Georg Simmel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Georg Simmel

Georg Simmel (Berlijn, 1 maart 1858 - Straatsburg, 28 september 1918) was een Duits filosoof en socioloog. Hij was de grondlegger van de "formele sociologie". Tevens geldt hij ook als een van de voornaamste vertegenwoordigers van de levensfilosofie.

Leven[bewerken]

Simmel stamde uit een tot het christendom bekeerde joodse koopmansfamilie. Hij was de jongste van zeven kinderen. Zijn vader overleed vroeg, en liet hem een vermogen na, dat hem economisch onafhankelijk maakte. Na zijn eindexamen ging hij in Berlijn geschiedenis en filosofie studeren, en later filosofie en kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Berlijn. In 1881 promoveerde hij op een proefschrift getiteld Das Wesen der Materie nach Kant's Monadologie. Vanaf 1885 was hij privaatdocent filosofie aan de Friedrich-Wilhelms Universiteit, de tegenwoordige Humboldt Universiteit te Berlijn.

In 1890 trouwde hij met Gertrud Kinel. Hun huis in Charlottenburg-Westend werd een intellectuele ontmoetingsplaats waar bijvoorbeeld Rainer Maria Rilke, Edmund Husserl, Reinhold en Sabine Lepsius, Heinrich Rickert, Marianne en Max Weber en anderen samenkwamen. Enkele van deze invloedrijke vrienden ijverden voor een leerstoel voor Simmel; het Duitse academische establishment verzette zich echter hardnekkig hiertegen. Pas in 1901 kreeg hij een professoraat, en dan nog slechts als buitengewoon hoogleraar.

Door zijn fascinerende voordrachtstijl over problemen van de logica, ethiek, esthetica, godsdienstsociologie, sociale psychologie en sociologie waren zijn colleges zeer populair - ze werden zelfs in de kranten aangekondigd - en vele jonge intellectuelen liepen bij hem college. De invloed van zijn ideeën strekte zich veel verder uit dan de vakgebieden waar hij zich mee bezig hield. Kurt Tucholsky en Siegfried Kracauer hadden diep respect voor hem. Met zijn in 1903 verschenen artikel Die Großstädte und das Geistesleben werd hij de grondlegger en één van de belangrijkste toenmalige vertegenwoordigers van de stadssociologie; het artikel werd in Duitsland nauwelijks opgemerkt, maar had grote invloed op de beoefening van sociologie aan de Universiteit van Chicago. Bovendien werden enkele boeken van Simmel al tijdens zijn leven in het Italiaans, Russisch, Pools en Frans vertaald. In Duitsland had Georg Simmel een niet geringe invloed op zijn leerlingen, onder anderen op Georg Lukács, Martin Buber, Max Scheler, Karl Mannheim, Leopold von Wiese, verder op enkele later leden van de Frankfurter Schule. Hij was bevriend met de jonge Ernst Bloch. Bloch was ook degene, die tijdens de Eerste Wereldoorlog het voordien ondenkbare extreme patriottisme van Simmel bekritiseerde.

Samen met Ferdinand Tönnies, Max Weber en Werner Sombart stichtte hij in 1909 de Deutsche Gesellschaft für Soziologie (DGS).

Simmel zocht als maatschappijwetenschapper een nieuwe weg, ver verwijderd zowel van het sociologische organisisme van Auguste Comte of Herbert Spencer, als ook van de idiografische geschiedschrijving door de groep van bijvoorbeeld Leopold von Ranke. Een consistent filosofisch of sociologisch systeem heeft hij niet nagelaten, en hij heeft ook geen school gemaakt, daarvoor leverde Simmel te veel aanknopingspunten en inspiratie voor latere onderzoeksgeneraties. Hij publiceerde meer dan 15 werken, en 200 artikelen in vaktijdschriften en kranten. Naast de al genoemde stadssociologie heeft hij ook de basis gelegd voor elementen van de latere rollensociologi, zonder het begrip sociale rol expliciet te gebruiken. Het hoofdstuk "Der Streit" uit zijn "Soziologie" (1908) was van grote betekenis voor de latere conflictsociologie (Lewis Coser e.a.).

Als filosoof wordt Simmel vooral tot de levensfilosofie gerekend, waartoe ook de Fransman Henri Bergson, voor de vertaling van wiens werken in het Duits Simmel zich heeft ingezet, en de Spanjaard José Ortega y Gasset behoren. Simmel heeft geen continue stroom sociologische publicaties geproduceerd. Tussen 1908 en 1917 zijn geen boeken op dit gebied van zijn hand verschenen. In plaats daarvan publiceerde hij de verhandelingen Hauptprobleme der Philosophie (1910), over Goethe (1913) en Rembrandt (1915).

In 1911 werd hem een eredoctoraat in de staatsinrichting verleend door de Albert-Ludwigs universiteit in Freiburg, vanwege zijn verdienste voor de kennis van de macro-economie en als grondlegger van de sociologie. Pas in 1914 kreeg hij een ordinariaat aan de toen Duitse universiteit van Straatsburg. In 1915 solliciteerde hij tevergeefs naar een leerstoel aan de universiteit van Heidelberg. Hij stierf in 1918 in Straatsburg aan leverkanker.

Werken[bewerken]

  • Über sociale Differenzierung (1890) – Volledige tekst op DigBib.Org
  • Die Probleme der Geschichtsphilosophie (1892; 3. erw. Auflage 1907)
  • Einleitung in die Moralwissenschaft (1892/93)
  • Philosophie des Geldes (1900) – Volledige tekst op DigBib.Org
  • Brücke und Tor. Essays des Philosophischen zur Geschichte, Religion, Kunst und Gesellschaft. (1903)
  • Die Religion (1906) – Volledige tekst op DigBib.Org
  • Soziologie (1908) – daarin het voor de conflictsociologie later belangrijke hoofdstuk Der Streit
  • Grundfragen der Soziologie (1917)
  • Der Konflikt der modernen Kultur (1918)

Tegenwoordig verschijnt een uitgave van zijn volledige werken onder redactie van Otthein Rammstedt.

Literatuur[bewerken]

  • Werner Jung: George Simmel zur Einführung, Hamburg: Junius, 1990, ISBN 3-88506-860-5
  • Stephan Moebius: Simmel lesen. Moderne, dekonstruktive und postmoderne Lektüren der Soziologie von Georg Simmel. 2002, Stuttgart: ibidem-Verlag, 134 S., ISBN 3-89821-210-6 (zur Soziologie des Geheimnis bei Simmel, zur Gabe bei Simmel und Marcel Mauss, zur Soziologie der Fremdheit bei Simmel, Bhabha, Hall, Derrida, Butler e.a.).
  • (de) Hartmann, Alois (2003): Sinn und Wert des Geldes. In der Philosophie von Georg Simmel und Adam (von) Müller. [1]. Berlin. ISBN 3-936749-53-1.

Externe links[bewerken]