Gerrit Hendrik Kersten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gerrit Hendrik Kersten
Afbeelding gewenst
Algemene informatie
Geboren 6 augustus 1882
Overleden 6 september 1948
Partij SGP (vanaf 1918)
Politieke functies
1918-1945 Politiek leider
1918-1946 Partijvoorzitter
1922-1945 Tweede Kamerlid
1922-1945 Fractievoorzitter
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Gerrit Hendrik Kersten (Deventer, 6 augustus 1882 - Waarde, 6 september 1948) was een Nederlandse theoloog en predikant van de Gereformeerde Gemeenten (in Nederland en Noord-Amerika) alsmede politicus voor de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP). Deze politieke partij is vooral door zijn toedoen in 1918 tot stand gekomen.

Hij was de voorman van de bevindelijk gereformeerden (niet te verwarren met de gereformeerden). Zijn werk heeft in die kring ook vandaag de dag nog steeds grote betekenis.

Levensloop[bewerken]

Als opgroeiende jongen was Gerrit Hendrik Kersten reeds bezig met het bestuderen van de Bijbel en de werken van de Oudvaders. Om niet in slaap te vallen stak hij zijn voeten in een teiltje water. Hij groeide op onder de dominees van de Gereformeerde Kerken onder het Kruis: G. Maliepaard (1862-1897) en C. Pieneman (1863-1912) die hem hebben gevormd. De laatste predikant beklemtoonde sterk dat er buiten Christus geen zaligheid te zoeken of te vinden is. "Hoe scherper hij alles afsneed, hoe liever ik het had, want ik zeide: Alles moet eraan". Reeds op veertienjarige leeftijd kwam hij zo tot geloofszekerheid en nam hij op 16-jarige leeftijd deel aan het Heilig Avondmaal.

Aan de Haagse Kweekschool studeerde hij voor onderwijzer waarvoor hij in mei 1901 slaagde voor de zogenaamde hulpakte. Als tijdelijk leerkracht aan de Haagse Keucheniusschool stelde hij zich kritisch op tegenover de leer van de veronderstelde wedergeboorte van dr. A. Kuyper, die in die tijd in brede kring instemming vond. Kersten benadrukte met klem op de noodzaak van een persoonlijke bekering. Het bestuur was daarom van mening dat zijn proeftijd niet moest worden verlengd. Kersten wachtte zijn ontslag niet af en vertrok in januari 1902 zelf.

Kerkelijk[bewerken]

Na deze korte periode als onderwijzer (1899-1902) begon hij zijn ambtelijke loopbaan in de kerkelijke gemeente Meliskerke als oefenaar (niet bevoegd tot bediening van sacramenten). In 1905 werd hij predikant in Meliskerke. Daarna in Rotterdam-Centrum (1906-1912), Yerseke (1912-1926) en vanaf 1926 tot zijn overlijden in 1948 nogmaals in Rotterdam-Centrum.

Kersten was de drijvende kracht achter de totstandkoming van de Gereformeerde Gemeenten in 1907. Hij zette zich met alle kracht in voor de verdere uitbouw van het kerkelijke leven waaronder de juiste functionering van de Dordtse Kerkorde. Dit ging niet geheel zonder strubbelingen omdat de Ledeboerianen gewend waren vooral op het gevoel beslissingen te nemen. Pas omstreeks 1930 was de strijd om een kerk met orde definitief gestreden.

Het kerkelijk blad De Saambinder verscheen voor het eerst in november 1919 onder zijn redactie.

Hij was een van de oprichters van de Theologische School van de Gereformeerde Gemeenten. Op 28 juni 1923 ontvouwde Kersten zijn plan voor de stichting van een eigen opleidingsinstituut voor theologische studenten. Een aantal collega's en veel gemeenteleden waren beducht voor 'fabrieksdominees'. In hun ogen zouden door Gods geroepen dienstknechten geen schoolopleiding nodig hebben. Men moest in staat zijn na een korte voorbereiding minimaal een half uur voor de vuist weg een preek te houden, waarmee de roeping zou blijken. De spanning omtrent de oprichting van de theologische school liep zo hoog op dat de voorman bijna besloot om de Gereformeerde Gemeenten te verlaten. Zover kwam het echter niet. Op 13 januari 1927 was de oprichting een feit en tot zijn dood is hij docent geweest aan deze school. Het was zijn ideaal het niveau van de school uit te bouwen tot het niveau van de 'Gereformeerde vaderen' in de 16e en 17e eeuw. Kersten was eveneens actief betrokken bij de opbouw van eigen reformatorische scholen.

Geschriften[bewerken]

Kersten heeft talloze boeken en brochures geschreven van theologische, kerkrechtelijke aard, en over politieke kwesties. Zijn bekendste boek is De Gereformeerde Dogmatiek voor de gemeenten toegelicht (1947). In dit handboek wordt de klassiek-gereformeerde geloofsleer uitgelegd en verdedigd. Kersten gebruikte voor dit werk vooral de dogmatische werken van Bavinck, Honig en A. Marck als leidraad alsmede De tucht in de kerke Christi (1908). Verder verzorgde Kersten ook diverse heruitgaven van theologische werken die hij belangrijk vond om onder de aandacht te brengen zoals het werk van Alexander Comrie Een beschouwing van het Verbond der Genade.

Kersten en Kuyper[bewerken]

Ds. Kersten heeft kritiek geleverd op de theologische opvattingen van de gereformeerde voorman en ARP-leider Abraham Kuyper (1837-1920), maar heeft zich anderzijds "in veel verwant gevoeld met Kuyper".[1]

Politiek[bewerken]

Kersten was medeoprichter van de Staatkundig Gereformeerde Partij in 1918. Van dat jaar tot 1945 was hij politiek leider en eveneens van dat jaar tot 1946 partijvoorzitter. Van 25 juli 1922 tot 14 september 1945 zat hij als eenmansfractie voor de SGP in de Tweede Kamer. Voorts was hij hoofdredacteur van het partijblad De Banier. Beroemd is de Nacht van Kersten. Op de avond van 10 november 1925 wist Kersten, een overtuigd anti-rooms-katholiek, een amendement in de Tweede Kamer aangenomen te krijgen dat het gezantschap bij de Heilige Stoel (het Vaticaan) afschafte. Dit leidde tot de val van het kabinet-Colijn I en was daarmee waarschijnlijk de invloedrijkste actie van de kleine SGP in de Nederlandse politieke geschiedenis.

Opvattingen tijdens de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

De Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog zag hij als een oordeel Gods, in verband met onder andere de zondagsontheiliging, vooral omdat Prinses Juliana het land op een zondag was ontvlucht. Hij keurde verzet tegen de bezetter af (hetgeen hem zeer kwalijk werd genomen) niet uit pacifistische overwegingen maar vanuit een bepaalde gelatenheid en vrede met de vervolging - zijn houding en handelen tijdens de oorlog zijn later als antisemitisch omschreven.[2] Na de oorlog was er daarom voor de Zuiveringscommissie reden genoeg om te besluiten hem niet meer tot de Tweede Kamer toe te laten. Ook werd hem ontzegd gedurende tien jaar als journalist werkzaam te zijn. Hij legde zich toen tot zijn overlijden in 1948 op 66-jarige leeftijd toe op het schrijven van theologische werken, die in eigen kring nog steeds aanzien hebben.

Onderscheiding[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen/literatuur

  • M. Golverdingen, Ds. G.H. Kersten. Facetten van zijn leven en werk (Amersfoort, 1971; 3e vermeerderde druk: Houten, 1993)
  • P. van de Breevaart e.a., De vereniging van 1907, de vereniging van de Ledeboeriaanse gemeenten en de Gereformeerde Gemeenten onder het Kruis [= Bibliotheek van de Kleine Kerkgeschiedenis 1] (Houten, 1984)
  • H. Florijn, J. Mastenbroek (red.), Gerrit Hendrik Kersten, grenswachter en gids van de Gereformeerde Gemeenten (1993; 3e vermeerderde druk: Kampen, 2008)
  • G.H. Kersten, Mijn standpunt toegelicht. Een korte uiteenzetting van mijn gedrag tijdens den oorlog in verband met het besluit der Zuiverings-Commissie tot mijn niet-toelating als lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (Rotterdam, 1945)

Noot:

Voorganger:
n.v.t.
Partijvoorzitter SGP
1918 - 1946
Opvolger:
Pieter Zandt
Voorganger:
n.v.t.
Partijleider SGP
1918 - 1945
Opvolger:
Pieter Zandt
Voorganger:
n.v.t.
Fractievoorzitter Tweede Kamer
1922 - 1945
Opvolger:
Pieter Zandt