Gentse tram

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Gentse PCC-car op de Korenmarkt.
Twee Gentse HermeLijnen op lijn 1 kruisen elkaar op de Korenmarkt in het centrum van Gent
Gentse tramlijnen
    1 Flanders Expo - Evergem (Brielken)
    4 Sint Pietersstation - Moscou
    21 Zwijnaardebrug - Melle Leeuw
    22 Zwijnaardebrug - Gentbrugge DC
Lijnenschema van de Gentse tram
PCC met aanduiding 100 jaar Gentse tram
HermeLijn 6318 op lijn 22 op de Zwijnaardsesteenweg.

De Gentse tram wordt sinds 1991 geëxploiteerd door de Vlaamse Vervoermaatschappij "De Lijn", entiteit "Oost-Vlaanderen". Tot 1991 werd de Gentse tram geëxploiteerd door de Maatschappij voor Intercommunaal Vervoer te Gent (MIVG). De MIVG is samen met het Vlaamse deel van de NMVB en de Antwerpse MIVA gefuseerd tot de Vlaamse Vervoermaatschappij "De Lijn".

Het tramnet omvat 3 lijnen (lijn 1, 21/22 en 4) naar de deelgemeenten en aanpalende gemeenten van de stad. De lijnen 1 en 4 kennen verschillende korttrajectdiensten die alleen rijden tijdens drukke perioden (werkdagen en/of piekuren). De totale lengte van het net bedraagt thans ongeveer 30 km. De spoorwijdte bedraagt 1000 mm, de bovenleidingspanning 600 volt gelijkstroom en het tramnet is alleen geschikt voor tweerichtingstrams. Voor de komst van de PCC-cars in de jaren zeventig namen Gentse trams hun stroom af met een lyrabeugel. Nadien werd de pantograaf ingevoerd.

Inhoud

[bewerken] Geschiedenis

De eerste paardentram verscheen in 1875 in de Gentse straten. Er waren 43 rijtuigen, waarvan 14 open en 29 gesloten. Het bedrijf had rond honderd paarden in dienst. De uitbater van paardentramnet was Les Tramways de ville de Gand, die tot 1897 bleef bestaan.

Per 13 augustus 1897 werden de concessies voor het stadstramnet overhandigd aan twee maatschappijen: Société Anonyme des Railways Economiques de Liège-Seraing et Extensions, kortweg RELSE en Compagnie Générale des Railways à voie étroite.

Op 4 januari 1898 richtten beide bedrijven de groep SA des Tramways Electriques de Gand op om de paardentram te vervangen door de accutram, die weliswaar elektrisch aangedreven wordt, maar geen bovenleiding nodig heeft.

De accutrams hadden een vermogen van 25 pk en reden op zeven ex-paardentramlijnen. Ieder rijtuig had 45 plaatsen. De maximumsnelheid bedroeg 12 km/h, niet omdat er technisch geen hogere snelheid mogelijk was, maar omdat de concessievoorwaarden die niet toestonden. Voor het opladen van accu's werd een speciale elektriciteitscentrale met een vermogen van 600 kW gebouwd.

De accutrams vertoonden veel gebreken, waardoor in 1903 werd besloten bovenleidingen te gaan gebruiken. In 1904 liet de TEG (Tramways Electriques de Gand) de eerste elektrische trams met bovenleiding rijden.

In 1961 werd de TEG opgevolgd door de MIVG (Maatschappij voor Intercommunaal vervoer te Gent). Aan het begin van de jaren zestig had de Gentse tram de lijnen 1 t/m 10 en 20. Een decennium later waren daar nog de lijnen 1, 2, 4 en 10 van over, de overige waren door busdiensten vervangen. Lijn 3 werd trolleybus. Lijn 2 werd opgesplitst in 21/22, terwijl lijn 10 opging in de lijnen 1 en 4, zodat er nu officieel nog vier lijnen over zijn, maar in feite slechts drie, omdat de lijnen 21 en 22 alleen door de eindtrajecten van elkaar verschillen.

Sinds 1991 is de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn de exploitant van het stadsvervoer in Gent. Op 12 september 2004 werd het eeuwfeest van de Gentse tram gevierd.

In 1993 is lijn 21 verlengd naar Melle Leeuw en in 1999 zijn de lijnen 21/22 verlengd van het Sint Pietersstation naar Zwijnaardebrug. Lijn 1 werd verlengd naar Evergem. In 2004 werden de lijnnummers van de 1-as en de 4-as vereenvoudigd. Sinds april 2005 is de lijn verlengd tot Flanders Expo.

[bewerken] Toekomstplannen

In Het Laatste Nieuws van 2 oktober 2008 werd aangekondigd dat buslijn 7 (Sint-Denijs-Westrem - Sint-Pietersstation - Dampoortstation zal worden vervangen door een tramlijn, te beginnen met het traject tussen beide stations, waarschijnlijk via de Kasteellaan. Uiteindelijk zou de lijn moeten doorrijden naar Lochristi. De routes zijn nog niet exact vastgelegd en de uitvoering van de plannen is pas gepland voor 2013-15. Voor een deel betreft het een terugkeer op oude tracés: tramlijn 7 reed ooit van het Sint-Pietersstation via de Dampoort naar Sint-Amandsberg en Darsen, terwijl de route Gent - Sint Amandsberg - Lochristi werd bediend door trams van de NMVB.

Het is de bedoeling dat op termijn ook lijn 3 (Gentbrugge Meersemdries - Mariakerke Post), die van 1989 tot 2009 met trolleybussen werd geëxploiteerd, zal terugkeren als tram. Ook wordt gedacht aan een afsplitsing van de tramlijnen 21 en 22 via de campus van het UZ Gent.

[bewerken] Materieel

Het Gentse tramnet wordt bereden door 54 PCC-trams (6200-serie) uit 1971-74, gebouwd bij La Brugeoise et Nivelles (BN) in Brugge, die momenteel gerenoveerd worden, en 14 lagevloertrams van het type HermeLijn (6300-serie). De Hermelijnen worden zoveel mogelijk ingezet op lijn 1, al rijden ze tegenwoordig ook op lijn 21/22 en tijdens drukke perioden zelfs op lijn 4.

De Gentse tram is het enige van de drie Vlaamse tramnetten (Antwerpen, Gent en Kust) dat alleen een keerlus heeft aan de eindhalte Flanders Expo, en voor de rest alleen eindpunten met kopsporen heeft. Om deze reden worden er uitsluitend tweerichtingtrams ingezet.

[bewerken] Zie ook

Gent HermeLijn tram.ogg
Gentse HermeLijn
Gent PCC tram.ogg
Gentse PCC

[bewerken] Externe links

Portaal:Portalenoverzicht Portaal Openbaar vervoer

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  • De Gentse stadstram in beeld. Tekst door André ver Elst. Europese Bibliotheek – Zaltbommel/Nederland MCMLXXXI ISBN 9028814973
  • Subways.net [1]
 
Persoonlijke instellingen
Boek maken