Georgië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Georgie)
Ga naar: navigatie, zoeken
საქართველო
Sakartvelo
Vlag van Georgië
(Details)
Wapen van Georgië
(Details)
Georgië
Basisgegevens
Officiële landstaal Georgisch
Hoofdstad Tbilisi (officieel)
Koetaisi (parlement)
Regeringsvorm Republiek
Democratie-index 5,53 (hybride regime)
Religie Christendom 88,6%
Islam 9,9%[1]
Oppervlakte 69.700 km² [2]
Inwoners 4.371.535 (2002)[3]
4.555.911 (2013)[4] (65,4/km² (2013))
Overige
Volkslied Tavisoepleba
Munteenheid lari (GEL)
UTC +4
Nationale feestdag 26 mei
Web | Code | Tel. .ge | GEO | 995
Voorgaande staten
Georgische Socialistische Sovjetrepubliek Georgische Socialistische Sovjetrepubliek
Sovjet-Unie Sovjet-Unie
1991 (Val Sovjet-Unie)
Topografie
Georgië
Portaal  Portaalicoon   Landen & Volken

Georgië (Georgisch: საქართველო, Sakartvelo) is een land dat geografisch gezien vrijwel geheel in Zuidwest-Azië ligt en voor een zeer klein deel ook in Europa. De hoofdstad is Tbilisi. Georgië is sinds 27 april 1999 lid van de Raad van Europa en beschouwt zichzelf als een Europees land. Georgië is ook lid van het Wereldhandelsorganisatie, de Organisatie voor Economische Samenwerking in het Zwarte Zeegebied, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, de GUAM en de Aziatische Ontwikkelingsbank.

Het land grenst aan Rusland, Azerbeidzjan, Armenië, Turkije en de Zwarte Zee. In de praktijk zijn de autonome regio's Abchazië en Zuid-Ossetië sinds het begin van de jaren 1990 de facto onafhankelijk, zodat de Georgische overheid hier geen gezag meer over heeft. Tot 2004 gold dit ook voor de regio Adzjarië. De status van Abchazië en Zuid-Ossetië vormt sinds de hernieuwde onafhankelijkheid in 1991 een bron van terugkerende gewapende conflicten, waarbij buurland Rusland regelmatig een grote rol speelde. Voornamelijk om die reden is de relatie tussen beide landen slecht.

Etymologie[bewerken]

Georgiërs noemen zichzelf Kartvelebi (ქართველები), hun land Sak’art’velo (საქართველო), en hun taal Kartuli (ქართული). Deze namen zijn gebaseerd op de heidense leider Kartlos, kleinzoon van de Bijbelse Jafet, die beschouwd wordt als de vader van alle Georgiërs.

De naam Sakartvelo (საქართველო) bestaat uit twee stukken, waarbij de stam kartveli-i (ქართველ-ი) de beschrijving is van de bewoners in het centraal gelegen Kartli - Iberië in de Klassieke Oudheid. De Oude Grieken (Strabo, Herodotus, Plutarchus, enz) en de Romeinen (Titus Livius, Cornelius Tacitus, enz) noemden het jonge oostelijke deel van Georgië Iberië en het westen Colchis.

De vooral in het buitenland gebruikte benaming Georgië is afgeleid van de Hellenistische term (Grieks: Γεωργία), afgeleid van Georgios (Grieks: Γεώργιος), een Griekse naam die boer betekent. Georgië betekent hierin boerenland. Het Perzische Virshan betekent land van de wolf, verwijzend naar de grijze wolf die er heden ten dage nog steeds leeft.

Geschiedenis[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Geschiedenis van Georgië voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Vroege geschiedenis[bewerken]

Koningin Tamar van Georgië (1160-1213)

De geschiedenis van Georgië gaat terug tot het neolithicum. Archeologen hebben oude nederzettingen teruggevonden uit het 5e millennium v.Chr. in de regio Imiris-gora in Oost-Georgië.

Westelijk Georgië was in de 7e eeuw v.Chr. bekend als het koninkrijk Colchis (onder meer in het verhaal van de Argonauten) en later stond de westelijke kuststreek bekend als Egrisi. De oostelijke bergstreek, namelijk het koninkrijk Iberië, heeft sinds de 4e eeuw v.Chr. als een zelfstandige staat bestaan. Daar lagen de oude culturele hoofdstad Mtscheta en de latere hoofdstad Tbilisi. Beide koninkrijken zijn enkele malen geannexeerd door Perzische dynastieën, namelijk door de Achaemeniden en de Sassaniden. In 65 v.Chr. werd het gebied veroverd door de Romeinse veldheer Pompeius, en beide koninkrijken werden vazalstaten van het Romeinse Rijk.

In 337 werd het christendom de officiële godsdienst van het land. Vanaf het midden van de 7e eeuw tot de 9e eeuw was Georgië een Arabische vazalstaat. In 813 kwam de macht in de handen van de Bagratidendynastie, die ook in Armenië heerste. In 888 werd in Iberië (oostelijk Georgië) het koningschap hersteld. Daarna behielden de Georgiërs gedurende ongeveer 1000 jaar min of meer hun onafhankelijkheid onder dezelfde dynastie. In 978 werden de westelijke en oostelijke delen van Georgië verenigd onder Bagrat III en in 1008 was het een eenheid als het koninkrijk Georgië (tot 1466). Alleen de hoofdstad Tbilisi bleef nog een eeuw in de handen van de moslims.

In de 7e eeuw ontstond een eigen christelijke literatuur. De Georgische cultuur bereikte aan het einde van de 10e eeuw een lange periode van bloei, die duurde tot het midden van de 13e eeuw. Enkele van de beroemdste heersers waren koning David de Bouwer en koningin Tamar, die beiden heilig verklaard werden door de Georgisch-orthodoxe Kerk). Het koninkrijk Georgië omvatte op zijn hoogtepunt (rond 1200) ook het huidige Azerbeidzjan, Armenië en gebieden in de Noordelijke Kaukasus. Het keizerrijk Trebizonde werd opgezet door koningin Tamar als satellietstaat.

Tot 1804[bewerken]

Door de invallen van de Mongolen, vanaf 1220, kwam aan deze bloeiperiode op wrede wijze een einde. Na Alexander I (1412–1443), de laatste koning van geheel Georgië, werd het gebied verdeeld in een aantal kleine vorstendommen. In 1762 ontstond uit de twee Georgische vorstendommen Kartli en Kachetië het koninkrijk Kartli-Kachetië.

In 1783 tekende dit koninkrijk, na zware verwoestingen door Turkse en Perzische invasies, met het Russische Rijk het Verdrag van Georgiejevsk, waardoor het een protectoraat werd van dit rijk. Op 22 december 1800 tekende tsaar Paul I, naar verluidt op verzoek van koning Giorgi XII, voor een unie tussen zijn rijk en Kartli-Kachetië. De proclamatie trad in werking op 18 januari 1801. Daarop werd de monarchie van Kartli-Kachetië afgeschaft en in ballingschap gestuurd [5].

1804: onderdeel van Russische Rijk[bewerken]

Oude vlag van 1918-1921 en 1990-2004
Oud landswapen van 1918-1921 en 1991-2004

In 1804 werd het een integraal onderdeel van het Russische Rijk. Het koninkrijk Imereti (West-Georgië) volgde in 1810, nadat de opstand onder leiding van Salomo II was neergeslagen [6]. Tussen 1803 en 1878 werden enkele overige gedeelten van het huidige Georgië (Batoemi, Achaltsiche, Poti en Abchazië alsook het later weer Turkse Artvin) veroverd tijdens een aantal Russisch-Turkse Oorlogen. Voor de Georgische Kerk betekende het Russische inlijving dat het eigen patriarchaat werd opgeheven en de Georgische christenen een deel gingen vormen van de Russische Kerk.

Verklaring van onafhankelijkheid 1918

Georgië was vlak na de Russische Revolutie tussen 1918 en 1921 drie jaar onafhankelijk als de mensjewistische Democratische Republiek Georgië, waarna het Rode Leger het heroverde en daarop de Sovjet-Unie Georgië, eerst samen met Armenië en Azerbeidzjan, tot de Trans-Kaukasische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek vormde om in 1936 te worden afgesplitst als de Georgische SSR, in het Nederlands meestal 'Groezië' genoemd naar de Russische naam Groezische SSR voor het gebied.

1991: Republiek Georgië[bewerken]

De huidige republiek Georgië is ontstaan bij het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991. De eerste president was Zviad Gamsachoerdia, die in 1992 door een staatsgreep werd afgezet. Het presidentschap werd tijdelijk 'afgeschaft' en tegenstander Edoeard Sjevardnadze werd benoemd tot voorzitter van de Georgische staatsraad en kreeg daarmee de macht in handen. In november 1995 werd Edoeard Sjevardnadze uitgeroepen tot de tweede president van de Georgische Republiek.

Abchazië en Zuid-Ossetië maken geografisch gezien deel uit van Georgië maar zijn feitelijk onafhankelijke staatjes in de invloedssfeer van Rusland (daarom ook wel vazalstaten genoemd, maar dit wordt betwist) met een eigen regering. De bevolking bestaat maar voor een klein deel uit etnische Russen. Wel heeft Rusland sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie gul Russische paspoorten verstrekt aan bewoners van Abchazië en Zuid-Ossetië, omdat zij anders geen paspoort zouden kunnen krijgen, daar beide gebieden volgens het internationale recht tot Georgië behoren en zij door daar paspoorten aan te vragen zouden erkennen tot Georgië te behoren. Zo claimt Rusland, alsook een deel van de Zuid-Ossetiërs met een Russisch paspoort, echter ook dat een groot deel van de bevolking van Zuid-Ossetië Russisch staatsburger is. Rusland heeft met name sinds 2008 duizenden soldaten gestationeerd in zowel Abchazië als Zuid-Ossetië. Georgië werd net zoals andere voormalige Sovjet republieken lid van het GOS (Gemenebest van Onafhankelijke Staten). Door het conflict met Rusland over Zuid-Ossetië besliste Georgië op 12 augustus 2008 om uit het GOS te stappen.[7]

2003: Rozenrevolutie[bewerken]

Inauguratie van Saakasjvili, januari 2004

In 2003 waren er verkiezingen waarbij de partij van zittend president Edoeard Sjevardnadze twee derde van de stemmen kreeg. De toezichthoudende OVSE constateerde echter onregelmatigheden. Op 22 november werd Sjevardnadze door een volksopstand onder leiding van oppositieleider Micheil Saakasjvili verdreven. Op 23 november nam Sjevardnadze ontslag. Deze door Saakasjvili geleide revolutie wordt in Georgië de Rozenrevolutie genoemd. In afwachting van nieuwe verkiezingen werd parlementsvoorzitter Nino Boerdzjanadze tot interim-president benoemd, waarna Saakasjvili op 4 januari 2004 werd verkozen tot president. Hij wist in 2004 een akkoord te sluiten met Adzjarië, waardoor dit gebied nu weer onder controle staat van Georgië. Saakasjvili deed bij zijn aantreden veel beloften op zowel democratisch als economisch vlak. De veranderingen gaan echter langzamer dan het volk had gehoopt. Saakasjvili's populariteit is daardoor dalende onder andere door het voortdurende politieke conflict met Abchazië, de ontevredenheid over de werkloosheid, pensioenen, armoede en corruptie.

2008: Oorlog in Zuid-Ossetië[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Oorlog in Zuid-Ossetië (2008) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De oorlog in Zuid-Ossetië begon in augustus 2008. Op 7 augustus trokken Georgische troepen de afvallige Georgische regio Zuid-Ossetië binnen bij de stad Tsinvali. Hierbij werd deze stad zwaar gebombardeerd door de Georgiërs. Op 8 augustus verplaatste Rusland troepen over de Russisch-Georgische grens, die richting Tsinvali trokken. Rusland gaf hiervoor als reden dat het Osseten die in het bezit zijn van een Russisch paspoort wilde beschermen. Deze Osseten worden door Rusland beschouwd als Russische burgers. De Georgische president Micheil Saakasjvili verklaarde na de inval van zijn leger dat zijn land zich moet verdedigen tegen Russische agressie en dat Russische troepen de Georgische burgerbevolking bombarderen. De Russische premier Vladimir Poetin verklaarde op zijn beurt dat Rusland zijn eigen bevolking (in Zuid-Ossetië) wil beschermen en dat Georgië zich schuldig heeft gemaakt aan 'etnische schoonmaak' en genocide. Saakasjvili zoekt steun bij het Westen en meent dat het Poetin een doorn in het oog is dat Georgië aansluiting zoekt bij Europa, een democratie nastreeft en zich wil aansluiten bij de NAVO. Op 8 augustus mengde ook de andere afvallige Georgische streek Abchazië zich in de strijd; Abchazië koos de zijde van Zuid-Ossetië en Rusland. Een dag later, op 9 augustus 2008, sprak president George W. Bush zich in Peking - waar hij de Olympische Spelen bijwoonde - uit over het conflict. Hoewel hij geen partij koos en pleitte voor onderhandelingen, zei hij wel de 'integriteit van Georgisch grondgebied' te willen handhaven. Op diezelfde dag zei de president van Frankrijk, Nicolas Sarkozy, te willen bemiddelen tussen Georgië en Rusland. Op 10 augustus 2008 verklaarde het Georgische ministerie van Binnenlandse Zaken dat Rusland 6.000 soldaten naar Zuid-Ossetië had gebracht en 4.000 naar Abchazië. Deze troepen zouden zich klaarmaken om Georgië aan te vallen. Poetin vloog die dag - eveneens via het Olympische Peking - naar Noord-Ossetië. Zijn woordvoerder verzekerde dat Poetins bezoek geen militaire doelen had. Tegelijkertijd waren er Russische marineschepen op weg naar Georgië, in de ochtend bereikten die de Abchazische haven Otsjamtsjira. Op 10 augustus reden enkele duizenden Russische troepen ook Abchazië binnen. Abchazische milities veroverden in de dagen erop de kodorivallei, het enige deel van Abchazië dat niet onder hun bestuur stond en een paar jaar eerder door Georgië was ingenomen.

Zowel Rusland als Georgië melden sinds 12 augustus over en weer herhaalde schendingen van een eerste bestand dat die dag onder hevige internationale druk van met name EU-voorzitter Frankrijk van kracht moest worden. In het Georgische Gori, de geboorteplaats van Jozef Stalin, kwamen kort voordat het staakt-het-vuren op 12 augustus 2008 zou ingaan nog vier oudere inwoners plus de Nederlandse RTL4-cameraman Stan Storimans om het leven; vermoedelijk door Russisch mortiervuur. Rusland verklaarde dat die dag alle militaire operaties konden worden beëindigd, "omdat de agressor nu is gestraft".

Geografie[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Geografie van Georgië voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
De Karolitskhali, een kleine rivier, omtrent 1910, met op de achtergrond de Russische fotograaf Sergej Prokoedin-Gorski en de Kaukasus.
De stad Tbilisi in 1911

Fysieke kenmerken[bewerken]

Het land is in het noorden begrensd door de Grote Kaukasus en in het zuiden door de Kleine Kaukasus. Zuid-Georgië bestaat verder onder andere uit de lavaplateaus van de Kleine Kaukasus met oude vulkaankegels. Georgië is erg geaccidenteerd. De Lichi-bergketen verdeelt het land in oost en west. De hoogste berg is de Sjchara (5193 meter), andere bergen zijn de Janga (5051 meter), de Kazbek (van vulkanische oorsprong, 5047 m), de Tetnuldi (4974 m) en de Sjota Roestaveli (4970 m).

De belangrijkste rivieren zijn de Rioni en de Koera.

Klimaat[bewerken]

Door grote hoogteverschillen die variërend zijn van het zeeniveau tot bergpieken, heeft Georgië een klimatologische variatie.[8] Het land heeft algemeen gezien een subtropisch klimaat, de hellingen en hoogtes van de Kaukasus zijn droger en hebben een steppeklimaat. De kuststreek van de autonome staat Adzjarië,[9] die in het zuidwesten van het land, wordt gekenmerkt door een zeer vochtig klimaat. Zo heeft de regionale hoofdstad Batoemi, gelegen aan de Zwarte Zee, een gemiddelde neerslag van ongeveer 2700 mm per jaar (dat is meer dan drie keer zoveel als de gemiddelde neerslag in Nederland en België).

Bevolking[bewerken]

Demografie[bewerken]

Centrum van Tbilisi

Georgië telt ongeveer 4,5 miljoen inwoners (2006). Sinds de onafhankelijkheid in 1991 hebben ongeveer een miljoen mensen het land verlaten. Tussen 2000 en 2005 daalde de bevolking gemiddeld met 1% per jaar. De oorzaak voor deze aanhoudende emigratie is de neergang van de economie. Vooral inwoners met een hoge opleidingsgraad die werk konden vinden in een van de staten van het GOS (vooral Rusland) en later ook in West-Europa en de VS, verlieten het land. De grootste Georgische gemeenschap bevindt zich in de Russische hoofdstad Moskou, waar volgens Russische gegevens ongeveer 300.000 Georgiërs wonen. In totaal zouden er ongeveer 1 miljoen Georgiërs in Rusland wonen. In 2006, op het hoogtepunt van de Georgisch-Russische spionagecontroverse, werden ruim 130 Georgiërs uit Moskou gedeporteerd naar Georgië.

Tot de Tweede Wereldoorlog was Georgië een typische landbouwstaat. Politicoloog Karl Kautsky noemde Georgië in 1921 een sociaaldemocratische boerenrepubliek. Met de door Stalin bevolen industrialisatie trokken steeds meer mensen naar de grote steden. Momenteel leeft ongeveer 52.7% van de inwoners in een van de stedelijke gebieden en de overige 47.3% in dorpen en op het platteland.

De burgeroorlogen met Abchazië en Zuid-Ossetië leidden ertoe dat ongeveer 250.000 mensen uit hun huizen vluchtten of werden verjaagd. Georgië telde in 2004 ongeveer 230.000 verdrevenen uit Abchazië en 12.200 uit Zuid-Ossetië. Daarbij moeten nog ongeveer 3.000 vluchtelingen uit Tsjetsjenië worden opgeteld.

Grote steden[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Lijst van grootste steden in Georgië voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De tien grootste steden van Georgië waren volgens de sovjetvolkstelling van 1989, de Georgische volkstelling van 2002 en 2009[10]:

Plaats Georgisch 1989 2002 2009 Regio
Tbilisi თბილისი 1.243.150 1.073.345 1.106.700 Tbilisi
Koetaisi ქუთაისი 232.510 185.965 188.600 Imereti
Batoemi ბათუმი 136.930 121.806 122.500 Adzjarië
Roestavi რუსთავი 159.016 116.384 117.400 Kvemo Kartli
Zoegdidi ზუგდიდი 49.614 68.894 72.300 Samegrelo-Zemo Svaneti
Gori გორი 67.787 49.516 50.800 Sjida Kartli
Poti ფოთი 50.569 47.149 47.500 Samegrelo-Zemo Svaneti
Sochoemi სოხუმი 121.406 * 43.716 .... Abchazië
Tsinvali ცხინვალი 42.934 ** 30.000 ... Zuid-Ossetië
Samtredia სამტრედია 34.255 29.761 29.600 Imereti

* slaat op de Abchazische volkstelling van 2003, waarvan de resultaten worden betwist in Georgië
** Schatting. Door de Oorlog in Zuid-Ossetië van 2008 is het onbekend hoe hoog het aantal inwoners nu is.

Bevolkingsgroepen[bewerken]

Voormalige hoofdstad Mtskheta

De meerderheid van de bevolking bestaat volgens de volkstelling van 2002 uit Georgiërs (83,8%), onder wie de Adzjaren, Mingreliërs en Svaneten. Belangrijke etnische minderheden zijn de Azerbeidzjanen (6,5%), Armeniërs (5,7%), Abchazen (2,66%), Russen (1,5%), Osseten (0,9%) en Arameeërs (0,1%). De overige 1,51% omvat talloze kleinere bevolkingsgroepen zoals Batsen, Chinezen, Georgische Joden, Pontische Grieken, Kabarden, Koerden, Oekraïners, Tataren, Tsjetsjenen en Turken. Sinds de val van de Sovjet-Unie is een groot deel van de Georgische joden naar Israël en Amerika geëmigreerd De Georgische joden stammen af van de Perzische joden en behoren daarmee tot de Mizrachi Joden. Deze joden vestigden zich in Georgië vanaf 600 voor Christus, ze hadden er de status van lijfeigene. Dit lijfeigenschap werd in 1864 afgeschaft, joodse ex-lijfeigenen werden pachters. Vanaf 1870, met de opkomst van het zionisme emigreerden velen naar Israël. Deze emigratie lag stil tijdens het Sovjet-bewind en kwam weer op gang na de Perestrojka omdat de Kaukasus geteisterd werd door etnische conflicten.

Vanaf de jaren '90 emigreert ook een groot deel van de Pontische Grieken naar Griekenland en vanaf 1989 vertrekken ook veel Russen naar Rusland. Het Russisch aandeel in de totale bevolking daalde met 4,8%. De Russen vertrekken vanwege discriminatie die al lang onderhuids leefde, maar aan het einde van de jaren '80 sterk toenam. De mobiele en vaak hoger opgeleide Russen, die allen beschikken over een Russisch paspoort, denken in het economisch beter ontwikkelde Rusland makkelijker een toekomst op te kunnen bouwen. De Azerbeidzjanen zijn in de regio Kvemo Kartli qua aantal ongeveer even groot als de Georgische bevolking. De Armeniërs wonen vooral in het zuiden en vormen in de regio Samtsche-Dzjavacheti zelfs een meerderheid. Hier waren in oktober 2005 protesten voor gelijke economische behandeling en autonomie, die echter met geweld werden neergeslagen door de politie (met gummiknuppels en waarschuwingsschoten).

In de Sovjetperiode leefden er ook ongeveer 25.000 Kaukasusduitsers en een groot aantal Mescheten, die met andere volken in de jaren '40 door Stalin werden gedeporteerd naar Centraal-Azië en Siberië. Na 1955, toen ze dit gebied weer mochten verlaten, keerden slechts weinigen van hen terug naar Georgië.

Taal[bewerken]

De 4.555.911 (2013) Georgiërs spreken in meerderheid Georgisch, een Zuid-Kaukasische taal. In het westen wordt het daarmee verwante (maar niet officieel erkende) Mingreels gesproken en in de Kaukasus het eveneens verwante Svanetisch en Lazisch. Daarnaast spreken niet-Georgische groepen in het land naast het Georgisch nog vaak een eigen taal, zoals het bijna uitgestorven Kist en Batsbo in en rond de Pankisi-kloof, die verwant zijn aan het Tsjetsjeens. Naast het Georgisch, dat in het hele land geldt als officiële taal, is het Abchazisch een officiële taal in Abchazië.

Ongeveer 83,8% van de bevolking spreekt een van de Georgische talen, 6,5% Azerbeidzjaans, 5,7% Armeens, 2,7% Abchazisch, 1,5% Russisch en 0,9% Ossetisch.

Religie[bewerken]

De Georgiërs zijn in meerderheid christelijk. 84% behoort tot de orthodoxe Kerk, hoofdzakelijk tot de Georgisch-orthodoxe Kerk, maar ook een klein deel tot de Russisch-orthodoxe Kerk, vooral de Osseten. Vier procent behoort tot de Armeense Apostolische Orthodoxe Kerk en één procent is katholiek, waaronder Rooms-katholiek, Georgisch-Byzantijns-katholiek en Armeens katholiek. De Heilige Nino en Joris (Georgius) zijn de patroonheiligen van Georgië.[1]

Tien procent van de bevolking is moslim[1]: dit betreft de Azerbeidzjaanse (sjiitisch) minderheid in het oosten, een grote minderheid van de Abchazen (soennitisch) in het noordwesten en de Adzjaren (soennitisch) in het zuidwesten.

Er zijn kleine joodse gemeenschappen.

Een bijzondere religieuze minderheid vormen de Jezidi's, Koerden wier godsdienst een mengeling is van islam, christendom en andere religies. Schattingen van het aantal van deze bevolkingsgroep variëren van 30.000 tot 80.000. Het aantal is onzeker omdat veel Jezidi na de onafhankelijkheid Georgië zijn ontvlucht vanwege het aanhoudende rassengeweld.

Bestuur en politiek[bewerken]

De oude grondwet van de oude sovjetrepubliek, hoewel op bepaalde punten aangepast, is nog steeds van kracht. De nieuwe grondwet wordt vertraagd door het autonomiedispuut van Abchazië, Adzjarië en Zuid-Ossetië.

Bestuurlijke indeling[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Deelgebieden van Georgië voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het land is bestuurlijk onderverdeeld in 9 regio's, 2 autonome republieken en 1 stad met regiostatus. De regio's zijn verder onderverdeeld in 65 landelijke gebieden, 62 gemeenten en 53 woongebieden "met een stedelijk karakter".

Politieke partijen[bewerken]

De belangrijkste politieke partijen zijn:

De communistische partij, die in het Sovjettijdperk tot 1990 de enige partij was, werd in 1991 verboden. Een socialistische partij werd in 1994 toegestaan.

President[bewerken]

Op 4 januari 2004 werd Micheil Saakasjvili met bijna 86% van de stemmen tot president gekozen. Op 25 januari werd hij als de nieuwe president ingehuldigd, onder toeziend oog van de Russische en Amerikaanse ministers van buitenlandse zaken, Igor Ivanov en Colin Powell. Het parlement besloot om tevens een nieuwe vlag in gebruik te nemen. Deze vlag stamt uit de tijd van het Middeleeuwse Verenigde Georgische Koninkrijk.

Op 6 januari 2008 won Saakasjvili voor de tweede keer de presidentsverkiezingen met 52,8 procent van de stemmen. Hij wendde daarmee een verwachte tweede stemronde af.

Op 1 oktober 2012 verliest de partij van Saakasjvili de parlementsverkiezingen van de 'Georgische droom coalitie' onder leiding van Bidzina Ivanishvili. Ivanishvili vraagt hierna in eerste instantie het aftreden van de president, wat hij een dag later weer intrekt. Door deze verkiezingsuitslag is er een situatie ontstaan vergelijkbaar met de Franse cohabitation. Bij de presidentsverkiezingen van oktober 2013 won Giorgi Margvelasjvili, partijgenoot van premier Ivanishvili, in de eerste stemmingsronde van Saakasjvili's partijgenoot David Bakradze.

Economie[bewerken]

Georgië is een belangrijke theeproducent. Foto van Prokoedin-Gorski, begin 20e eeuw

De economie van Georgië, vroeger een welvarende Sovjetrepubliek, werd zwaar getroffen door de burgeroorlog (1991-1992): het toerisme, en de teelt van thee, tabak en citrusvruchten stortten in. Met het bewind van president Sjevardnadze (1992) is de economische situatie verbeterd, maar het herstel wordt bemoeilijkt door de autonomievraag van Abchazië, corruptie en een zwakke overheid. Dit zorgt voor een grote buitenlandse schuld, veel armoede, en achterstallige betalingen van lonen en pensioenen.

Een belangrijke economische stap was het openen van een oliepijpleiding van Bakoe in Azerbeidzjan tot de havenstad Soepsa, met een dagelijkse productie van 120.000 vaten.

Toeristisch zijn vooral de wintersportgebieden, de kust van de Zwarte Zee en de kuuroorden in trek. Ook de oude stadscentra, waaronder de vroegere hoofdstad Mtscheta, zijn toeristisch van belang.

Natuurlijke rijkdommen[bewerken]

Op de berghellingen langs de Zwarte Zee worden onder meer citrusvruchten, thee, tabak en druiven geteeld. De akkerbouw, die granen, maïs, voedergewassen en etherische oliën produceert, is intensief en sterk gemechaniseerd. De veehouderij omvat runder- (vooral in het westen), schapen- en geiten- (oosten) en varkensteelt. In de vruchtbare valleien is Georgië van oorsprong het oudste wijnproducereden land van Europa, en waarschijnlijk ook van de wereld. Er zijn ook de meeste verschillende wijnsoorten te vinden. Meer dan 540 druivensoorten zijn in de loop der eeuwen in Georgië gecultiveerd, meer dan in welk land ter wereld ook.

In het land wordt mangaan en steenkool gewonnen. Deze ertsen worden deels uitgevoerd, deels verwerkt in voertuigen en machines in grote fabrieken in Zestafoni en Roestavi. Energie wordt opgewekt in de steenkool- en aardgascentrales, maar er wordt ook gebruikgemaakt van waterkrachtcentrales.

Armoede[bewerken]

Volgens het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties leeft in Georgië meer dan de helft (54,5%) van de bevolking onder de armoedegrens.[11]

Verkeer en vervoer[bewerken]

Belangrijke havens zijn:

Er zijn luchthavens in Tbilisi, Batoemi en Koetaisi.

Cultuur[bewerken]

Gastronomie[bewerken]

De Georgische keuken is voor de Georgiërs vaak een reden tot trots. De meest voorkomende schotel is chatsjapoeri, een plat brood gevuld met kaas, waarvan vele (regionale) varianten bestaan. De chatsjapoeri kan in restaurants worden gegeten, maar ook als tussendoortje gekocht worden in stalletjes op straat. Een ander veel voorkomend gerecht zijn chinkalis, deegknoedels gevuld met vlees. Verder worden er vele verschillende gerechten bereid van lam, kip, rund of kalkoen.

Georgië is een wijnland bij uitstek. De belangrijkste wijnregio van het land is Kacheti. De belangrijkste biermerken zijn Natachtari en Kazbegi; de nationale sterkedrank is tsjatsja. Ook komt het koolzuurhoudende bronwater Borjomi uit het land, dat een favoriete drank van de leiders van de Sovjet Unie was.

Bezienswaardigheden[bewerken]

Paleis van Likani, een voorbeeld van Russische architectuur, te Borjomi
Beeld in Tbilisi van de berikaoba
Nuvola single chevron right.svg Zie ook de Georgische monumenten op de Werelderfgoedlijst

Tbilisi, de hoofdstad van Georgië, ligt in een bergdal dat door de rivier Mtkvari is uitgeslepen. In Tbilisi zijn nog veel sporen uit verschillende historische periodes: kerken, synagogen en moskeeën. Ook is er nog veel monumentale Sovjet-architectuur. Er zijn veel statige oude houten huizen en eeuwenoude badhuizen, Georgië had een belangrijke 'badcultuur'. In Tbilisi staan de 13e-eeuwse Metechi-kerk, de Sioni-kathedraal uit de 5e eeuw en de Anchiskati-kerk. Andere bezienswaardigheden zijn het Narichala-fort aan de rand van de stad en het Nationale Art Museum. In de voormalige hoofdstad Mtscheta zijn nog kerken uit de begintijd van het christendom te zien. Bezienswaardigheden in Mtscheta zijn het oude centrum, het Jvari Klooster en de Svetitskhoveli Kathedraal.

Onderscheidingen[bewerken]

Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie heeft Georgië een eigen Orde van het Gulden Vlies ingesteld. Het versiersel van de Orde van het Gulden Vlies van Georgië lijkt niet op de oude Habsburgse orde. Georgië wordt door historici genoemd als het land Colchis waar Jason het gulden vlies roofde.

Sport[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie hiervoor ook: Georgië op de Olympische Spelen

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties