Gerard de Lairesse
Gerard (de) Lairesse (ook Gérard de Lairesse) (Luik, 1640 – Amsterdam, 28 juni 1711) was een classicistisch kunstschilder en graficus uit de Gouden Eeuw. Hij schilderde voornamelijk historische, allegorische en mythologische scènes, vaak gebaseerd op Ovidius of andere letterkundige werken. In Frankrijk noemde men hem dan ook de "Nederlandse Poussin". De Lairesse is vooral bekend door zijn zolder- en schoorsteenstukken, en de geleerde boeken Grondlegginge der teekenkonst (1701) en Het groot schilderboeck (1707), die van grote invloed waren op de 18e-eeuwse (behang)schilders, zoals Jacob de Wit.
Inhoud |
Biografie[bewerken]
De Lairesse werd geboren in Luik. Zijn opleiding verkreeg hij bij zijn vader, evenals zijn broers. Zijn eerst opdrachten waren in Keulen voor de prins-bisschop van Luik, Maximilian-Hendrik. Toen zijn oudste broer, op studiereis, terug kwam uit Italië nam die het boek van Cesare Ripa mee. Gerard oefende elke dag en had met zijn tekeningen al succes op school. In 1664 vluchtte Lairesse naar Maastricht, na een gevecht met twee zusters, waarbij hij o.a. gewond raakte aan zijn neus. Hij trouwde daar met zijn nicht Maria en verhuisde naar Utrecht. Toen zijn schilderstalent werd ontdekt door de Gerrit van Uylenburgh kwam hij in 1667 naar Amsterdam. Bij zijn eerste bezoek aan het atelier van de kunsthandelaar op de Lauriergracht, was iedereen zichtbaar onder de indruk van zijn uiterlijk. De Lairesse sprak nauwelijks Nederlands, haalde een viool tevoorschijn en begon te spelen. Uylenburgh betaalde slecht en na twee maanden begon De Lairesse voor zichzelf.[1]
Hij schilderde decorstukken voor het theater en maakte illustraties voor het toneelwerk van Andries Pels en voor de kunstverzamelaar Gerrit Reynst. De Lairesse werd gastheer van Nil Volentibus Arduum in zijn huis op de Nieuwmarkt. In 1672 kwam De Lairesse op straat in de problemen, vanwege zijn conversatie in het Frans en werd opgesloten onder het stadhuis.
De Lairesse werd een van de populairste schilders in Nederland in de tweede helft van de 17e eeuw. Alle notabelen stelden prijs op zijn gezelschap, en plaatsten opdrachten. Hij hield zich bezig met beschilderen van interieurs in Amsterdamse koopmanshuizen. Tussen 1675 en 1683 decoreerde hij het huis Messina van de textielmagnaat Philips de Flines aan de Herengracht 164 met vijf allegorieën op de kunst, geschilderd in grisaille. In 1687 maakte hij met de landschapsschilder Johannes Glauber vier schilderingen voor het huis van Jacob de Flines (Herengracht 132), nu in het bezit van het Rijksmuseum. Ook de plafonddecoraties van Herengracht 446, bewoond door Andries de Graeff, en Herengracht 539, nu in het Metropolitan Museum of Art en Herengracht 458, een Allegorie op de Vrede van Munster, nu in het Vredespaleis, zijn van zijn hand. Hij leverde plafondstukken voor een zaal in het Binnenhof, die hij in 1688 beschilderde en naar hem is vernoemd, het Paleis van Justitie, Paleis Soestdijk en Paleis 't Loo en maakte enkele portretten o.a. van stadhouder Willem III.
De veelzijdige kunstenaar tekende elke week naar model en illustreerde een belangrijk anatomisch werk van Govert Bidloo, Anatomia Humani Corporis (Ontleding des menschelyken lichaams) (1685). Hij beschilderde de buitendeur van het Theatrum Anatomicum in de Waag met een skelet en het plafond van het Leprozenhuis en de luiken van het orgel in de Westerkerk. De Lairesse was klein van stuk en legde een uitgesproken voorkeur voor gedrongen figuren aan de dag. Hij ried het gebruik van een (bolle) spiegel of waspoppetjes, die in alle standen konden worden opgeprikt, aan om een aanvaardbare voorstelling te creëren.
Het Groot Schilderboek[bewerken]
De Lairesse leed aan congenitale syfilis waardoor hij op vijftigjarige leeftijd zijn gezichtsvermogen begon te verliezen. Zijn misvormde neus met ingezakte neusrug (zadelneus) door syfilis, is duidelijk zichtbaar op het nietsverhullende portret dat Rembrandt in 1665 van hem schilderde.[2] Nadat hij rond 1690 blind was geworden begon De Lairesse met het geven van colleges aan huis in de Spinhuissteeg. Hij verzamelde een aantal geïnteresseerden en leerlingen om zich heen, die hij tegen betaling een of twee keer per week zijn ideeën onderwees. De dictaten zijn verzameld door een van zijn drie zonen, en vergezeld van gravures. Ze zijn na veel vertraging uiteindelijk uitgegeven in twee delen onder de titel:Het groot schilderboek (Amsterdam 1707, 2e druk in 1712, 1714, 1716, 1740, 1836). Het boek werd vertaald in het Duits in 1728-1729, 1776, en 1784-1819.[3][4] Een Engelse vertaling verscheen in 1738, 1778 en 1817; een Franse in 1787. Omdat het gebruikt werd op alle toonaangevende kunstacademies, en uitgereikt werd als beloning aan eerste prijswinnaars, oefende het boek grote invloed uit op de kunst in de 18e eeuw. Volgens De Lairesse diende de schilderkunst zich te richten op: "... het verbeelden van deftige en stichtlijke zaaken, als fraaije Geschiedenissen en Zinnebeelden, Geestelijk en Moraal, de welke op een deugdzaame en betaamelijke wyze, ieder een tot vermaak en nuttigheid strekkende, moet worden uitgedrukt.
Het Groot Schilderboek bestaat uit dertien boeken: de eerste vijf boeken behandelen achtereenvolgens de techniek, de compositie, de leer van antiek en modern, de kleurenleer en de regels van licht en schaduw. Vervolgens gaat de schrijver over tot de verschillende genres, beginnende met de landschappen. Het zevende boek behandelt de portretten. Het achtste bespreekt de Griekse en Romeinse architectuur in verband met de schilderkunst, terwijl de verdere boeken gewijd zijn aan de plafondschildering, de beeldhouwkunst, het stilleven en het bloemstilleven. Het dertiende en laatste hoofdstuk handelt over de graveerkunst.
Varia[bewerken]
- Bekende werken van De Lairesse zijn Allegorie van de vijf zintuigen [5] (1668), De zelfmoord van Dido (1668), Diana en Endymion (circa 1680).[6]
- Joan Pluimer publiceerde een gedicht: Groot Schilderboek.[7]
- De Lairesse adviseerde landschapjes op te hangen op ooghoogte, en keukenstukken in de keuken. Schilderijen kunnen het best beoordeeld worden op eenzelfde afstand als de grootte.[8]
- Hij werd geschetst in een historische novelle van J.A. Alberdingk Thijm, verschenen in 1879.
- De Lairesse kon niet goed opschieten met de schilder van kerkinterieurs Emanuel de Witte, eveneens een bezoeker van tapgelegenheden.
- Aan het eind van zijn leven woonde de schilder aan de Prinsengracht, tussen de Spiegelgracht en de Weteringstraat.
- Werk van De Lairesse hangt in het Rijksmuseum en het Amsterdams Historisch Museum; het Louvre in Parijs; de National Gallery of Art in Washington D.C.; de National Portrait Gallery en Tate Gallery in Londen; het Neues Schloss in Bayreuth en vele andere musea.
- In de Amsterdamse wijk Oud-Zuid is een straat naar hem vernoemd, de De Lairessestraat. Ook in de Eindhovense wijk Tongelre is een straat naar hem vernoemd.
- Een van de grafelijke zalen in het complex van de Ridderzaal aan het Binnenhof in Den Haag is naar hem vernoemd.
Noten[bewerken]
- ↑ Timmers, J.J.M. (1942) Gérard Lairesse.
- ↑ Liedtke, W. (2007) Dutch paintings in the Metropolitan Museum of Art, p. 414-421.
- ↑ (de) Digitalisatie van zijn publicaties door de UB Heidelberg
- ↑ (de) Website Zeno, met informatie
- ↑ http://www.digischool.nl/ckv2/burger/burger17de/17eeuw/lairesse.htm
- ↑ De Lairesse in het Rijksmuseum
- ↑ http://www.dbnl.org/tekst/lair001groo01_01/lair001groo01_01_0017.htm#section-16-44
- ↑ Loughman, J. & J.M. Montias (2000) Public and Private Spaces. Works of Art in Seventeenth-Century Dutch Houses, p. 34, 41, 106, 117-118.
Externe links[bewerken]
- Godefridi Bidloo, Medicinae Doctoris & Chirurgi, Anatomia Hvmani Corporis: Centum & quinque Tabvlis Per artificiosiss. G. De Lairesse ad vivum delineatis, Demonstrata, Veterum Recentiorumque Inventis explicata plurimisque, hactenus non detectis, Illvstrata met 105 illustraties van Gérard de Lairesse. Amsterdam 1685
| Zie de categorie Gérard de Lairesse van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |