Geschiedenis van Antwerpen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Dit artikel gaat over de geschiedenis van de stad Antwerpen, zie ook het artikel over De geschiedenis van de provincie Antwerpen

Antwerpen was al bewoond van in de steentijd en groeide ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog van een kleine nederzetting uit tot de grootste stad in de Nederlanden met één van de grootste havens ter wereld.

Prehistorie[bewerken]

De Schelde vloeit pas in het Paleolithicum voor het eerst door wat nu de omgeving van Antwerpen is. Voordien stroomde de Schelde doorheen het Meetjesland rechtstreeks noordwaarts, doorheen de zgn. Vlaamse Vallei. Pas vanaf het Holoceen, 10.000 jaar geleden, stroomde de Schelde doorheen de jonge benedenloop die we nu nog kennen, naar zee. Het alluviaal van de Schelde was nat en moerasachtig en voorwerp van veenvorming. Het natte Scheldegebied trok kampen van mensen uit de midden-steentijd of Mesolithicum aan. Onder meer bij de aanleg van de havendokken bij Lillo ten noorden van de stad, maar ook nabij het Steen werden er silex voorwerpen uit het vroege Mesolithicum aangetroffen van rond 9000 v.Chr.[1]

Er zijn bijlen uit de bronstijd gevonden en waterputten uit de ijzertijd.[2]

Romeinse tijd[bewerken]

Munt met Dagobert I en Eligius

Rond 250 schrijven de Romeinen over Scaldis (de Schelde) en Scinda (de Schijn). Nabij de monding van de Schijn werden er op diverse plaatsen archeologische sporen en relicten van een Gallo-Romeinse nederzetting aangetroffen. De grootste concentratie werd gevonden in de zone tussen de rivier nabij het Steen en de Grote Markt. Onder meer bij het rechttrekken van de Schelde in de tweede helft van de 19e eeuw, bij de opgravingen van professor Vandewalle nabij het Steen, de opgravingen naar aanleiding van de site Stadsparking en de opgravingen van 2008-2009 aan de Jordaenskaai werden er grote hoeveelheden Romeins aardewerk aangetroffen. Dit aardewerk is van hoogstaande kwaliteit en gevarieerd qua vormen en baksels. Het toont dat het Romeinse Antwerpen een relatief groot belang had in zijn regionale omgeving. Opmerkelijk zijn ook de dakpannen die naar het "prim. cohors" of eerste cohort verwijzen. De latere ontwikkelingen van de metropool maken het nagenoeg onmogelijk om definitief uit te maken, hoe dit Romeinse Antwerpen eruit zag, maar dat het meer was dan een gewoon dorp staat vast. Historici als Adriaan Verhulst situeren een Romeins kamp ter hoogte van Antwerpen. Romeinse brandrestengraven werden er gevonden nabij de Oudaan en nabij het Steen, hetgeen aantoont dat de nederzetting een bepaalde uitgestrektheid had. Muntvondsten uit de vierde en de 5e eeuw tonen aan, dat dit Romeinse Antwerpen niet verdween na de klassieke Romeinse periode. Een recente verklaring van de naam Antwerpen toont aan dat de naam zelf mogelijk een Romaanse oorsprong kan hebben. Rond 645 bezocht Eligius de Andouerpi, de Antwerpenaren, die links en rechts van de beneden-Schelde woonden. In de Romeinse periode zag de eigenlijke loop van de rivier er overigens anders uit dan nu en lag de bewoning tussen de verwilderde rivierarmen van de Schelde. De hoofdgeul van de Schelde stroomde toen vermoedelijk onder Zwijndrecht door, dus veel meer naar het westen. Pas in de 5e-6e eeuw groeiden de oude afwaartse beddingen van de Schijnriviertjes en de rivierarm voor Antwerpen uit tot hoofdarm, ten nadele van de geul voor Zwijndrecht, die geleidelijk dichtslibde.[3]

Vroege Middeleeuwen[bewerken]

Willibrordus

De vroegmiddeleeuwse oorsprong van de stad levert al decennialang stof tot discussie, vaak vanuit het spanningsveld tussen de schaarste aan archeologische bronnen en de al even schaarse en omstreden geschreven bronnen. Niettemin staat de vroegmiddeleeuwse oorsprong van de latere handelsmetropool buiten kijf. De vroegste historische vermeldingen van Antwerpen, beginnend bij de bekeringspogingen van Amandus en Eligius[4] omstreeks het midden van de 7e eeuw, wijzen op het bestaan van een nederzetting met een centrale functie. Eligius wilde de Antwerpenaren bekeren, waarbij hij vermoedelijk hun centrale nederzetting bezocht. Amandus zou op vraag van de Merovingische koning Dagobert een kerk hebben gesticht in dit moeilijk te interpreteren Antwerpen, en gewijd aan Sint-Pieter en Paulus. Belangrijk is, dat er een kerk gesticht werd, wat in die periode enkel gebeurde in centra van macht. In de 7e eeuw viel de kerk in handen van adel (Rauchingus) uit de omgeving van de Pepinieden, het geslacht van Karel de Grote, die deze kerk rond 695 wegschonken aan Willibrordus ter ondersteuning van de bekering van het gebied dat nu Nederland is. Vermoedelijk gaat het om een kerk bij een centraal hof dat artisanale activiteiten, administratie en landbouw beheerde. Het zou verkeerd zijn, om Antwerpen dan al als ‘stad’ te bestempelen. In dit centrum sloeg men ook munt, in opdracht van de kroon. In die periode stond muntslag niet zozeer gelijk met het fabriceren van geld, maar wel met het vervaardigen van munten (tremissi) als gouden statussymbolen, waarmee de elite zich kon identificeren en verbinden met de hoogste wereldlijke en kerkelijke macht. In de 8e eeuw lijkt Antwerpen bijgevolg een centrum van elites, met een zekere graad van inkomsten. Dit kan verklaren waarom de kerk van Antwerpen in diezelfde periode aan de abdij van Echternach en Willibrordus wordt geschonken. De vondst van aardewerk uit de 6e, 7e, 8e en 9e eeuw in de omgeving van de Academie en de terreinen van de latere Sint-Michielsabdij toont aan, dat dit centrum een verspreide bewoning kende. Dit Antwerpen was via een veer over de Schijnmonding verbonden met Merksem, dat net als Wijnegem, Deurne, Wommelgem, Broechem, Hove, Edegem etc. al bestond in de Vroege Middeleeuwen en mogelijk een hof van een aristocratisch figuur of grootgrondbezitter was. Het veer kwam later in de handen van de Abdij van Lobbes.

De Annales Fuldenses vermelden, dat dit Antwerpen in 836 door de Noormannen wordt platgebrand.[5] Deze raid past in een reeks aanvallen, waarbij ook het Frankische garnizoen in de koninklijke villa op Walcheren werd verslagen en de Vikingen van Harald en Rorik de Schelde onder controle kregen, tot in het jaar 876. Hoewel het toenmalige Antwerpen de facto onder gezag van de Vikingen stond, bleef het 9e eeuwse Antwerpen tot voor het recente onderzoek archeologisch moeilijk te duiden. Een specifiek probleem hierbij vormt de huidige afwezigheid van een Sint-Pieter- en Pauluskerk in Antwerpen. Die is mogelijk verloren gegaan tijdens de Vikingperiode of bevindt zich onder de latere Sint-Michielskerk van de gelijknamige abdij, die in de 11e eeuw de moederkerk van Antwerpen blijkt te zijn.

Het oude onderzoek van Vandewalle en het recente archeologische onderzoek nabij het Steen, onder leiding van de stadsarcheologen en wetenschappelijk ondersteund door de Vakgroep Kunstwetenschappen en Archeologie van de VUB, geeft waardevolle inzichten in dit Antwerpen van de 9e eeuw. Het bestond uit houten huizen die nauw bij elkaar liggen, langs houten stadsstraten. Dit Antwerpen was een vroege handelsstad en vertoonde overeenkomsten met Birka en Haithabu. Importaardewerk, sporen van artisanaat (geweibewerking, metaalbewerking, enz.) vervolmaken het beeld. Mogelijk werden de inwoners begraven in de omgeving van de Koraalberg, vlak nabij de handelsstad, zoals de vondst van twee 9e-eeuwse graven op die plaats aantoont. De historische bronnen bevestigen het bestaan van de vroege stad Antwerpen op het einde van de 9e eeuw, die als handelswijk of vicus wordt omschreven. Het is deze vroege stad die vermoedelijk rond 900 omwald wordt door middel van een halfcirkelvormige, aarden wal die aansloot op de Schelde. Nabij het steen werd er op dat ogenblik vermoedelijk een eerste stenen constructie opgetrokken. Mogelijk stond dit Antwerpen in de 9e eeuw deels onder invloed van Scandinavische handelaars of zelfs elite, maar dit is deels speculatie. Duidelijk is dat Antwerpen tussen 923 en 927 bij Oost-Francië wordt ingedeeld en dat het tegelijkertijd hoofdplaats is van de pagus Rien. De Schelde fungeert als grensrivier tussen West-Francië, (Frankrijk) op de linkeroever en Oost-Francië (Duitsland) op de rechteroever). Ondertussen is de bewoning van de handelsstad gegroeid en behoren ook de omgeving van de Veemarkt, Grote Markt en Oude Korenmarkt tot de 10e eeuwse handelsstad.

Rond 950 werd er ook tol op het handelsverkeer op de Schelde geheven, hetgeen aantoont dat de stad duidelijk onder controle is van het hoogste gezag, dat van Keizer Otto I de Grote. Door hem en zijn opvolgers wordt de versterking van Antwerpen verder omgevormd tot burcht, met een prestigieuze Walburgakapel en een indrukwekkende stenen muur die aangelegd wordt rond het jaar 1000. Dit lijkt te passen in de transformatie van de oude handelsstad tot machtscentrum. Deze verandering lijkt dan weer te kaderen binnen de grenspolitiek van de Ottoonse keizers, die in dezelfde periode ook Ename en Valenciennes uitbouwen tot grensversterkingen met een hoge status. Antwerpen maakte toen deel uit van het Markgraafschap Antwerpen.

Middeleeuwen[bewerken]

Zicht op Onze-Lieve-Vrouwekathedraal vanop de Groenplaats

In 1008 kreeg Antwerpen zijn eigen stadszegel. Na de versterkte burcht besloot men in de 12e eeuw om ook het dorp te voorzien van wallen. In 1104 versterkte keizer Hendrik V van Duitsland de Burcht.De muren worden verhoogd van 5 meter naar 12 meter en de dikte van de muren van 1,35 meter naar 2 meter. De burcht van Kronenburg moest in die periode plaats ruimen voor de door Sint-Norbertus in 1124 gestichte Sint-Michielsabdij.

De watersingel is vandaag nog steeds terug te vinden op een plattegrond. Hij volgt de verdwenen Boterrui, de huidige Suikerrui, de Kaasrui, de Jezuïetenrui, de Minderbroedersrui, de Sint-Paulusstraat en de Holenvliet (nu de Koolvliet). Deze Ruienstad bleef ongewijzigd tot ca. 1200.

In 1250 kon de oorsprong van de naam "Antwerpen" niet worden achterhaald. De legende van Druon Antigoon ontstond. In 1312 bevrijdde Antwerpen zich van de heerschappij van de hertog van Brabant . Zie: Charter van Kortenberg. In 1358 kwamen het markgraafschap Antwerpen en de heerlijkheid Mechelen even onder het graafschap Vlaanderen.

Jan Appelmans en nadien zijn zoon Pieter Appelmans begonnen aan de bouw van een Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, die duurde van 1352 tot 1530. Waarschijnlijk daarom kreeg Antwerpen stadsrechten. De noordelijke toren is tevens het belfort van de stad. Door de uitvinding in 1398 van de donderbus werden er schietgaten in torens en muren van de Burcht aangebracht.

In 1402 werd de poort Guldenberg aangebracht in de Mattestraat. De poorten van de Burcht als vesting in 1420 moesten 's avonds niet meer worden gesloten. De poort Vleeshuis werd gekapt in de Zakstraat. De Zak- en Mattestraat waren de eerste straten van het dorp Antverpia, ten tijde van de Noormannen. In 1481 luidde het einde van de Burcht als vesting. De Burchtgracht en de Palingbrug werden aan de stad Antwerpen verkocht.

De stad groeide uit tot één van de vier grootste steden van Brabant en werd een grote handelsstad, een concurrent van Brugge. De afzet van Engels laken op de jaarmarkten trok kooplieden aan uit heel Midden-Europa.

In het begin van de 16e eeuw bereikte Antwerpen zijn hoogtepunt. De grootste invoer was van Engelse lakens, Duitse metaalproducten en de Portugese specerijen.

Het diende nu uitsluitend tot gevangenis en verhoorplaats; m.a.w. de folterkamer. Het galgenveld lag toen buiten de stad, op de plaats waar nu het Hessenhuis en -plein is, en de Brouwersvliet (toen nog een watervliet, tot 1930; in 1930 werden alle vlieten gedempt en de Scheldekaaien rechtgetrokken).

Gouden eeuw[bewerken]

De schipbrug van Alexander Farnese over de Schelde
De mislukte Noord-Nederlandse aanval op Antwerpen in 1605

Vooral het Antwerpen van Karel V en de vroege jaren van Filips II in de 16e eeuw was een welvarende en belangrijke havenstad, die een tijdlang de toon aangaf in West-Europa. Omstreeks 1400 was Antwerpen nog een betrekkelijk kleine stad, met ongeveer 18.000 inwoners. In de 15e eeuw begon de stad zich snel te ontwikkelen tot één van Europa's grootste handelssteden. In 1500 telde de stad ongeveer 40.000 inwoners, omstreeks 1560 werd het aantal van 100.000 bereikt.

In 1555 begon Christoffel Plantijn met de drukkerij Plantijn, die zelfs het monopolie voor uitgave van missalen en brevieren voor alle landen onder de Spaanse kroon verwierf. In 1568-1572 werd door het huis Plantijn de Biblia Regia in vijf talen en in acht delen gedrukt.

Het einde van de Burcht als functie tot vesting, werd bekrachtigd door keizer Karel V in 1549. In 1561 begon de bouw van het Stadhuis van Antwerpen. In 1579 begon men aan de herbouwing van de Werfpoort. boven op de poort wordt Silvius Brabo geplaatst.

Hand in hand met de toenemende welvaart kende Antwerpen een ongekende culturele bloei. Vooral de schilderkunst nam een hoge vlucht in de 16e en 17e eeuw. Zie Lijst van kunstschilders in Antwerpen.

Halverwege de 16e eeuw begon het calvinisme grote aanhang te krijgen in de stad. De stad werd na de beeldenstorm op 20 augustus 1566 het brandpunt van antikatholieke woelingen: de "Antwerpse beroerten". Duizenden roomsen ontvluchtten de stad, totdat prins Willem van Oranje er de rust kwam herstellen.

Bij een omstreeks 1580 door stadhouder Willem van Oranje georganiseerde godsdiensttelling bleek 33% van de bevolking aanhanger te zijn van het calvinisme, 17% van het lutheranisme en 50% van de Katholieke Kerk.

De troebelen van de opstand tegen Spanje hadden de stad grote schade berokkend. In 1576 werd de stad geplunderd door muitende Spaanse huursoldaten, die 8000 burgers vermoordden (Spaanse Furie). De stad sloot zich vervolgens aan bij de Pacificatie van Gent en was na de inname van de Citadel van Antwerpen in 1577 gedurende de komende 9 jaar min of meer de hoofdstad van de anti-Spaanse opstand. Dit tijdperk staat bekend als de Antwerpse (calvinistische) Republiek. Hoewel het er op leek dat de Spaanse stadhouder Alexander Farnese, prins (later hertog) van Parma, het op Antwerpen gemunt had, voerde hij en zijn troepen slechts een opmerkelijke slag bij Borgerhout uit. In 1585 werd Antwerpen door Farnese, veroverd na een beleg dat meer dan een jaar had geduurd.

Na die verovering is ongeveer de helft van de bevolking naar Holland vertrokken. Het bevolkingscijfer daalde tot 45.000. Hollandse en Zeeuwse schepen versperden de Scheldemonding en sloten de thans in Spaans bezit zijnde stad af van de overzeese handel. De Antwerpse bloeiende handel, kunsten en wetenschappen werden verder ontwikkeld in de Hollandse Gouden Eeuw. De stadhouders van de Verenigde Provinciën trachtten nog verscheidene malen om Antwerpen te heroveren voor de Opstand (1605, 1620, 1624, 1638 (Slag bij Kallo), 1646) maar dit mislukte.

In de komende twee eeuwen zou Antwerpen niet meer de bloei van de voorafgaande periode bereiken, maar het zou overdreven zijn te zeggen dat de stad wegkwijnde.

Antwerpen bleef één van de belangrijkste economische en culturele centra van de Spaanse en later Oostenrijkse Nederlanden. Het bracht in die periode grote schilders voort als Rubens, Jordaens en Teniers. Als rooms-katholiek bolwerk in de Contrareformatie kwamen er grootse kunst- en bouwwerken tot stand, voornamelijk in barokke stijl, bvb. de Carolus Borromeuskerk.

Scheldeafsluiting[bewerken]

Kaart uit 1624 van Antwerpen, het markgraaf en belangrijke gebouwen. Claes Janszoon Visscher
Nuvola single chevron right.svg Zie Blokkade van de Schelde voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Vanaf het midden van de 16e eeuw boette de handel in Antwerpen sterk in aan belang. Vanaf 1548 was Antwerpen niet langer de stapelmarkt voor Portugese specerijen en in 1564 verlieten de Engelse wolhandelaars de stad. Hierdoor raakte de stad in een recessie. De Tachtigjarige Oorlog versterkte de recessie van de stad. Op 4 november 1576 werd Antwerpen geplunderd door de Spanjaarden tijdens de Spaanse Furie. In juli 1584 werd de Schelde ondanks hevig verzet van de Antwerpenaren afgesloten van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën tijdens het beleg van 1584 tot 1585.

In 1792 werd Antwerpen veroverd door de Franse revolutionaire legers. Frankrijk opende de Schelde weer, maar de napoleontische oorlogen beperkten de handel, en Antwerpen werd onder Napoleon een oorlogshaven, een "Pistool gericht op het hart van Engeland".[6] Gaspard Monge richtte de zeevaartschool op.[7] De Franse keizer liet de werken beginnen van de Bonapartesluis, le petit bassin, nadien Bonapartedok genoemd en iets later le grand bassin, nadien het Willemdok genoemd.[8] De werken vorderden traag door tekort aan voldoende hout en arbeiders. Napoleon had toen ook al plannen om een zeekanaal te graven van Antwerpen, via Zelzate, Brugge naar Zeebrugge, eigenlijk waar nu de expresweg N49 loopt, wat uiteindelijk niet doorging.

Toen Antwerpen in 1830 met de Belgische Revolutie te maken kreeg, hield het Nederlandse leger onder leiding van baron Chassé de citadel van Antwerpen bezet. Beide partijen bestookten elkaar met artillerie. In 1831 werd de citadel door een Frans leger onder leiding van maarschalk Gérard veroverd op Chassé.

Het scheidingsverdrag tussen België en Nederland van 19 april 1839 gaf Nederland het recht een tol te heffen op de scheepvaart op de Schelde. Op 12 mei 1863 tekenden België en Nederland een verdrag waarbij die heffing werd afgekocht.[9] Dit gaf aanleiding tot de 'Schelde vrij'-feesten in 1913, 1963 en 2013.[10]

Moderne tijd[bewerken]

19e eeuw[bewerken]

Fortengordels rond Antwerpen
Belgische artillerie verdedigt Antwerpen tijdens de Eerste Wereldoorlog
De vlucht uit Antwerpen over de Schelde in 1914
Antwerpen met de Schelde en het Steen in 1917
Foto na de inslag van een V2 te Antwerpen in 1944

In de periode 1814-1914 – na meer dan 200 jaar te zijn afgesloten van de zee – groeide Antwerpen uit tot een wereldhaven. In de 18e eeuw was Antwerpen dé Noordzeehaven, maar in de 19e eeuw werd het samen met Hamburg en Rotterdam dé Europese haven. De Industriële Revolutie in de 19e eeuw bracht een enorme uitbreiding van het handelsvervoer met zich mee. Men ging veel grotere, ijzeren schepen bouwen en ondanks de grotere massa, werd de vaarsnelheid opgevoerd door de toepassing van stoomkracht. De nieuwe werelddelen zorgden nu voor de bevoorrading van grondstoffen en dienden tevens als afzetmarkt voor bewerkte goederen. Heel het economische leven van de stad, haar nijverheden, haar financiën, haar arbeidersklasse, haar bediendenwereld en haar beursaspect stonden in teken van de haven.

De opgang kende wel zware dalingen, ook al viel het meestal beter mee dan gevreesd werd. De goede economische vooruitzichten verdwenen met de onafhankelijkheid van België en in het revolutiejaar 1848. Na deze binnenlandse stagnaties werd Antwerpen gedurende het verdere verloop van de 19e eeuw gevoeliger voor de ups en downs van de globale economie. Er waren mirakeljaren zoals na de Frans-Duitse Oorlog en jaren van dreigende inzinking waarin gevreesd werd voor overproductie en protectionisme. België was als belangrijk exportland dan ook economisch sterk afhankelijk van de internationale hoog- en laagconjuncturen.

Door de oprichting van de overzeese kolonie Kongo-Vrijstaat, nadien Belgisch-Congo werd Antwerpen een draaischijf voor rubber en ivoor. In 1895 werd de Compagnie Belge Maritime du Congo opgericht op verzoek van Leopold II van België. Op 6 februari 1895 vertrok de Léopoldville als eerste uit Antwerpen naar Matadi voor een lijnverbinding. Ook was Antwerpen de belangrijkste haven voor reizigers uit Duitsland en Oost-Europa die hun geluk gingen zoeken in Amerika en inscheepten met de Red Star Line.

De maritieme groothandel had zijn weerslag op de stad en het omliggende. Voor de ontwikkeling van de handel in de 16e eeuw moesten de oude poorten, bruggen en ruien uit de middeleeuwse periode verdwijnen. Zo werd ook in de 19e eeuw Antwerpen herschapen, maar op een veel grotere schaal. De toevoer van zovele koloniale producten heeft koloniale nijverheden in het leven geroepen. De bevolking groeide onophoudelijk. De groeiende grootstad trok werkkrachten van het land aan. Rondom de stadskern werden allerlei straten en wijken gebouwd, zodat de stad snel uitbreidde. De oude fortengordel, de Spaanse vesten, moesten hiervoor afgebroken worden.[11] De nieuwe fortengordel omsloot een zesmaal grotere oppervlakte dan de oude, maar ook deze werd te klein en ze hinderde de toegang tot de stad. Vanaf 1859 werd daarom de Stelling van Antwerpen gebouwd.

In 1875 werd de Schelde verbreed van gemiddeld 270 m naar ca. 500 m, hetgeen bekendstaat als de 'rechttrekking van de Schelde'. Daarbij werd een groot deel van de oorspronkelijke Antwerpse burcht, waar de stad ontstaan was, gesloopt. Enkel Het Steen bleef hiervan nog over, dat in 1890 werd omgebouwd tot een 'nepkasteel'. Het overwelven van de Antwerpse ruien, begonnen in de 16e eeuw werd in de jaren 1880 voltooid. De intussen gedempte Zuiderdokken en het Kattendijkdok werden eveneens in deze periode gebouwd. Naarmate de haven bleef uitbreiden, werden ook de Royerssluis (1907) en de Van Cauwelaertsluis in gebruik genomen. In 1885 ging de Wereldtentoonstelling van 1885 door op het Zuid te Antwerpen en in 1894 ging de Wereldtentoonstelling van 1894 (Antwerpen) ook daar door. In 1899 werd Station Antwerpen-Centraal gebouwd.

Eerste Wereldoorlog[bewerken]

Na de eerste (lucht)aanval met een Zeppelin op 25 augustus 1914, duurde het nog tot 28 september 1914 voordat een zware aanval werd ingezet. In de nacht van 6 oktober op 7 oktober 1914 staken de Belgische troepen de Schelde over. Op 10 oktober 1914 is de inname van Antwerpen definitief. (zie Duitse opmars door België)

Interbellum[bewerken]

In 1920 gingen de Olympische Zomerspelen 1920 door te Antwerpen. Het Olympisch Stadion (Antwerpen) werd daartoe gebouwd en de zwemwedstrijden gingen door in open lucht in de vest bij de wezenberg. In 1930 ging de Wereldtentoonstelling van 1930 (Antwerpen) door op het Kiel te Antwerpen. In 1929 werd daartoe de Boerentoren gebouwd, één van de eerste wolkenkrabbers in Europa.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Tussen 7 oktober 1944 tot 30 maart 1945 werd Antwerpen en omgeving zwaar beschadigd door de Duitse V-1 en V-2 bommen gericht op de haven, waarlangs de geallieerden materieel aanvoerden. In totaal werden er 3.709 V-bominslagen geteld in het arrondissement Antwerpen, waarbij duizenden doden vielen. Bij twee inslagen kort na elkaar op de Teniersplaats vielen 724 doden, terwijl op 16 december 1944 de Cinema Rex een voltreffer kreeg. Daarbij kwamen 566 Antwerpenaren om het leven. Veel Antwerpenaren vluchtten de stad uit en degenen die bleven ontvingen zogenaamd "bibbergeld". De Duitsers trachtten de haven te beschadigen, maar deze bleef relatief onbeschadigd. Op 4 september 1944 werd Antwerpen vanuit Brussel bevrijd door de geallieerden onder aanvoering van kolonel Silvertop met zijn Cromwell tanks.

Over de geschiedenis van de joodse bevolking te Antwerpen tot 1944 zie Saerens (2000).[12]

Havenuitbreiding[bewerken]

1955: De Boudewijnsluis (360 m op 45 m) werd in gebruik genomen. Ze is nog altijd in bedrijf voor zeeschepen tot 200 meter lengte en binnenvaart.

1967: De getijdedeuren aan de Scheldegeul bij het Loodswezen werden definitief afgesloten. De getijdedeuren konden bij gelijk peil van Schelde en dok geopend worden om schepen van en naar de Willem- en Bonapartedok te laten passeren.

1967: De Zandvlietsluis (500 meter lang en 57 meter breed, met een drempeldiepgang van 13,50 meter) werd de grootste zeesluis van de wereld.

1984: De Kallosluis, op linkeroever (360 m bij 45 m), werd in gebruik gesteld. Ze werd gebouwd in 1979. Vanaf 1992 werd ze volwaardig bemand en in bedrijf gezet.

1986: De eerste stad in miniatuur werd gebouwd; Antwerpen in Miniatuur aan hangar 15 op de Scheldekaaien. Hier werd uitgebreid de geschiedenis van Antwerpen in miniatuur voorgesteld. Vrijwilligers bouwen de huizen en belangrijke gebouwen natuurgetrouw op schaal. In 2011 werd hangar 15 gesloten.

1988: De Berendrechtsluis met zijn 500 meter en 68 meter breedte en tevens 13,50 meter diepgang, werd de grootste zeesluis van de wereld. Het grootste schip, dat toen de sluis mede inhuldigde bij zijn aankomst, de "Main Ore" (335 meter lang en 44 meter breed), was het grootste schip dat Antwerpen tot nu toe in zijn haven (Delwaidedok) mocht ontvangen.

Rond 1960 werden de voormalige gemeenten Oosterweel, Oorderen, Wilmarsdonk, Lillo, een deel van Berendrecht en een deel van Zandvliet gekocht door de stad. Ze werden volledig afgebroken voor de aanleg van de kanaaldokken; de enige overblijfselen hiervan zijn de kerk van Oosterweel, de kerktoren van Wilmarsdonk, Fort Lillo en de dorpskernen van Berendrecht en Zandvliet. Een verdere uitbreiding was de Waaslandhaven in Beveren, tussen Kallo en Kieldrecht. Het nieuwe Deurganckdok te Doel werd officieel ingewijd op 7 juli 2005 en is het grootste containerdok ter wereld; het kan per jaar 6 miljoen containers lossen.

In 2013 meert het grootste containerschip ter wereld, de Mary Maersk aan in het Deurganckdok.[13]

Zie ook[bewerken]

Tijdlijn van de Lage Landen

Noot
  1. http://archeologie.antwerpen.be/2007/virtueel/tijdslijn-detail.asp?lni=nl&id=1
  2. http://archeologie.antwerpen.be/2007/virtueel/tijdslijn-detail.asp?lni=nl&id=2
  3. I. Coen (2008), De Eeuwige Schelde? Ontstaan en ontwikkeling van de Schelde
  4. http://archeologie.antwerpen.be/2007/virtueel/tijdslijn-detail.asp?lni=nl&id=4
  5. http://archeologie.antwerpen.be/2007/virtueel/tijdslijn-detail.asp?lni=nl&id=5
  6. http://www.guichetdusavoir.org/viewtopic.php?f=2&t=52175
  7. Journal de Bruxelles 167
  8. http://www.cobra.be/cm/cobra/nog/1.1582657
  9. Eric van Hooydonk (editor), De Belgisch-Nederlandse verkeersverbindingen: de Schelde in de XXIste eeuw, Europees instituut voor zee- en vervoerrecht, Maklu, 2002.
  10. Antwerpse haven viert 150 jaar Schelde Vrij, website Port of Antwerp, geraadpleegd 3 juni 2013.
  11. http://archeologie.antwerpen.be/2007/virtueel/tijdslijn-detail.asp?lni=nl&id=6
  12. Lieven Saerens (2000), Vreemdelingen in een wereldstad: een geschiedenis van Antwerpen en zijn joodse bevolking (1880-1944), Tielt: Lannoo.
  13. http://www.standaard.be/cnt/dmf20131019_00799291