Gens Fabia

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De gens Fabia was één van de oudste patricische gentes te Rome, die haar afkomst terugvoerde tot Hercules en de Arcadische Euander.[1] De naam zou oorspronkelijk Fodii of Fovii zijn geweest, wat zou afgeleid zijn van het feit dat de eerste van die naam de methode om wolven te vangen met behulp van greppels (foveac) zou hebben uitgevonden. Maar volgens Plinius maior[2] was de naam afgeleid van faba, een boon, een groente die door de Fabii als eerste gecultiveerd zou zijn. De vraag of de Fabii een Latijnse of Sabijnse gens was, is een felbediscusieerd punt. Niebuhr en, na hem, Göttling[3] beschouwen ze als Sabijnen. Maar de aangevoerde reden lijkt niet voldoende. Bovendien is er een legende in dewelke hun naam voorkomt, die verwijst naar een tijd toen de Sabijnen nog niet opgenomen waren in het Imperium Romanum. Deze legende, zoveel moet worden gezegd, is slecht verhaald door de pseudo-Aurelius Victor,[4] maar er wordt tevens op gealludeerd door Plutarchus[5] en Valerius Maximus.[6]

Toen Romulus en Remus, zo wordt gezegd, na de dood van Amulius, offers brachten aan de Lupercal, en nadien een festival vierden, dat de oorsprong vormden van de Lupercalia, verdeelden onze twee helden hun groep van herders in twee. Beiden gaven aan hun volgelingen een speciale naam: Romulus noemde de zijne de Quinctilii en Remus de zijne de Fabii.[7] Deze traditie lijkt te suggereren dat de Fabii en Quinctilii in de vroegste tijden het toezicht hadden over de sacra bij de Lupercalia, en dus behielden de twee collaga's van de Luperci deze namen zelfs in veel latere periodes, hoewel het privilege opgehouden was toegewezen te zijn aan deze twee gentes.[8] Het was door de gens Fabia waaraan een van de Romeinse stammen haar naam dankt, zoals de Claudia, in later tijden, genoemd waren naar de gens Claudia.

De Fabii spelen niet zo belangrijke rol in de geschiedenis tot na de stichten van de res publica. Van drie broers die behouden tot de gens wordt gezegd dat ze met zeven opeenvolgende consulaten - van 485 tot 479 v.Chr. - zouden zijn bekleed. Het huis behaalden haar grootste luister met de patriottische moed en tragische lot van de 306 Fabii in de slag bij Cremera, 477 v.Chr. De enige overlevende Fabius was Kaeso Fabius Vibulanus. Maar de Fabii onderscheidden zich niet alleen op militair gebied. Verschillende leden van de gens speelden een belangrijke rol in de geschiedenis van de Romeinse literatuur en kunsten. De naam komt voor tot de tweede eeuw n. Chr.

Cognomina in de gens Fabia[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Ovidius, Fasti II 237, Epistulae ex Ponto III 3.99; Juvenalis, Saturae VIII 14; Plutarchus, Fabius Maximus 1; Paulus Diaconus, Epitoma Festi s. v. Favii (ed. Müller).
  2. Historia Naturalis XVIII 3.
  3. K.W. Göttling, Geschichte der Römische Staatsverfassung, Halle, 1840, pp. 109, 194.
  4. De origo gentis Romanae 22.
  5. Romulus 22.
  6. Facta et dicta memorabilia II 2 § 9.
  7. Vgl. Ovidius, Fasti II 361 - etc., 375 - etc.
  8. Cicero, Philippicae II 34, XIII 15, Pro Caelio 26; Propertius, Elegiae IV 26; Plutarchus, Caesar 61.

Referentie[bewerken]