Gerard Brandt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gerard Brandt

Gerard[1] Brandt (Amsterdam, 25 juli 1626 - aldaar, 12 oktober 1685) was een Nederlandse predikant. Van 1667 tot 1685 was hij predikant in Amsterdam. Hij was een bekende schrijver in zijn tijd en schreef onder andere een Leven van Michiel Adriaanszoon de Ruyter en een Geschiedenis van Enkhuizen. Zijn Leven van Vondel (1682), verschenen drie jaar na Vondels overlijden, was de eerste in een lange reeks Vondel-biografieën. Het roemruchte verhaal van de ontsnapping van Hugo de Groot werd door de publicatie van Brandt, uit Elselina's mond opgetekend, een van de klassiekers van de Nederlandse geschiedschrijving.

Levensloop[bewerken]

Hij werd geboren als zoon van Gerard Brandt, horlogemaker en Neeltje Jeroens. Zijn vader was regent van de Amsterdamse Schouwburg. Toen hij zeventien was schreef Gerard jr. het toneelstuk De Veinzende Torquatus dat in de schouwburg later werd opgevoerd.

Toen Brandt later een bekend predikant en serieus geleerde was geworden, wilde hij aan deze jeugdzonde niet herinnerd worden. Grote bekendheid kreeg Brandt door zijn grafrede op Pieter Cornelisz. Hooft in 1647. De rede werd uitgesproken door Van Germez, een toneelspeler. Brandts rede was een vertaling van de lijkrede van Jacques Du Perron op Ronsard, die hij voor eigen werk liet doorgaan, waarna hij van plagiaat werd beschuldigd in het geschrift Aen den onbeschaemden letter-dief. In de rede was Hooft "d'eenige Poëet, die d'Amstel had voortgebracht", een duidelijke aanval op Vondel.

Onder invloed van hoogleraar Casparus Barlaeus en speciaal diens dochter ruilde Brandt het vak van horlogemaker in voor studie. In 1652 slaagde hij voor zijn examen en werd remonstrants predikant in Nieuwkoop. Hij trouwde deze Suzanne van Baerle en ze kregen drie zoons die allen predikant werden.

Brandt werd in 1660 te Hoorn beroepen, en uiteindelijk in 1667 te Amsterdam. In 1666 bracht hij zijn Historie der vermaerde zee- en koopstadt Enkhuisen uit, die nog steeds een belangrijke bron vormt voor de vroege geschiedenis van Enkhuizen.

In 1681 kreeg Brandt van Michiel de Ruyters zoon Engel de Ruyter opdracht een biografie over diens in 1676 overleden vader te schrijven. Dit werk, Het Leven en bedryf van den Heere Michiel de Ruiter, dat na hun beider dood in 1687 zou verschijnen, is een belangrijke bron van informatie over de admiraal; het is voltooid door Brandts zoons Caspar en Johannes. Engel vermaakte vierhonderd guldens aan Brandt, vermoedelijk als betaling voor de opdracht.

Boeken[bewerken]

  • Stichtelijke Gedichten, 1664
  • Historie van de vermaerde zee- en koopstadt Enkhuisen , Amsterdam 1666.
  • Leven van Hooft, 1677
  • Historie der Reformatie, 1668 en '74, tegen Willem Baudartius gericht. Hij werd over dit werk heftig aangevallen, vooral door ds. Hendrik Ruyl of Rulaeus, Amsterdam, en hij schreef een verantwoording tegen diens beschuldigingen in 1675.
  • Leven van Vondel, 1682
  • Het leven en het bedrijf van den Heere Michiel de Ruyter. Een zeer uitgebreide biografie van 1063 pagina's die met medewerking van De Ruyters weduwe en kinderen werd geschreven. Amsterdam 1687 ISBN 90-6103-401-9 (facsimile-uitgave)

Externe link[bewerken]

Wikisource NL Meer bronnen die bij dit onderwerp horen, kan men vinden op de pagina Historie der Reformatie op de Nederlandstalige Wikisource.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. spellingsvarianten zijn (o.a.) 'Geeraardt' en 'Geeraerdt'