Geschiedenis van Corsica

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Dit artikel behandelt de geschiedenis van Corsica

Bronstijd[bewerken]

Tijdens de Bronstijd (2000-500 v.Chr.) was Corsica bevolkt met stammen die in krijgerverband leefden: de sterkste stam kon het meeste macht bezitten. De rijkste konden hun dorpen ombouwen in versterkte plaatsten (zoals Filitosa). De cultuur van de stammen op Corsica had veel gemeen met die op Sardinië en de Balearen. Op alle eilanden zijn nuraghe's teruggevonden, waarmee men kan bewijzen dat er enig contact was tussen de eilanden en de stammen op de eilanden waren nooit politiek één. Corsica verschilde wel op één punt sterk met de andere twee: de cultuur op Corsica was laat-Megalithisch, terwijl de anderen tot de Klokbekercultuur behoorden. Dit betekende dat de volkeren op Corsica verder gingen met hun megalithische kunst (zoals de megalithische graven in Settiva en Fontanaccia, terwijl de andere in een verder stadium zaten.

Griekenland[bewerken]

Iron Age Italy-fr.svg

Omstreeks 565 v.Chr. stichtten kolonisten uit Phokaia (Phocaea) een kolonie op het eiland: Alalia (het huidige Aléria) en namen bezit van de naburige gronden. De haven lag op een strategische plaats, op de vaarroute tussen Sicilië en het zuiden van Frankrijk, beiden belangrijke kolonies van de Grieken.

Etrurië[bewerken]

Lang hield de stad het echter niet uit. In 539 v.Chr. (of 540?) versloegen de Etrusken en de Carthagers tezamen de Grieken voor de kust van Corsica en bezetten het. De kolonie Alalia op de oostkust van het eiland werd een deel van Etrurië.

Carthago[bewerken]

De Etrusken kwamen echter in aanraking met de Romeinen en konden hun kolonie op Corsica niet behouden en het eiland werd terug onafhankelijk (niet als één land, maar de stammen stonden niet langer onder buitenlandse overheersing). De Carthagers namen de kolonie over in de 4e eeuw v.Chr. en noemden het eiland naar zijn oud-Griekse naam: Kyrnos (Grieks: bosrijk). In 278 v.Chr. nam Carthago ook bezit van de rest van het eiland.

Het is opmerkelijk dat de Grieken, ondanks het feit dat hun kolonie verloren was gegaan, toch de handel van en naar het eiland bleven domineren. Zelfs nadat het Carthaagse leger vanaf 278 v.Chr. op het eiland aanwezig was, konden de Grieken bijna een monopolie uitbouwen in de hout-sector, in honing en hars.

Het Fenicisch-Romeins conflict[bewerken]

Rome was de nieuwe macht in de Middellandse Zee en de Romeinse en Fenicische (= Carthaagse) belangen botsten op het eiland Sicilië, waardoor de Eerste Punische Oorlog (264-241 v.Chr.) uitbrak. De Romeinen wonnen deze en konden in 241 v.Chr. Sicilia annexeren en in 238 v.Chr. ook Sardinia en Corsica. Deze twee laatste werden de tweede en de derde provincie van het toekomstige Romeinse Rijk.

Rome[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Corsica (Romeinse provincie) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Bijna 700 jaar lang regeerden de Romeinen over Corsica.

Vandalen, Byzantijnen, moslims en Franken[bewerken]

Justinian555AD.png

Net als Sardinië maakte het eiland de grote migraties van het begin van de 5e eeuw goed door, maar net als Sardinië in 455 viel het eiland in de handen van de Vandalen, die vanuit Noord-Afrika opereerden.

In 533 veroverde Belisarius, een generaal van Justinianus I, het Vandalenrijk. In 534 volgde een expeditie, die hem Corsica opleverde, samen met Sardinië en de Balearen. In 551 wist Totila het voor de Ostrogoten te veroveren, maar zijn rijk werd spoedig daarop door Byzantium vernietigd.

Onder leiding van Karel de Grote veroverden de Franken het eiland in 807. Bijna 40 jaar later, in 846, viel het in handen van moslimpiraten, die vanuit Noord-Afrika kwamen. Deze overheersing hield niet lang genoeg stand om de bevolking tot de islam te bekeren; tegen 1000 was Corsica (opnieuw) bezit van het (Frankische) Heilige Roomse Rijk geworden.

Genua en Frankrijk[bewerken]

Italia 1494-es.svg

Van de 13e tot de 18e eeuw was Corsica bezit van de machtige Italiaanse Republiek Genua. De Corsicanen kwamen rond 1730 echter in opstand en in 1735 besloot de Consulta van Corti (parlement) dat de Heilige Maria Koningin van Corsica zou worden. Luigi Giafferi, Ghjacintu Paoli en Andria Ceccaldi werden tot Kapitein van de Natie gekozen. De advocaat Costa begon met het schrijven van een grondwet.
In 1736 werd Theodor von Neuhoff uit Duitsland koning Tiadoru van Corsica. Hij bleef echter maar acht maanden aan de macht. Genua wilde Corsica echter houden. Ghjacintu Paoli probeerde daarom hulp te vinden in Europa, maar kreeg die niet. Hij leefde in ballingschap in Napels, en stierf in 1756 in Londen.

In 1755, ondanks de Franse en Oostenrijkse hulp, heeft Genua alleen controle over de presidii: Bastia, San Fiurenzu, Calvi en Bonifacio. Dat jaar wordt Pasquale Paoli, zoon van Ghjacintu Paoli, vriend van Rousseau, James Boswell en Voltaire, als kapitein van de Natie gekozen. Hij maakt een democratische grondwet en wordt in heel Europa beroemd: uit ieder pieve wordt er een afgevaardigde gekozen voor de Consulta. Dat parlement kiest dan de Kapitein van de Natie (Capu Ginarale di Statu). Corte wordt de hoofdstad. Paoli opent onder andere een universiteit, en laat zijn eigen munt (a zecca) maken. Corsica krijgt zijn vlag en zijn hymne: Dio Vi Salvi Regina. Het land heeft Nederlandse en Engelse steun.

Genua roept Frankrijk te hulp, dat troepen stuurt. Eerst worden ze verslagen door de legers van Paoli (slagveld van Borgo, 6 oktober 1768).

Genua kan zijn schulden aan Frankrijk niet inlossen en geeft het eiland in pand (Verdrag van Versailles (1768). In 1769 (geboortejaar van Napoleon Bonaparte) neemt Frankrijk de havens en de vestingen van het eiland onder controle.

Het land wordt tot aan de Franse Revolutie beschouwd als persoonlijk bezit van de koning en bestuurd als een zelfstandige Franse provincie. Pasquale Paoli, inmiddels conservatief geworden, wordt verdreven door de broers van Napoleon. Het werd de tijd van de vendetta's die schrijvers als Prosper Mérimée inspireerden en die het beeld van het eiland nog steeds beheersen.

In 1811 werd Corsica één departement van Frankrijk met Ajaccio als hoofdstad. De Franse taal werd ingevoerd en het Corsicaans verdween naar de achtergrond.

Sinds 1975 is Corsica weer verdeeld in twee departementen: La Haute Corse (2B) met Bastia als hoofdstad en prefectuur en La Corse du Sud (2A), met Ajaccio als hoofdstad en prefectuur. In 1981 werd de Universiteit van Corse opnieuw opgericht.