George Grard

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Georges Grard (Doornik, 26 november 1901Sint-Idesbald, 26 september 1984) was een Belgisch beeldhouwer.

Grard volgde een opleiding aan de Académie des Beaux-Arts te Doornik in tekenen, beeldhouwen en schilderkunst. Hij wordt algemeen erkend als één der grootste figuratieve Belgische beeldhouwers.

In 1930 kreeg hij een beurs, geschonken door de stad Doornik, en behaalde de Rubensprijs van het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel

In 1931 ging hij in Sint-Idesbald (Koksijde) in een vissershuisje wonen. Hij maakte er een atelier. Samen met nog andere kunstenaars die naar Sint-Idesbald kwamen, wegens het goede licht dat er was voor hun werken, werd de zogenaamde School van Sint-Idesbald gesticht. Onder deze kunstenaars waren onder anderen zijn goede vriend Paul Delvaux en de kunstenaars Pierre Caille, Serge Creuz, Dasnoy.[1]

In 1935 behaalde Grard de "Prix de la Roseraie" in het kader van de Wereldtentoonstelling te Brussel. Van dan af aan wijdde hij zich volledig aan zijn beeldhouwkunst in Sint-Idesbald.

In 1967 werd hij lid van de Klasse der Schone Kunsten, afdeling Beeldhouwwerk van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België.

In 1970 behaalde hij de vijfjaarlijkse "Prijs ter Bekroning van een kunstenaarsloopbaan".

De voorkeur van Grard ging uit naar grote bronzen beelden met als onderwerp het vrouwelijk naakt. Tot midden de jaren vijftig legde hij de nadruk op de volle, vrouwelijke vormen in zijn zittende, liggende en staande figuren. Zijn beeld 'De grote Afrikaanse' is een keerpunt. Het is een nieuw vrouwentype, een uitgelengde, slanke figuur. Vanaf 1965 ging hij ook over op bronzen figuurtjes in klein formaat. Vanaf 1975 begon hij, wegens problemen met zijn gezondheid, meer en meer te tekenen. In deze tekeningen toont hij een vrijere en meer expressieve interpretatie van het levend model.

Hij overleed te Sint-Idesbald op 26 september 1984 en is begraven te Koksijde.

Francine van Mieghem, zijn echtgenote en model (en zelf een verdienstelijke beeldhouwster) heeft in 1995 een bronzen borstbeeld van hem gemaakt als hulde aan haar grote leermeester. Dit borstbeeld staat op het George Grardplein te Sint-Idesbald.

Zijn dochter Chantal Grard treedt met haar sculpturen eveneens in de voetstappen van haar vader.

Enkele van zijn meest bekende werken :

  • De Volheid (1947)
  • De Lente (1947)
  • De waternimf (1949-1950)
  • Zittende vrouw (1950-1952)
  • De Zee (ook Liggend Naakt genoemd) in Oostende ook bekend als "Dikke Mathille" (1952-1955)
  • De Grote Afrikaanse (1957-1958) (tentoongesteld op de Wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel)
  • Het water en de aarde (1962-1965)
  • Adam en Eva (doopvont) (1966-1971)
  • Vrouw die naar de zon kijkt (1972-1976)
  • De Kwartel (1976) Musée en Plein air du Sart-Tilman

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties