Gerhard Richter

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gerhard Richter gefotografeerd door Lothar Wolleh
Gerhard Richter tijdens de opening van zijn retrospektief in Düsseldorf, 11 februari 2005 K20
Gerhard Richter, tentoonstellingsaffiche, Lenbachhaus, 2005
Portretten van Gottfried Helnwein (links) en Gerhard Richter (rechts) in Praag
De ramen van Richter in de Dom van Keulen (bij nacht van buitenaf gezien)
Gerhard Richter voor zijn werk Strontium

Gerhard Richter (Dresden, 9 februari 1932) is een Duits kunstschilder. Samen met Sigmar Polke en Konrad Lueg was hij de grondlegger van het kapitalistisch realisme.

Levensloop[bewerken]

Gerhard Richter groeide op in Reichenau (nu: Bogatynia) en Waltersdorf in de Oberlausitz. In 1948 voltooide hij de hogere handelsschool in Zittau en volgde daar van 1949 tot 1951 een opleiding tot decoratieschilder voor reclame, tekst en theaterdecors. In 1950 deed hij toelatingsexamen voor de kunstacademie in Dresden, maar werd afgewezen. In 1951 werd hij aangenomen en begon hij zijn studie bij Karl von Appen, Ulrich Lohmar en Will Grohmann. In 1955 schilderde Richter in het kader van zijn afstuderen een muurschildering („Abendmahl mit Picasso”) voor de mensa van de academie. In 1956 maakte hij een volgende muurschildering in het Hygienemuseum („Lebensfreude”) als afstudeerproject (beide wandschilderingen werden later overgeschilderd).

Van 1957 tot 1961 werkte Richter als Meisterschüler aan de kunstacademie van Dresden en werkte aan opdrachten voor muurschilderingen, in openbare gebouwen (bijvoorbeeld: „Arbeiterkampf”). Ook maakte hij olieverfschilderijen zoals portretten, figuren (zijn vrouw Ema), stadsgezichten („Stadtbild”, Dresden) en tekeningen, waaronder zelfportretten.

Eind februari 1961 vluchtte Richter met achterlating van zijn schilderijen vanuit de DDR naar West-Duitsland. Het vroege werk ging grotendeels verloren en is daardoor nauwelijks gedocumenteerd. Richter vervolgde van 1961 tot 1963 zijn kunstopleiding aan de Kunstacademie Düsseldorf bij Friedrich Macketanz en K. O. Götz.

Zijn tentoonstelling met Sigmar Polke en Konrad Lueg op 11 oktober 1963 in meubelhuis Berges was een happening onder de titel "Leben mit Pop – Eine Demonstration für den Kapitalistischen Realismus", waarmee deze groep kunstenaars bekendheid verwierf als schilders van het kapitalistisch realisme[1]. In 1964 had Richter zijn eerste solotentoonstelling en hij geniet sindsdien een groeiende reputatie binnen de hedendaagse kunst. Hij nam in 1972 deel aan de Biënnale van Venetië met zijn werkcomplex („48 Portraits”) en hij nam verschillende keren deel aan de documenta in Kassel.

Tegen het einde van de jaren 60 werkte Richter als kunstdocent. Zo was hij in 1967 gastdocent aan de kunstacademie in Hamburg. In 1971 werd hij docent schilderkunst (Professor) aan de kunstacademie in Düsseldorf. Deze functie vervulde hij tot 1993.

In 1972 voerde hij samen met onder ainderen Heinrich Böll, David Hockney, Günther Uecker, Henry Moore, Richard Hamilton, Peter Handke en Martin Walser actie tegen het ontslag van Joseph Beuys door de minister van onderwijs en wetenschappen Johannes Rau.

In de jaren 1993 en 1994 reisde een retrospectieve tentoonstelling van zijn werk door Europa en deed daarbij Parijs, Bonn, Stockholm en Madrid aan. in 2002 organiseerde het Museum of Modern Art in New York een groot retrospectief naar aanleiding van zijn 70e verjaardag. Dit was met honderachtentachtig stukken de grootste tentoonstelling die daar ooit aan een levende kunstenaar gewijd werd.

Op 20 augustus 2004 werd in het Albertinum in Dresden een aantal ruimten opengesteld met een permanente expositie met eenenveertig van zijn schilderijen. De Britse krant The Guardian noemde Richter op 6 juli 2004 als de meest succesvolle kunstenaar van het moment en als de Picasso van de 21e eeuw.[2]

Begin 2005 vond in de Düsseldorfer Kunstsammlung NRW (K20) een omvangrijke tentoonstelling plaats die ook naar München (Lenbachhaus) en naar Kanazawa en Sakura in Japan reisde.

In 2005 werd in Dresden het Gerhard Richter-archief opgericht dat onder leiding van zijn langdurige medewerker en biograaf Dietmar Elger dat het leven en werk van Gerhard Richter onderzoekt en documenteert met onder andere een catalogus van het complete werk.

Voor de Dom van Keulen ontwierp Richter in 2006 een raampartij van 113 vierkante meter. Het werk bestaat uit 11.500 gekleurde vierkanten van handgeblazen glas. De ordening van de 72 kleuren gebeurt door middel van een toevalsgenerator. Het werk is een geschenk van Richter aan de stad Keulen. Op 25 augustus 2007 werd het venster in de zuidelijke dwarsbeuk onthuld.

Familiegeschiedenis[bewerken]

Door een artikel in de Berlijnse krant Der Tagesspiegel van 22 augustus 2004 werd een tragisch feit uit Richters' familiegeschiedenis bekend. Achtergrond vormde het boek van Jürgen Schreiber: „Ein Maler aus Deutschland”. Richters' tante Marianne werd in 1945 door doktoren van het naziregime vermoord. Eén van de medeverantwoordelijken was Prof. Dr. Heinrich Eufinger, die later zijn schoonvader werd. Beiden werden door Richter meerdere keren geportretteerd, zonder dat Richter zelf de hele geschiedenis kende.

Gerhard Richter trouwde in 1957 met Marianne (Ema) Eufinger. Uit dat huwelijk heeft hij een dochter (Betty, 1968). In 1982 trouwde Richter met de beeldhouwster Isa Genzken. Uit zijn derde huwelijk, met Sabine Moritz heeft hij twee kinderen: Moritz (1995) en Ella Maria (1996). Hij woont sinds 1983 in Keulen.

Oeuvre[bewerken]

Schilderstijlen[bewerken]

Richter werkte vanaf de jaren 60 in verschillende stijlen naast elkaar. Naast realistisch in zwart-witschakeringen nageschilderde foto's schilderde hij in 1964 ook kleurstalen („Farbtafeln”) en „4 Glasscheiben”. In 1967 schilderde hij „Röhren”, een grijs in grijs schilderij dat een vroeg voorbeeld is van abstractie in zijn werk vergelijkbaar met „Strontium” uit 2004. Tussendoor schilderde hij als een fijnschilder wolken, landschappen, brandende kaarsen en daarnaast in de jaren 90 series kleurrijke doeken met dikke, impulsief aangebrachte lagen verf.

Gerhard Richter probeerde in het begin van de jaren zestig vele schilderstijlen van de moderne kunst uit (van Antoni Tàpies tot Francis Bacon). Deze werken verbrandde Richter naar eigen zeggen later op de binnenplaats van de kunstacademie in Düsseldorf. Hij liet zich bij zijn latere werk vooral beïnvloeden door popart en abstract expressionisme maar ook wel door neo-dada en Fluxus.

Ook werkte Richter vanaf 1962 samen met de bevriende kunstschilder Blinky Palermo en exposeerde in 1970 samen met hem. Zij maakten ook gemeenschappelijke tweeluiken. Richter maakte bovendien twee beelden „Zwei Skulpturen für einen Raum von Palermo”. Dit waren portretbustes naar gipsafgietsels van de hoofden van Palermo en Richter. Deze werken vormen een unicum in zijn oeuvre. Een reconstructie ervan bevindt zich in de collectie van de Städtische Galerie im Lenbachhaus in München).

Fotorealisme[bewerken]

Begin jaren 60 schilderde Richter voor het eerst foto's na. Dit konden krantenknipsels zijn en familiekiekjes die in zwart-wit werden uitvergroot. Later schilderde hij ook eigen foto's na zoals landschappen en zeegezichten in kleur. Een bijzonderheid daarbij is dat hij meestal de contouren van zijn motieven vervaagt zodat de schilderijen nog meer aan foto's doen denken dan werken van andere fotorealistisch werkende schilders (bijvoorbeeld „Tisch”).

Een van de vervreemdende technieken toegepast op de fotorealistische werken bestaat erin dat hij ook krassen in de verf trekt en de verf weer afschraapt, hetgeen later in zijn expressief abstracte werk opnieuw te zien is. Soms gaat de abstrahering zover dat het oorspronkelijke voorbeeld nauwelijks nog te herkennen is. Richter verklaarde dat hij de waardering voor het 'als een automaat' naschilderen van foto's aan het voorbeeld van de popartkunstenaar Andy Warhol te danken heeft.

Kapitalistisch realisme[bewerken]

Met de tentoonstelling 'Kapitalistisch realisme' gaven de kunstenaars, waarvan er twee uit de DDR afkomstig waren, een ironisch commentaar op enerzijds de socialistische kunstpraktijk en anderzijds de kapitalistische consumptiemaatschappij, die op dat moment in de Bondsrepubliek Duitsland een realiteit was. In 1968 voerde hij met zijn vriend en studiecollega Günther Uecker in de Kunsthal Baden-Baden een demonstratieve actie waarbij deze kunstenaars het museum 'kraakten' onder het motto van Uecker: "Ook musea kunnen als woning dienen".

Onderwerpen[bewerken]

Als onderwerp kiest Richter veelal portretten, groepsportretten, stillevens, landschappen een zeestukken en ook bekende bezienswaardigheden zoals de Niagarawatervallen. Heel fotorealistisch zijn de schilderijen „Wolkenbild ohne Titel” (1978), „Davos” en „Eis” (1981). Deze lijken in de traditie van Caspar David Friedrich te staan, ze zijn echter tegelijkertijd realistische afbeelding en expressionistische vervreemding van het motief.

Bij het bekijken van sommige schilderijen is het goed het verhaal te kennen dat bij het oorspronkelijke plaatje hoort. Zo schilderde Richter in 1988 als een soort historieschilder de serie „18 oktober 1977”; vijftien schilderijen in waarin hij met portretten van RAF-terroristen de actualiteit van de Duitse geschiedenis in zijn werk toelaat zonder daarmee echt politiek stelling te nemen. Andere schilderijen gaan over familieleden waarvan het lot op dramatische wijze met elkaar verbonden was („Tante Marianne”).

Atlas[bewerken]

In 1962 begon Richter met het aanleggen van een „Atlas”, waarin hij krantenknipsels, losse foto's, fotoseries, schetsen, kleurstudies, landschappen, portretten, stillevens en meer verzamelt. Vele onderwerpen dienden later als aanleiding tot schilderijen. Dit werk „Atlas” werd in 1997 getoond op de documenta in Kassel.

Grafiek[bewerken]

De naam kapitalistisch realisme werd vooral bekendgemaakt door de galeriehouder en tentoonstellingsmaker René Block, die nauwe contacten met de kunstenaars van deze stroming onderhield. Hij gaf van hen vele grafische edities uit en publiceerde een tweedelig boekwerk: „Réné Block: Grafik des Kapitalistischen Realismus, Berlijn, 1971/1974)

Contrasten[bewerken]

Richters werk is soms koel en analytisch en soms lyrisch en experimenteel. Het verbindende element tussen het figuratieve en het abstracte werk is de nadruk op de waarneming van de kunstenaar die op verschillende manieren de realiteit onderzoekt. Juist de veelzijdigheid in aanpak typeert zijn werk.

Erkenning[bewerken]

Gerhard Richter werd door het tijdschrift Capital in 2006 voor de derde achtereenvolgende keer uitgeroepen tot de belangrijkste hedendaagse kunstenaar.

Tentoonstellingen[bewerken]

Beknopt overzicht van zijn tentoonstellingen:

  • 1956: Albertinum, Dresden, groepstentoonstelling Junge Künstler
  • 1957: Albertinum, Dresden. II. Bezirksausstellung des Verbandes bildenden Künstler Deutschlands
  • 1959: Albertinum, Dresden, kersttentoonstelling
  • 1960: Albertinum, Dresden, groepstentoonstelling Junge Künstler
  • 1962: Galerie Junge Kunst, Fulda
  • 1963: Möbelhaus Berges, Düsseldorf, „Leben mit Pop eine Demonstration für den kapitalistischen Realismus”
  • 1964: Galerie Friedrich & Dahlem, München, Duitsland
  • 1964: Galerie René Block, Berlijn, Duitsland
  • 1964: Galerie Alfred Schmela, Düsseldorf, Duitsland
  • 1965: Museum Haus Lange, Krefeld, Duitsland
  • 1966: Galleria La Tartuaruga, Rome, Italië
  • 1967: Museum Lidice, Gemeinschaftsausstellung, Lidice, CSSR
  • 1969: Zentrum für Aktuelle Kunst, Gegenverkehr Aken, Duitsland
  • 1969: National Museum of Modern Art, groepstentoonstelling, Tokio, Japan
  • 1969: Guggenheim Museum, groepstentoonstelling, New York, VS
  • 1970: Paleis voor Schone Kunsten, Brussel, België
  • 1970: Museum Folkwang, Essen, Duitsland
  • 1970: Kunsthalle Köln, groepstentoonstelling Jetzt: Künste in Deutschland heute, Keulen
  • 1971: Kunstverein für die Rheinlande und Westfalen, Düsseldorf
  • 1972: Biënnale van Venetië, solotentoonstelling in het Duitse paviljoen, Venetië, Italië
  • 1972: documenta V, Kassel
  • 1973: Galerie Onnasch, New York
  • 1974: Städtisches Museum Mönchengladbach
  • 1977: Centre Pompidou, Parijs, Frankrijk
  • 1977: documenta VI, Kassel werd uitgenodigd maar trok zich terug
  • 1978: Van Abbemuseum, Eindhoven, Nederland
  • 1979: Whitechapel Art Gallery, Londen
  • 1979: Biennale of Sydney, Sydney, Australië
  • 1982: documenta 7, Kassel
  • 1984: Von hier aus − Zwei Monate neue deutsche Kunst in Düsseldorf
  • 1985: Sperone Westwater en Marian Goodman, New York, VS
  • 1986: Kunsthalle Düsseldorf, Berlijn, Bern, Wenen
  • 1986: Albertinum, Dresden, groepstentoonstelling Positionen
  • 1987: documenta 8, Kassel,
  • 1988: Reizende tentoonstelling Canada
  • 1989–1991: Tentoonstelling RAF-Zyklus „18. Oktober 1977”, Krefeld, Frankfurt, Londen, St. Louis, New York, Montréal, Los Angeles, Boston
  • 1990: Museum Ludwig Keulen
  • 1990: Albertinum, Dresden, groepstentoonstelling Ausgebürgert
  • 1991: Tate Gallery, Londen, Groot-Brittannië
  • 1992: Nietzsche-Haus, Sils-Maria, Zwitserland
  • 1992: documenta IX, Kassel, Duitsland
  • 1993/94: Kunst- und Ausstellungshalle der Bundesrepublik Deutschland, Bonn, Duitsland
  • 1994: Hygiene-Museum, groepstentoonstelling Körperbilder Menschenbilder, Dresden, Duitsland

Musea[bewerken]

Beknopte lijst van musea met werk van Richter in de vaste collectie:

Prijzen[bewerken]

Media[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Dietmar Elger: Gerhard Richter. Maler, Keulen, 2002, (Biografie), ISBN 3-8321-5848-0
  • Robert Storr: Gerhard Richter, Malerei, Ostfildern-Ruit, 2002, ISBN 3-7757-1169-4
  • Dietmar Elger: Gerhard Richter, Landscapes, Ostfildern-Ruit, 2002, ISBN 3-7757-9101-9
  • Hubertus Butin, Stefan Gronert: Gerhard Richter, Editionen 1965-2004, Werkverzeichnis Ostfildern-Ruit 2003/2004, ISBN 3-7757-1430-8
  • Jürgen Schilling: Gerhard Richter, eine Privatsammlung. Düsseldorf, 2004, ISBN 3-937572-00-7
  • Hans-Ulrich Obrist: Gerhard Richter, 100 Bilder Ostfildern-Ruit, 2005, ISBN 3-89322-851-9
  • Jürgen Schreiber: Ein Maler aus Deutschland Gerhard Richter. Das Drama einer Familie, München/Zürich, 2005, ISBN 3-86612-058-3
  • Daan Van Speybroeck: ‘Uit mijn doen Over het Domfenster van Gerhard Richter: “Ce que je voyais je ne puis dire ce que c’était.” - Pierre Klossowski, Le bain de Diane (1972)’, in: Desipientia: Zin & Waan: Kunsthistorisch Tijdschrift 16 (2009), nr. 1, pp. 25-28. ISSN 13861069

Films[bewerken]

  • 1966: „Kunst und Ketchup” door Elmar Hügler. tv-documentaire Südwestfunk, 14 december 1966, 45 min.
  • 1969: „Gerhard Richter – In der Werkstatt”, Orbis-Film, regie: Hannes Reinhardt, 13 min. Goethe-Instituut Inter Nationes
  • 1989: „Das Dresdener Frühwerk”, door Christine Haberlik, voor Aspekte, ZDF, 4 juni 1999
  • 1989: „Augenblicke – Gerhard Richter: 18. Oktober 1977”, door Viktoria von Flemming, 14 min.
  • 1994: „Gerhard Richter Malerei 1962–1993” door Henning Lohner, 42 min.
  • 2003: „Gerhard Richter – Vierzig Jahre Malerei” n.a.v tentoonstelling in het MoMA, New York City, 3sat, 26 april 2003
  • 2006: „'Tante Marianne' kommt unter den Hammer. Die tragische Familiengeschichte des Gerhard Richter und wie sie sich in einem autobiografischen Meisterwerk widerspiegelt”, documentaire door Lars Friedrich, WDR, 18 juni 2006

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Krantenartikelen
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Grafik des kapitalistischen RealismusKP Brehmer, KH Hödicke, Sigmar Polke, Gerhard Richter, Wolf Vostell, Druckgrafik bis 1971
  2. „Das Geheimnis des Malers Gerhard Richter”, Tagesspiegel, 22 augustus 2004