Georges Rodenbach

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Georges Rodenbach

Georges Rodenbach (Doornik, 16 juli 1855 - Parijs, 25 december 1898) was een Franstalig Belgisch schrijver en dichter. Georges Rodenbach was een van de eerste vooraanstaande Belgische letterkundigen die de Franse symbolistische dichtkunst omarmde. Hoewel hij reeds stierf op drieënveertigjarige leeftijd, neemt Georges Rodenbach een prominente plaats in de geschiedenis van de internationale symbolisme in, met zijn poëziebundels Le Règne du Silence (1891), Les Vies encloses (1896), Le Miroir du ciel natal (1898),), en zijn veelgelezen roman Bruges-la-Morte uit 1892.

Familie[bewerken]

Grafzerk van Georges Rodenbach op het kerkhof van Père-Lachaise Auteur : Charlotte Besnard

Georges Rodenbach stamde uit een familie van Duitse origine. De patriarch was Ferdinand Rodenbach (Andernach 1714 - Roeselare 1786), die chirurg was in het Oostenrijkse leger en na zijn huwelijk in 1748 met Catharina Vanden Bossche zich vestigde in Ieper. Hun zoon, Pierre-Ferdinand Rodenbach (1759-1820) trouwde met de Brugse Anne De Geest. Ze hadden zes zonen en één dochter. Hij werd het hoofd van de stedelijke administratie in Roeselare en stichtte een jeneverstokerij, waaruit later Brouwerij Rodenbach zou ontstaan. Eén van die zonen, Ferdinand-Grégoire Rodenbach en diens zoon Julius Rodenbach (1824-1915) waren respectievelijk de grootvader en de vader van de dichter Albrecht Rodenbach (1856-1880) en schrijver Ferdinand Rodenbach (1864-1938).

Een andere zoon was Constantin-François Rodenbach (1791-1846) die chirurg was in het leger van Napoleon. Hij was, samen met een paar van zijn broers, één van de gangmakers van de Belgische Revolutie in 1830. Zijn zoon, de vader van Georges, was Constantin-Ferdinand Rodenbach (1824-1891). Hij trouwde met de Doornikse Rosalie Gall (1830-1889) en werd verificateur van maten en gewichten.

Georges trouwde in 1888 met Anne-Marie Urbain (1860-1945). Zij baarde één zoon, Constantin Rodenbach (°1892). Toen Georges stierf was hij pas 43. Hij was al enkele jaren ziek en bezweek aan een blindedarmontsteking. Hij werd begraven op de Parijse begraafplaats Père-Lachaise.

Studies en loopbaan[bewerken]

Rodenbach woonde met zijn familie in Gent vanaf 1855. Hij liep middelbare school in het Sint-Barbaracollege, waar hij Emile Verhaeren leerde kennen. Daarna studeerde hij rechten in Gent en in Parijs. In 1878, verbleef hij voor het eerst langdurig in Parijs en werd er trouwe bezoeker van de 'Cercle des Hydropathes'. Hij leerde er zijn eerste Franse literaire vrienden kennen, onder wie Catulle Mendès, François Coppée, Maurice Barrès.

In 1879 begon hij aan de balie van Gent. Hij werd ook medewerker van La Flandre Libérale. Hij begon zich echter stilaan op Brussel te richten, waar hij vriendschap vond bij Camille Lemonnier (1844-1913). Hij werd ook bevriend met de schrijfster en Brugse dagbladuitgeefster Caroline Popp (1806-1891). In 1884 verbleef hij een ganse zomer bij haar in Brugge. Kort daarop verliet hij Gent voor Brussel en werd er advocaat en, net als Emile Verhaeren, medewerker van advocaat, literator en politicus Edmond Picard (1836-1924). Hij wijdde zich meer en meer aan de literatuur en werd de animator van La Jeune Belgique, waar hij onder meer zijn vrienden Maurice Maeterlinck en Charles Van Lerberghe presenteerde. Hij organiseerde een tournee in België van de Franse schrijver Mathias Villiers de l'Isle-Adam en gaf zelf voordrachten over de Duitse filosoof Schopenhauer, die hem in een groot deel van zijn werk zou inspireren.

In 1888 vestigde hij zich in Parijs en werd voltijds schrijver van prozaverhalen en gedichten, naast correspondent van de Journal de Bruxelles, voor wie hij in de loop der jaren meer dan vierhonderd 'Lettres Parisiennes' schreef. Hij knoopte vriendschap aan met Stéphane Mallarmé, Alphonse Daudet, Edmond de Goncourt en Auguste Rodin, van wie hij een felle verdediger werd in Le Figaro. Marcel Proust was één van zijn bewonderaars. François Coppée en Villiers de l'Isle Adam waren getuigen bij zijn huwelijk. Rodenbach publiceerde regelmatig in Le Figaro, onder meer een reeks Agonies de villes, waarin hij steden zoals Brugge, Gent, Middelburg (Walcheren) en Saint-Malo portretteerde.

Werken[bewerken]

  • In 1877 publiceerde hij zijn eerste dichtbundel, Le Foyer et les Champs.
  • In 1886 werd hij met La Jeunesse blanche beroemd, zowel in België als in Frankrijk.
  • In 1894 werd hij de eerste Belgische auteur die één van zijn werken, Le Voile, gespeeld zag in de Comédie Française. In de hoofdrol trad de jonge Marguerite Moreno op.
  • In 1896 publiceerde hij Les Vies encloses, dichtbundel geïnspireerd door het occultisme (Novalis) en het Duitse romantisme.

Bruges-la-morte[bewerken]

In 1892 publiceerde Rodenbach zijn roman Bruges-la-Morte, eerst als feuilleton in Le Figaro (van 4 tot 14 februari) en daarop in boekvorm (juni) bij uitgeverij Flammarion. Dit werk kende onmiddellijk een groot succes en werd beschouwd als een meesterwerk van het symbolisme. Het werk behoorde tot dezelfde kunststrekking als de schilderijen van de Belgische symbolist Fernand Khnopff, die de aangewezen kunstenaar was om het titelblad van Rodenbachs roman te tekenen.

In het wat larmoyante verhaal van de weduwnaar Hugues Viane die in Brugge komt wonen en hier denkt de reïncarnatie van zijn vrouw te ontmoeten en ze vermoordt, is het centrale personage eigenlijk de stad Brugge. Ook al gaf hij van deze stad eerder een doodse impressie, droeg zijn boek veel bij tot de toeristische belangstelling voor de stad.

Het boek wordt thans nog regelmatig heruitgegeven.

Le Carillonneur[bewerken]

Le Carillonneur

In 1897 liet Rodenbach zich opnieuw door Brugge inspireren. Naast het verhaal van de beiaardier (die hij, opperste belediging, de typische Gentse naam Borluut gaf), ging het in zijn boek vooral over de strijd tussen de voorstanders van Brugge Zeehaven en diegenen die van Brugge een kunststad voor de elite wilden maken. Rodenbach koos tegen de haven. In de praktijk werd door de Bruggelingen niet tegen iets gekozen: ze ijverden voor het ene zo wel als voor het andere.

Toen Rodenbach in de Opera van Parijs aan koning Leopold II werd voorgesteld, zegde die hem een beetje sarcastisch: 'Vous avez dit Bruges-la-Morte, Monsieur? Plus pour longtemps. Nous allons mettre des trams là-dedans'.

Een haat-liefdeverhouding[bewerken]

Rodenbach heeft ongetwijfeld bijgedragen tot de wereldwijde renommée van de stad Brugge. De wijze waarop dit gebeurde werd hem echter door de Bruggelingen niet in dank afgenomen. Een stad die in volle actie was, enerzijds om een nieuwe haven te veroveren, anderzijds om de stad mooier en aantrekkelijker te maken, was er helemaal niet mee gediend om als La Morte te worden afgeschilderd. Zijn tweede boek, Le Carillonneur, werd zo mogelijk nog slechter onthaald, want dit was een regelrechte aanval op Brugge Zeehaven.

Brugge heeft dan ook steeds geweigerd aan Georges Rodenbach eer te bewijzen. Een voorstel om hier een straat naar hem te noemen, een standbeeld van hem op te richten of al was het maar een plakket tegen een muur te plaatsen, werd steevast geweigerd of genegeerd. Enkel een heel bescheiden plaatje, betaald door de familie Rodenbach, werd door de privévereniging 'Les Amis de Bruges' ingemetseld in de trap van een woning Jan van Eyckplein. In Gent werd daarentegen wel een monument voor Georges Rodenbach opgericht.

Alleen in literaire middens wordt hem thans nog de passende en trouwens verdiende eer bewezen.

Mogelijke verwarring[bewerken]

Georges Rodenbach mag niet verward worden met Albrecht Rodenbach, die als een voorvechter in de Vlaamse beweging gezien wordt. Hij was er echter wel familie van.

Publicaties[bewerken]

  • Oeuvre poétique 2 vol., Archives Karéline, 2008
  • Le Foyer et les Champs (1877), gedichten
  • Les Tristesses (1879), gedichten
  • La Belgique 1830-1880 (1880), historisch gedicht
  • La Mer élégante (1881), gedichten
  • L'Hiver mondain (1884)
  • Vers d'amour (1884)
  • La Jeunesse blanche (1886), gedichten
  • Du Silence (1888)
  • L'Art en exil (1889)
  • Bruges-la-Morte (1892), roman
  • Le Voyage dans les yeux (1893)
  • Le Voile, drama, gespeeld in de Comédie-Française op 21 mei 1894
  • L'Agonie du soleil (1894)
  • Musée de béguines (1894)
  • Le Tombeau de Baudelaire (1894)
  • La Vocation (1895)
  • A propos de "Manette Salomon". L'Œuvre des Goncourt (1896)
  • Les Tombeaux (1896)
  • Les Vierges (1896)
  • Les Vies encloses (1896), gedicht
  • Le Carillonneur (1897), roman
  • Agonies de villes (1897)
  • Le Miroir du ciel natal (1898)
  • Le Mirage (1900)

Bibliografie[bewerken]

  • P. MAES, Georges Rodenbach (1855-1896), Parijs, 1926.
  • Fernand BONNEURE, Marcel VAN HOUTRYVE, Karel PUYPE, Het Stille Brugge. 100 Jaar Bruges-la-Morte, Brugge, 1992.
  • Joël GOFFIN, e. a., Georges Rodenbach ou la légende de Bruges, 2005

Informatie[bewerken]