Geschiedenis van Antwerpen
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Antwerpen heeft een lange geschiedenis, van een kleine nederzetting werd het ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog de grootste stad in de Nederlanden.
Inhoud |
[bewerken] Prehistorie
De Schelde vloeit voor het eerst door wat nu de omgeving van Antwerpen is. De stroom vloeit nog niet zijn weg, zoals wij die nu kennen. Het moet hier eertijds vol water gestaan hebben tot aan de Kempen. Hier en daar waren er verhoogde heuvels en terpen. Zelf de Kempen was nog vroeger een binnenzee. Van bewoning was er nog geen sprake, want de zee nam veelvuldig deze gebieden in, na grote springvloeden. Dat de zee tot hier kwam bewijzen de vele schelpen die nog in de zandgronden worden gevonden.
[bewerken] Romeinse tijd
Rond 250 schrijven de Romeinen over Scaldis (de Schelde), Scinda (het Schijn), Thurnini (Deurne) en Caloes (het Kiel). Deurne en later Merksem lagen strategisch aan de oude Scheldebedding. Antwerpen was onder de Romeinse overheersing een klein dorp (vicus). Met een "aanlegplaats en werf".
De omgeving bestaat nog altijd uit verschillende stuifzandheuvels. De hoogste heuvels zijn de Stuivenberg, Het Kiel, Deurne en Merksem. Minder hoge heuvels zijn de Kattenberg (nu Borgerhout), het Zand en de Zuidberg. Op de Zuidberg werd vermoedelijk rond de 3e eeuw Kroonenburg gebouwd. Deze burcht moest in de 12e eeuw plaats maken voor de Sint-Michielsabdij.
Nog kleinere heuvels langs de Schelde zijn de Guldenberg, de Koraalberg, de Bloedberg, de Visberg en de voornaamste heuvel, had nog geen naam. Op deze heuvel stichtte in 660 de heilige Amandus, bisschop van Tongeren en Maastricht, de eerste kapel die werd opgedragen aan de apostelen Petrus en Paulus. In de Romeinse tijd lagen deze kernen van bewoning tussen de verwilderde rivierarmen van de Schelde. De hoofdgeul van de Schelde stroomde toen vermoedelijk onder Zwijndrecht door, dus veel meer naar het Westen. Pas in de 5de-6de eeuw groeiden de oude afwaartse beddingen van de Schijnriviertjes en de rivierarm voor Antwerpen uit tot hoofdarm, ten nadele van de geul voor Zwijndrecht, die geleidelijk dichtslibde.[1]
[bewerken] Vroege Middeleeuwen
Merksem bij Antwerpen wordt door de Salische Franken gesticht rond 600. De nederzetting Merksem ontstond op een terpheuvel in het moerasgebied van Schijn en Schelde, op de plaats waar de huidige Sint Bartholomeuskerk staat. In die periode ontstond en breidde de nederzetting Antverpia, "aan de werf" uit. Schepen die de "werf" opmoesten, kwamen "aan de werp" of "werf" voor herstelling. Ook werden er schepen op stapel gezet. Toen liep de hoofdarm van de Schelde nog niet hier, maar er ontstonden schorren zodat de schepen droogvielen.
De heilige Amandus, bisschop van Tongeren en Maastricht, sticht in 660 de eerste kapel in deze streken. Ze wordt opgedragen aan de heiligen Petrus en Paulus. Later werd op deze heuvel de Antwerpse Burcht gebouwd. De versterking "Thurini" (Deurne) lag toen aan de Schelde in de monding van de Schijnen, op een stuifzandheuvel die half was gelegen in het water. Deze streken bestaan nog altijd uit verschillende stuifzandheuvels. De hoogste heuvels zijn de Stuivenberg (Stuivenbergziekenhuis en Stuivenbergplein), het Kiel, Deurne en Merksem. Minder hoge heuvels zijn de Kattenberg (Borgerhout), het Zand en de Zuidberg. Op de Zuidberg werd vermoedelijk rond de 3e eeuw Kroonenburg gebouwd. Kroonenburg was een versterking. Nog kleinere heuvels langs de Schelde zijn de Guldenberg, de Koraalberg, de Bloedberg, de Visberg en de voornaamste heuvel waar de Burcht, een ringwalburg, werd gebouwd, Antverpia. De naam Antverpia verschijnt in de kronieken in 684.
Vanaf 600 tot rond 750 verlegt de Schelde zich langzaam naar de huidige bestaande bedding, en vermoedelijk dan door een stormvloeddoorbraak. Deurne en Merksem komen voorgoed enkele kilometers van de Schelde te liggen. In de buurt blijven nog veenmoerassen en grote vijvers, als stille getuigen.
De Eyendijk wordt in 770 aangelegd door Benedictijnen van Deurne (Ey = water - dus waterdijk). Zij ontdekten een gelijkaardige locatie aan de huidige Scheldeoever en bouwden daar in de 8e eeuw een nieuwe vooruitgeschoven nederzetting die ze de naam "ANDA VERPUS" gaven. Door dialectvorming evolueerde deze naam naar "ANTVERPIA", Antverp, dan Antwerp tot de naam "Antwerpen". Deze nieuwe vooruitgeschoven nederzetting was ook gelegen op een zandheuvel die half in het water stak en waar destijds de kapel van St. Amandus werd op gebouwd. Deze kapel werd in 726 overgedragen aan de heilige Willibrordus, Frankische bisschop van Utrecht. Deze wandeldijk verbond Deurne door de moerassen met hun nieuwe nederzetting aan de Schelde (nu de Carnotstraat en de Herentalsebaan). Ter hoogte van de grote markt was een splitsing die zuidwaarts liep, hoog bovenop de zandheuvels langs de Schelde (Hoogstraat) richting Kroonenburg en verder naar Het Kiel.
In 836 verwoesten de Deense Vikingen onder leiding van Rorik, de nederzettingen Antverpia, Deurne met zijn Benedictijnenklooster, Merksem, Ranst en Broechem. Rond de verwoestte vesting Antverpia groeven de Noormannen de Burchtgracht, die achterom het huidige Vleeshuis loopt. Nu is het geen gracht meer, maar de straatbenaming is er nog. Het werd een typisch cirkelvormige nederzetting met een aarden omwalling. Twee straten vormden een kruis van noord naar zuid (de Mattestraat) en van west naar oost (de Zakstraat). Deze straten bestaan nu nog.
Het Verdrag van Verdun 843: Het Frankische Rijk van Karel de Grote wordt in drie delen verdeeld; West-Francië (Frankrijk), Lotharingen en Oost-Francië (Duitsland). In 923 werd Lotharingen bij het Duitse rijk gevoegd.
Het Land van Rijen behoorde vermoedelijk niet tot Lotharingen en werd pas in 927 ingepalmd door het Duitse rijk. Midden-Frankenrijk bestond uit Lotharingen, het Land van Rijen, Bourgondië en Italië.
In 927 komt het Land van Ryen bij Oost-Francië. De Schelde fungeert als grensrivier tussen West-Francië, (Frankrijk) (linkeroever) en Oost-Francië (Duitsland) (rechteroever). De twisten tussen West- en Oost-Francië laaien hoog op en met hun gemeenschappelijke vijand, de Noormannen. Ze werden hun bondgenoten. Frankrijk gaf een stuk gebied in 911 weg aan de Noormannen dat Normandië werd. Keizer Otto I sloot met de Noormannen een verdrag af in Antwerpen.
Keizer Otto I van Oost-Francië bouwt in 950 de Antwerpse Burcht. Nog in 950 loopt de Schelde via de Wester-Schelde naar zee, in plaats van via de Ooster-Schelde. Eb en vloed drongen krachtiger door tot Antwerpen, dan voorheen. De Viking-nederzetting te Antwerpen werd verbouwd tot een machtige burcht. De houten omwallingen werd vervangen door een stenen muur. De bewaking wan deze burcht werd overgedragen aan de Noormannen. Daarom plaatsen ze boven de toegangspoort van de nieuwe burcht hun Noorse afgod. Helaas kennen we niet de naam niet van deze afgod. In de 16e eeuw gaven de Antwerpenaren het beeldje de naam "Semini".
Keizer Otto I mag men terecht de "Stamvader" van de Stad Antwerpen noemen. Zonder deze burcht had hier nooit een stad ontstaan. Rond deze burcht groeide vrij snel de bevolking. Deze eerste stadskern, de ruienstad genoemd, was een gebied van zo'n 20 ha. Met enkele zijriviertjes van de Schijn maakte men een beschermende watersingel rond de toenmalige "stad".
[bewerken] Middeleeuwen
In 1008 krijgt Antwerpen zijn eigen stadszegel. Na de versterkte burcht besloot men in de 12e eeuw om ook het dorp te voorzien van wallen. In 1104 versterkte keizer Hendrik V van Duitsland de Burcht. De muren worden verhoogd van 5 meter naar 12 meter en de dikte van de muren van 1,35 meter naar 2 meter. De Kroonenburg-burcht moest in die periode plaats maken voor de Sint-Michielsabdij.
De watersingel is vandaag nog steeds terug te vinden op een plattegrond. Hij volgt de verdwenen Boterrui, de huidige Suikerrui, de Kaaspoort, de Jezuïetenrui, de Minderbroedersrui, de Sint-Paulusstraat en de Holenvliet (nu de Koolvliet). Deze Ruienstad bleef ongewijzigd tot ca. 1200.
In 1250 kon de oorsprong van de naam "Antwerpen" niet worden achterhaald. De legende van Druon Antigoon ontstaat. In 1312 bevrijdt Antwerpen zich van de heerschappij van de hertog van Brabant en instaureert een vorm van democratische republiek. Zie: Charter van Kortenberg. In 1358 kwam Antwerpen met Mechelen onder Vlaanderen.
Er werd ook begonnen aan de bouw van een Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, vanaf 1352 tot 1530. Daarom kreeg het waarschijnlijk stadsrechten. Door de uitvinding in 1398 van de donderbussen worden er schietgaten in torens en muren van de Burcht aangebracht.
In 1402 wordt de poort Guldenberg aangebracht in de Mattestraat. De poorten van de Burcht als vesting in 1420 moesten 's avonds niet meer worden gesloten. De poort Vleeshuis wordt gekapt in de Zakstraat. De Zak- en Mattestraat waren de eerste straten van het dorp Antverpia, ten tijde van de Noormannen. In 1481 luidde het einde van de Burcht als vesting. De Burchtgracht en de Palingbrug worden aan de stad Antwerpen verkocht.
De stad groeide uit tot één van de vier grootste steden van Brabant, en werd een grote handelsstad, een grote concurrent van Brugge. De afzet van Engelse laken op de jaarmarkten trok kooplieden aan uit heel Midden-Europa.
In het begin van de 16e eeuw bereikte Antwerpen zijn hoogtepunt. De grootste invoer was van Engelse lakens, Duitse metaalproducten en de Portugese specerijen. Het einde van de Burcht wordt door keizer Karel V bekrachtigd in 1549.
Het diende nu uitsluitend tot gevangenis en verhoorplaats; m.a.w. de folterkamer. Het galgenveld lag toen buiten de stad, op de plaats waar nu het Hessenhuis en -plein is, en de Brouwersvliet. (Toen nog een watervliet tot 1930. In 1930 werden alle vlieten gedempt en de Scheldekaaien rechtgetrokken.)
[bewerken] Gouden eeuw
Vooral het Antwerpen van Karel V en de vroege jaren van Filips II in de 16e eeuw was een zeer welvarende en bijzonder belangrijke havenstad, die een tijdlang de toon aangaf in West-Europa. Omstreek 1400 was Antwerpen nog een betrekkelijk kleine stad, met ongeveer 18.000 inwoners. In de 15e eeuw begon de stad zich echter bliksemsnel te ontwikkelen tot één van Europa's grootste handelssteden. In 1500 had de stad ongeveer 40.000 inwoners, omstreeks 1560 werd het aantal van 100.000 bereikt.
Antwerpen kan met enig recht de geboorteplaats van de vrije markt genoemd worden, omdat in die tijd de handelaren van Antwerpen een aantal praktijken invoerden die nu nog een deel van het economisch systeem vormen, bijvoorbeeld het aandeelhouderschap en de effectenbeurs.[bron?]
Het einde van de Burcht als functie tot vesting, wordt bekrachtigd door keizer Karel V in 1549. In 1579 begon men aan de herbouwing van de Werfpoort. boven op de poort wordt Silvius Brabo geplaatst.
Hand in hand met de toenemende welvaart kende Antwerpen een ongekende culturele bloei. Vooral de schilderkunst nam een hoge vlucht in de zestiende en zeventiende eeuw. Zie Lijst van kunstschilders in Antwerpen.
Halverwege de 16e eeuw begon het calvinisme grote aanhang te krijgen in de stad. De stad werd na de beeldenstorm op 20 augustus 1566 het brandpunt van antikatholieke woelingen: de "Antwerpse beroerten". Duizenden Roomsen ontvluchtten de stad, totdat prins Willem van Oranje er de rust kwam herstellen.
Bij een omstreeks 1580 door stadhouder Willem van Oranje georganiseerde godsdiensttelling bleek 33% van de bevolking aanhanger te zijn van het calvinisme, 17% van het lutheranisme en 50% van de katholieke kerk.
De troebelen van de opstand tegen Spanje hebben de stad grote schade berokkend. In 1576 werd de stad geplunderd door muitende Spaanse huursoldaten, die 8000 burgers vermoordden (Spaanse Furie). De stad sloot zich vervolgens aan bij de Pacificatie van Gent en was gedurende de komende 9 jaar min of meer de hoofdstad van de anti-Spaanse opstand. In 1585 werd Antwerpen door de Spaanse stadhouder Alexander Farnese, hertog van Parma, veroverd na een beleg dat meer dan een jaar had geduurd.
Na die verovering is ongeveer de helft van de bevolking naar Holland vertrokken. Het bevolkingscijfer daalde tot 45.000. Hollandse en Zeeuwse schepen versperden de Scheldemonding en sloten de thans in Spaans bezit zijnde stad af van de overzeese handel. De Antwerpese bloeiende handel, kunsten en wetenschappen werden verder ontwikkeld in de Hollandse "gouden eeuw".
In de komende twee eeuwen zou Antwerpen niet meer de bloei van de voorafgaande periode bereiken, maar het zou overdreven zijn te zeggen dat de stad wegkwijnde.
Antwerpen bleef één van de belangrijkste economische en culturele centra van de Spaanse, en later Oostenrijkse Nederlanden. Het bracht in die periode grote schilders voort als Rubens, Jordaens en Teniers. Als Rooms-Katholiek bolwerk in de Contrareformatie kwamen er grootse kunst- en bouwwerken tot stand, voornamelijk in Barokke stijl.
[bewerken] Scheldeafsluiting
De Tachtigjarige Oorlog betekende het einde van de bloei. De stad werd in 1576 op 4 november helemaal leeggeplunderd door de Spanjaarden tijdens de Spaanse Furie, en de Westerschelde werd afgesloten door de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën.
In 1792 werd Antwerpen veroverd door de Franse revolutionaire legers. Frankrijk opende de Schelde weer, maar de napoleontische oorlogen beperkten de handel, en Antwerpen werd onder Napoleon een oorlogshaven, een "Pistool gericht op Engeland".
De Franse keizer liet de werken beginnen van de Bonapartesluis, Bonapartedok en iets later het Willemdok. Napoleon had toen ook al plannen om een zeekanaal te graven van Antwerpen, via Zelzate, Brugge naar Zeebrugge, eigenlijk waar nu de expresweg N49 loopt. Deze plannen zijn jammer genoeg niet doorgegaan. Zodoende had men geen problemen gehad met de Schelde, op politiek en geografisch vlak. Men had ze niet zozeer moeten uitdiepen.
Toen Antwerpen in 1830 met de Belgische Revolutie temaken kreeg, hield het Nederlandse leger onder leiding van baron Chassé de citadel bezet. Beidde partijen bestookten elkaar met artillerie. In 1832 werd de citadel door een Frans leger veroverd op Chassé.
[bewerken] Moderne tijden
In de tweede helft van de 19de eeuw en begin van de 20ste eeuw werden rond Antwerpen twee fortengordels aangelegd, de Stelling van Antwerpen.
In 1875 werd de Schelde verbreed van gemiddeld 270 meter naar ca. 500 meter. Beter bekend als de rechttrekking van de Schelde. Daarbij werd een groot deel van de oorspronkelijke Antwerpse Burcht, waar de stad ontstond, gesloopt. Enkel Het Steen blijft hiervan nog over. De Zuiderdokken met het Zuidersluis worden eveneens in die periode gebouwd.
1880: De Kattendijksluis wordt gebouwd en komt in gebruik. De sluis is nu buiten gebruik gesteld. Ze dient nu voorlopig nog als ligplaats voor jachten en allerhande werkschepen, maar omwille van de bouw van de Lange Wapperbrug zou de sluis gerenoveerd worden & heropend. Het overkluizen van de Antwerpse ruien, begonnen in de 16e eeuw, zou in de jaren 1880 voltooid worden.
In 1890 Wordt de toegangspoort van de burcht en het 's Heeren Steen omgebouwd tot een "nepkasteel".
De Royerssluis (180 meter lang en 22 meter breed) wordt in 1907 voltooid. Ze is al meermaals gerenoveerd en vernieuwd. Nu wordt ze alleen gebruikt voor kustvaart (coasters) naar en van het Albertkanaal, binnenvaart en jachten. Ook de Tall Ships' Races maakt gebruik van de bijna 100-jarige sluis.
In 1911, 1928 en 1982 vonden in Antwerpen Universele Esperantocongressen plaats.
De Van Cauwelaertsluis (270 meter op 35 meter) wordt in 1926 een volwaardige zeesluis. Vanaf 2000 wordt ze gebruikt voor binnenvaart alleen en uitsluitend voor zeeschepen, als de Boudewijnsluis buiten gebruik is.
Op 4 september 1944 wordt Antwerpen bevrijd door de geallieerden.
Tussen 7 oktober 1944 tot 30 maart 1945 vallen V-1 en V-2 bommen op Antwerpen en omgeving. Ook was het de Duitsers bedoeld de haven te raken. Deze bleef relatief onbeschadigd.
1955: De Boudewijnsluis (360 m. op 45 m.) wordt in gebruik genomen. Ze is nog altijd in bedrijf voor grote zeeschepen (tot 200 meter lengte) en binnenvaart.
1967: De getijdedeuren aan de Scheldegeul bij het Loodswezen worden definitief afgesloten. De schepen van en naar de Willem- en Bonapartedok, konden via deze Schelde-sasdeuren met gelijke water met de dokken, opengezet worden om de schepen te versassen.
1967: De Zandvlietsluis (500 meter lang en 57 meter breed, met een drempeldiepgang van 13,50 meter) wordt de eerste grootste zeesluis van de wereld.
1984: De Kallosluis, op linkeroever (360 m bij 45 m), wordt in gebruik gesteld. Ze werd gebouwd in 1979. Vanaf 1992 wordt ze volwaardig bemand en in bedrijf gezet.
1986: De eerste stad in miniatuur werd gebouwd; Antwerpen in Miniatuur aan hangar 15 op de Scheldekaai. Hier wordt uitgebreid de geschiedenis van Antwerpen in miniatuur voorgesteld. Vrijwilligers bouwen de huizen en belangrijke gebouwen natuurgetrouw op schaal.
1988: De Berendrechtsluis met zijn 500 meter en 68 meter breedte en tevens 13,50 meter diepgang, wordt dé grootste zeesluis van de wereld. Het grootste schip, dat toen de sluis mede inhuldigde bij zijn aankomst, de "Main Ore" (335 meter lang en 44 meter breed), was het grootste schip dat Antwerpen tot nu toe in zijn haven (Delwaidedok) mocht ontvangen.
Koningin Beatrix van Nederland mag zich Burggravin van Antwerpen noemen, maar dat is niet zozeer bij de Antwerpenaren bekend, zelfs onbekend.
[bewerken] Tweede Wereldoorlog
In de Tweede Wereldoorlog werd Antwerpen zwaar beschadigd door de Duitse V-1 en V-2 bommen. Dat gebeurde in de periode van 7 oktober 1944 tot 30 maart 1945. In totaal werden er 3709 V-bominslagen geteld in het arrondissement Antwerpen.
[bewerken] Havenuitbreiding
Rond 1960 werd het gebied ten noorden van Antwerpen, met andere woorden de voormalige gemeenten Oosterweel, Oorderen, Wilmarsdonk, Lillo, een deel van Berendrecht en een deel van Zandvliet gekocht door de stad, en volledig afgebroken voor de aanleg van de kanaaldokken. Enkele overgebleven delen zijn nog de kerk van Oosterweel, de kerktoren van Wilmarsdonk, Lillo-fort en de dorpskernen van Berendrecht en Zandvliet. Een verdere uitbreiding was de Waaslandhaven in de Waaslandse gemeente Beveren tussen Kallo en Kieldrecht. Het nieuwe Deurganckdok te Doel werd officieel ingewijd op 7 juli 2005 en is het grootste containerdok ter wereld, het kan per jaar 6 miljoen containers lossen.
Bronnen, noten en/of referenties:
Referenties:
- ↑ I. Coen (2008), De Eeuwige Schelde? Ontstaan en ontwikkeling van de Schelde

