Gerrit Verdooren van Asperen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Portret in de verzameling van het Zeeuwsch Genootschap in Middelburg

Viceadmiraal Gerrit Verdooren van Asperen (Bergen op Zoom 6,7 of 9 februari[1] 1757 - Oost-Souburg 30 oktober 1824), heeft zich onderscheiden als commandant van 's-Lands Schip van Oorlog "Delft". Tijdens de zeeslag bij Kamperduin moest kapitein Verdooren wegens een te grote overmacht en op dringend verzoek van zijn bemanning de strijd staken. Zijn schip was al in een compleet wrak geschoten. Nadat hij al zijn papieren verzwaard met een kanonskogel over boord had gegooid heeft hij zijn vlag gestreken. Even later werd hij met een groot deel van zijn bemanning overgebracht naar het Engelse schip Monmouth. Hij is nog 1x terug geweest op zijn schip de Delft om wat persoonlijke bezittingen en een verschoning te halen. Tijdens dat bezoek op de Delft, waar het water al ruim 10 voet in was gestegen heeft hij een deel van de bemanning wat achter gebleven was nog een hart onder de riem gestoken, niet wetende dat hij deze mensen nooit meer terug zou zien. Tijdens de gevangenschap die hierop volgde heeft hij de belangen van de Hollandse krijgsgevangenen behartigd.

De in 1795 weinig Oranjegezinde zee-officier trad in Bataafse en Hollandse dienst en werd als een van Lodewijk Napoleons Schouten-bij-Nacht op 1 januari 1810 tot Commandeur in de Orde van de Unie benoemd. Verdooren was op 12 december 1810 door Napoleon I tot "Contre-amiral" van de Franse vloot en "Chef-militaire" van het maritieme arrondissement van Amsterdam aangesteld. Op 23 november 1813 verliet hij de Franse marine om met pensioen te gaan.

In het Koninkrijk der Nederlanden werd hij op 1 juli 1814 Viceadmiraal en hij werd door Koning Willem I in zijn Koninklijk Besluit No.16 van 8 juli 1815 benoemd tot Commandeur in de Militaire Willems-Orde. In het besluit heet dat te zijn gedaan vanwege zijn "vroegere verdiensten" waarmee zijn commando over de "Delft" tijdens de Zeeslag bij Kamperduin werd bedoeld.

De naamswijziging van "Verdooren" naar "Verdooren van Asperen" is te danken aan de aanspraak op de heerlijkheid Asperen na het overlijden van Phillip Marie Rijksgraaf van den Boetzelaer in 1811. Deze edelman was de broer van de vader van Verdoorens derde echtgenote Elisabeth Henriëtte. Willem I bevestigde de naamswijziging in het Koninklijk Besluit No.1 van 28 juni 1815.Wel met de mededeling dat deze niet overerfbaar zou zijn. Elisabeth Henriëtte van den Boetzelaer was al in 1813 op 36-jarige leeftijd overleden.

Zie ook[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

  1. Luc Eekhour geeft deze drie data omdat bronnen van elkaar verschillen.