Geschiedenis van Keulen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Dit artikel handelt over de geschiedenis van Keulen.

Romeinse stad[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Colonia Claudia Ara Agrippinensium voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De naam van de stad Keulen gaat terug op de Romeinen, die er de nederzetting Colonia Agrippina hadden. Voor die tijd woonden er de Eburonen en de Romeinen noemden hun nederzetting op een eilandje in de Rijn Oppidum Ubiorum. De Romeinen vestigden er hun gouverneurszetel voor de provincie Germania Inferior, waaronder ook de nu Nederlandse gebieden ten zuiden van de Rijn en grote delen van België vielen. De nederzetting groeide uit tot een flinke stad. De latere echtgenote Julia Agrippina van keizer Claudius werd er geboren toen haar vader Germanicus in Oppidum Ubiorum was gelegerd. Ter ere van haar werd de stad omgedoopt tot Colonia Claudia Ara Agrippinensium en ommuurd.

In de plattegrond van het centrum van de stad is de oude ommuring en het Romeinse rechthoekige stratenplan nog zichtbaar. Er bestaan ten minste twee resten van Romeinse torens, waarvan één voorzien van het originele steenmozaïek uit de Romeinse tijd. Gedurende de Volksverhuizingen werd de stad bezet door de Franken die er ook een van hun belangrijkste bestuurscentra vestigden. Door alle invasies en onrust van de 4de tm 6e eeuw liep de bevolking wel flink terug maar Keulen bleef nog steeds een van de grootste steden ten noorden van de Alpen.

Aartsbisdom en keurvorstendom[bewerken]

Al in de vroege middeleeuwen begon de stad weer te groeien omdat de ligging op het kruispunt van grote handelswegen en de Rijn belangrijk bleef. Ook de bisschop van Keulen bleef steeds een belangrijke figuur op het politieke toneel van de Middeleeuwen en domineerde ook lange tijd het zuidelijke grensgebied van het huidige Nederland. In 794 verhief Karel de Grote bisschop Hildebold van Keulen tot aartsbisschop. In de kerkelijke organisatie waren de bisschoppen van Luik, Minden, Utrecht, Munster en Osnabrück onderhorig aan die van Keulen. De heilige Bruno de Grote, broer van keizer Otto I, werd in 953, naast aartsbisschop ook hertog van Lotharingen. Uiteindelijk behield de bisschop van Keulen slechts het wereldlijk gezag over een smalle strook van 150 km lang aan de linkeroever van de Rijn. Toch was dit voldoende om tot de voornaamste hoogwaardigheidsbekleders van het Heilige Roomse Rijk te horen, met name als keurvorst van het zogenaamde Keur-Keulen.

Rijksstad en Hanzestad[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Vrije Rijksstad Keulen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de late 13e eeuw raakte het patriciaat van de stad in conflict met de bisschop. In de slag bij Woeringen in 1288 vocht het contingent van de Keulse burgers aan de kant van de hertog van Brabant, de vijand van de bisschop. Dankzij de nederlaag van de bisschop kon de stad zich van diens heerschappij bevrijden en in feite een onafhankelijke stadstaat worden middenin de rest van het keurvorstendom, dat onder het gezag van de bisschop bleef. Die bisschop zou voortaan zijn zetel hebben te Bonn. In 1367 werd Keulen lid van de Hanze. Rond die tijd was Keulen met 40.000 inwoners de grootste stad van het Rijk. In 1475 bevestigde keizer Frederik III officieel de status van Keulen als vrije rijksstad, en dat zou ze ruim drie eeuwen blijven.

Keulen blijft katholiek[bewerken]

Tijdens de reformatie blijven zowel de stad als het omliggende bisdom katholiek. Sommige bisschoppen bekenden zich tot het protestantisme maar troepen uit de Spaanse Nederlanden en Beieren controleerden het gebied. Twee eeuwen lang leverde het huis Wittelsbach de aartsbisschoppen en dus ook de keurvorsten.

Beierse, Nederlandse en Franse invloed[bewerken]

Na de vrede van Westfalen nam, naast de Beierse, ook de Franse invloed in Keulen toe. In de zogenaamde Hollandse Oorlog liet aartsbisschop Maximiliaan Hendrik van Beieren zijn troepen aan Franse zijde tegen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden opereren. Maar de Republiek bezette het gebied, dat pas dertig jaar later bij de vrede van Nijmegen aan de bisschop werd teruggegeven. In de Zevenjarige Oorlog koos bisschop Clemens August I van Beieren opnieuw de Franse kant, nu tegen Pruisen. Bij de vrede van Lunéville kwam Keulen met de hele linker-Rijnoever bij de Franse Republiek.

Pruisen[bewerken]

Bij het congres van Wenen werd Keulen Pruisisch, maar het Franse recht bleef gelden. In de Nieuwe Tijd verminderde de invloed van Keulen buiten het Rijnland maar bleef de stad toch verreweg economisch, cultureel en staatsrechtelijk de belangrijkste stad tot aan de industriële revolutie, waarna de noordelijker streken van het Ruhrgebied economisch belangrijker werden. Wel bleef het belang als cultuur- en universiteitsstad gehandhaafd en werd het een van de belangrijkste spoorwegknooppunten van Duitsland.

Hedendaagse Duitsland[bewerken]

Het hedendaagse beeld van Keulen wordt vooral gedomineerd door de Dom, een van de grootste (neo)gotische kerken in Europa, die pas werd voltooid in 1880. Het centrum van Keulen werd in de Tweede Wereldoorlog zwaar gebombardeerd. Na de oorlog zijn ook de vele romaanse kerken die de stad telt weer gerestaureerd. Nadat de verwoestingen van de oorlog hersteld waren groeide de stad weer snel uit tot zijn aloude positie van een van de belangrijkste steden van Duitsland. De rijke geschiedenis van de stad werd gedocumenteerd in de tientallen kilometers archiefstukken in het Historisch Archief, dat op 3 maart 2009 instortte.