Gerrit Hendrik Kersten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Gerrit Hendrik Kersten
Afbeelding gewenst
Geboren 6 augustus 1882
Overleden 6 september 1948
Partij SGP
Politieke functies
1918-1945 Politiek leider
1918-1945 Partijvoorzitter
1922-1945 Tweede Kamerlid
1922-1945 Fractievoorzitter
Parlement & Politiek - biografie (bron)
 Politiek

Gerrit Hendrik Kersten (Deventer, 6 augustus 1882 - Waarde, 6 september 1948) was een Nederlandse theoloog en predikant van de Gereformeerde Gemeenten (in Nederland en Noord-Amerika) alsmede politicus van de SGP.

Hij was de voorman van de bevindelijk gereformeerden. Zijn werk heeft in die kring ook vandaag de dag nog steeds grote betekenis.

[bewerk] Levensloop

Hij was in eerste instantie onderwijzer te Den Haag (1899-1902).

Kersten was de drijvende kracht achter de totstandkoming van de Gereformeerde Gemeenten in 1907. Hij was één van de oprichters van de Theologische School van de Gereformeerde Gemeenten. Tot zijn dood is hij docent geweest aan deze school. Ook was hij actief betrokken bij de opbouw van eigen reformatorische scholen. Tevens heeft hij verschillende boeken geschreven van theologische en kerkrechtelijke aard. Zijn bekendste boek is De Gereformeerde Dogmatiek voor de gemeenten toegelicht (1947). In dit handboek wordt de klassiek-gereformeerde geloofsleer uitgelegd en verdedigd. Ds. Kersten heeft fundamentele kritiek geleverd op de theologische opvattingen van de gereformeerde voorman en ARP-leider Abraham Kuyper (1837-1920).

Hij was ook in diverse plaatselijke kerken van de Gereformeerde Gemeenten predikant. Hij begon in 1905 te Meliskerke, werd vervolgens in 1906 predikant in Rotterdam, daarna in 1912 predikant in Yerseke om in 1926 tot aan zijn overlijden weer het predikantschap in Rotterdam te bekleden.

Kersten was medeoprichter van de Staatkundig Gereformeerde Partij in 1918. Van dat jaar tot 1945 was hij politiek leider en partijvoorzitter en van 25 juli 1922 tot 14 september 1945 zat hij als eenmansfractie voor de SGP in de Tweede Kamer. Voorts was hij hoofdredacteur van het partijblad De Banier.

Beroemd is de Nacht van Kersten. Op de avond van 10 november 1925 wist Kersten, een overtuigd anti-rooms-katholiek, een amendement in de Tweede Kamer aangenomen te krijgen dat het gezantschap bij de Heilige Stoel (het Vaticaan) afschafte. Dit leidde tot de val van het kabinet-Colijn I en was daarmee waarschijnlijk de meest invloedrijke actie van de kleine SGP in de Nederlandse politieke geschiedenis.

De Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog zag hij als een oordeel Gods, in verband met de zondagsontheiliging, vooral omdat Prinses Juliana het land op een zondag was ontvlucht. Hij keurde verzet tegen de bezetter af, hetgeen hem zeer kwalijk werd genomen. Van 1943 af verleende Kersten wel enige hulp aan onderduikers, maar na de oorlog was er voor de Zuiveringscommissie reden genoeg om te besluiten hem niet meer tot de Tweede Kamer toe te laten. Ook werd hem ontzegd gedurende tien jaar als journalist werkzaam te zijn. Hij legde zich toen tot zijn overlijden in 1948 op 66-jarige leeftijd toe op het schrijven van theologische werken, die in eigen kring nog steeds aanzien hebben.

Zijn zoon ds. J.W. Kersten, die reeds overleed in 1960, was eveneens predikant in de gereformeerde gemeenten en was tevens docent aan de theologische school te Rotterdam.

[bewerk] Externe link

 
Persoonlijke instellingen
in andere talen