Georgios Papadopoulos
| Georgios Papadopoulos | ||||
| Geboren | 5 mei 1919 Elaiohori, Griekenland |
|||
| Gestorven | 27 juni 1999 Athene, Griekenland |
|||
| Partner | Niki Vasileiadi, Despina Gaspari | |||
| President van Griekenland | ||||
| Aangetreden | 1 juni 1973 | |||
| Einde termijn | 25 november 1973 | |||
| Voorganger | Constantijn II van Griekenland (in de functie van koning) | |||
| Opvolger | Phaidon Gizikis | |||
| Premier van Griekenland | ||||
| Aangetreden | 13 december 1967 | |||
| Einde termijn | 8 oktober 1973 | |||
| Voorganger | Konstantinos Kollias | |||
| Opvolger | Spiros Markezinis | |||
|
||||
Georgios Papadopoulos (Grieks: Γεώργιος Παπαδόπουλος) (Eléochorion, 5 mei 1919 – Athene, 27 juni 1999) was een Grieks militair en uiterst rechts politicus, met sinds 1960 de rang van kolonel.
Inhoud |
[bewerken] Achtergrond
Papadopoulos werd in een middenklassengezin geboren. Zijn vader, Christos Papadopoulos, was leraar. Zijn moeder was Chrysoula Papadopoulos. Georgios Papadopoulos volgde lager en middelbaar onderwijs en werd in 1937 ingeschreven bij de militaire academie van Athene. In 1940 voltooide hij zijn opleiding.
[bewerken] Rol tijdens de Tweede Wereldoorlog
Op 28 oktober 1940 verwierp premier Ioannis Metaxas een Italiaans ultimatum, waarna Griekenland door Italië werd aangevallen. De Grieken wisten de Italianen terug te dringen tot in Albanië (Italiaans protectoraat). Pas toen de Duitsers Italië in april 1941 te hulp kwamen, werd het Griekse leger verslagen. Op 27 april 1941 capituleerde Griekenland. Een groot aantal Grieken sloot zich aan bij het verzet (zoals de linkse ELAS). Papadopoulos sloot zich echter aan bij het Veiligheidsbataljon, dat door de nazi's was opgericht om hen te assisteren bij het oprollen van het verzet. Uiteindelijk bereikte Papadopoulos de rang van kapitein.
[bewerken] Voorbereiding van de staatsgreep
Na de Tweede Wereldoorlog werkte hij voor de Griekse veiligheidsdienst KYP. In 1967 werd hij bevorderd tot kolonel. Papadopoulos had zich inmiddels aangesloten bij een groep officieren die bezig waren met het voorbereiden van een staatsgreep.
[bewerken] De staatsgreep en de junta
Op 21 april 1967 pleegde Papadopoulos samen met zijn collega-samenzweerders een staatsgreep en brachten de regering ten val. Er werd een militaire junta gevormd (Kolonelsregime) en Konstantinos Kollias, een partijloos politicus, werd tot premier aangesteld. Papadopoulos werd als minister toegevoegd aan de premier. Het nieuwe regime droeg een anti-communistisch karakter. De grondwet werd buitenwerking gesteld en invloedrijke personen van (centrum)links werden gevangengezet in kampen. Enkele vooraanstaande politici, zoals Konstantinos Karamanlis en Andreas Papandreou, wisten naar het buitenland te ontkomen en voerden vanuit hun ballingsoorden oppositie.
In december 1967 pleegde een aantal officieren in opdracht van koning Constantijn II een mislukte contra-staatsgreep. De koning wist naar het buitenland te ontkomen en generaal Georgios Zoitakis werd regent in de plaats van koning Constantijn. op 13 december 1967 nam Papadopoulos het premierschap en enkele ministersposten (o.a. dat van Defensie) op zich. Er volgde een periode van repressie en terreur. In augustus 1968 mislukte een aanslag op Papadopoulos plaats.
Het "Kolonelsregime" werd gesteund door de CIA, de Amerikaanse inlichtingendienst. De Europese Gemeenschap, die aanvankelijk een afwachtende houding aannam, werd later kritischer. Griekenland trad daarop uit eigen beweging uit de Raad van Europa. Ofschoon fel anti-communistisch (er waren betrekkingen met Italiaanse fascisten), waren de betrekkingen met de communistische landen uitstekend. Vanaf 1970 was er zelfs diplomatieke activiteit te bespeuren met Albanië. In juli 1970 nam Papadopoulos ook het ministerschap van Buitenlandse Zaken op zich.
[bewerken] De aanslag
Op 13 augustus 1968 werd een poging tot moord op kolonel Papadopoulos gedaan door de dertigjarige poët Alexandros Panagoulis. Dat gebeurde bij het zomerhuis in Lagonsi van de kolonel toen de student een bom naar de auto van hem gooide. De bom kwam er naast en er vielen geen doden, noch gewonden. Panagoulis werd gearresteerd door de militaire politie en voorgeleidt naar een militair tribunaal. Panagoulis werd gemarteld omdat men wilde weten of hij lid was van een communistische verzetsbeweging. De student zegt dat hij die aanslag deed uit wraak voor het vermoorden van de democratie in Griekenland. Aanvankelijk werd Panagoulis ter dood veroordeeld, maar onder grote internationale druk werd zijn straf omgezet in dertig jaar gevangenisstraf. Na het herstel van de democratie in 1974 zal hij parlementslid namens de Centrumunie worden. Hij werd echter twee jaar later, in 1976, op raadselachtige wijze vermoord. Men vermoedt in opdracht van Papadopoulos.
[bewerken] President van Griekenland
Nadat de royalistische oppositie definitief was uitgeschakeld werd Papadopoulos op 21 maart 1972 regent. Op 1 juni 1973 riep hij de republiek uit en na een dubieus referendum (29 juli) volgde zijn benoeming tot president. In dezelfde maand pleegden marine-officieren (de marine had geen zitting in de junta) een mislukte staatsgreep. Verzet van de zijde van studenten en intellectuelen tegen zijn dictatoriaal en repressief regime werd in november bloedig onderdrukt. Dit, samen met de Turkse bezetting van Noord-Cyprus, betekende het begin van het einde voor Papadopoulos' bewind. Op 25 november 1973 nam het leger de macht over en kon de democratie zich herstellen. Generaal Phaidon Gizikis en generaal Dimitrios Ioannidis vormden een nieuwe junta.
[bewerken] Terugkeer naar de democratie
Na Griekenlands terugkeer naar de democratie in juli 1974, werd Papadopoulos in augustus 1975 wegens hoogverraad en muiterij ter dood veroordeeld. In 1976 werd hem zijn militaire rang ontnomen en de doodstraf werd omgezet in levenslange gevangenisstraf in de strengbewaakte gevangenis van Korýdallos bij Athene, waar hij overleed. Ondanks zijn gevangenschap bleef Papadopoulos vanaf 1984 tot aan zijn dood op tachtigjarige leeftijd fungeren als leider van de uiterst-rechts georiënteerde Ethnikí Politikí Énosis (Nationale Politieke Verbond).