Gentse tram

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tram van Gent
Lagevloertram van het type 'HermeLijn' (HermeLijn 6318) op lijn 22 op de Zwijnaardsesteenweg
Lagevloertram van het type 'HermeLijn' (HermeLijn 6318) op lijn 22 op de Zwijnaardsesteenweg
Basisgegevens
Locatie Gent, België
Vervoerssysteem Tram
Startdatum 1874
Aantal lijnen 3
Spoorwijdte 1.000 mm
Uitvoerder(s) De Lijn
Netwerkkaart
Netwerkkaart van de Tram van Gent
Portaal  Portaalicoon   Openbaar vervoer
Gentse tramlijnen
1
 Evergem Brielken - Gent Flanders Expo
4
 Gentbrugge Moscou - Gent Sint-Pieters
21/22
 Melle Leeuw/Gentbrugge DC - Gent Zwijnaardebrug

De Gentse stadstram wordt sinds 1991 geëxploiteerd door de Vlaamse Vervoermaatschappij "De Lijn", entiteit "Oost-Vlaanderen". Voordien werd de Gentse tram geëxploiteerd door de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Gent (MIVG). De MIVG is samen met het Vlaamse deel van de NMVB en de Antwerpse MIVA gefuseerd tot de Vlaamse Vervoermaatschappij "De Lijn".

Het tramnet omvat 3 lijnen (lijn 1, 21/22 en 4) naar de deelgemeenten en aanpalende gemeenten van de stad. De lijnen 1 en 4 kennen verschillende korttrajectdiensten die alleen rijden tijdens drukke perioden (werkdagen en/of piekuren). De totale lengte van het net bedraagt ongeveer 30 km.

De spoorwijdte bedraagt 1000 mm, de bovenleidingspanning 600 volt gelijkstroom en het tramnet is alleen geschikt voor tweerichtingstrams. Voor de komst van de PCC-cars in de jaren zeventig namen Gentse trams hun stroom af met een lyrabeugel. Nadien werd de pantograaf ingevoerd.

Geschiedenis stadstram[bewerken]

De eerste paardentram verscheen in 1874 in de Gentse straten. De eerste tram reed tussen de Korenmarkt en de Zuidstatie. Er waren 43 rijtuigen, waarvan 14 open en 29 gesloten. Het bedrijf had rond honderd paarden in dienst. De uitbater van het paardentramnet was Les Tramways de ville de Gand, die tot 1897 bleef bestaan. Naast het stadsnet kwam het eveneens metersporige regionale buurtspoornet van de buurtspoorwegen tot ontwikkeling. De eerste buurtspoorweglijn tussen het Rabot en Zomergem met stoomtractie werd op 23 november 1886 geopend.[1] (Zie het hoofdstuk Buurtspoorweg.)

Per 13 augustus 1897 werden de concessies voor het stadstramnet overgedragen aan twee maatschappijen: Société Anonyme des Railways Economiques de Liège-Seraing et Extensions, kortweg RELSE en Compagnie Générale des Railways à voie étroite. Beide maatschappijen maakten deel uit van de baron Empain holding.[2]

Op 4 januari 1898 richtten beide bedrijven de groep SA des Tramways Electriques de Gand (TEG) op om de paardentram te vervangen door de accutram, die weliswaar elektrisch aangedreven wordt, maar geen bovenleiding nodig heeft. De maatschappij was ook bekend onder de Nederlandse naam, Elektrische Tramwegen van Gent (ETG).

De accutrams hadden een vermogen van 25 pk en reden op zeven ex-paardentramlijnen. Ieder rijtuig had 45 plaatsen. De maximumsnelheid bedroeg 12 km/h, niet omdat er technisch geen hogere snelheid mogelijk was, maar omdat de concessievoorwaarden die niet toestonden. Voor het opladen van accu's werd een speciale elektriciteitscentrale met een vermogen van 600 kW gebouwd.

De accutrams vertoonden veel gebreken, zodat in 1903 werd besloten bovenleidingen te gaan gebruiken. Vanaf 1904 reden alle ETG-trams onder de rijdraad met een trolleystang.

Lijnennet 1906[bewerken]

Vanaf 22 januari 1906 kreeg elke lijn een nummer op een bord in een bepaalde kleur. Op het bord stond de bestemming in beide landstalen weergegeven (ten tijde van de paardetram waren de borden vaak alleen nog in het Frans). Er bestonden toen 6 lijnen:

Lijnnummer Kleur bord Traject
1 blauw Gasmeterlaan – Arsenaal
2 wit Sassepoort – Stelplaats
2 wit Muide – Meulestede
3 geel Brugsepoort – Dampoort
4 rood Sint-Jacobs - Sint-Pietersstation – Korenmarkt
5 groen Sint-Amandsberg – Zuidstation

Aanpassingen lijnennet 1906-1932[bewerken]

  • Vanaf zondag 21 oktober 1906 reden na het eindigen van schouwburgvoorstellingen extra trams naar Ledeberg, het Zuidstation, het Sint-Pietersstation, de Heuvelpoort, het Rabot, de Heuvelpoort, de Antwerpsepoort en de Korenmarkt. Wanneer dit werd afgeschaft is onbekend.
  • Op 9 november 1907 reed tram 3 voor het eerst van Korenmarkt langs de Cataloniëstraat en de Botermarkt naar Sint-Jacobs. Voorheen gebeurde dat via de Lange Munt en de Vrijdagsmarkt.
  • Op 14 december 1910 reed tram 3 voor de eerste keer tot aan de Rooigemlaan (verlengd vanaf de Sint-Jan Baptistkerk).
  • Vanaf 20 februari 1913 reed de lijn Muide – Meulestede met het nummer 6 en vanaf 13 maart van hetzelfde jaar reed tram 7 het traject Stapelplaats – De Sterre. Tram 5 reed vanaf toen het traject Antwerpsesteenweg – Zuid – Zwijnaardsesteenweg (ter hoogte van de Elfjulistraat).
  • Vanaf 10 januari 1914 reed lijn 2 van de Zonnestraat naar het Arsenaal en lijn 4 van De Sterre naar de Muide via het Sint-Pietersstation en de Korenmarkt.
  • In een Duitse Reise-Führer stonden in 1916 de volgende lijnen vermeld:
Lijn Traject
1 Arsenaal – Sint-Lievensbrug – Gent-Zuid – Korenmarkt – Rabot
2 Arsenaal – Van Arteveldeplaats – Gent-Zuid – Kouter – Zonnestraat
3 Brugsepoort – Korenmarkt – Sint-Jacobs – Dampoort
4 Sassepoort – Korenmarkt – Gent-Sint-Pieters – De Sterre (het paardendepot)
5 Antwerpsesteenweg – Dampoort – Gent-Zuid – Heuvelpoort – Zwijnaardsesteenweg
6 Sassepoort – Meulestede
7 Stapelplaats – Sint-Jacobs – Gent-Zuid – Heuvelpoort – Gent-Sint-Pieters
10 Arsenaal – Melle
- Gent-Zuid – Ledeberg – Merelbeke
  • In de herfst van 1919 werd op alle lijnen de trolley vervangen door de sleepbeugel, een betere manier van stroomafname.
  • Op 28 november 1920 werd lijn 2 verlengd tot aan de Coupure.
  • Lijn 8 ontstond in April 1922 op het traject Sint-Pietersstation – De Sterre.
  • Op 16 juli 1922 werden de noordelijke takken van de lijnen 5 en 7 verwisseld ter hoogte van het Zuid-Station: lijn 5 reed toen van de Stapelplaats naar de Zwijnaardsesteenweg en lijn 7 van het Sint-Pieterstation naar Sint-Amandsberg.
  • Vanaf 14 april 1923 reed tram 3 tot het Zandeken (Claeysplein) in Mariakerke.
  • Op 9 december 1923 werd lijn 8 verlengd tot vlak voor de Coupure op het einde van de Bernard Spaelaan.
  • Vanaf 14 september 1924 reed tram 3 tot Gentbruggebrug in Sint-Amandsberg via het Heirnisplein.
  • Op 21 december 1925 was de nieuwe Rozemarijnbrug klaar voor de tram. Lijn 8 werd afgeschaft en tram 2 reed nu het traject Sterre – Sint-Pieterstation - Arsenaal.
  • Vanaf 10 juli 1926 reed tram 1 tot het Van Beverenplein (verlengd vanaf de Gasmeterlaan).
  • Op 12 augustus 1928 werd lijn 8 Sterre – Sint-Pietersstation herboren, lijn 2 werd beperkt tot het station.
  • Vanaf 10 april 1929 reed tram 5 langs de Priesterstraat (nu Doornzelestraat) en het Heilig Kerst naar de Muide.
  • Lijn 9 ontstond door de sluiting van het Zuidstation op 7 oktober 1928 op het traject Sint-Pietersstation – Hoveniersstraat. Vanaf 16 januari 1929 reed de tram door naar het Arsenaal.
  • Vanaf 16 april 1930 reed tram 9 naar het Rabot via de Coupure Rechts en de Begijnhoflaan.
  • Vanaf 26 juli 1931 reed tram 5 verder tot het Rerum-Novarumplein, als eindhalte werd Zwijnaarde vermeld.
  • Vanaf 5 september 1931 reed tram 1 tot Moscou.
  • Vanaf 1932 reed tram 7 tot onder het spoorwegviaduct aan de Motorstraat. De eindhalte heette Darsen.
  • Van 3 januari 1932 tot 15 november 1933 en vanaf oktober 1940 werd het traject Sint-Pietersstation – Muide aangeduid met het nummer 10.

Afschaffing tramlijnen[bewerken]

Lijn Afgeschaft Vervangen door bus ?
1 ----- -----
2 3 december 1972 gesplitst in 21/22 -----
3 30 november 1969 Ja door bus 30/31 en tussen 1989 en 2009 als trolleybus 3
4 ----- -----
5 mei 1965 Ja en verlengd
6 31 december 1962 Ja en verlengd
7 1 juli 1964 Ondertussen ook al afgeschaft
8 19 augustus 1962 Op een ander traject tussen 5 April en 1 juli 2010
9 13 september 1963 Ja en verlengd
10 Vanaf 29 september 1986 verknoopt met lijn 4 -----
20 31 december 1973 Gedeeltelijk heropend met de verlenging van lijn 21

Sinds 1961[bewerken]

Op 29 maart 1961 werd de ETG opgevolgd door de MIVG (Maatschappij voor Intercommunaal vervoer te Gent). Sinds 1991 is de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn de exploitant van het stadsvervoer in Gent. Op 12 september 2004 werd het eeuwfeest van de Gentse elektrische tram gevierd.

Aan het begin van de jaren zestig had de Gentse tram de lijnen 1 t/m 10 en 20. Een decennium later waren daar nog de lijnen 1, 2, 4 en 10 van over, de overige waren door busdiensten vervangen. Lijn 3 werd een trolleybus. Lijn 2 werd opgesplitst in 21/22, lijn 10 werd een deel van lijn 4, zodat er nu officieel nog vier lijnen over zijn, maar in feite slechts drie, omdat de lijnen 21 en 22 alleen door de eindtrajecten van elkaar verschillen.

  • Op 14 maart 1962 beschikte de MIVG over 110 tramvoertuigen en 21 autobussen.
  • In 1971 kwamen nieuwe PCC-tramvoertuigen in gebruik, nieuwe tramvoertuigen waren niet meer aangekocht sinds 1913. De nieuwe voertuigen kwamen in gebruik op 1 mei 1971 op lijn 4, op 2 november 1971 op lijn 1, op 4 december 1972 op lijn 2 en tenslotte op 8 februari 1974 op lijn 10.
  • Vanaf 31 Augustus 1982 reed tram 1 tot de Botestraat, vanaf 30 oktober 1982 tot de Liefkensbrug en vanaf 25 Februari 1984 tot de Industrieweg in Wondelgem.
  • Op 2 juli 1984 werden de trajecten van lijn 1 en lijn 4 gedeeltelijk gewisseld ter hoogte van de Korenmarkt. Lijn 1 werd Wondelgem-Industrieweg – Sint-Pieters-Station en lijn 4 Muide – Moscou.
  • Op 29 september 1986 werden lijn 10 (Sint-Pieterstation – Muide) en lijn 4 verknoopt tot lijn 40 (Sint-Pieterstation – Muide – Moscou).
  • Op 1 september 1993 werd lijn 21 verlengd tot Melle Leeuw en in 1999 zijn de lijnen 21/22 verlengd van het Sint Pietersstation naar Zwijnaardebrug. In 2004 werden de lijnnummers van de 1-as en de 4-as vereenvoudigd. Oorspronkelijk reed de buitenlijn 20 op dit traject en verder.
  • Op 14 maart 2000 verschenen de eerste nieuwe Hermelijntrams voor de reizigers, voordien was hij al enkele maanden te zien bij testritten. De Hermelijn is een vijfdubbelgelede lagevloertram, hetgeen het opstappen met kinderwagens en rolstoelen vereenvoudigd. Ze hebben ook een veel grotere capaciteit.
  • Op 1 september 2004 werd lijn 1 verlengd van het St-Pietersstation tot aan het bedrijvencentrum Maaltecenter en Op 15 april 2005 tot aan Flanders Expo.

Geschiedenis buurtspoorwegen[bewerken]

Buurtspoorwegnet in 1946.

Oorspronkelijk vertrokken de buurtspoorlijnen aan de rand van de stad, zijnde het Rabot, Heirnis, Sterre en Zuid. Twee lijnen zijn verpacht aan de Gentse stadstram maatschappij (ETG) en de meeste anderen aan de TUV (SA des Tramways Urbains et Vicinaux). Hieronder de openingdatums van de lijnen:

Rabot (Westen)[bewerken]

Drie lijnen:

Lijn : Gent – Zomergem – Ursel

  • 23-11-1886: Rabot – Lovendegem – Zomergem (Motje)
  • 31-07-1887: Zomergem (Motje) – Zomergem (dorp)
  • 02-10-1898: Zomergem (dorp) – Ursel
  • In 1898: Gent Brugsepoort – Gent Rabot

Vanaf het begin uitgebaat door SA des Railways Economiques de Liège - Seraing et Extensions, vanaf 1898 door de ETG (Electrische Tramwegen van Gent) en vanaf 1931 door de NMVB, voor het niet-elektrisch gedeelte voorbij Zomergem. De uitbating van de elektrische lijn S, is door de NMVB in 1955 teruggenomen.

Lijn : Gent - Evergem - Bassevelde

  • 06-07-1910: Evergem – Bassevelde
  • 01-10-1910: Gent Begijnhofbrug – Evergem
  • 08-12-1910: Gent Rabot – Gent Begijnhofbrug

Vanaf het begin uitgebaat door S A Intercommunale du Vicinal Gent - Bassevelde SA vanaf 1919 door des Tramways Urbains et Vicinaux, vanaf 1919 door de NMVB.

Lijn : Gent - Drongen - Nevele - Ruiselede

  • 06-06-1909: Rabot – Drongen
  • 15-10-1909: Drongen – Drongen (Baarle)
  • 20-11-1910: Drongen (Baarle) – Sint-Martens-Leerne
  • 26-12-1910: Sint-Martens-Leerne – Vosselare
  • 28-01-1911: Vosselare – Nevele
  • 29-02-1912: Nevele – Ruiselede

Vanaf het begin uitgebaat door SA des Tramways Urbains et Vicinaux, vanaf 1919 door de NMVB.

Heirnis (Oosten)[bewerken]

Dit eindpunt was dicht bij het Dampoort. Drie lijnen:

Lijn : Gent – Zaffelare

  • 06-05-1888: Heirnis – Heirnisplein – Schoolstraat – Sint-Amandsberg – Oostakker – Zaffelare

Vanaf het begin uitgebaat door SA des Tramways Urbains et Vicinaux, vanaf 1919 door de NMVB.

Lijn : Gent - Wetteren - Hamme

  • 17-04-1891: Sint-Amandsberg (Heirnis) – Destelbergen – Heusden – Laarne – Wetteren Liefkenshoek – Kalken – Overmere – Zele – Hamme
  • 01-05-1902: Wetteren Liefkenshoek – Wetteren Station

Vanaf 1893 uitgebaat door SA des Vicinaux en Flandres, vanaf 1911 door SA des Tramways Urbains et Vicinaux, vanaf 1919 door de NMVB.

Lijn : Gent - Lochristi

  • 20-08-1903: Gent-Dampoort – Lochristi

Vanaf het begin uitgebaat door SA des Vicinaux en Flandres, vanaf 1904 door SA des Tramways Urbains et Vicinaux, vanaf 1919 door de NMVB.

Zuiden[bewerken]

Twee lijnen in het Zuiden:

Lijn : Gent – Merelbeke

  • 16-01-1898 Ledeberg (Sint-Lievensbrug) – Merelbeke (kerk).
  • 01-07-1899: Gent (Zuid-station) – Ledeberg (Sint-Lievensbrug) – Merelbeke (kerk).

Deze lijn werd op 1 december 1901 als eerste tramlijn in Gent, bij wijze van experiment, geëlektrificeerd. Vanaf het begin uitgebaat door SA des Railways Economiques de Liège - Seraing et Extensions, vanaf 1899 door de ETG (Electrische Tramwegen van Gent) en vanaf 1954 door de NMVB

Lijn : Gent - Geraardsbergen

  • 23-06-1907 Merelbeke – Sint-Lievens-Houtem – Herzele
  • 01-05-1912 Herzele – Geraardsbergen
  • 11-10-1913 Gent Sterre – Zwijnaarde – Merelbeke
  • 01-04-1925 Gent Sint-Pieters – Gent Sterre

Vanaf het begin uitgebaat door SA des Chemins de Fer Provinciaux, vanaf 1918 door de NMVB.

Elektrificatie en doortrekking van lijnen[bewerken]

Alle buurtwegspoorlijnen rond Gent, behalve de lijn naar Geraardsbergen en de al eerder geëlektrificeerde lijn naar Merelbeke, werden in de begin jaren 1930 geëlektrificeerd. Tevens werden de lijnen doorgetrokken van de eindpunten naar het station Gent-Sint-Pieters. Hierdoor ontstond het volgend elektrisch tramnet:

  • N: Gent SP – Bijlokenhof – Rooigemlaan – Drongen Baarle – Nevele
  • S: Gent SP – Bijlokenhof – Rabot – Lovendegem – Zomergem kerk
  • E: Gent SP – Bijlokenhof – Rabot – Wondelgem – Evergem dorp
  • O: Gent SP – Sint-Lievenspoort – Dampoort – Sint-Amandsberg – Oostakker Lourdes – Oostakker dorp
  • L: Gent SP – Sint-Lievenspoort – Dampoort – Sint-Amandsberg – Lochristi
  • W: Gent SP – Sint-Lievenspoort – Dampoort – Destelbergen – Heusden – Wetteren
  • M: Zuid – Sint-Lievenspoort – Ledeberg – Merelbeke kerk (reed al sinds 1901)

Er waren nog diverse korttraject diensten en stoomtrams (later motortrams) die verder reden op niet geëlektrificeerde lijnen. Meestal moesten de reizigers bij het elektrisch eindpunt overstappen, maar in de spits waren er wel rechtstreekse diensten vanuit de oude eindpunten in Gent. In de stad reden de buurtspoorwegtrams grotendeels op de stadstramlijnsporen. Voor de goederentrams en diensttrams is er een elektrische verbinding aangelegd tussen het Rabot en Dampoort langs Muide.

Stelplaatsen[bewerken]

Het netwerk heeft een bijzondere stelplaats - Gentbrugge, bij de halte Gentbrugge Stelplaats. Vanwege de ontwikkeling van het netwerk werd deze te klein en worden de trams geparkeerd op sporen onder de autosnelweg E17.

Er waren meerdere stelplaatsen in gebruik:

  • Heirnis (de enige in de stad zelf)
  • Mariakerke (gebruikt voor de lijnen in het Westen)
  • Merelbeke (eindpunt lijn M)
  • Nevele (eindpunt lijn N)
  • Lochristi (eindpunt lijn L)

Opheffing[bewerken]

De eerste buurtspoorlijn die in de stad Gent werd opgeheven was in 1954 de niet-elektrische lijn naar Geraardsbergen. Daarna kwamen de elektrische lijnen aan de beurt: (reizigersvervoer)

  • 30-04-1955: lijn M (Merelbeke)
  • 28-09-1957: lijnen O (Oostakker), L (Lochristi)
  • 27-09-1958: lijn W (Wetteren)
  • 29-12-1958: Goederen/dienstlijn Rabot – Muide – Dampoort, goederenaansluiting Dampoort – Slachthuis
  • 30-05-1959: lijnen Z (Zomergem), E (Evergem), N (Nevele)

Werken 2011-2018[bewerken]

Lijnenschema van de Gentse tram vanaf september 2011.

Heraanleg PAG-as[bewerken]

De werken op de as Papegaaistraat – Annonciadenstraat – Gebroeders Vandeveldstraat, of kortweg de PAG-as, vingen aan in september 2011. Volgens de huidige planning zullen ze drie jaar duren, tot de zomer van 2014. Tram 21/22, die langsheen het traject rijdt, wordt gedurende de werken onderbroken. Het traject richting station/Zwijnaarde wordt beperkt tot aan de Kouter. Sinds 5 september 2011 rijdt er een extra tram 24 en rijdt tram 4 vanaf het station door naar Zwijnaardebrug. Tijdens de werken aan de Rozemarijnbrug, tussen februari en oktober 2012, werd het traject van tram 4 in twee geknipt en reed tram 24 tijdelijk tot aan het Rabot.

Lijn Traject
 1  Flanders Expo – Sint-Pietersstation – Kouter - Korenmarkt – Gravensteen - Rabot – Wondelgem – Evergem
 21  Kouter – Zuid – Melle Leeuw
 22  Kouter – Zuid – DC Gentbrugge
 24  Sint-Pietersstation – Rabot – Gravensteen - Korenmarkt – Zuid – Melle Leeuw
 4  Zwijnaardebrug – Sint-Pietersstation – Rabot – Muide – Gravensteen - Korenmarkt – Zuid – Moscou

Heraanleg Brusselsesteenweg[bewerken]

De voorbereidende werken voor de heraanleg van de Brusselsesteenweg tussen de kleine ring (R40) en de kruising met de Schooldreef, startten in het voorjaar van 2013. De eigenlijke heraanleg begint in de eerste helft van 2014 en zal vier jaar duren, opgedeeld in 2 fases van telkens 2 jaar. De eerste fase omvat het brede gedeelte van de Hoveniersstraat tot aan de Schooldreef. De tweede fase omvat het smalle gedeelte tussen de Hoveniersstraat en de kleine ring. Tijdens de tweede fase zullen tram 21/22 en 24 vermoedelijk omgeleid worden via het Ledebergplein, om dan via het tracé van tram 4 naar de Zuid te sporen.

Verlenging tramlijn 21/22[bewerken]

Tram 21/22 zal vanaf eind 2015 doorrijden van Zwijnaardebrug naar Zwijnaarde Hekers. De voorbereidende werken, waaronder de vernieuwing van een aantal nutsleidingen, vingen aan in 2012. De eigenlijke verlenging start pas wanneer het kruispunt de Sterre heraangelegd is, vermoedelijk in de eerste helft van 2014. In een eerste fase van het project zullen de bruggen en het eindpunt aangelegd worden. De heraanleg van de Heerweg-Noord en de Heerweg-Zuid start in een tweede fase.

Verlenging tramlijn 4[bewerken]

In 2014 starten ook de werken voor de verlenging van tramlijn 4.[3] Tramlijn 4 zal vanaf het station het traject van tram 21/22 volgen, tot aan het kruispunt van de Galglaan met de De Pintelaan. Van daar zal tram 4 doorrijden tot op het terrein van het UZ Gent. Aan de parkeergarage, ter hoogte van de nieuwe hoofdtoegang naar het UZ Gent, komt een eindhalte met 2 perrons en wachtaccommodatie voor de reizigers. De tram krijgt een eigen bedding. Daar is ongeveer 800 meter dubbelspoor en bovenleiding voor nodig, samen met automatisch gestuurde wissels en een tractiestation. Bij de aanleg worden moderne geluids-­ en trillingsdempende technieken gebruikt. De Lijn opteert om een studie op te starten voor een eventuele verdere doortrekking van het UZ Gent naar de Ghelamco Arena, dat anderhalve kilometer verderop ligt.

Gelijktijdig met de nieuwe tramlijn 7 wil De Lijn begin 2016 ook tramlijn 4 doortrekken van de Muide via Dok-Noord en het Stapelplein naar de Dampoort. Daardoor ontstaat er een tramring rond Gent.[4]

Toekomstplannen[bewerken]

In Het Laatste Nieuws van 2 oktober 2008 werd aangekondigd dat buslijn 7 (Sint-Denijs-Westrem – Sint-Pietersstation – Dampoortstation) zal worden vervangen door een tramlijn, te beginnen met het traject tussen beide stations, waarschijnlijk via de Kasteellaan. Uiteindelijk zou de lijn moeten doorrijden naar Lochristi. De routes zijn nog niet exact vastgelegd en de uitvoering van de plannen was ten vroegste voor 2013-15 gepland. Voor een deel betreft het een terugkeer op oude tracés: tramlijn 7 reed ooit van het Sint-Pietersstation via de Dampoort naar Sint-Amandsberg en Darsen, terwijl de route Gent – Sint Amandsberg – Lochristi werd bediend door trams van de NMVB.

In november 2013 werd het traject grotendeels vastgelegd: vanaf de Kortrijksesteenweg aan de Drie Sleutels in Sint-Denijs-Westrem langs het bestaande traject van lijn 1 in de Voskenslaan naar het Sint-Pietersstation, vervolgens over de Heuvelpoort naar de Zuid en via Sint-Anna en de Kasteellaan naar de Dampoort. Voor sommige deeltrajecten, zoals bijvoorbeeld Zuid - Sint-Anna - Kasteellaan, worden nog verschillende mogelijkheden open gehouden. Waar en hoe de tram aan de Dampoort moet eindigen, wordt ook nog bestudeerd. Men voorziet de eerste werkzaamheden ten vroegste begin 2016. [5]

Het is de bedoeling dat op termijn ook lijn 3 (Gentbrugge Meersemdries – Mariakerke Post), die van 1989 tot 2009 met trolleybussen werd geëxploiteerd, zal terugkeren als tram. De studie daarvoor is aan de gang. Tijdens de heraanleg van de Korenmarkt is er al een klein stuk tramroute aangelegd op de Sint-Michielsbrug en is er ook een boog aangelegd naar de Belfortstraat. In de Belfortstraat zullen ook tramsporen gelegd worden bij de heraanleg (2013-2015).

In 2018 zal de nog te bouwen stelplaats Wissenhage in gebruik genomen worden.[6] De nieuwe stelplaats wordt met het Gentse tramnet verbonden via de Gaardeniersbrug over het verbindingskanaal.[7] Deze tram- en fietsbrug werd al in 2010 opgeleverd, maar wordt voorlopig enkel gebruikt door fietsers en voetgangers. De werken voor de nieuwe stelplaats waren oorspronkelijk gepland voor 2007.

Er zijn plannen om lijn 4 van het Neuseplein naar de Dampoort te verlengen via het Stapelplein, De Lijn wil diezelfde lijn ook van het eindpunt Moscou in Gentbrugge verlengen naar het centrum van Merelbeke, via het station van Merelbeke en de Florawijk. Verder wil men op lange termijn tramlijnen aanleggen naar Destelbergen en Oostakker, deze plannen zijn echter nog niet concreet.

Materieel[bewerken]

Een deel van de PCC-cars is buiten dienst gesteld.

Het Gentse tramnet wordt bereden door 54 PCC-trams (6200-serie) uit 1971-74, gebouwd bij La Brugeoise et Nivelles (BN) in Brugge, hiervan zijn 21 PCC's (6202 tot 6223) die gerenoveerd zijn (nu PCC2), en 41 lagevloertrams (6300-serie) van het type HermeLijn1 (6301-6314) HermeLijn2A (6315-6331) HermeLijn2B (6331-6341). De Hermelijnen worden zo veel mogelijk ingezet op lijn 1, al rijden ze tegenwoordig ook op lijn 21/22 en tijdens drukke perioden ook op lijn 4.

De Gentse tram is het enige van de drie Vlaamse tramnetten (Antwerpen, Gent en Kust) dat reguliere kopeindpunten heeft. Om deze reden worden er uitsluitend tweerichtingtrams ingezet.

In de jaren 90 werd wegens materieeltekort een tiental tweedehands Duewag-trams uit het Duitse Bochum aangekocht. Deze deden slechts 4 jaar dienst en werden daarna verkocht als metaalschroot.

Bombardier trams[bewerken]

In augustus 2012 maakte De Lijn bekend een order voor 48 trams te hebben geplaatst bij de rollend materieelproducent Bombardier Transportation. Het gaat om 20 lange lagevloertrams, 10 voor Antwerpen en 10 voor Gent, en 28 lagevloertrams van de nieuwste generatie voor Antwerpen. Goed voor een investering van 128,6 miljoen euro. De lange lagevloertrams, ook wel supertrams genoemd, tellen zeven wagendelen, meten 42,7 meter en kunnen 378 reizigers vervoeren. Ze zijn twee wagendelen of een derde (11,2 meter) langer dan hun kleinere broers de HermeLijns. Het gaat vermoedelijk over het FLEXITY2 type. De eerste nieuwe trams zullen eind 2014 in Gent binnenrollen.

Nieuwe order[bewerken]

Op donderdag 20 februari 2014 maakte minister van Mobiliteit Hilde Crevits bekend dat de Vlaamse regering voor 320 miljoen euro gaat investeren in 146 nieuwe trams.[8] Hiervan zijn er 18 trams voor Gent bestemd. Deze zullen worden ingezet om het net verder uit te breiden en om een deel van de 40 kleine trams (PCC) te vervangen

Zie ook[bewerken]

Gentse HermeLijn
Gentse PCC

Externe links[bewerken]

Portal.svg Portaal Openbaar vervoer
Bronnen, noten en/of referenties
  • De Gentse stadstram in beeld. Tekst door André ver Elst. Europese Bibliotheek – Zaltbommel/Nederland MCMLXXXI ISBN 9028814973
  • Subways.net [1]
  • Uitbouw stedelijk tramnet en buurtspoorwegen in de Gentse regio 1871-2007. Erik De Keukeleire. Eigen uitgave. 10 delen. 3934 pagina's.