Geschiedenis van Catalonië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Dit artikel behandelt de geschiedenis van Catalonië, het gebied dat tegenwoordig de autonome gemeenschap van Catalonië omvat en de aansluitende Franse regio Catalan.

Inleiding[bewerken]

Dit gebied werd voor het eerst bewoond tijdens het midden-paleolithicum. Net zoals de rest van de Middellandse Zeekust van het Iberisch Schiereiland werd het in latere tijden gekoloniseerd door de Grieken en de Carthagers. Er ontstond een sterke interactie met de lokale pre-Romeinse Iberische volkeren in de eerste plaats via handel maar ook via culturele uitwisseling. Samen met de rest van Hispania werd het vervolgens een deel van het Romeinse Rijk om vervolgens na het verval ervan door de Visigoten veroverd te worden. Het noordelijkste gedeelte is korte tijd door de Moren (Al-Andalus) bezet geweest in de achtste eeuw. Nadat Emir Abdul Rahman Al Ghafiqiwas in 732 in de slag bij Poitiers door Karel Martel verslagen werd herwonnen de lokale Visigotische vorsten hun autonomie. Ze verkozen echter zichzelf te onderwerpen aan het opkomende Frankische Rijk waardoor de Spaanse Mark ontstond.

Een herkenbare Catalaanse cultuur ontwikkelde zich in de middeleeuwen met de steun van de graven van Barcelona. Als onderdeel van het koninkrijk Aragón -het dominante deel volgens de meeste historici- werden de Catalanen een maritieme macht die door handel en veroveringen hun controle zouden uitbreiden tot Valencia, de Balearen en ook Sardinië en Sicilië.

Met het huwelijk van Isabella I van Castilië en Ferdinand II van Aragón in 1469 kwam Catalonië in een personele unie met Castilië terecht. Hierdoor begon de politieke macht van Catalonië naar Castilië begon te verschuiven. In de hieropvolgende eeuwen behield Catalonië grotendeels zijn eigen wetten aangezien de unie van Spanje meer een personele unie was dan een volledige eenmaking. Geleidelijk aan begonnen de vorsten toch de lokale wetten aan te tasten ten voordele van het centrale gezag. Dit proces kende zijn hoogtepunt toen koning Karel II, de laatste directe afstammeling van de Habsburgse koningen van Spanje, in 1700 overleed zonder een erfgenaam na te laten, wat leidde tot de Spaanse Successieoorlog. Ook deze keer bleek Catalonië aan de verliezende kant te staan; de door Castilië verkozen Filips won de oorlog en zijn Nueva Planta-decreten ontnamen Catalonië elke vorm van autonomie, schaften de lokale politieke instituten af en legden een militair regime op.

In de tweede helft van de 19e eeuw werd de regio het centrum van de industrialisering van Spanje. Nu is het een van de meest geïndustrialiseerde regio's, samen met het Baskenland. Gedurende de eerste dertig jaar van de 20e eeuw kende de regio afwisselend meer of mindere mate van autonomie. Hier kwam drastisch verandering in na de nederlaag van de Tweede Spaanse Republiek (opgericht in 1931) in de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939). Onder het dictatoriale regime van Francisco Franco werd zelfs het gebruik van het Catalaans in het openbaar verboden.

Na diens dood in 1975 en de restauratie van de Spaanse monarchie kreeg de regio weer een zekere mate van culturele en politieke autonomie.

Prehistorie[bewerken]

De eerste menselijke nederzettingen in Catalonië dateren uit het midden-paleolithicum. De oudste sporen van menselijke aanwezigheid is een kaakbeen gevonden in Banyoles, volgens sommige bronnen zou dit een pre-neanderthaler kaakbeen zijn van zo'n 200.000 jaar oud. Andere bronnen houden het op een derde van die ouderdom. [1]

Sommige van de belangrijkste prehistorische resten werden gevonden in de grotten van Mollet (Serinyà, Pla de l'Estany), de Cau del Duc in de Montgrí berg ("cau" betekent "grot"), de resten bij Forn d'en Sugranyes (Reus) en de schuilplaatsen Romaní en Agut (Capellades), resten uit het boven-paleolithicum zijn gevonden bij Reclau Viver, de grot van Arbreda en de Bora Gran d'en Carreres, in Serinyà, of de Cau de les Goges, in Sant Julià de Ramis.

Resten uit de volgende prehistorische era's het epipaleolithicum en het neolithicum worden hoofdzakelijk gedateerd tussen 8000 v.Chr. en 5000 v.Chr. Vindplaatsen hiervan zijn Sant Gregori (Falset) en el Filador (Margalef de Montsant).

Het neolithicum begon in Catalonië rond 4500 v.Chr., alhoewel de bevolking zich niet zo snel vestigde in vaste nederzettingen als elders door de overvloedige bebossing die een voortzetting van de jager-verzamelaar culturen bevorderde. De belangrijkste resten zijn de grot van Fontmajor L'Espluga de Francolí), de grot van Toll (Morà), de grotten van Gran and Freda (Montserrat) en de schuilplaatsen van Cogul en Ulldecona.

Het chalcolithicum of kopertijd liep van 2500 tot 1800 v.Chr. De bronstijd liep van 1800 v.Chr. tot 700 v.Chr. Er zijn maar weinig overblijfselen gevonden uit deze periodes op enkele nederzettingen langs de Segre. De bronstijd viel samen met de aankomst van de Indo-Europeanen die in verschillende golven naar de regio migreerden vanaf 1200 v.Chr. Zij waren verantwoordelijk voor de eerste proto-stedelijke nederzettingen. Rond het midden van de 7e eeuw v.Chr. begon de ijzertijd in Catalonië.

Opkomst van de Iberische Cultuur[bewerken]

Na afloop van de ijzertijd ontwikkelde er zich een Iberische cultuur, vermoedelijk uit een vermenging van plaatselijke oerbewoners en immigranten uit Noord-Afrika. Deze cultuur omvatte stammen zoals de Indigetes, Ilercavones, Castellani ,.. In latere tijden kwam er een influx van Keltische stammen uit het noorden die zich vermengden met de lokale Iberische volkeren. Hierdoor sprak men dan ook van Keltiberiërs als men het had over het volk dat door deze mengeling ontstond. Vanaf de 6e eeuw v.Chr. ontstonden er Griekse en Carthaagse kolonies langs de kust van de westelijke Middellandse Zee.

Belangrijkste hiervan was Empúries aan de Golf van Roses in de huidige provincie Gerona. Oorspronkelijk was er een Fenicische kolonie op een eilandje in de golf. In de 6e eeuw v.Chr. werd er door Grieken uit Phocaea op het vasteland een kolonie gesticht. De stad kende een sterke groei rond 530 v.Chr. door de instroom van vluchtelingen uit de moederstad toen deze door de Perzen werd ingenomen. De stad lag op de handelsroute tussen Massalia (Marseille) en Tartessos.

Van de 8e tot de 7e eeuw v.Chr. kwamen de autochtone inwoners in contact met de kolonisten en duiken de eerste ijzeren objecten op in de regio. In de periode van de 7e tot de 5e eeuw v.Chr. vond de consolidatie plaats van de Iberische cultuur. De bloeiperiode was van de 5e tot de 3e eeuw v.Chr.

Romeinse tijd[bewerken]

De Romeinen arriveerden tijdens de Tweede Punische Oorlog. In 218 v.Chr landde generaal Publius Cornelius Scipio Africanus maior nabij Empúries om zo de toevoerlijnen naar Carthago Nova af te snijden. De Romeinse troepen onder leiding van generaal Gnaeus Cornelius Scipio Calvus die in 210 v.Chr. in Hispania zoals de regio toen genaamd was aankwamen zagen zich geconfronteerd met een groot Carthaags leger onder leiding van Hasdrubal broer van Hannibal Barkas die vallei van de Ebro controleerden. Bij de eerste schermutselingen in 211 v.Chr. sneuvelden zowel Gnaeus Cornelius Scipio Calvus als Publius Cornelius Scipio I respectievelijk oom en vader van Scipio Africanus maior. De komende jaren zou Catalonië het strijdtoneel zijn van de strijd om de macht over de Middellandse Zee tussen Rome en Carthago. Voor Hispania was het tijdperk van Romeinse overheersing echter begonnen.

In de eerste eeuw voor Christus wordt Tarragona de hoofdstad van dit deel van het Romeinse Rijk, de provincie Hispania Tarraconensis.

Middeleeuwen[bewerken]

Na de val van het West-Romeinse Rijk werd Catalonië overspoeld door de Visigoten, wat een van de etymologische verklaringen zou kunnen zijn voor de naam, afgeleid van Gothalonië. Dit is eveneens de periode van kerstening. De Visigoten stichtten het koninkrijk Toulouse waar Catalonië deel van uitmaakte tot de verovering door de Moren in 718. Deze werden al spoedig verdreven, zo kwamen de graafschappen Gerona in 785 en Barcelona in 805 weer in westerse handen.

Karel de Grote beslist om een bufferzone op te richten in 801 tussen zijn rijk en de Moren. Deze Marca Hispánica omvat de graafschappen Ribagorça, Rosello, Vic, La Cerdanya, Urgell, Girona, Barcelona, Pallars en Osona. Door de afwezigheid van een centraal gezag konden de graven van Barcelona gaandeweg hun soevereiniteit over het gebied herwinnen. Wilfried de Harige ziet zich als soeverein bevestigd door Karel de Kale en hij kan tevens een erfopvolging instellen.

Na de val van het Omajjadenkalifaat in 1031 profiteren de Catalanen hiervan om hun gebied uit te breiden. Zo slaagt Raymond Berengarius IV erin Tortosa en Lleida te veroveren op de Moren in 1148-1149. In 1150 wordt hij koning van Aragon en gaandeweg breiden de Catalanen hun grondgebied uit in Zuid-Frankrijk. Zo veroveren ze in 1229 Mallorca, in 1231 Menorca en in 1235 Ibiza. Ook het koninkrijk Valencia komt bij Aragon in 1238. Met het verdrag van Corbeil eindigt de soevereiniteit van de Franse koningen over de Catalaanse graven officieel; in ruil maken de koningen van Aragon geen aanspraak meer op de Languedoc.

Spaanse tijd[bewerken]

Wanneer in 1410 Martinus I kinderloos sterft, gaat de heerschappij over op Ferdinand van Antequera, zoon van de koning van Castilië. Deze band wordt nog versterkt wanneer Ferdinand van Aragon en Isabella van Castilië, de Katholieke Koningen, huwen in 1469 wat de facto de unie betekent van Castilië en Aragon tot Spanje. Met het huwelijk van Isabella I van Castilië en Ferdinand II van Aragón in 1469 eengemaakt werd, is een hardnekkige fabel: Castilië en de Kroon van Aragón bleven immers afzonderlijke politieke entiteiten. Met de val van Granada in 1492 kwam er een einde aan eeuwen van Moorse aanwezigheid in Spanje. Deze gebeurtenissen zouden Spanje naar een hoogtepunt van macht brengen. Binnen Spanje was het belangrijkste echter dat de politieke macht van Catalonië naar Castilië begon te verschuiven. Deze evolutie zal officieel bekrachtigd worden door de unificatie van deze twee monarchieën in 1516 door keizer Karel V.

In 1640 komen de Catalanen in opstand tegen Spanje, die pas neergeslagen wordt in 1652. In 1659 verliest Catalonië definitief Rosello en een deel van La Cerdanya aan Frankrijk door de Vrede van de Pyreneeën. Deze gebieden werden de provincie Roussillon.

In de hieropvolgende eeuwen behield Catalonië grotendeels zijn eigen wetten aangezien de unie van Spanje meer een personele unie was dan een volledige eenmaking. Geleidelijk aan begonnen de vorsten toch de lokale wetten aan te tasten ten voordele van het centrale gezag. Dit proces verliep echter verre van lineair en er waren ook tijden waarin de lokale autonomie weer toenam. Omdat Catalonië in verscheidene burgeroorlogen steeds weer aan de verliezende kant stond verloor het steeds meer van zijn autonomie. Dit proces kende zijn hoogtepunt toen koning Karel II, de laatste directe afstammeling van de Habsburgse koningen van Spanje, in 1700 overleed. Deze mentaal en fysiek gehandicapte koning liet geen erfgenaam na, wat leidde tot de Spaanse Successieoorlog. Hierbij stonden de Oostenrijkse Habsburgers met als troonpretendent Leopold I en Filips van Anjou, kleinzoon van Lodewijk XIV van Frankrijk en dus behorend tot het Huis Bourbon (Borbón in het Spaans), tegenover elkaar.

Ook deze keer bleek Catalonië aan de verliezende kant te staan; zij steunden Leopold terwijl de rest van Spanje Filips verkoos. De Nueva Planta-decreten ontnamen Catalonië elke vorm van autonomie, schaften de lokale politieke instituten af en legden een militair regime op.

Blauwe estelada, embleem van de onafhankelijkheidsbeweging.

In de tweede helft van de 19e eeuw werd Catalonië een belangrijk industrieel centrum. Het waren het roerige tijden met bloedige confrontaties zoals de Tragische week in 1909. Desalniettemin kreeg de welvarende regio tijdens de Tweede Spaanse Republiek, opgericht in 1931, meer onafhankelijkheid door middel van een officieel statuut. Aan deze opkomst kwam echter een abrupt einde door het begin van de Spaanse Burgeroorlog en de daaropvolgende dictatuur van generaal Francisco Franco. Alles wat Catalaans was, of beter gezegd alles wat volgens de dictator niet-Spaans was, was in deze periode strikt verboden. Onder het dictatoriale regime van Francisco Franco werd zelfs het gebruik van het Catalaans in het openbaar verboden. Overtredingen werden zwaar bestraft. Velen werden opgesloten, onder andere in het kasteel van Montjuïc. Catalaanse boeken mochten vanaf de jaren 40 wel weer gedrukt worden, maar niet voor publiekelijk gebruik.

Na de dood van Franco in 1975 kwam voor Spanje een einde aan 36 jaar dictatuur. Drie jaar later kreeg de regio weer een sterker eigen cultureel karakter en iets meer politieke autonomie. Tegenwoordig is Catalonië een van de drie belangrijkste autonome regio's van het land, met name door de grote internationale aantrekkingskracht van metropool Barcelona.

De democratische staatshervorming, gaf op 22 december 1979 aan Catalonië het statuut van autonome regio binnen het Koninkrijk Spanje en zo werd het Catalaans in de nieuwe Spaanse grondwet erkend als "coöfficiële" taal.

Op 9 augustus 2006 werd een nieuw statuut door de Spaanse regering aanvaard. Sindsdien beschouwt Catalonië zich als een natie binnen de Spaanse staat. Desondanks manifesteerde een beweging naar onafhankelijkheid zich daarna steeds luider.[2] Op 12 december 2013 kondigde de Catalaanse regering een referendum over zelfbeschikking aan, te houden op 29 november 2014. De regering van Spanje gaf meteen aan dit referendum te zullen blokkeren, omdat het volgens haar tegen de Spaanse grondwet indruist.[3]

Voetnoten[bewerken]

  1. ESR and U-series analyses of enamel and dentine fr... J Hum Evol. 2006 - PubMed Result
  2. «1,6 miljoen Catalanen eisen onafhankelijheid met menselijke ketting, De Morgen,, 11 september 2013
  3. Catalonië houdt referendum over onafhankelijkheid, ANP/AP/de Volkskrant, 12 december 2013