Geoffroy de Charny

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wapen van de Charny familie

Geoffroy de Charny (c.1300?-19 september 1356) was een Franse ridder uit de eerste helft van de 14e eeuw. Hij diende onder de Franse koning Jan II de Goede tijdens de Honderdjarige Oorlog. Geoffroy de Charny en zijn vrouw Jeanne de Vergy zijn de eerste gedocumenteerde eigenaren van de lijkwade van Turijn.

Leven[bewerken]

Charny en Eduard III van Engeland waarbij de Charny probeert Calais op de Engelsen te veroveren. Uit een manuscript van de Kronieken van Froissart (the BnF, France. 2662, fol. 172v). Zie de externe links bij Verdere Literatuur voor de desbetreffende passage.

Geoffroy de Charny werd waarschijnlijk in het begin van de 14e eeuw geboren, als de jongste zoon van Jean de Charny. Met zekerheid is het niet te zeggen, maar het moet voor 1306 zijn geweest, het jaar waarin zijn moeder stierf.[1] Alhoewel hij van adel was, had hij waarschijnlijk geen eigen land. Via zijn eerste huwelijk met Jeanne de Toucy kreeg hij het kasteel in Pierre-Perthuis in bezit. Jeanne de Toucy stierf in 1342, waarna de Charny hertrouwde met Jeanne de Vergy, waarna hij ook heer van het kasteel Montfort, gelegen in Montigny-Montfort, werd.[1] Uit het laatste huwelijk bleven twee kinderen in leven: Geoffroy en Charlotte.

Militaire carrière[bewerken]

Oriflamme

Vanaf 1337 werd de Charny militair actief. Het was de tijd van de Honderdjarige Oorlog en de Charny maakte snel furore in de vele gevechten en kleinere schermutselingen die plaats vonden tussen de Engelsen en de Fransen. Het precieze jaar waarin hij zijn ridderslag ontving is niet bekend, maar vanaf 1343 wordt hij in meerdere documenten genoemd als ridder.[1] In 1345, toen er een van de vele korte wapenstilstanden tussen de Engelsen en de Fransen was, vertrok hij naar Anatolië met de kruistocht van Humbert II van Viennois. Dit blijkt een algehele mislukking te zijn, en binnen een half jaar is de Charny weer op het toneel van de honderdjarige oorlog te vinden. Als “kapitein generaal van de oorlogen in Picardy en fronten van Normandië” was hij vooral actief in het noorden van Frankrijk.[1] De hoogste ridderlijke eer kreeg Geoffroy de Charny in 1347, en nog een keer in 1355, wanneer koning Jean II de Goede hem benoemt tot drager van de oriflamme, de Franse koninklijke standaard. De drager van de oriflamme zou de eigenschappen moeten bezitten van de “meest eerzame en meest bekwame krijger” (le plus preudomme et le plus preux es armes). Onder deze titel, aan de zijde van zijn koning, sneuvelde Geoffroi de Charny op 19 september 1356 in de slag bij Poitiers.

Orde van de Ster[bewerken]

Toen koning Jean II de Goede in 1351 de Orde van de Ster oprichtte, was Geoffroy de Charny een van de eerste leden van deze nieuwe en ambitieuze orde. Het was deels bedoeld om de Franse adel te verenigen en het Franse leger beter onder de controle van Jean II te krijgen. Voor de Orde van de Ster zou Geoffroy de Charny drie werken hebben geschreven, waarschijnlijk bedoeld om te worden gebruikt tijdens de bijeenkomsten. Of dit ook daadwerkelijk is gebeurd, is niet bekend.

Literaire werken[bewerken]

Geoffroi de Charny heeft drie literaire werken op zijn naam staan. Allen gaan over het ideaal van de ridderlijkheid. Wat zijn werken uniek maken, is dat het een van de weinige voorbeelden zijn van teksten waarin ridders zelf schrijven over ridderlijkheid. Naast het werk van de Charny zijn nog twee werken bekend: “het boek van de Orde van de Ridderlijkheid” geschreven door Ramon Llull en “l'Ordene de Chevalerie”, het werk van een anonieme schrijver.

Alle drie de werken van de Charny waren bedoeld voor gebruik door de Orde van de Ster, en zouden in de jaren 1350-1352 geschreven zijn. Door het doel van de teksten, kunnen ze niet enkel gelezen worden als de persoonlijke mening van de Charny, maar bevatten ze ook duidelijk de ideeën over ridderlijkheid die bij Jean II de Goede en de Orde van de Ster hoorden – en in hun voordeel waren.

De werken geven een goed beeld van de belevingswereld en de mentaliteit van de militaire elite in de late middeleeuwen.

Livre Charny[bewerken]

Dit werk is het enige werk van de Charny opgesteld in versvorm in plaats van proza. Het is waarschijnlijk geschreven rond 1350. Historici zijn het er over eens dat het in ieder geval na zijn kruistocht moet zijn geschreven, aangezien zijn ervaringen duidelijk in de tekst naar voren komen.[2] De inhoud van de Livre is bijna identiek aan de Livre de Chevalerie, een proza werk dat waarschijnlijk later is geschreven.

Livre de Chevalerie[bewerken]

Dit boek is het meest uitgebreide werk van Geoffroi de Charny. Alhoewel het grotendeels inhoudelijk overeenkomt met Livre Charny, is het uitgebreider en gedetailleerder.[2] In het boek houdt hij zich vooral bezig met de verschillende soorten ridders die er zijn, waarna hij ze verdeelt in een schema dat leidt naar hoe de perfecte ridder zou moeten zijn. Hij stelt als ideaal de klassieke riddercode: leven volgens de principes van moed, loyaliteit, gulheid en hoofsheid met als doel het behalen en behouden van de eer.

Demandes pour la joute, les tournois et la guerre[bewerken]

Deze tekst bestaat uit een lange lijst vragen over dat waar het ridderlijk leven om draaide: het (steek)spel, toernooien en oorlog voeren. Antwoorden bij deze vragen ontbreken, maar historici vermoeden dat het een lijst met vragen is die besproken zou kunnen worden in een bijeenkomst van de Orde van de Ster.[1]

Verdere literatuur[bewerken]

  • Froissart, de Kronieken van Jean le Froissart. Enkele relevante hoofdstukken online: [1], [2], [3] (andere scènes, zoals de laatste uren tijdens de slag van Poitiers, nog niet online beschikbaar)
  • Charny, Geoffroi. “The Book of Chivalry”A Knight's Own Book of Chivalry. Vertaler: Elspeth Kennedy. Philadelphia: University of Pennsylvania Press, 2005.
  • Boulton, D'A. J. D. The knights of the Crown : the monarchical orders of knighthood in later medieval Europe, 1325-1520. Suffolk: The Boydell Press: 2000.
  • Keen, Maurice. Chivalry. New Haven: Yale University Press, 1986.
  • Ramon Lull's Book of Knighthood & Chivalry and the Anonymous Ordene de Chevalerie. Ed. Brian R. Price. 2001.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c d e Kaeuper, Richard W. “Historical Introduction to the Text by Richard W. Kaeuper.” A Knight’s Own Book Of Chivalry. Philadelphia: University of Pennsylvania Press, 2005. p. 1-46
  2. a b Keen, Maurice. Chivalry. New Haven: Yale University Press, 1986. p. 12-15