om een eiwit te coderen, dit zijn de Introns. Aan het begin van de streng wordt een aangepaste guanine-nucleotide geplakt. Aan het einde van de streng wordt een stukje van een lange reeks A-nucleotiden vastgeplakt.Deze 2 stukjes zijn toegevoegd ten functie van het transport van het m-RNA naar het cytoplasma, en voor het koppelen aan de ribosomen wat nodig is voor de translatie. Enzymen zorgen ervoor dat de introns uit het RNA-molecuul worden gehaald, als doel dat de exonen aan elkaar verbonden worden, dit wordt ook wel splicing genoemd. De verwijderde introns worden afgebroken. Het aangepaste m-RNA gaat vervolgens naar het cytoplasma voor de translatie. Maar het is ook mogelijk door promotorsequentie aan te brengen.

Vectoren[bewerken]

Om het gen dat je geïsoleerd hebt in een ander organisme te kunnen brengen moet het eerst worden ingebracht in een vector, die dient als drager van het DNA. Dit kan een stukje circulair bacterieel DNA oftewel plasmide zijn, maar ook een virus, een liposoom of een goudkogeltje waarop het DNA geplakt zit.

Transformatie[bewerken]

Wanneer je het DNA beschikbaar hebt kan je de vector gebruiken om het DNA in te brengen in het organisme dat je wilt veranderen. Dit uiteindelijke inbrengen van het DNA wordt de transformatie genoemd. De technieken die hiervoor gebruikt worden hangen af van de vector, het doelorganisme en efficiëntie die men uiteindelijk hoopt te behalen. Een simpele manier om te transformeren is bijvoorbeeld het "inschieten" van de DNA dat aan goudbolletjes gebonden is in een plantencel. Een voorbeeld van een ingewikkelder techniek die weliswaar een hoger succespercentage geeft is de bacteriële transformatie.

Voorbeelden van enkele veel gebruikte technieken[bewerken]

  • Gentherapie: Bij de toepassing van de gentherapie worden voor het overbrengen van het DNA virussen of liposomen gebruikt.
  • Tweezaadlobbige planten: hierbij wordt het DNA aan de bacterie Agrobacterium toegevoegd, die het DNA opneemt in een plasmide (een plasmide is een cirkelvormig stukje DNA). Deze bacteriën worden dan weer toegevoegd aan een oplossing van losse cellen of op bladponsjes van het doelorganisme.
  • Eenzaadlobbige planten: Het DNA wordt op minuscule, met goud bedekte kogeltjes aangebracht en met een speciaal pistool in het doelorganisme geschoten.
  • Ook virussen die, anders dan de meeste virussen, hun genetische informatie in dubbelstrengs DNA hebben opgeslagen, kunnen voor de overdracht gebruikt worden. Deze methode is echter nog in ontwikkeling.

Er zijn verschillende methoden om te bevorderen dat het DNA in het genoom van de cellen wordt opgenomen.

Selectie[bewerken]

Nadat de transformatie is uitgevoerd zal die slechts in een gedeelte van de organismes daadwerkelijk gelukt zijn. Uiteindelijk is het dus zaak om de genetisch gemodificeerde organismen te scheiden van de organismen die het DNA niet hebben opgenomen. Om de geslaagde cellen te kunnen selecteren in het laboratorium worden markers, onder andere antibiotica resistente markers, aan het in te brengen gen gekoppeld.

Historie[bewerken]

In 1944 boekten Amerikaanse wetenschappers voor het eerst succes door de eigenschappen van een bacterie te veranderen door DNA van een andere bacterie te geven. Een mijlpaal in de ontwikkeling van genetische modificatie was in 1974 de ontdekking dat de kroongalbacterie Agrobacterium tumefaciens een DNA-stukje van een plasmide overdroeg naar het plantengenoom van zijn gastheer en dat dit stukje DNA de plant dan aanzette tot de vorming van kroongallen op de wortels.
Vanaf 1983 is het mogelijk om gewenste genen bij Agrobacterium tumefaciens in te brengen en deze zo in het genoom van de plant te brengen.
In 1994 werd het eerste genetisch gemodificeerde voedsel in de V.S. op de markt gebracht. Het betrof het tomatenras 'Flavr Savr' met een langere houdbaarheid dan de toenmalig bestaande rassen. Twee jaar later werd zowel in de V.S. als in Engeland ggo-tomatenpuree geïntroduceerd.

Toepassingen[bewerken]

Micro-organismen[bewerken]

Transgene micro-organismen worden over de hele wereld gebruikt voor het produceren van verschillende stoffen, zoals antibiotica en citroenzuur. Ze worden hiervoor in grote fermenteervaten gekweekt. Vele tientallen geneesmiddelen worden op deze manier al gemaakt. Voorbeelden zijn insuline en andere peptidehormonen zoals epo, FSH en groeihormoon, TPA, cytokinen, interleukine, interferon, monoclonale antistoffen, stollingsfactoren en vaccins tegen onder andere hepatitis B en kinkhoest.
Voor het verkrijgen van een lager alcoholpercentage in wijn worden er proeven gedaan met de ggo-gist met het glucose-oxidasegen afkomstig van de schimmel Aspergillus niger[1].

Geneesmiddelen[bewerken]

Vele geneesmiddelen worden via de recombinant-DNA-techniek met behulp van gist geproduceerd. Het genoom van de gist Saccharomyces cerevisiae was een van de eerste genomen van een levend wezen dat geheel bekend was. Gist is een veelgebruikte soort bij genetische experimenten.

De stier Herman, maar ook geiten en schapen zijn genetisch gemodificeerd voor het maken van bepaalde stoffen in hun melk voor medicinale doeleinden zoals het menselijke serumalbumine[2] (de stier Herman natuurlijk niet zelf, maar wel via zijn vrouwelijke nakomelingen).

Planten kunnen via genetische modificatie worden gebruikt voor de productie van medicijnen. In de Verenigde Staten worden binnenkort deze planten geteeld en als eerste is een ggo van rijst voor dit doel nu toegelaten. In Nederland adviseert de Commissie genetische modificatie (Cogem) voedingsgewassen hiervoor niet te gebruiken in verband met risico's voor mens en dier.

Gentherapie[bewerken]

1rightarrow.png Zie Gentherapie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Gentherapie is een behandeling om erfelijke aandoeningen te genezen. Bij erfelijke aandoeningen is er sprake van een afwijkend of ontbrekend gen dat ziekteverschijnselen veroorzaakt. Bij gentherapie wordt een gezond gen in de lichaamscellen van de patiënt ingebracht. Het is niet altijd nodig dat dat in alle lichaamscellen gebeurt - dat zou gentherapie nagenoeg onmogelijk maken; bij de behandeling van bijvoorbeeld hemofilie is het voldoende om de cellen die bepaalde stollingsfactoren aanmaken te genezen. Een probleem bij deze vorm van behandeling is dat cellen die een bepaald groot molecuul aanmaken dat voor de patiënt niet lichaamseigen is, meestal een afweerreactie zullen oproepen en worden vernietigd. Er zijn wereldwijd nog maar een paar zeer specifieke en zeldzame gevallen waarin gentherapie bij mensen ooit enig succes heeft gehad. Ook zijn er gevallen waarin de patiënt aan de behandeling overleed.

In 1991 werd in Italië voor het eerst met enig succes gentherapie toegepast op een mens bij een bepaalde vorm van SCID (Severe Combined Immunodeficiency) en een jaar later in Londen. De behandeling bestond uit het vervangen van het niet-functionerende gen voor het enzym (ADA). Het werkende gen werd in lymfocyten ingebracht. De hiervan afkomstige bloedcellen produceren het ADA. De lymfocyten gaan na een paar maanden tot een jaar dood, zodat de behandeling herhaald moet worden. Daarom werd de behandeling later met stamcellen herhaald.

Voedselproductie[bewerken]

Planten[bewerken]

Van een aantal gewassen bestaan varianten die door genetische modificatie zijn aangepast. De aanpassing is bedoeld om de rassen resistent te maken tegen ziekten of tegen bepaalde bestrijdingsmiddelen, of soms om extra voedingsstoffen te bevatten of onder slechtere omstandigheden te kunnen groeien.

Gouden rijst is een variant van rijst die bètacaroteen bevat, een stof die in het lichaam wordt omgezet tot vitamine A. Dit gewas is bedoeld om vitamine A-deficiëntie, dat leidt tot blindheid, in derdewereldlanden te bestrijden. In 2005 is een nieuwe variant ontwikkeld die tot 23 keer meer bètacaroteen bevat dan de oorspronkelijke variant[3]. Geen van beide vormen is op dit moment nog beschikbaar voor menselijke consumptie.[bron?]

Veredelingsbedrijven hebben inmiddels een hele reeks genetisch gemodificeerde rassen gekweekt en op de markt gebracht. Zo zijn maïsrassen resistent gemaakt tegen de Europese maïsboorder (Ostrinia nubilalis) en zijn rassen van maïs, katoen en koolzaad ongevoelig gemaakt voor bepaalde herbiciden. Ook bij suikerbieten zijn er inmiddels ook gmo-rassen met herbicidenresistentie. Hierdoor kunnen deze planten besproeid worden met die herbiciden waardoor concurrerende onkruiden wel, maar de te oogsten planten zelf niet te gronde gaan. Bij tomaat zijn er ggo-rassen met vertraagde rijping en langere houdbaarheid. Bij tabak wordt de mogelijkheid onderzocht van productie van geneesmiddelen tegen kanker.

Dieren[bewerken]

De AquAdvantage-zalm is gemaakt door een gen van een paling en het groeihormoongen van een bepaalde zalm in de Atlantische zalm te zetten, waardoor deze ggo-zalm twee keer sneller groeit. Dat hij ook zes keer zo groot zou worden als een normale zalm is een fabeltje, de eindgrootte is dezelfde. Echter, wellicht het belangrijkste voordeel voor de industrie, is dat de AquAdvantage-zalm ook onder koude omstandigheden blijft doorgroeien. Dit in tegenstelling tot niet gemodificeerde. Hierdoor kunnen gemodificeerde zalmen twee keer per jaar 'geoogst' worden in plaats van slechts één keer. Ze hebben ook 30% minder voer nodig om hun oogstgewicht te bereiken. Het biobedrijf Aqua Bounty Technologies Inc, dat de vis ontwikkelde, heeft de Amerikaanse Food and Drug Administration in 2010 om toestemming gevraagd de zalm aan vistelers te mogen verkopen. Naar de gezondheidsrisico's is geen enkel onderzoek gedaan. Maar volgens het bedrijf smaakt het prima. Tegenstanders wijzen onder meer op de kans dat zo'n zalm ontsnapt. In een Greenpeace-rapport uit 2000[4] wordt een onderzoek, verricht aan de Purdue-universiteit aangehaald waarin gesteld wordt dat slechts enkele ontsnapte transgene zalmen al genoeg kunnen zijn om de hele plaatselijke wilde vispopulatie uit te roeien[5]. Deze onderzoekers gebruikten echter een wiskundig simulatiemodel en deden geen onderzoek aan zalmen. Als het bedrijf groen licht krijgt, komt het met een gemodificeerde forel en dito tilapia. Canadese onderzoekers willen goedkeuring krijgen voor een 'enviropig'. Eerder keurde het FDA een gemodificeerde geit goed.[6]

Bestrijding van ongedierte en ziekten[bewerken]

Amerikaanse wetenschappers hebben een gen in een malariamug ingebracht dat een molecuul produceert dat de levenscyclus van een malariaparasiet Plasmodium sp blokkeert[7]. Door dit gen kan de parasiet niet meer in de speekselklieren van de ggo-mug komen. Het grote probleem is nu echter om de natuurlijke mug te laten verdringen door de genetisch gemodificeerde.

Er worden ook andere pogingen gedaan om insecten zoals de malariamug te bestrijden met gebruik van genetische modificatie. Het idee is om mannetjes te kweken met een dominant dodelijk (letaal) gen dat alleen in vrouwtjes tot expressie komt. Grote hoeveelheden van zulke mannetjes worden dan losgelaten, zij zullen paren met de in het wild voorkomende vrouwtjes. Als resultaat zullen alle vrouwelijke nakomelingen van de wilde vrouwtjes overlijden voordat ze nageslacht produceren. Deze techniek is al lang bekend en is bij verscheidene soorten schadelijke vliegen al met succes toegepast, maar nog niet als de mannetjes genetisch gemodificeerd waren.

In 2007 werd gepubliceerd dat het gelukt is door middel van genetische technieken koeien te fokken die niet meer het prioneiwit bezitten dat ze vatbaar maakt voor BSE. Hun ontwikkeling lijkt verder normaal te verlopen. [8].

Proefdieren[bewerken]

Knock-out muizen

Genetische modificatie wordt ook gebruikt voor het aanpassen van dieren ten behoeve van onderzoek. Een veel toegepaste techniek is het creëren van een knock-out stam. Deze techniek die in 1989 voor het eerst werd toegepast in muizen wordt gebruikt om gericht een bepaald gen uit te schakelen. Op deze manier kan onderzocht worden welke functie dit gen vervult. Deze techniek wordt vrij algemeen toegepast bij muizen, maar is ook mogelijk bij ratten. Een voorbeeld van een knock-out muis is een stam waarbij het ApoE4 gen is uitgeschakeld. Dit gen is een belangrijke risicofactor bij mensen voor het ontwikkelen van de Ziekte van Alzheimer. Deze muizen bleken een verminderd leervermogen te hebben en andere karakteristieke kenmerken te hebben die kenmerkend zijn voor Alzheimer.

Overig[bewerken]

Sinds een aantal jaren zijn er genetisch gemodificeerde aquariumvissen in de handel. Een bekend voorbeeld is de gloeivis, een zebravis waar men een gen van koraaldieren heeft ingeplant waardoor het visje lichtgevend is geworden. De verkoop van dit visje is in Nederland verboden.

Er wordt gespeculeerd over gendoping, waarbij op vergelijkbare wijze als bij gentherapie, sporters in staat worden gesteld betere prestaties te leveren. Meer dan pure speculatie is dit voorlopig nog niet, omdat de techniek hiervoor nog niet genoeg ontwikkeld is.

Patentrecht[bewerken]

Genen die middels genetische technologie zijn aangepast, kunnen in Amerika en Canada gepatenteerd worden. Gewassen die een gepatenteerd gen bevatten, kunnen daardoor niet zomaar verveelvuldigd worden. In de zaak tussen Monsanto vs Schmeiser oordeelde het Canadese hooggerechtshof dat er ook gesproken kan worden van patentschending als het gepattendeerde in een breder ongepattenteerde structuur wordt gebruikt, als dat de uitvinder ontneemt van zijn monopolie, welke volgens de wet hem toekomt.[9][10] Het Amerikaanse hooggesrechtshof oordeelde dat de ontdekking van genen die in de natuur voorkomen, niet voldoende is voor een patent.[11]

Monsanto vs Schmeiser[bewerken]

1rightarrow.png Zie Monsanto vs Schmeiser voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het biotechbedrijf Monsanto spande in 1998 een proces aan tegen Percy Schmeiser, een Canadese boer. De beschuldiging was dat de boer een door Monsanto genetisch gemodificeerd ras verbouwde zonder daarvoor licentiekosten te betalen. Het bleek dat het betreffende gen door bestuiving in de planten van de boer terecht was gekomen. Uiteindelijk besliste de Canadese Hoge Raad in het voordeel van Monsanto.

Voor- en nadelen[bewerken]

Dit is slechts een greep uit de voor- en nadelen die genoemd worden. De meeste stellingen zijn controversieel.

Potentiële voordelen[bewerken]

  • Erfelijke afwijkingen genezen door middel van gentherapie.
  • Efficiënter antibiotica, enzymproductie via fermentatie.
  • Resistenties tegen ziektes, leidend tot verminderd gebruik van pesticides en insecticides
  • Een effectiënter en effectiever gebruik van gewasbeschermingsmiddelen waardoor minder herbiciden gebruikt worden en de opbrengst per hectare stijgt. Volgens het National Center for Food and Agricultural Policy in Amerika gaven de ggo-gewassen koolzaad, maïs, katoen, papaja, squash en soja in 2003 een meeropbrengst van 2,3 miljard kg aan voedsel en vezels met een waarde van $1,9 miljard en werd het pesticidenverbruik verlaagd met 21 miljoen kg.
  • Onder droge omstandigheden of op zoute gronden kunnen nu ook gewassen geteeld worden.
  • Op arme gronden of onder koude omstandigheden wordt het mogelijk voldoende hoge opbrengsten te behalen onder andere met behulp van stikstofbindende bacteriën en kouderesistente zonnebloemen (nog in de ontwikkelingsfase).
  • Het voedsel gezonder maken (bijvoorbeeld de gouden rijst)
  • Medicijnen en vaccins door planten in plaats van dieren laten produceren (nog in de ontwikkelingsfase).
  • Efficiënter telen van gewassen, door versnelde en gerichtere rassenveredeling
  • Specifieke productie van bepaalde stoffen met hogere waarde, zoals ontwikkeld voor soja, koolzaad teelt ( wijzigen van de oliesamenstelling) en zetmeelaardappel (wijzigen van de zetmeelsamenstelling, amylopectine zetmeelaardappel).
  • Andere unieke specifieke modificaties, zoals planten die reageert op aanwezigheid van bepaalde springstoffen door middel van paarskleuring. Door deze uit te zaaien op plaatsen waar mijnvelden liggen kunnen de mijnen er zo worden uitgepikt.
  • In ontwikkelingslanden minder landbouwgrond ontginnen en dus minder bos platbranden door sneller stijgend rendement per hectare van de landbouw
  • Hypoallergenen voedingsgewassen maken, glutenvrije tarwe, noten zonder allergene eiwitten, zodat mensen met allergie deze voedingsmiddelen ook kunnen eten.

Potentiële nadelen[bewerken]

  • Onduidelijkheid over de effecten van soortvreemde genen.
  • Onduidelijkheid over de gevolgen van verspreiding naar de natuurlijke populatie. Er zijn aanwijzingen gevonden van dergelijk verspreiding.[12]
  • Onduidelijkheid over de gevolgen voor de biodiversiteit [bron?].
  • De aangetoonde overdraagbaarheid van allergenen naar andere voedingstoffen.[13] Het lijkt onwaarschijnlijk dat bedrijven voedsel op de markt brengen waarvan bekend is dat veel mensen daar allergies op reageren.[14][15] Wel kunnen testmethodes aangepast worden.[16]
  • Het ontstaan van 'superonkruiden': tegen herbiciden, pesticide resistente ggo-gewassen kunnen bij de buurman, of in het eigen veld met een ander gewas, moeilijker te bestrijden onkruiden, ziektes worden.[17][18]
  • Octrooisystemen moeten zodanig aangepast worden dat de voordelen die octrooihouders kunnen behalen uit het strategisch handelen met gewassen met gepatenteerde genen, in verhouding staan tot de voordelen uit innovatie voor de samenleving.[19]
  • Het verlenen van octrooirecht op genetische eigenschappen van planten staat op gespannen voet met de kwekersvrijstelling uit het kwekersrecht.[20]
  • Genetisch gemodificeerde gewassen maken het verbouwen van gewassen duurder door de verplicht af te dragen licentiekosten [bron?].
  • De keuzevrijheid van de consument wordt aangetast, doordat ggo-gewassen gewone gewassen kunnen verdringen.
  • Mensen met allergieën worden misschien verder beperkt in hun mogelijkheden, doordat groente en fruit allergenen van andere organismen kunnen gaan bevatten [bron?].
  • De mogelijkheid tot het maken van terminatorzaad, waardoor de landbouwer elk jaar nieuw zaad moet kopen.

Maatschappelijke acceptatie[bewerken]

In China, de Verenigde Staten en Brazilië is op grote schaal het gebruik van gmo-rassen geaccepteerd door de overheid. In andere landen, zoals Oostenrijk en Venezuela, totaal niet.

In 2002 werd wereldwijd bijna 60 miljoen, in 2003 bijna 70 miljoen en in 2005 90 miljoen ha geteeld met ggo-rassen. Soja had in 2001 63%, maïs 19%, katoen 13% en koolzaad 5% van dit areaal en in 2004 was dit respectievelijk 60%, 23%, 11% en 6%. In 2001 kwam de teelt voor 99% voor in de vier landen V.S. (68%), Argentinië (22%), Canada (6%) en China (3%). In 2004 was dit voor de V.S. (59%), Argentinië (20%), Canada (6%), Brazilië (6%) en China (5%).

In 2003 werd in de V.S. 73% van het katoen-, 32% van het maïs- en in het seizoen 2003/2004 13% van het soja-areaal met gmo-rassen geteeld. In 2003 werd 17% van het wereldareaal van katoen met ggo-rassen verbouwd. GGO-katoen werd in 2003 in de V.S., Australië, China, India, Indonesië, Mexico, Argentinië, Colombia en Zuid-Afrika verbouwd. In 2005 werden er in 21 landen ggo's geteeld, waaronder nu voor het eerst Portugal, Frankrijk en Tsjechië.

Sinds 2004 is het ook mogelijk om in de Europese Unie en dus ook in Nederland en België genetisch gemodificeerde rassen te verbouwen. Griekenland, Italië, Oostenrijk, Polen en Luxemburg weigeren echter nog steeds deze rassen toe te laten. De Europese Commissie staan niet toe dat lidstaten individueel specifieke gmo-gewassen verbieden maar de raad van ministers van de lidstaten blokkeren dit beleid [21].

In 2006 verbouwde 0,7% van de boeren wereldwijd GGO-gewassen. Daarvan is 99% beperkt tot de volgende 8 landen: VS 53,5%, Argentinië 17,6%, Brazilië 11,3% , Canada 6%, India 3,7%, China 3,4%, Paraguay 2% en Zuid-Afrika 1,4%.[22]

Verschillende maatschappelijke organisaties staan kritisch tegenover genetische modificatie in de voedselproductie. Hieronder vallen niet alleen milieuorganisaties zoals Greenpeace en Friends of the Earth, maar ook ontwikkelingsorganisaties zoals Oxfam/Novib, ICCO en GRAIN, consumentenorganisaties, boerenorganisaties en dierenbeschermers.[23] Hun bezwaren lopen uiteen, elk gezien vanuit de eigen kennis over de gevolgen.

De publieke opinie speelt een belangrijke rol in de discussie. Een van de genoemde redenen dat GGO-gewassen niet populair zijn is dat de eerste GMO-gewassen geen voordelen voor de consument hebben, in prijs of bestanddelen. In Nederland is begin 2007 een TNS NIPO-onderzoek gehouden over de acceptatie van genetische modificatie bij voedsel. Hieruit bleek dat 73% van de Nederlanders genetische modificatie van voedsel accepteert als het voedsel er gezonder van wordt en dat de acceptatie van gmo-planten hoger is dan die van gmo-dieren.[24] Eurobarometer-onderzoek laat zien dat Europeanen biotechnologie accepteren als het hun leven kan verbeteren, maar ze willen zeker geen GMO-voedsel.[25] De vraagstelling en geleverde informatie blijkt vaak cruciaal te zijn voor de uitkomsten. Dit gaat wel eens mis:[26]). Om de consument over te halen GMO-producten te consumeren wordt gewerkt aan GMO-gewassen met voordelen voor de consument, zoals calorie-arm ijs, allergie-vrije appelen en gewassen die extra mineralen en/of vitaminen bevatten.

Sommigen gaan over tot gewelddadige actie: Op 29 mei 2011 werd te Wetteren een experiment van de Universiteit Gent en het Vlaams Instituut voor Biotechnologie naar genetische modificatie van aardappelen ten einde een resistentie te verkrijgen tegen de aardappelziekte vernield door 250 activisten van de Field liberation movement.

Regelgeving[bewerken]

In 1990 keurde de Europese raad voor het eerst een verordening goed die de introductie van GGO’s in het milieu regelt. Het beslissingsproces was echter dermate ingewikkeld dat het de facto de lidstaten waren die het laatste woord hadden over het invoeren of produceren van genetische gemodificeerd zaad, gewassen en voedsel. Sinds 1998 schakelde de Eurozone over op een ‘zero-risk’-beleid op het gebied van genmodificatie met een volledig moratorium op genetisch gemodificeerde gewassen tot gevolg. Hier kwam in 2003 verandering in met de goedkeuring van de Europese richtlijn betreffende de handel en etikettering van GGO-ingrediënten gebruikt in levensmiddelen en dierenvoeding.

Deze richtlijn is van toepassing op elk voedingsmiddel dat ofwel meer dan 0,9% aan GGO’s bevat (art 12, 2) of waarvan de aanwezigheid van GGO-ingrediënten niet kan worden opgespoord. Gelijkaardige vereisten worden opgelegd aan GGO’s gebruikt in de productie van dierenvoeding. Ook werden er bepalingen opgenomen die de teelt van GGO’s regelen. Momenteel is er enkel teelt mogelijk voor experimentele, en niet voor commerciële doeleinden. Elk land kan verder individueel beslissen welke beperkingen het hieraan oplegt. Dit moet vermijden dat er kruisbestuivingen tussen klassieke en genetisch gemodificeerde gewassen plaatsvinden.

Voor het in de handel brengen van GGO’s zijn vergunningen nodig die men kan bekomen bij de European Food and Safety Authority, afgekort EFSA.[27]. Dit controleorgaan zal enkel een vergunning verlenen als er aangetoond wordt dat de levensmiddelen die GGO’s bevatten geen negatieve effecten hebben op de menselijke gezondheid, dierengezondheid of het milieu. Ook moeten voedingswaren bereid met GGO’s gelijkaardig zijn aan hun conventionele tegenhangers zodat, als bepaald in artikel 4, “de consument er geen nadeel van ondervindt”.

Deze strenge wetgeving contrasteert met eerdere etiketteringvoorschriften genomen door Europa. Er is een onmiskenbare tendens naar een striktere regelgeving. Bijgevolg is het aanbod op de Europese markt aan GGO-producten bijzonder schaars. Dit in tegenstelling tot de Verenigde Staten, waar we een omgekeerde evolutie zien. Een verklaring voor dit fenomeen vinden we in de terughoudendheid van de Europese publieke opinie ten opzichte van GGO’s.

Public Choice-theorieën leren ons dat consumentengroepen, ondanks hun grote achterban, het doorgaans moeilijker hebben hun voorkeuren te laten wegen op het beleid. Dit komt door enerzijds het free-ridergedrag dat zich typisch voordoet bij publieke goederen (in dit geval: volksgezondheid) en anderzijds de heterogeniteit van zulke groepen. Producenten daarentegen zijn beter georganiseerd. Hun stem zal dan ook luider klinken bij de beleidsmakers. De rollen liggen nu enigszins anders, gezien de Europese landbouwers nog niet moeten concurreren met GGO-producten en er een goed georganiseerd verzet bestaat tegen GGG’s onder leiding van bepaalde NGO’s. De publieke opinie werd gehoord en kreeg vorm in de procesgeoriënteerde aanpak van het probleem. Men ging uit van het voorzorgsprincipe: beter voorkomen dan genezen. De VS hanteerde daarentegen een productgeoriënteerde aanpak, ervan uitgaand dat GGO-voedingsmiddelen in beginsel veilig zijn tot anders is bewezen.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Referenties[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. D. F. Malherbe, M. du Toit, R. R. Cordero Otero, P. van Rensburg, I. S. Pretorius. Expression of the Aspergillus niger glucose oxidase gene in Saccharomyces cerevisiae and its potential applications in wine production. Applied Microbiology and Biotechnology 61, Numbers 5-6 / June, 2003 pp 502-511 samenvatting
  2. De Boer H.A. et al, Generation of transgenic dairy cattle using 'in vitro' embryo production. Biotechnology (9): 844-7 (1991)
  3. Paine et al. 2005. Improving the nutritional value of Golden Rice through increased pro-vitamin A content. Nature Biotechnology doi:10.1038/nbt1082
  4. J van Aken, Genetically engineered fish; swimming against the tide of reason. Greenpeace, 2000 artikel
  5. William M Muir, Richard D Howard. Assessment of possible ecological risks and hazards of transgenic fish with implications for other sexually reproducing organisms Transgenic Research 11: 101–114, 2002.(Review)artikel
  6. Is genetically altered fish OK? FDA to decide, Reuters via Yahoo News, 31 augustus 2010
  7. James AA, ''et al, Controlling malaria transmission with genetically-engineered, Plasmodium-resistant mosquitoes: milestones in a model system. Parassitologia. 1999 Sep;41(1-3):461-71.
  8. Richt JA, et al., Production of cattle lacking prion protein. Nat Biotechnol. 2007 Jan;25(1):132-8.
  9. Monsanto Canada Inc. v. Schmeiser, Supreme Court of Canada, Judgement of 21 May 2004 SCC 34 at $43
  10. http://www.ielrc.org/content/a0503.pdf Monsanto v Schmeiser: A Landmark Decision concerning Farmer Liability and Transgenic Contamination], Journal of Environmental Law (2005) Vol 17 No 1, 83-108 section 72, p88.
  11. Supreme Court says genes can't be patented; patient advocates and researchers cheer, NBCNEWS.com, 13 juni 2013.
  12. USDA Investigating detection of genetically engineered (GE) Glyphosate-resistant wheat in Oregon, Animal and Plant Health Inspection Service, United States Department of Agriculture. 29 mei 2013
  13. Identification of a Brazil-Nut Allergen in Transgenic Soybeans, Julie A. Nordlee, M.S., Steve L. Taylor, Ph.D., Jeffrey A. Townsend, et al. The New England Journal of Medicine 1996; 334:688-692. March 14, 1996.
  14. Risks of allergic reactions to biotech proteins in foods: perception and reality, S. B. Lehrer, G. A. Bannon. Allergy, Volume 60, Issue 5, pages 559–564, May 2005.Samenvatting
  15. Genetic Roulette - The documented health risks of genetically engineerd foods, section 3.1 - GM soybeans are no more allergenic than conventional soybeans. AcademicsReview.org. Bekeken op 14 juni 2013
  16. Genetic Engineering and the Allergy Issue, Bob B. Buchanan. Plant Physiology May 2001 vol. 126 no. 1 5-7
  17. Monsanto Corn Plant Losing Bug Resistance, Wall Street Journal, August 21 2011 [1]
  18. US Farmers Cope With Roundup-Resistant Weeds, The New York Times, may 3 2010 [2]
  19. Veredelde Zaken - De toekomst van de plantenveredeling in het licht van de ontwikkelinkgen in het octrooirecht en het kwekersrecht, Niels Louwaars, Hands Dons, Geertrui van Overwalle, et al. Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (Wageningen UR), rapport 14, pagina 48
  20. Veredelde Zaken - De toekomst van de plantenveredeling in het licht van de ontwikkelinkgen in het octrooirecht en het kwekersrecht, Niels Louwaars, Hands Dons, Geertrui van Overwalle, et al. Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (Wageningen UR), rapport 14, pagina 61
  21. Gentech.nl - Lidstaten EU handhaven Hongaarse ban gentechmais
  22. Global GM Crops Area Exaggerated
  23. Gentech.nl - Wie zijn wij?
  24. Enquête: gezond genvoedsel in trek
  25. Eurobarometer: Europeans and Biotechnology
  26. Gm-Freeireland
  27. European Food and Safety Authority