Geschiedenis van Antwerpen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
1rightarrow.png Dit artikel gaat over de geschiedenis van de stad Antwerpen, zie ook het artikel over De geschiedenis van de provincie Antwerpen

Antwerpen heeft een lange geschiedenis, van een kleine nederzetting werd het ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog de grootste stad in de Nederlanden.

Inhoud

Prehistorie [bewerken]

De Schelde vloeit pas in het Paleolithicum voor het eerst door wat nu de omgeving van Antwerpen is. Voordien stroomde de Schelde doorheen het Meetjesland rechtstreeks noordwaarts, doorheen de zgn. Vlaamse vallei. Pas vanaf het Holoceen, 10.000 jaar geleden, stroomde de Schelde doorheen de jonge benedenloop die we nu nog kennen, naar zee. Het alluvium van de Schelde was nat en moerasachtig en voorwerp van veenvorming. Het natte Scheldegebied trok kampen van mensen uit de midden-steentijd of Mesolithicum aan. Onder meer bij de aanleg van de havendokken ten noorden van de stad, maar ook nabij het Steen werden er silex voorwerpen uit het vroege Mesolithicum aangetroffen.

Romeinse tijd [bewerken]

Rond 250 schrijven de Romeinen over Scaldis (de Schelde) en Scinda (het Schijn). Nabij de monding van het Schijn werden er op diverse plaatsen archeologische sporen en relicten van een Gallo-Romeinse nederzetting aangetroffen. De grootste concentratie werd gevonden in de zone tussen de rivier nabij het Steen en de Grote Markt. Onder meer bij het rechttrekken van de Schelde in de tweede helft van de 19de eeuw, bij de opgravingen van professor Vandewalle nabij het Steen, de opgravingen naar aanleiding van de site Stadsparking en de opgravingen van 2008-2009 aan de Jordaenskaai werden er grote hoeveelheden Romeins aardewerk aangetroffen. Dit aardewerk is van hoogstaande kwaliteit en gevarieerd qua vormen en baksels. Het toont dat het Romeinse Antwerpen een relatief groot belang had in zijn regionale omgeving. Opmerkelijk zijn ook de dakpannen die naar het "prim. cohors" of eerste cohort verwijzen. De latere ontwikkelingen van de metropool maken het nagenoeg onmogelijk om definitief uit te maken hoe dit Romeinse Antwerpen eruit zag, maar dat het meer was dan een gewoon dorp staat vast. Historici als Adriaan Verhulst situeren een Romeins kamp ter hoogte van Antwerpen. Romeinse brandrestengraven werden er gevonden nabij de Oudaan en nabij het Steen, hetgeen aantoont dat de nederzetting een bepaalde uitgestrektheid had. Muntvondsten uit de vierde en de vijfde eeuw tonen aan dat dit Romeinse Antwerpen niet verdween na de klassieke Romeinse periode. Een recente verklaring van de naam Antwerpen toont aan dat de naam zelf mogelijk een Romaanse oorsprong kan hebben. Rond 645 n.Chr. bezocht Eligius de Andouerpi, de Antwerpenaren, die links en rechts van de beneden Schelde woonden. In de Romeinse periode zag de eigenlijke loop van de rivier er overigens anders uit dan nu en lag de bewoning tussen de verwilderde rivierarmen van de Schelde. De hoofdgeul van de Schelde stroomde toen vermoedelijk onder Zwijndrecht door, dus veel meer naar het Westen. Pas in de 5de-6de eeuw groeiden de oude afwaartse beddingen van de Schijnriviertjes en de rivierarm voor Antwerpen uit tot hoofdarm, ten nadele van de geul voor Zwijndrecht, die geleidelijk dichtslibde.[1]

Vroege Middeleeuwen [bewerken]

De vroegmiddeleeuwse oorsprong van de stad is al decennialang stof tot discussie, vaak vanuit het spanningsveld tussen de schaarste aan archeologische en de al even schaarse en omstreden geschreven bronnen. Niettemin staat de vroegmiddeleeuwse oorsprong van de latere handelsmetropool buiten kijf. De vroegste historische vermeldingen van Antwerpen, beginnend bij de bekeringspogingen van Amandus en Eligius omstreeks het midden van de 7de eeuw, wijzen op het bestaan van een nederzetting met een bepaalde centrale functie, hoe onbestemd ook. Feit is dat Eligius de Antwerpenaren wilde bekeren, waarbij hij vermoedelijk hun centrale nederzetting bezocht. Amandus zou op vraag van de Merovingische koning Dagobert een kerk hebben gesticht in dit moeilijk te interpreteren Antwerpen, en gewijd aan Sint-Pieter en Paulus. Belangrijk is dat er een kerk gesticht wordt, wat in die periode enkel gebeurt in centra van macht. In de 7de eeuw is de kerk in handen van adel (Rauchingus) uit de omgeving van de Pepinieden, het geslacht van Karel de Grote, die deze kerk rond 695 wegschonken aan Willibrordus ter ondersteuning van de bekering van het gebied dat nu Nederland is. Vermoedelijk gaat het om een kerk bij een centraal hof dat artisanale activiteiten, administratie en landbouw beheert. Het zou verkeerd zijn om Antwerpen dan al als ‘stad’ te bestempelen. In dit centrum slaat men ook munt, in opdracht van de kroon. In die periode staat muntslag niet zozeer gelijk met het fabriceren van geld, maar wel met het vervaardigen van munten (tremissi) als gouden statussymbolen waarmee de elite zich kon identificeren en verbinden met de hoogste wereldlijke en kerkelijke macht. In de 8ste eeuw lijkt Antwerpen bijgevolg een centrum van elites, met een zekere graad van inkomsten. Dit kan verklaren waarom de kerk van Antwerpen in diezelfde periode aan de abdij van Echternach en Willibrordus wordt geschonken. De vondst van aardewerk uit de 6de, 7de, 8ste en 9de eeuw in de omgeving van de Academie en de terreinen van de latere Sint-Michielsabdij toont aan dat dit centrum een verspreide bewoning kende. Dit Antwerpen was via een veer over de Schijnmonding verbonden met Merksem, dat net als Wijnegem, Deurne, Wommelgem, Broechem, Hove, Edegem etc al bestond in de Vroege Middeleeuwen en mogelijk een hof van een aristocratisch figuur of grootgrondbezitter was. Het veer kwam later in de handen van de abdij van Lobbes.

De Annales Fuldenses vermelden dat dit Antwerpen in 836 door de Noormannen wordt platgebrand. Deze raid past in een reeks aanvallen waarbij ook het Frankische garnizoen in de koninklijke villa op Walcheren wordt verslagen en de Vikingen van Harald en Rorik de Schelde onder controle krijgen, tot in het jaar 876. Hoewel het toenmalige Antwerpen de facto onder Viking gezag stond, bleef het 9de-eeuwse Antwerpen tot voor het recente onderzoek archeologisch moeilijk te duiden. Een specifiek probleem hierbij is de huidige afwezigheid van een Sint-Pieter- en Pauluskerk in Antwerpen. Ging die verloren tijdens de Vikingperiode? Of moeten we de kerk zoeken onder de latere Sint-Michielskerk van de gelijknamige abdij, die in de 11de eeuw de moederkerk van Antwerpen blijkt te zijn?

Het oude onderzoek van Vandewalle en het recente archeologische onderzoek nabij het Steen, onder leiding van de stadsarcheologen, en wetenschappelijk ondersteund door de Vakgroep Kunstwetenschappen en Archeologie van de VUB, geeft zeer waardevolle inzichten in dit Antwerpen van de 9de eeuw. Het bestaat uit houten huizen die nauw bij elkaar liggen, langs houten stadsstraten. Dit Antwerpen is duidelijk een vroege handelsstad en vertoont overeenkomsten met Birka en Haithabu. Importaardewerk, sporen van artisanaat (geweibewerking, metaalbewerking, enz) vervolmaken het beeld. Mogelijk werden de inwoners begraven in de omgeving van de Koraalberg, vlak nabij de handelsstad, zoals de vondst van twee 9de-eeuwse graven op die plaats aantoont. De historische bronnen bevestigen het bestaan van de vroege stad Antwerpen op het einde van de 9de eeuw, die als handelswijk of vicus wordt omschreven. Het is deze vroege stad die vermoedelijk rond 900 omwald wordt door middel van een halfcirkelvormige aarden wal die aansloot op de Schelde. Nabij het steen werd er op dat ogenblik vermoedelijk een eerste stenen constructie opgetrokken. Mogelijk stond dit Antwerpen in de 9de eeuw deels onder invloed van Scandinavische handelaars of zelfs elite, maar dit is deels speculatie. Duidelijk is dat Antwerpen begin 10de eeuw, tussen 923 en 927 bij Oost-Francië wordt ingedeeld en dat het tegelijkertijd hoofdplaats is van de pagus Rien. De Schelde fungeert als grensrivier tussen West-Francië, (Frankrijk) (linkeroever) en Oost-Francië (Duitsland) (rechteroever). Ondertussen is de bewoning van de handelsstad gegroeid en behoren ook de omgeving van de Veemarkt, Grote Markt en Oude Korenmarkt tot de 10de-eeuwse handelsstad.

Rond 950 wordt er ook tol op het handelsverkeer op de Schelde geheven, hetgeen aantoont dat de stad duidelijk onder controle is van het hoogste gezag, dat van Keizer Otto I (de Grote). Door hem en zijn opvolgers wordt de versterking van Antwerpen verder omgevormd tot burcht, met een prestigieuze Walburga kapel en een indrukwekkende stenen muur die aangelegd wordt rond het jaar 1000. Dit lijkt te passen in de transformatie van de oude handelsstad tot machtscentrum. Deze verandering lijkt dan weer te kaderen binnen de grenspolitiek van de Ottoonse keizers, die in dezelfde periode ook Ename en Valenciennes uitbouwen tot grensversterkingen met een welbepaalde hoge status.

Middeleeuwen [bewerken]

Zicht op Onze-Lieve-Vrouwekathedraal vanop de Groenplaats

In 1008 krijgt Antwerpen zijn eigen stadszegel. Na de versterkte burcht besloot men in de 12e eeuw om ook het dorp te voorzien van wallen. In 1104 versterkte keizer Hendrik V van Duitsland de Burcht. De muren worden verhoogd van 5 meter naar 12 meter en de dikte van de muren van 1,35 meter naar 2 meter. De Kroonenburg-burcht moest in die periode plaats maken voor de door Sint-Norbertus in 1124 gestichte Sint-Michielsabdij.

De watersingel is vandaag nog steeds terug te vinden op een plattegrond. Hij volgt de verdwenen Boterrui, de huidige Suikerrui, de Kaasrui, de Jezuïetenrui, de Minderbroedersrui, de Sint-Paulusstraat en de Holenvliet (nu de Koolvliet). Deze Ruienstad bleef ongewijzigd tot ca. 1200.

In 1250 kon de oorsprong van de naam "Antwerpen" niet worden achterhaald. De legende van Druon Antigoon ontstaat. In 1312 bevrijdt Antwerpen zich van de heerschappij van de hertog van Brabant . Zie: Charter van Kortenberg. In 1358 kwamen het markgraafschap Antwerpen en de heerlijkheid Mechelen even onder het graafschap Vlaanderen.

Er werd ook begonnen aan de bouw van een Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, vanaf 1352 tot 1530. Daarom kreeg het waarschijnlijk stadsrechten. De noordelijke toren is tevens het belfort van de stad. Door de uitvinding in 1398 van de donderbus worden er schietgaten in torens en muren van de Burcht aangebracht.

In 1402 wordt de poort Guldenberg aangebracht in de Mattestraat. De poorten van de Burcht als vesting in 1420 moesten 's avonds niet meer worden gesloten. De poort Vleeshuis wordt gekapt in de Zakstraat. De Zak- en Mattestraat waren de eerste straten van het dorp Antverpia, ten tijde van de Noormannen. In 1481 luidde het einde van de Burcht als vesting. De Burchtgracht en de Palingbrug worden aan de stad Antwerpen verkocht.

De stad groeide uit tot één van de vier grootste steden van Brabant, en werd een grote handelsstad, een grote concurrent van Brugge. De afzet van Engelse laken op de jaarmarkten trok kooplieden aan uit heel Midden-Europa.

In het begin van de 16e eeuw bereikte Antwerpen zijn hoogtepunt. De grootste invoer was van Engelse lakens, Duitse metaalproducten en de Portugese specerijen. Het einde van de Burcht wordt door keizer Karel V bekrachtigd in 1549.

Het diende nu uitsluitend tot gevangenis en verhoorplaats; m.a.w. de folterkamer. Het galgenveld lag toen buiten de stad, op de plaats waar nu het Hessenhuis en -plein is, en de Brouwersvliet (toen nog een watervliet, tot 1930; in 1930 werden alle vlieten gedempt en de Scheldekaaien rechtgetrokken).

Gouden eeuw [bewerken]

Vooral het Antwerpen van Karel V en de vroege jaren van Filips II in de 16e eeuw was een zeer welvarende en bijzonder belangrijke havenstad, die een tijdlang de toon aangaf in West-Europa. Omstreeks 1400 was Antwerpen nog een betrekkelijk kleine stad, met ongeveer 18.000 inwoners. In de 15e eeuw begon de stad zich echter bliksemsnel te ontwikkelen tot één van Europa's grootste handelssteden. In 1500 had de stad ongeveer 40.000 inwoners, omstreeks 1560 werd het aantal van 100.000 bereikt.

Het einde van de Burcht als functie tot vesting, wordt bekrachtigd door keizer Karel V in 1549. In 1579 begon men aan de herbouwing van de Werfpoort. boven op de poort wordt Silvius Brabo geplaatst.

Hand in hand met de toenemende welvaart kende Antwerpen een ongekende culturele bloei. Vooral de schilderkunst nam een hoge vlucht in de zestiende en zeventiende eeuw. Zie Lijst van kunstschilders in Antwerpen.

Halverwege de 16e eeuw begon het calvinisme grote aanhang te krijgen in de stad. De stad werd na de beeldenstorm op 20 augustus 1566 het brandpunt van antikatholieke woelingen: de "Antwerpse beroerten". Duizenden roomsen ontvluchtten de stad, totdat prins Willem van Oranje er de rust kwam herstellen.

Bij een omstreeks 1580 door stadhouder Willem van Oranje georganiseerde godsdiensttelling bleek 33% van de bevolking aanhanger te zijn van het calvinisme, 17% van het lutheranisme en 50% van de Katholieke Kerk.

De troebelen van de opstand tegen Spanje hebben de stad grote schade berokkend. In 1576 werd de stad geplunderd door muitende Spaanse huursoldaten, die 8000 burgers vermoordden (Spaanse Furie). De stad sloot zich vervolgens aan bij de Pacificatie van Gent en was gedurende de komende 9 jaar min of meer de hoofdstad van de anti-Spaanse opstand. Dit tijdperk staat bekend als de Antwerpse (calvinistische) Republiek. In 1585 werd Antwerpen door de Spaanse stadhouder Alexander Farnese, hertog van Parma, veroverd na een beleg dat meer dan een jaar had geduurd.

De mislukte Noord-Nederlandse aanval op Antwerpen in 1605

Na die verovering is ongeveer de helft van de bevolking naar Holland vertrokken. Het bevolkingscijfer daalde tot 45.000. Hollandse en Zeeuwse schepen versperden de Scheldemonding en sloten de thans in Spaans bezit zijnde stad af van de overzeese handel. De Antwerpse bloeiende handel, kunsten en wetenschappen werden verder ontwikkeld in de Hollandse "gouden eeuw". De stadhouders van de Verenigde Provinciën trachtten nog verscheidene malen om Antwerpen te heroveren voor de Opstand (1605, 1620, 1624, 1638 (Slag bij Kallo), 1646) maar dit mislukte.

In de komende twee eeuwen zou Antwerpen niet meer de bloei van de voorafgaande periode bereiken, maar het zou overdreven zijn te zeggen dat de stad wegkwijnde.

Antwerpen bleef één van de belangrijkste economische en culturele centra van de Spaanse, en later Oostenrijkse Nederlanden. Het bracht in die periode grote schilders voort als Rubens, Jordaens en Teniers. Als rooms-katholiek bolwerk in de Contrareformatie kwamen er grootse kunst- en bouwwerken tot stand, voornamelijk in barokke stijl.

Scheldeafsluiting [bewerken]

Kaart uit 1624 van Antwerpen, het markgraaf en belangrijke gebouwen. Claes Janszoon Visscher

Vanaf het midden van de 16e eeuw boette de handel in Antwerpen sterk in aan belang. Vanaf 1548 was Antwerpen niet langer de stapelmarkt voor Portugese specerijen en in 1564 verlieten de Engelse wolhandelaars de stad. Hierdoor raakte de stad in een recessie. De Tachtigjarige Oorlog versterkte de recessie van de stad. Op 4 november 1576 werd Antwerpen geplunderd door de Spanjaarden tijdens de Spaanse Furie, en de Westerschelde werd afgesloten door de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën.

In 1792 werd Antwerpen veroverd door de Franse revolutionaire legers. Frankrijk opende de Schelde weer, maar de napoleontische oorlogen beperkten de handel, en Antwerpen werd onder Napoleon een oorlogshaven, een "Pistool gericht op Engeland". Een zeevaartschool werd opgericht.[2]

De Franse keizer liet de werken beginnen van de Bonapartesluis, Bonapartedok en iets later het Willemdok. Napoleon had toen ook al plannen om een zeekanaal te graven van Antwerpen, via Zelzate, Brugge naar Zeebrugge, eigenlijk waar nu de expresweg N49 loopt, wat uiteindelijk niet doorging.

Toen Antwerpen in 1830 met de Belgische Revolutie te maken kreeg, hield het Nederlandse leger onder leiding van baron Chassé de citadel bezet. Beide partijen bestookten elkaar met artillerie. In 1831 werd de citadel door een Frans leger veroverd op Chassé.

Het scheidingsverdrag tussen België en Nederland van 19 april 1839 gaf Nederland het recht een tol te heffen op de scheepvaart op de Schelde. Op 12 mei 1863 tekenden België en Nederland een verdrag waarbij die heffing werd afgekocht.[3] Dit gaf aanleiding tot de 'Schelde vrij'-feesten in 1913, 1963 en 2013.[4]

Moderne tijd [bewerken]

19e eeuw [bewerken]

Fortengordels rond Antwerpen
Antwerpen met de Schelde en het Steen in 1917
Belgische artillerie tijdens de Eerste Wereldoorlog

In de periode 1814-1914 – na meer dan 200 jaar te zijn afgesloten van de zee – groeide Antwerpen uit tot een wereldhaven. In de 18e eeuw was Antwerpen dé Noordzeehaven, maar in de 19e eeuw werd het samen met Hamburg en Rotterdam dé Europese haven. Dankzij de Industriële Revolutie bracht de 19e eeuw een enorme uitbreiding van het handelsvervoer aan. Men ging veel grotere, ijzeren schepen bouwen en ondanks de grotere massa, werd de vaarsnelheid opgevoerd door de toepassing van stoomkracht. De nieuwe werelddelen zorgden nu voor de bevoorrading van grondstoffen en dienden tevens als afzetmarkt voor bewerkte goederen. Heel het economische leven van de stad, haar nijverheden, haar financiën, haar arbeidersklasse, haar bediendenwereld en haar beursaspect stonden in teken van de haven.

De opgang kende wel zware dalingen, ook al viel het meestal beter uit dan gevreesd werd. De goede economische vooruitzichten verdwenen met name met de onafhankelijkheid van België en in het revolutiejaar 1848. Na deze binnenlandse stagnaties werd Antwerpen gedurende het verdere verloop van de 19e eeuw gevoeliger voor de ups en downs van de globale economie. Er waren mirakeljaren zoals na de Frans-Duitse Oorlog, en jaren van dreigende inzinking waarin gevreesd werd voor overproductie en protectionisme. België was als belangrijk exportland dan ook economisch sterk afhankelijk van de internationale hoog- en laagconjuncturen. Door de oprichting van de overzeese kolonie Belgisch-Congo werd Antwerpen een draaischijf voor rubber en ivoor. In de laatste jaren van de 19e eeuw richtte de haven van Antwerpen zich steeds meer op Congo, met steeds meer handelsbewegingen. Ook was Antwerpen de belangrijkste haven voor reizigers uit Duitsland en Oost-Europa die hun geluk gingen zoeken in Amerika.

De maritieme groothandel had zijn weerslag op de stad en het omliggende. Voor de ontwikkeling van de handel in de 16de eeuw moesten de oude poorten, bruggen en ruien uit de middeleeuwse periode verdwijnen. Zo werd ook in de 19e eeuw Antwerpen herschapen, maar op een veel grotere schaal. De toevoer van zovele koloniale producten heeft koloniale nijverheden bijeen geroepen. De bevolking steeg onophoudelijk. De werkkrachten van het land werden door de groeikrachtige grootstad aangetrokken. Rondom de stadskern werden allerlei straten en wijken gebouwd, zodat de stad snel uitbreidde. De oude fortengordel, de 'Spaanse vesten', moesten hiervoor afgebroken. De nieuwe fortengordel omsloot een zesmaal grotere oppervlakte dan de oude, maar ook deze werd te klein en ze hinderde de toegang tot de stad. Aan het begin van de 20ste eeuw werd daarom de Stelling van Antwerpen gebouwd.

In 1875 werd de Schelde verbreed van gemiddeld 270 m naar ca. 500 m, hetgeen bekendstaat als de 'rechttrekking van de Schelde'. Daarbij werd een groot deel van de oorspronkelijke Antwerpse burcht, waar de stad ontstaan was, gesloopt. Enkel Het Steen bleef hiervan nog over, dat in 1890 werd omgebouwd tot een 'nepkasteel'. Het overkluizen van de Antwerpse ruien, begonnen in de 16e eeuw, zou in de jaren 1880 voltooid worden. De (intussen gedempte) Zuiderdokken en het Kattendijkdok werden eveneens in deze periode gebouwd. Naarmate de haven bleef uitbreiden, werden ook de Royerssluis (1907) en de Van Cauwelaertsluis in gebruik genomen.

Eerste Wereldoorlog [bewerken]

Na de eerste (lucht)aanval met een Zeppelin op 25 augustus 1914, duurt het nog tot 28 september 1914 voordat een zware aanval wordt ingezet. In de nacht van 6 oktober op 7 oktober 1914 steken de Belgische troepen de Schelde over. Op 10 oktober 1914 is de inname van Antwerpen definitief. (zie Duitse opmars door België)

Tweede Wereldoorlog [bewerken]

Tussen 7 oktober 1944 tot 30 maart 1945 werd Antwerpen en omgeving zwaar beschadigd door de Duitse V-1 en V-2 bommen. In totaal werden er 3.709 V-bominslagen geteld in het arrondissement Antwerpen, waarbij meerdere duizenden doden vielen. Bij twee inslagen kort na elkaar op het Teniersplein vielen 724 doden, terwijl op 16 december 1944 de Rex Cinema een voltreffer kreeg. Daarbij kwamen 566 Antwerpenaren om het leven. De Duitsers trachtten de haven te beschadigen, maar deze bleef relatief onbeschadigd. Op 4 september 1944 werd Antwerpen bevrijd door de geallieerden.

Havenuitbreiding [bewerken]

1955: De Boudewijnsluis (360 m. op 45 m.) wordt in gebruik genomen. Ze is nog altijd in bedrijf voor grote zeeschepen (tot 200 meter lengte) en binnenvaart.

1967: De getijdedeuren aan de Scheldegeul bij het Loodswezen worden definitief afgesloten. De schepen van en naar de Willem- en Bonapartedok, konden via deze Schelde-sasdeuren met gelijke water met de dokken, opengezet worden om de schepen te versassen.

1967: De Zandvlietsluis (500 meter lang en 57 meter breed, met een drempeldiepgang van 13,50 meter) wordt de eerste grootste zeesluis van de wereld.

1984: De Kallosluis, op linkeroever (360 m bij 45 m), wordt in gebruik gesteld. Ze werd gebouwd in 1979. Vanaf 1992 wordt ze volwaardig bemand en in bedrijf gezet.

1986: De eerste stad in miniatuur werd gebouwd; Antwerpen in Miniatuur aan hangar 15 op de Scheldekaai. Hier wordt uitgebreid de geschiedenis van Antwerpen in miniatuur voorgesteld. Vrijwilligers bouwen de huizen en belangrijke gebouwen natuurgetrouw op schaal. In 2011 wordt hangar 15 gesloten.

1988: De Berendrechtsluis met zijn 500 meter en 68 meter breedte en tevens 13,50 meter diepgang, wordt dé grootste zeesluis van de wereld. Het grootste schip, dat toen de sluis mede inhuldigde bij zijn aankomst, de "Main Ore" (335 meter lang en 44 meter breed), was het grootste schip dat Antwerpen tot nu toe in zijn haven (Delwaidedok) mocht ontvangen.

Rond 1960 werden de voormalige gemeenten Oosterweel, Oorderen, Wilmarsdonk, Lillo, een deel van Berendrecht en een deel van Zandvliet gekocht door de stad. Ze werden volledig afgebroken voor de aanleg van de kanaaldokken; de enige overblijfselen hiervan zijn de kerk van Oosterweel, de kerktoren van Wilmarsdonk, Lillo-fort en de dorpskernen van Berendrecht en Zandvliet. Een verdere uitbreiding was de Waaslandhaven in Beveren, tussen Kallo en Kieldrecht. Het nieuwe Deurganckdok te Doel werd officieel ingewijd op 7 juli 2005 en is het grootste containerdok ter wereld; het kan per jaar 6 miljoen containers lossen.

Zie ook [bewerken]

Tijdlijn van de Lage Landen

Noot
  1. I. Coen (2008), De Eeuwige Schelde? Ontstaan en ontwikkeling van de Schelde
  2. Journal de Bruxelles 167
  3. Eric van Hooydonk (editor), De Belgisch-Nederlandse verkeersverbindingen: de Schelde in de XXIste eeuw, Europees instituut voor zee- en vervoerrecht, Maklu, 2002.
  4. Antwerpse haven viert 150 jaar Schelde Vrij, website Port of Antwerp, geraadpleegd 3 juni 2013.