Gerechtelijk vooronderzoek
Een gerechtelijk vooronderzoek is in Nederland een strafrechtelijk onderzoek waarbij een rechter-commissaris inhoudelijk betrokken is.
In België spreekt men van een opsporingsonderzoek, wat wordt gevoerd onder de leiding en het gezag van de bevoegde Procureur des Konings.
In beide landen gaat het om onderzoekshandelingen, die minder ver kunnen gaan dan bij een eigenlijke gerechtelijk onderzoek.
Inhoud |
[bewerken] Het gerechtelijk vooronderzoek (Nederland)
Binnen een gerechtelijk vooronderzoek kunnen een aantal handelingen door de rechter-commissaris worden verricht. De rechter-commissaris kan getuigen horen, of deskundigen benoemen die een rapportage over de verdachte op moeten stellen.
Hoewel de Officier van Justitie ook aan de politie opdracht kan geven om getuigen te horen, heeft de politie geen dwangmiddelen om een getuige te dwingen om een verklaring af te komen leggen. Wanneer een getuige echter een oproep van de rechter-commissaris krijgt, en daar geen gehoor aan geeft, is dat een strafbaar feit en is de getuige dus strafbaar. Om zeker te weten dat de getuige de oproep heeft ontvangen, kan de rechter-commissaris de Officier van Justitie de opdracht geven om een getuige te dagvaarden. De akte dat die dagvaarding aan de getuige is uitgereikt vormt dan het bewijs dat de getuige ervan op de hoogte was dat hij bij de rechter-commissaris moest verschijnen.
[bewerken] Wettelijke vereisten
In de vordering tot gerechtelijk vooronderzoek moet duidelijk staan omschreven van welke strafbare feiten de verdachte wordt verdacht. De verdachte moet -nog voor de sluiting van het gerechtelijk vooronderzoek- in de gelegenheid worden gesteld om een kopie van die vordering in ontvangst te nemen.
[bewerken] Het opsporingsonderzoek (België)
[bewerken] Definitie (art 28bis §1 Sv)
Het opsporingsonderzoek is het geheel van de handelingen die ertoe strekken de misdrijven, hun daders en de bewijzen ervan op te sporen en de gegevens te verzamelen die dienstig zijn voor de uitoefening van de strafvordering.
Het kan ook proactief gegevens registreren op grond van een redelijk vermoeden van te plegen of reeds gepleegde maar nog niet ontdekte feiten.
In de regel mogen opsporingshandelingen geen enkele dwangmaatregel inhouden, noch schending van individuele rechten en vrijheden, tenzij bij ontdekking op heterdaad. Inbeslagname van goederen is wel mogelijk.
[bewerken] Soorten onderzoek
-
- ondervraging van de verdachte
- verhoren van getuigen, benadeelden,...
- confrontaties
- huiszoeking (met toestemming of toegelaten door bijzondere wet) en daarmee gepaard gaande inbeslagneming
- neerlegging van overtuigingsstukken op de griffie
- inwinnen van inlichtingen
- materiële vaststellingen
- maatschappelijke enquête
- aanstellen van technisch raadgever (géén deskundige)
De meeste van deze handelingen worden door de politiediensten ambtshalve gedaan. Via kantschriften geeft de Procureur des Konings bijkomende onderzoeksopdrachten.
[bewerken] Einde van het opsporingsonderzoek
De Procureur des Konings kan volgende beslissingen nemen:
- De seponering
- Voorstellen van minnelijke schikking
- Strafbemiddeling
- Vorderen van gerechtelijk onderzoek
- Een rechtstreekse dagvaarding, of oproeping bij proces-verbaal voor de rechtbank, of oproeping met onmiddellijke verschijning
De procureur des Konings kan, indien het openbaar belang het vereist, aan de pers gegevens verstrekken, met inachtneming van het vermoeden van onschuld, de rechten van verdediging van de verdachte, het slachtoffer en derden, het privé-leven en de waardigheid van personen.