Gerrit van Iterson

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Gerrit van Iterson Jr. (Roermond, 19 augustus 1878 - Wassenaar, 4 januari 1972) was een Nederlands hoogleraar in de toegepaste botanie in Delft.

Van Iterson studeerde van 1897 tot 1901 in de afdeling Scheikundige Technologie aan de Polytechnische School in Delft. Hij werd onderwezen in de microchemie door H. Behrens en in de microbiologie door M.W. Beijerinck. Hij promoveerde in 1907 cum laude bij M.W. Beijerinck op een proefschrift over fyllotaxis, waarin hij een pakkingstheorie opstelde voor bladstanden (Mathematische und mikroskopisch-anatomische Studien über Blattstellungen, etc). In zijn proefschrift leidde hij een zogenaamd Van Iterson-diagram af, dat bij gegeven onderlinge afstanden de zogenaamde divergentie van het bladstandsysteem weergeeft. Het proefschrift werd, mogelijk doordat het in het Duits geschreven was, enigszins vergeten gedurende de twintigste eeuw, maar sinds het recente werk van Douady en Couder uit 1996 is zijn diagram weer volop in de aandacht.

Van Iterson werd al in 1907 hoogleraar te Delft en was in 1917 de stichter van de Cultuurtuin voor Technische Gewassen, tegenwoordig bekend als de Botanische Tuin TU Delft. In 1918 werd hij lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. In 1948 ging hij met emeritaat.

Bibliografie[bewerken]

Externe links[bewerken]