Georg Benda

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Georg Benda

(Georg) Jiří Antonín Benda (Staré Benátky (Bohemen, huidig Tsjechië), 30 juni 1722Bad Köstritz (Duitsland), 6 november 1795) was een Tsjechisch componist, klavecinist, violist en hoboïst.

Biografie[bewerken]

Evenals zijn broers en zusters, kreeg hij zijn aangeboren gevoel voor muziek mee van zijn beide ouders, zijn vader was de musicus Jan Jirí Benda en zijn moeder Dorota Brixi, die stamde uit de vermaarde Brixi familie. In Bohemen, waar hij opgroeide, was hij zeer vertrouwd met de volksmuziek en speelde samen met zijn vader, die speelde in het plaatselijke dansorkest, mee op party's, partijen en feesten, verder kreeg hij een gedegen muzikale opleiding bij de Piaristen in Kosmonosy en de Jezuïeten in Jičín.

In 1742 verkaste de familie naar Berlijn waar zijn oudste broer Franz Benda, in die tijd een beroemd violist, en zijn andere broer Johann Benda, in dienst waren aan het hof van Frederik de Grote. De reden voor dit overhaastige vertrek waren de veelvoudige verhoren door het kerkelijke gezag, die hen er van verdacht heimelijk aanhanger te zijn van het "verfoeilijke" protestante geloof.

Van 1742-1749 was hij eerste violist aan de Koninklijke kapel in Berlijn.

In 1750 werd hij benoemd tot Kapellmeister aan het hof van de Hertog van Gotha in Thüringen en zou deze functie tot 1780 bekleden. Zijn opvolger was de componist Anton Schweitzer.

Werken[bewerken]

Zijn meest invloedrijke composities zijn de melodrama's (gesproken woord met muzikale begeleiding): Ariadne auf Naxos, Medea en Pygmalion. Verder onder meer: Singspiele: Der Dorfjahrmarkt, Romeo und Julia, Walder, Der Holzhauer. En ook symfonieën, concerten, klaviermuziek enz.

Luisteren[bewerken]