Geschiedenis van Limburg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Geschiedenis van Nederland

Tijdlijn

..Naar overzeese gebiedsdelen
..Naar voormalige koloniën
Geschiedenis van België
..Naar voormalige koloniën

Hieronder een artikel over de geschiedenis van Limburg, van de middeleeuwen tot de vorming van de moderne Nederlandse en Belgische provincies.

Limburg is de voorlaatste toegevoegde provincie aan het huidige Nederland. De naam Limburg is in de 19e eeuw gegeven aan de grote provincie Limburg van de Verenigde Nederlanden. De naam was afkomstig van het vroegere hertogdom Limburg rond het stadje Limburg in de Belgische provincie Luik.

Maar tot de 19e eeuw was het gebied bepaald geen territoriale eenheid. Het was een lappendeken van grotere en kleinere gebiedjes die rechtskundig los van elkaar stonden, dat echter wel een zekere culturele eenheid vormde door middel van de taal: het Nederrijns en het Maaslands, die tezamen een zeer groot taalgebied vormden, globaal van Keulen tot Hasselt.

Inhoud

[bewerk] Prehistorie

De eerste bewoners waarvan sporen zijn gevonden waren Neanderthalers die in Zuid-Limburg bivakkeerden. In het neolithicum werd hier vuursteen gewonnen in ondergrondse mijnen o.a. bij Rijckholt waar men heden nog zo'n mijn kan bezichtigen. Van deze eerste bewoners is niet veel bekend behalve uit opgravingen. Rond het jaar 1000 v. Chr. trokken Keltische stammen dit gebied binnen en vormden kleine boeren nederzettingen. Hiervan zijn verscheidene grafheuvels gevonden o.a. bij Venlo.

[bewerk] Romeinse tijd

Rond de eerste eeuw v. Chr. kwamen de Romeinen. Ze maakten korte metten met de Kelten die zich verzetten: zozeer zelfs dat deze voor een groot deel uitgeroeid werden in Limburg. Op uitnodiging van de Romeinse bezetters namen Germanen van de Rijnoevers hun plaats in. In de Romeinse tijd werd limburg grondig geromaniseerd en veel huidige dorpen en steden werden toen gegrondvest. Tijdens de 3de eeuw werd Romeins Limburg steeds vaker geteisterd door 'overrijnse' Germaanse roversbenden die wegens de verzwakte Romeinse grensverdediging steeds vaker vrijspel hadden. Tijdens de 4de en 5de eeuw trokken de meeste geromaniseerde bewoners zich terug naar het betrekkelijk veiligere huidig wallonie en noord Frankrijk. Al snel hierna verdween de Romeinse autoriteit uit deze contreieen. Na de Romeinen hadden de Franken het hier voor het zeggen.

[bewerk] Middeleeuwen

De Frankische koningen van de dynastie der Merovingen en hun opvolgers de Karolingen wisten hun rijk uit te bouwen tot de machtigste staat sinds de val van de Romeinen. Maar door de salische wet van de Franken verdeelden ze hun rijk steeds onder de nakomelingen van een overleden heerser. Hierdoor viel het rijk tenslotte definitief uiteen bij het verdrag van Verdun. Na de laatste deling van het Frankische Rijk behoorde het gebied van het huidige Limburg, evenals de rest van Nederland, tot in de nieuwe tijd tot het Heilige Roomse Rijk. Dit was een vrij losse statenbond waar de plaatselijke hertogen en graven in de praktijk meer te zeggen hadden dan het formele staatshoofd de roomse keizer. Onderling waren deze plaatselijke potentaten dikwijls in strijd gewikkeld om elkaars machtssfeer te vergroten.

Rond 1350 was het het hertogdom Brabant dat controle uitoefende over het hertogdom Limburg en de Landen van Overmaas. Andere omliggende gebieden waren de prinsdommen Luik en Stavelot-Malmedy, de hertogdommen Gelre, Gulik en Luxemburg, de graafschappen Vlaanderen, Holland, Namen en Loon.

Tussen 1350 en 1500 komt een groot deel van het gebied door huwelijkspolitiek in handen van de hertogen van Bourgondië. Ten oosten van dit machtige hertogdom liggen enkele kleine hertogdommen, die bij de Duitse bond horen: Gelder, Kleef en nog enkele kleine hertogdommen. Ook zij komen tijdelijk samen, doordat Kleef en Gulik door huwelijk aan elkaar verbonden geraakten en Gelre bij gebrek aan opvolger Willem, de hertog van Kleef, als hertog verkiest.

[bewerk] Nieuwe tijd en 80-jarige oorlog

In 1498 viel keizer Maximiliaan het Gelderse Overkwartier binnen. Met als gevolg oorlogstoestanden die duurden van 1498 tot 1543. Het was een moeilijke tijd voor met name steden als Roermond en Venlo en de dorpen er om heen. Vlak voor het einde van deze oorlog leek Gelre nog aan de winnende hand. Gelderse troepen waren Brabant binnengevallen, plunderden het platteland, belegerden Antwerpen en Leuven en verenigden zich bij Luxemburg met Franse troepen. Daarop zetten de Habsburgse troepen een aanval in vanuit Gulik en plunderden en brandden alles wat ze tegenkwamen op een nog veel gruwelijker wijze (de branden waren tot vanaf de raadstoren in Keulen te zien). De Gelrenaren sloegen net zo hard terug. Toen greep Karel V in. Aan het hoofd van een aanzienlijk leger stond hij op 30 augustus 1543 voor Roermond. De stad gaf zich over en enkele dagen later ook Venlo.

Het verdrag van Venlo bepaalde feitelijk de nieuwe indeling van de Nederlanden: de Zeventien Provinciën der Nederlanden,

Voor Limburg werden er belangrijke uitzonderingen gemaakt. Naast Luik, met het land van Loon, blijven de hertogdommen Kleef en Gulik, het graafschap Horn en de abdij van Thorn onafhankelijk. Het hertogdom Gelre verdwijnt, waardoor Roermond, Venlo en een groot deel van Noord-Limburg bij het Habsburgse rijk komen. Het centrale gezag ligt vanaf dat moment in Brussel. Daaronder zit in Midden-Limburg het bestuur van het overkwartier van Gelre, met vanaf 1580 als hoofdstad Roermond. Aan het hoofd daarvan Staat een stadhouder; andere bestuursorganen zijn het ook daar zetelende hof van Gelre en een statencollege met afgevaardigden van de adel, kerk en steden.

[bewerk] 1568 – De Tachtigjarige oorlog, eerste bedrijf

De centralisatie van de macht naar Brussel frustreert de hoge adel en het inperken van de godsdienstvrijheid ziet de adel dan ook als een beperking van hun bevoegdheden. Het instellen van nieuwe bisdommen en de Spaanse inquisitie zijn twee belangrijke oorzaken voor de opstand, welke aanvankelijk geïnitieerd werd Hendrik van Brederode en later werd de fakkel overgenomen door Willem van Oranje.

Willem van Oranje verzamelde zijn legers in Duitsland, om van daaruit pogingen te kunnen ondernemen om Brussel, waar de macht werd uitgeoefend, te gaan veroveren. Dat maakte dat Limburg betrokken werd bij de oorlogshandelingen, daar de troepen van Willem daar door heen moesten. Helaas lukte dat niet zo goed, met als gevolg dat de troepen de buurt begonnen te plunderen. Het gevolg van deze actie was dat het centrale gezag onder leiding van Alva nog meer versterkte.

In 1572 ondernam Willem van Oranje een tweede poging. Vanuit het Noordoosten trok hij steden als Geldern ten oosten van Venlo in. Voor hij de stad introk schreef hij een brief aan de drost van Geldern, waarin hij zijn eisen formuleerde:

  • Privileges van bestuurders blijven gehandhaafd.
  • Godsdienstvrijheid moet worden gewaarborgd.
  • Verbannen burgers vanwege godsdienst moeten kunnen terugkeren.
  • Soldaten moeten na binnentrekken van voedsel en onderdak worden voorzien.
  • Onder die voorwaarden wordt niemand iets kwaad gedaan.

Vervolgens probeerde hij de Maas weer over te steken. Venlo hield stand, maar Roermond werd ingenomen en geplunderd. Ook dit keer liep de veldtocht op niets uit.

Enkele jaren later deed Lodewijk van Nassau wederom een poging. Zuid-Limburg werd geteisterd, diverse abdijen werden geplunderd en in brand gestoken. Nu hield Roermond en ook Venlo stand. Het leger trok noordwaarts richting Mook, maar aan de andere kant van de Maas werd het achtervolgd door een Spaans leger en die trok bij Mook over de Maas en hakte het leger van Lodewijk van Nassau volledig in de pan bij de Slag op de Mookerheide.

[bewerk] 1579 – Unie van Atrecht en Unie van Utrecht

De Unie van Atrecht is een op 6 januari 1579 in Atrecht (Arras) gesloten overeenkomst tussen de gewesten Rijsel, Dowaai, Orchies, Artesië en Henegouwen als reactie op de opstand in de Nederlanden waar de opstandige gewesten de overeenkomst van de Unie van Utrecht hadden gesloten. De gewesten die zich weer schikten naar de wil van de Spaanse koning kwamen het volgende overeen:

  • Er was geen ruimte meer voor buitenlandse troepen;

De Raad van State zou georganiseerd zijn als onder keizer Karel V; Twee derde van de leden van de Raad van State zouden met instemming van de Staten benoemd moeten zijn;

  • Alle privileges van voor de opstand zouden worden hersteld;

De katholieke godsdienst was de enige godsdienst. Elke andere godsdienst zou verboden worden.

Voordat in de Waalse provinciën het Spaanse gezag volledig kon worden hersteld, moest overigens eerst nog het verzet worden gebroken van twee calvinistische bolwerken in Wallonië: Valencijn en Doornik.

Vooral het laatste punt maakte het voor de noordelijke gewesten, met een sterkere protestante invloed, onmogelijk om toe te treden. Als reactie op de Unie van Atrecht vormden zij enkele weken later de Unie van Utrecht.

Hiermee verenigen zich een aantal gewesten, waarmee tevens een belangrijke bijdrage werd geleverd aan het tot stand komen van Nederland in later eeuwen. Opper Gelre deed niet mee en in 1580 was het Gelderse hof verplaatst naar Roermond. Het pretendeerde bevoegd te zijn voor het gehele Gelderse gebied. In Arnhem beweerde een Staats hof (onderdeel van de net gevormde Republiek) hetzelfde.

Toen ook Nijmegen onder Spaans gezag kwam in 1585, was alleen Venlo nog een Staats bolwerk in deze streken. In december 1585 stond Parma met een leger van 10000 soldaten voor de poorten van Venlo. De inwoners gaven zich onder vrij gunstige voorwaarden over en kwamen er zo nog goed van af.

In 1591 werd Nijmegen terugveroverd door Maurits van Nassau. In de periode 1597-1599 waren er weer diverse veldtochten, van zowel Maurits als de Spaanse bevelhebber Spinola door Limburg. Omdat er geen geld voor soldij was sloegen steeds meer soldaten aan het muiten, en een groot deel van de muitende troepen kozen Weert als actiecentrum. Omdat alles voortdurend geplunderd werd stopten de boeren met het telen van gewassen. De pachtbetalingen gingen echter gewoon door. Een nieuwe aanval van Staatse legers op Maastricht en Venlo mislukte.

[bewerk] 1600-1632 – De Tachtigjarige Oorlog, tweede bedrijf

Een zekere oorlogsmoeheid leidde in 1609 tot het Twaalfjarig Bestand. In handen van Spanje was nog steeds het hertogdom Gelre, inclusief de Gelderse Achterhoek. Kleef en Gulik waren steeds officieel nog neutraal.

Door opvolgingsproblemen waren deze gewesten nu echter een makkelijke prooi voor de beide rivalen. Tijdens het bestand bleef Maurits de grenzen versterken, zo veroverde hij Gennep, Goch en Emmerik, die bij het hertogdom Kleef hoorden.

Maar ook Spinola liet zich niet onbetuigd: hij versterkte Maastricht met extra troepen en zorgde dat in Aken een vazal aan het roer kwam. Ook trok hij het officieel neutrale Sittard (onderdeel van Gulik) binnen. In vele streken van Gulik had de Spaanse inmenging tot gevolg dat de overheersende godsdienst, het katholicisme, werd versterkt door het verbod op protestantse erediensten.

In 1626 begonnen de Spanjaarden met de aanleg van de Fossa Eugeniana. De bedoeling was om de Rijn, de Maas en de Schelde met elkaar te verbinden om zo een deel van de binnenvaart van en naar Holland over te nemen. Bovendien kon het kanaal als een extra verdedigingslinie fungeren.

Het eerste traject, tussen Rijn en Maas,werd gepland tussen Rheinberg en Arcen. De Venlonaren wisten de Spanjaarden echter over te halen om het kanaal tot Venlo door te trekken waardoor het bij Arcen een scherpe knik naar het zuiden maakt. Op 21 september 1626 ging de eerste spade de grond in. Binnen één jaar moesten 48 kilometer kanaal en 24 fortificaties (schansen) worden gerealiseerd. Aanvankelijk zou het kanaal Fossa Sancta Maria gaan heten. In de volksmond werd het kanaal echter Fossa Eugeniana genoemd, naar Isabella Eugenia, de dochter van Philips II.

In 1627 werden de Spaanse troepen uit het gebied tussen Nijmegen en Geldern teruggeroepen. De Staatse troepen veroverden het fort bij Walbeck, verjoegen de kanaalarbeiders en saboteerden molens, sluizen en schansen. Van de 24 aarden schansen zijn er negen min of meer bewaard gebleven. Door al deze tegenslagen werd het werk stilgelegd en nooit meer afgemaakt. De kaartenmakers familie Bleau heeft het geplande kanaal, ook voor zover het nog niet af was, getekend en uitgebracht.

Andere krijgshandelingen vonden vooral weer plaats in het land van Loon. Het Limburgse deel van Gelre maakte onverbloemd duidelijk niet bij Holland te willen horen en zich meer verwant te voelen met het hele Nederduitse gebied van dat deel van Gelre. Gulik en Kleef namen zoals gewoonlijk een neutrale tussenpositie in.

Toen de Spaanse troepen zich in 1629 moesten bemoeien met een strijd tegen de Zweedse koning in Duitsland was het moment ideaal voor de Hollanders om Brabant binnen te vallen en Brussel te veroveren. In 1629 veroverden ze 's-Hertogenbosch (zie Beleg van 's-Hertogenbosch). Een proclamatie van de Haagse Staten-Generaal beloofde de zuidelijke Nederlanden Godsdienstvrijheid.

In 1632 trok een leger van de Staatsen vanuit Nijmegen naar het zuiden en veroverde alle steden, inclusief Maastricht. Tijdens het beleg van Maastricht moest de pastoor van Heer zich herhaaldelijk met zijn parochianen verstoppen in de mergelgroeven om het vege lijf te redden.

De doortocht naar Brabant leek nu een kwestie van korte duur. Er kwamen bezwaren van de kooplieden (vrees voor Antwerpse concurrentie) als van de predikanten (er was eerder godsdienstvrijheid toegezegd, maar vanuit vele kringen klonk: geen godsdienstvrijheid voor die "paapsen").

De hele actie stond op losse schroeven. Frederik Hendrik ging terug en probeerde via onderhandelingen met de Zuidelijke Nederlanden tot een overeenkomst te komen. Deze onderhandelingen mislukten. Pal daarop werd door de Spanjaarden Stevensweert en Montfort heroverd en Gulik en Geldern versterkt. De overige steden aan de maas stonden echter nog steeds onder Staats bestuur.

De eerder vermelde beruchte Kroatische troepen hielden vooral ook huis in het gehele Gelderse overkwartier en in het hertogdom Gulick. Vooral in de jaren 1635-1638 werden veel steden en dorpen, ook in Midden-Limburg, herhaaldelijk geplunderd. Veel edelen namen deel aan al deze oorlogen. Als loon voor diensten kreeg menigeen als geschenk van de hogere adel landerijen, burchten en landgoederen toegewezen, waardoor een groot deel van de lagere adel juist veel rijker werd.

De armoede van de gewone burger zakte naar een ongekend dieptepunt. Van Sittard, dat ook enkele keren is geplunderd, is bekend dat het bevolkingsaantal in korte tijd halveerde in de eerste helft van de 17e eeuw. Een bijkomende ramp was de pestepidemie van 1636. Deze waarde door een groot deel van West-Europa en zal waarschijnlijk ook in deze streken vele slachtoffers hebben gekend.

In 1637 heroverden de Spaanse troepen Venlo en Roermond. Na een korte Staatse regering (1632-1637), waarbij de protestanten kerken kregen toegewezen en predikanten vanuit de stadskas werden betaald (in Venlo werd zelfs het katholicisme verboden), werd de oude toestand na 5 jaar weer hersteld. Sittard en Maastricht waren echter nog steeds in Staatse handen. Opvallend is hoe de burgerij van Roermond weigert de stad te verdedigen in 1637 en daarna de Spanjaarden met gejuich weer binnenhaalt!

[bewerk] 1650-1700 – De periode na de Tachtigjarige Oorlog

De Tachtigjarige Oorlog eindigde in 1648 met de vrede van Münster. De afspraken die hierbij gemaakt werden, hadden weer allerlei problemen tot gevolg. Zuid-Limburg kwam voor de helft onder Staats bestuur (het grootste deel van het huidige Nederlandse Zuid-Limburg, de zogenaamde Landen van Overmaas, voor de andere helft tegenwoordig Belgisch, vooral ten zuiden van het huidige Zuid-Limburg) bleef het onder Spaans bestuur.

Het Staatse deel verbood katholicisme en eigende zich alle kerkelijke goederen toe. Het Staatse bestuur werd hierbij militair gesteund vanuit Maastricht. De adel en bevolking kwam hier steeds meer tegen in opstand. Filips IV van Spanje en Frederik Hendrik sloten een overeenkomst waarbij laatstgenoemde de heerlijke rechten en goederen van het ambt Montfort waaronder Belfeld en Beesel ontving als vergoeding voor de verloren gegane goederen van de Oranje Nassaus tijdens de Tachtigjarige Oorlog.

Na deze scheiding tussen soevereiniteit en de heerlijke rechten met de daaraan verbonden financiële voordelen bleef de Hollandse tak van de Oranje Nassaus eigenaar van de heerlijke rechten van het ambt Montfort, terwijl de koning van Spanje de soevereiniteit behield.

Toen Stadhouder Willem III in 1702 door een val van zijn paard kwam te overlijden eigende de Pruisische koning Frederik II van Pruisen zich de heerlijke rechten toe. Op 4 oktober 1767 trouwde Willem V, oudste zoon van Willem IV met Wilhelmina van Pruisen, een Pruisische prinses die in Berlijn geboren was. Door deze Duitse connecties kon de oude rechtenkwestie afgehandeld worden. In 1769 kwamen de heerlijke rechten van het ambt Montfort weer terug bij de Oranjes.

Het Gelderse overkwartier werd nu bij de vrede van Münster definitief afgescheiden van de andere Gelderse onderdelen ten noorden van Nijmegen, en bleef daarmee ook onder Spaans bestuur staan.

[bewerk] 1667 – Inval Lodewijk XIV

Lodewijk XIV eiste voor zijn gemalin Maria-Theresia van Spanje een deel van de zuidelijke gewesten op. Om zijn aanspraken kracht bij te zetten zond hij maar gelijk troepen om ze in bezit te nemen. Raadpensionaris Johan de Witt wist door samenwerking met Engeland en Zweden Frankrijk te dwingen deze gebieden weer af te staan, maar Frankrijk eiste in ruil daarvoor oorlogscontributie.

In 1668 werden de steden Roermond en Venlo voor aanzienlijke bedragen aangeslagen om zich vrij te kopen van de Fransen. Omdat de bedragen niet gelijk opgehoest konden worden werd er een aantal gijzelaars meegenomen, die pas twee jaar later vrijkwamen.

[bewerk] 1678 – Oorlog met Frankrijk

In 1672 trok Lodewijk XIV opnieuw deze streken in wetende dat hij de steun had van Engeland, Zweden en de keurvorst van Beieren. Eerst werden Tongeren en Maaseik bezet en weer werd het Zuidelijke Loonse land geteisterd door doortrekkende troepen. Maastricht werd belegerd, maar goed verdedigd door uitbrekende Spaanse ruiterij, die met de Staatsen samenwerkte.

Voor de winter trokken de Fransen zich terug naar de omgeving van Luik. Nu ging Prins Willem III met zijn troepen naar deze streken. Dat kostte elke plaats heel wat schade. Het enige succes van Willem was overigens bij die tocht het terugveroveren van Valkenburg. In 1673 na een nieuwe belegering van de Fransen van Maastricht veroverden dezen na enkele maanden de stad.

In 1676 mislukte een poging om de stad terug te veroveren. In 1678 wordt vrede gesloten waarbij de toestand van voor 1672 wordt hersteld.

[bewerk] 1688-1697 – Negenjarige Oorlog

Tien jaar later is het weer raak: Lodewijk XIV maakt weer aanspraak op gebieden in de zuidelijke Nederlanden en het Rijnland. De vijandelijkheden beperken zich voor een groot deel tot het huidige Belgisch Limburg en een deel van Zuid-Limburg. Maastricht blijft dit keer gespaard. Omdat ook Duitse troepen aan de zijde van Spaanse en Hollandse troepen meedoen wordt Limburg ook na afloop van de Negenjarige Oorlog nog een tijd lastig gevallen door achtergebleven soldaten.

[bewerk] De 18e eeuw

[bewerk] 1702-1713 – De Spaanse Successieoorlog

Door opvolgingsperikelen kwam dit gebied ongewild weer in een oorlogssituatie terecht. Franse troepen bezetten Roermond, Venlo en de stad Geldern. Eveneens in 1702 werd Filips V, de opvolger van de Spaanse koning en afkomstig uit het Franse koningshuis Valois, in Roermond als hertog van Gelre gehuldigd. Maar nog in hetzelfde jaar kwam er een tegenoffensief. Een Staats leger veroverde eerst het land van Kessel, en daarna de steden Weert, Venlo, Roermond en Stevensweert.

De hervormden kregen onmiddellijk godsdienstvrijheid. Er waren bij dit conflict ook allerlei huurlingenlegers, uit o.a. Duitsland betrokken. In 1703 stonden tussen Tongeren en Maastricht weer legers tegenover elkaar. Pas in 1704 was de gehele streek van Franse en andere buitenlandse legers bevrijd. Midden-Limburg bleef officieel tot 1716, toen het barrièretractaat effectief werd in Staatse handen.

[bewerk] 1713-1748 – Nieuwe indeling

Bij de vrede van Utrecht vond er een behoorlijk ingrijpende herindeling van de gebieden in Limburg plaats. In Zuid-Limburg bleef het bij het oude: een deel Staats, een deel Oostenrijks Gelre. Het Habsburgse deel was nu evenwel niet Spaans, maar Oostenrijks. Gelre werd verdeeld. Een deel, met Roermond, Swalmen en een heel gebied aansluitend over de huidige Duitse grens, kwam ook onder Oostenrijks bestuur, een ander deel van het tegenwoordige Duitsland, samen met een groot deel van Noord-Limburg kwam onder Pruisen (Pruisisch Opper-Gelre).

De Pruisische koning was ook hertog van Kleef. Ook een deel van het Loonse land viel nu niet meer onder Luik, maar kwam ook bij Oostenrijk. Venlo werd Staats. Er kwam wel een clausule dat de katholieken een belangrijke invloed in het stadsbestuur bleven hebben.

Het Hof van Gelder in Roermond behandelde nog slechts Oostenrijkse zaken, en in Venlo werd een Hof opgericht voor het Staatse gedeelte van het Overkwartier. Deze situatie bleef zo tot de Franse tijd. Maastricht, Stevensweert en Venlo waren Staatse vestingen, die in de 18e eeuw allemaal aanzienlijk werden versterkt. Hierbij was Venlo met name ook een garnizoensplaats waar de Staten-Generaal een vaste kazerne met soldaten gereed hield in geval mogelijke conflicten.

[bewerk] 1740-1748 – Oostenrijkse Successieoorlog

De Oostenrijkse Successieoorlog tussen Frankrijk en Pruisen met Oostenrijk heeft met name vanaf 1745 ook gevolgen voor het zuidoostelijke deel van het land van Loon en voor Zuid-Limburg. Het geweld (o.a. slag bij Lafelt) treft vooral de zuidelijke gebieden. Dit keer wordt de omgeving van Roermond en noordelijker gelegen gebieden gespaard. Er ontstond wel een grote munt-inflatie.

De Kleefse munt werd door de oorlogsinspanningen van de koning van Pruisen veel minder waard geworden. Mensen wilden dan ook niet meer in deze munt betaald worden. Aan het einde van de oorlog waren er geen territoriale wijzigingen, wel een toenadering van Frankrijk en Oostenrijk in de vorm van een alliantie. Het gevolg was, op een episode na, een einde van de oorlogshandelingen tot aan de Franse tijd.

[bewerk] 1757 – Duitse inval tijdens de Zevenjarige Oorlog

Frankrijk trok tijdens de Zevenjarige Oorlog in 1757 vanuit Roermond naar het oosten ten einde een verbinding tot stand te brengen met een Frans leger aan de oostzijde van de rijn. Maar de hertog van Brunswijk nam Roermond in, stak de maas over en stond voor de poorten van Tienen en Leuven. Maar door oorlogsgebeurtenissen in Duitsland trok het leger zich gelukkig weer terug en daar bleef het ook bij. Het gevolg was alleen een nog sterkere devaluatie van de munt.

[bewerk] 1781-1792 – Hervormingen Jozef II

De Oostenrijkse keizer Jozef II was een fervent voorstander van allerlei verlichte ideeën, zoals de afschaffing van het lijfeigenschap en het vergroten van de rechten van de kleine boeren. Op geestelijk gebied stond hij godsdienstvrijheid voor, maar bepaalde kloosterorden wilde hij sluiten. Zo werden onder zijn bewind in Roermond de kloosters van de Kartuizers, de Kruisheren, de Dominicanessen, de Clarissen, de Poenitenten en de Carmelitessen opgeheven.

De Ursulinen en Franciscanen, die ook bij de bevolking in hoog aanzien stonden, mochten blijven. Protesterende burgemeesters kregen te horen dat zij zich met burgerlijke zaken, niet met geestelijke dienden te bemoeien. In 1789, het jaar van de revolutie, kwam er voor het eerst openlijk opstand tegen met name de anticlericale maatregelen van Josef II.

Het hoofdkwartier van de beweging was in Hasselt gevestigd. Er werd een leger op de been gebracht en in korte tijd verspreidde de opstand zich. In januari 1790 kwamen afgevaardigden van alle provincies van de Zuidelijke Nederlanden (waaronder die van het Gelderse Overkwartier te Roermond) bij elkaar en ze gingen een alliantie aan, geïnspireerd op de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring van 1781. De provincies Brabant, Gelderland (overkwartier Roermond), Vlaanderen, West-Vlaanderen, Namen, Henegouwen, Doornik en het Doornikse en Mechelen sloten een federatie en verklaarden zich onafhankelijk. Voor een groot deel is dit overigens het gebied welk in 1839 het huidige België ging vormen.) Dit document van 12 artikelen begon met een uitvoerige inleiding, waarin de reden van de onafhankelijksverklaring werd gegeven.

Ook in Weert was een opstand, en de Weertenaren trokken naar Roermond, waar ze onmiddellijk steun vonden. Hierop ontruimden de keizerlijke troepen van Joseph II, op Luxemburg na, de Oostenrijkse Nederlanden. In november 1790 was het Oostenrijkse gezag weer hersteld.

[bewerk] Franse tijd

[bewerk] 1792 – Begin Franse tijd

In 1792 trekt een Frans leger de Oostenrijkse Nederlanden en Staats-Brabant binnen. In december 1792 valt Roermond in Franse handen. De bisschop was toen al naar Venlo gevlucht. In 1793 weet een Oostenrijks-Pruisisch leger de Fransen weer te verdrijven. Maar de oorlog gaat voort. In 1794 wordt eerst het land van Loon door de Fransen veroverd, waarbij nu vele plunderingen plaats vinden. De steden aan de Maas vallen een voor een, alleen Venlo en vooral Maastricht weten het nog even vol te houden.

In de periode 1795 tot 1806 werden er in korte tijd allerlei wetten en voorschriften doorgedrukt in de geannexeerde gebieden. De Pruisische delen van Limburg kwamen officieel pas in 1801 bij Frankrijk. Toen werden ook Thorn, Wittem, Gronsveld en andere vrije heerlijkheden officieel geannexeerd.

Vanaf 1795 begon er al duidelijk verzet tegen het regime te ontstaan, vooral vanwege de anticlericale houding van de Fransen en de verplichte krijgsdienst. Vanaf oktober 1798 ontstond er op vele plaatsen een ware guerrilla. Dit gebeurde ook in Roermond en omgeving. Hasselt werd zelfs even bezet.

Vanaf 1799, toen bij besluit de kerken weer open mochten, werd het overal rustig en werd het redelijk gematigde bewind zelfs steeds meer gewaardeerd. Aanvankelijk bestuurden de kantons het hele gebied vanuit een bestuursplaats, maar vanaf 17 februari 1800 kregen de gemeenten hun bestuursbevoegdheden terug en hadden de kantons slechts gerechtelijke machten. In totaal bleef het gebied ongeveer 20 jaar Frans, veel langer dus dan de Noordelijke Nederlanden, die slechts van 1810-1813 tot Frankrijk behoorden.

[bewerk] 1814 – Einde Franse tijd

In januari 1814 trokken de Fransen weg, maar alleen in Maastricht en Venlo lieten ze nog een tijdlang garnizoenen achter. Op 5 mei 1814 werd Maastricht overgegeven aan Hollandse troepen. Het bestuursapparaat bleef intact, maar in de top werden Franse ambtenaren vervangen door ingezetenen.

[bewerk] Verenigd Koninkrijk der Nederlanden

Voor de Franse tijd was Limburg verdeeld over met name de Staatsen, Oostenrijk en Pruisen. Oostenrijk liet zijn claim vallen, maar Pruisen wilde meer. De koning van Pruisen nam eerst het hertogdom Kleef en het Pruisische overkwartier in bezit en maakte daarna aanspraak op alle voormalige Oostenrijkse gebieden. In eerste instantie kreeg hij zijn zin: De Staatse regering kreeg slechts Maastricht, Stevensweert en Venlo en de gemeenten ten westen van de Maas.

Tijdens het Congres van Wenen in 1815 werd bepaald dat het departement van de Nedermaas en een deel van het departement van de Roer deel zouden gaan uitmaken van het nieuwe Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Het oostelijk gedeelte van het Pruisisch Overkwartier ging definitief naar Pruisen, het westelijk deel samen met het vroegere Oostenrijks en Staats Overkwartier werden ingedeeld bij de nieuwe Nederlandse provincie. Koning Willem I bedacht voor deze nieuwe eenheid de naam "Limburg", die komt van het vroegere Hertogdom Limburg. Overigens ligt slechts een klein deel van het vroegere hertogdom in het huidige Limburg: het Zuid-Limburgse Heuvelland, de Voerstreek en de streek rond Riemst en Lanaken. Grote delen van het toenmalige hertogdom liggen nu in de provincie Luik.

Zo werd dus bereikt dat ook enkele gebieden ten oosten van de Maas aan de Nederlanden werden toegewezen. De nieuwe staatsgrens tussen de Nederlanden en Pruisen kwam te liggen op schootsafstand van de Maas (800 Rijnlandse roeden, ongeveer 3 km.). De legende gaat dat bij het afbakenen van de grens, door middel van kanonschoten vanaf de Maas, een van de Nederlandse soldaten ter hoogte van Siebengewald extra veel buskruit in het kanon deed, om te zorgen dat het dorp waar zijn geliefde woonde in de Nederlanden kwam te liggen. In werkelijkheid is sprake geweest van uitruil van gebieden, waardoor de grens bij Siebengewald een knik maakt. Door dergelijke vormen van uitruil kwamen de gebieden rond Niederkrüchten en Herzogenrath, eerder onderdeel van Gelre, in Pruisische handen.

De provincie Limburg bestond zo uit het gehele voormalige departement van de Nedermaas en uit delen van het vroegere departement van de Roer. Binnen Limburg werd Maastricht de hoofdstad. Administratief ontstond een indeling in drie arrondissementen: Maastricht, Roermond en Hasselt.

[bewerk] Belgische tijd

[bewerk] 1830 – Belgische opstand

Hoewel de koning een sterk sociaal en economisch beleid voerde, ontstond met name in de Zuidelijke Nederlanden toenemende ontevredenheid. Enerzijds waren de katholieken bang voor hun machtspositie, bijvoorbeeld doordat Willem overal openbare scholen oprichtte die concurrentie vormden voor de katholieke scholen. Anderzijds was de liberale elite ontevreden over de grote macht van de koning en streefde ze daarom naar een constitutionele monarchie, met meer macht voor het parlement. Zij stuitte echter op een onverzettelijke vorst, die in 1821 bijvoorbeeld burgemeester Hennequin van Maastricht ontsloeg vanwege zijn vrijzinnige ideeën. Vervolgens werd Hennequin door de stemgerechtigde elite tot parlementslid gekozen. Een derde twistpunt vormde het taalbeleid van de koning. Willem voerde het Nederlands in als nationale taal, wat de grotendeels Franstalige elite in de Zuidelijke Nederlanden niet zinde.

Hoewel koning Willem I op een aantal punten zijn beleid afzwakte, leidde de onvrede uiteindelijk in 1830 toch tot een oproer in Brussel, waaruit een onafhankelijkheidsbeweging ontstond. Limburg sloot zich voor het grootste deel aan bij de opstandelingen. De Nederlandse generaal Daine liep over naar de revolutionairen en bezette met het Maasleger Maaseik, Roermond en Venlo. In Venlo maakte de burgerij de poorten voor hem open en keerde zich tegen het Nederlandse garnizoen dat er gelegerd was. Ook Sittard koos voor de opstand. Al snel was de hele provincie Limburg, met uitzondering van de garnizoensplaatsen Maastricht en Mook, in opstandige, Belgische handen.

In 1831 werd de afscheiding een feit doordat de Duitse prins Leopold de eed aanvaardde als eerste koning der Belgen. Intussen was het Nederlandse leger opnieuw geformeerd en op 2 augustus 1831 trok het opnieuw België binnen voor wat later de Tiendaagse Veldtocht zou worden genoemd. Een groot aantal Belgisch Limburgse steden werd "veroverd", maar de Maassteden, behalve Maastricht, bleven in Zuidelijke handen. Toen de Fransen de Belgen te hulp kwamen trok het regeringsleger zich terug op de vestingen van Antwerpen, Luxemburg en Maastricht.

Na inmenging van buitenlandse mogendheden wordt in Londen op 15 november 1831 het Verdrag van Londen (ook wel Verdrag der XXIV Artikelen) gesloten, waarin de definitieve grenzen van de nieuwe Belgische staat worden vastgelegd. De provincie Limburg en het groothertogdom Luxemburg worden gesplitst: in ruil voor het afstaan van westelijk Luxemburg aan België zou oostelijk Limburg onder Nederlands bestuur komen en net als het verkleinde groothertogdom Luxemburg deel gaan uitmaken van de Duitse Bond, als een nieuw Hertogdom Limburg. In ruil voor deze gebiedsafstand krijgt België het recht op een doorgang door oostelijk Limburg, de latere IJzeren Rijn. België accepteert het verdrag, omdat zijn onafhankelijkheid erin erkend wordt en het uitzicht biedt op een definitieve vrede. De Nederlandse koning Willem I weigert echter de Belgische onafhankelijkheid te aanvaarden, in de hoop dat Pruisen en Oostenrijk hem alsnog te hulp zullen schieten en de eenheid in de Nederlanden hersteld kan worden.

Zo blijft in de volgende jaren de status quo gehandhaafd en is geheel Limburg, met uitzondering van Maastricht en Mook, onder Belgisch bestuur. Maastricht is al deze jaren in staat van beleg. Het eerste jaar is slechts een beetje verkeer met Aken mogelijk. In 1833 wordt de Maas vrijgegeven voor vervoer en is meer verkeer mogelijk.

[bewerk] Limburg in Nederland

[bewerk] 1839 – Definitieve splitsing

In 1838 geeft Willem I toe en accepteert het in 1831 gesloten verdrag. Dit betekent dat Limburg en Luxemburg alsnog verdeeld worden. De bevolking van Limburg wil dit niet en de Belgische regering krijgt bedongen dat elke Limburger en Luxemburger die Belgisch wenst te blijven vrij kan verhuizen. Van dat recht hebben ongeveer 3000 personen gebruik gemaakt. Het gaat voor het grootste deel om verhuisde Limburgers; in Luxemburg is vrijwel iedereen blijven wonen waar hij al woont. Hiermee is de splitsing in 1839 een feit.

Het hele voormalige Gelderse Overkwartier maakt dan deel uit van het Nederlandse deel van Limburg, terwijl het oostelijke Overkwartier ondergebracht wordt in Duitse staten. Tegenwoordig zijn dit de Kreis Kleef en de Kreis Viersen in de deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen.

Nog lange tijd heeft men moeite met de splitsing van Limburg. Op 3 maart 1843 schrijft de gouverneur van Limburg aan de minister van justitie: "Ware het hertogdom Limburg een gewest van België, zoude dat rijk op de rustige stemming der ingezetenen geheel kunnen rekenen, en overtuigd kunnen zijn, dat Limburg alles zoude aanwenden om de Franse revolutie te keeren. Maar in het hertogdom Limburg bestaat wegens een topografische ligging, godsdienst, gewoonten, een groot verlangen uit de geïsoleerde positie te geraken, waarin het zich nu bevindt, en een hereeniging met België zoude schier alle inboorlingen, dan bijzonder de ingezetenen van Maastricht, aangenaam zijn."

In België blijft men nog geruime tijd geïnteresseerd om Nederlands Limburg alsnog te annexeren. Na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918), waarin Nederland neutraal is gebleven, ziet men zijn kans schoon: de Belgische regering beschuldigt Nederland van Duitsgezindheid en eist om die redenen Zeeuws-Vlaanderen en Nederlands Limburg op. In Nederland wordt hier zeer afwijzend op gereageerd, al was het maar omdat Nederland helemaal niet deelnam aan de oorlog en er in zijn ogen dus ook niet voor 'gestraft' kan worden. Mede daarom gaat de internationale gemeenschap niet op de Belgische eisen in. Toch reageert in Nederlands Limburg niet iedereen afwijzend: het katholieke Tweede Kamerlid Henri Groenendael steunt de Belgische annexatieplannen. Hij wordt daarop door de Roomsch-Katholieke Staatspartij geroyeerd en uit de fractie gezet. In 1922 neemt hij met een eigen Lijst Groenendael deel aan de verkiezingen, maar haalt in de provincie Limburg slechts 1% van de stemmen.

[bewerk] Limburg als onderdeel van de Duitse Bond

Hoewel Nederlands Limburg in 1839 een provincie van Nederland wordt, mogen de Limburgse Kamerleden nog niet meestemmen over de grondwet van 1840. Dit heeft mede te maken met de bijzondere positie als hertogdom binnen de Duitse Bond, een statenbond van Duitse staten en staatjes. Limburg wordt daarom apart behandeld binnen Nederland.

In 1848 ontstaat naar aanleiding van de liberale Maartrevolutie een streven binnen de Duitse Bond naar staatkundige eenheid. Er wordt een nieuw Frankfurter parlement opgericht, waarin ook een tweetal door verkiezingen aangewezen vertegenwoordigers van het Hertogdom Limburg zitting hebben, namelijk baron van Scherpenzeel en L.A.M. Schoenmaeckers. Zij zijn beiden overtuigd voorstander van opname van Limburg in de nieuwe Duitse staat. Uiteindelijk neemt het parlement een resolutie aan, waarin wordt vastgesteld dat de vereniging van Nederlands Limburg met Nederland in strijd met de grondwet is.

De reacties vanuit de Nederlandse pers waren opmerkelijk: "Limburg is een jammerlijke strook gronds, een uitwas van ons land, dat onze beste sappen verteert." De Nederlandse regering is in die tijd niet bereid tot een conflict met Duitsland en wil Limburg daarom best afstaan. Door onderlinge verdeeldheid mislukt de staatsvorming echter en in 1850 keert de Duitse Bond als losse statenbond weer terug. Limburg blijft daarom een provincie van Nederland.

In 1866 valt de Duitse Bond uiteen door verdeeldheid tussen Pruisen en Oostenrijk. Limburg wordt daarna niet meer opgenomen in nieuwe Duitse staatsverbanden, hoewel Bismarck in 1867 nog een poging waagt Limburg bij de Noord-Duitse Bond aan te sluiten, maar hier op een internationale conferentie in Londen van afziet.

[bewerk] Limburg na 1866

Zodoende verliest Limburg zijn bijzondere positie en wordt het definitief een provincie van Nederland. De titel hertogdom blijft het provinciebestuur nog tot 1906 formeel voeren, hoewel deze eigenlijk geen betekenis meer heeft. Alleen het gebruik de commissaris van de Koningin met "gouverneur" aan te spreken, herinnert nog aan deze tijd.

De economie van de Nederlandse provincie Limburg heeft twee generaties lang in het teken gestaan van de steenkoolwinning. De exploitatie van de steenkoolmijnen kwam betrekkelijk laat op gang: aan het begin van de 20e eeuw. Na de Tweede Wereldoorlog werden de mijnen niet langer rendabel gevonden. Omstreeks 1965 werden ze gesloten, hetgeen geruime tijd een hoge werkloosheid heeft veroorzaakt, want vóór de sluiting had niet minder dan 15% van de beroepsbevolking in de mijnen gewerkt. Nederlands en Belgisch-Limburg waren de enige steenkoolwinningsgebieden in West-Europa, waaromheen geen staalindustrie werd gebouwd. De overheden van beide landen hadden hun zware industrie in de Franstalige gebieden respectievelijk in de Randstad.

[bewerk] Lijst van bestuurlijke eenheden in 1795 en de latere gemeentes

naam status territorium einde
Afferden schepenbank en heerlijkheid (geen Ambt) Pruissisch Opper-Gelre voor 1812 aan Bergen
Amby deel schepenbank Meerssen Staats Valkenburg 1-7-1970: Maastricht
Amstenrade deel schepenbank Oirsbeek Oostenrijks Valkenburg 1-1-1982: Brunssum
Arcen en Velden schepenbank en heerlijkheid (geen Ambt) Pruissisch Opper-Gelre
Baexem kerspel abdij Thorn 1-1-1991: Heythuizen
Beegden schepenbank en heerlijkheid graafschap Horn 1-1-1991: Heel
Beek hoofdbank Staats Valkenburg
Beesel deel schepenbank Beesel en Belfeld (Ambt Montfort) Staats Opper-Gelre
Belfeld deel schepenbank Beesel en Belfeld (Ambt Montfort) Staats Opper-Gelre 1-1-2001: Venlo
Bemelen onderbank van Beek en heerlijkheid Staats Valkenburg 1-1-1982: Margraten
Berg bank van Sint Servaas Staats Valkenburg Berg en Terblijt
Berg en Terblijt 1-1-1982: Valkenburg aan de Geul
Bergen deel schepenbank Well en Bergen (geen Ambt) Pruissisch Opper-Gelre
Bingelrade deel schepenbank Oirsbeek Oostenrijks Valkenburg 1-1-1982: Onderbanken
Blitterswijk schepenbank en heerlijkheid Pruissisch Opper-Gelre (geen Ambt) voor 1812: Meerlo
Bocholtz deel schepenbank Simpelveld Oostenrijks Hertogenrade 1-1-1982: Simpelveld
Borgharen onderbank van Meerssen en heerlijkheid Staats Valkenburg 1-7-1970: Maastricht
Born 1709: onderambt hertogdom Gulik 1-1-2001: Sittard-Geleen
Bree schepenbank (Ambt Kessel) Pruissisch Opper-Gelre 14-2-1818: Maasbree (naamsw)
Breust schepenbank bisdom Luik 6-3-1828: Eijsden en Sint Geertruid
Broekhuizen schepenbank en heerlijkheid (geen Ambt) Pruissisch Opper-Gelre 1-1-2002: Horst aan de Maas
Broeksittard 22-3-1817: uit Sittard hertogdom Gulik 1-10-1942: Sittard
Brunssum onderbank van Heerlen Oostenrijks Valkenburg
Buggenum schepenbank en heerlijkheid graafschap Horn 1-10-1942: Haelen
Bunde 1626: heerlijkheid uit Meerssen Staats Valkenburg 1-1-1982: Meerssen
Cadier schepenbank Staats Dalhem 5-8-1828: Cadier en Keer
Cadier en Keer 5-8-1828: uit Cadier en Keer 1-1-1982: Margraten
Echt schepenbank (Ambt Montfort) Staats Opper-Gelre 1-1-2003: Echt en Susteren
Eijgelshoven hertogdom Gulik 1-1-1982: Kerkrade
Eijsden onderbank van Klimmen Staats Valkenburg
Ell kerspel abdij Thorn voor 1812: Hunsel
Elsloo heerlijkheid vrije rijksheerlijkheid 1-1-1982: Stein
Geisteren schepenbank en heerlijkheid (geen Ambt) Pruissisch Opper-Gelre voor 1812: Wanssum
Geleen schepenbank Oostenrijks Valkenburg 1-1-2001: Sittard-Geleen
Gennep schepenbank (Ambt Gennep) hertogdom Kleef
Geulle onderbank van Meerssen en heerlijkheid Staats Valkenburg 1-1-1982: Meerssen
Grathem abdij Thorn 1-1-1991: Heythuysen
Grevenbicht schepenbank hertogdom Gulik 1-1-1982: Born
Gronsveld rijksgraafschap 1-1-1982: Eijsden
Grubbenvorst schepenbank Pruissisch Opper-Gelre (geen Ambt) 1-1-2001: Horst aan de Maas
Gulpen schepenbank Staats Hertogenrade 1-1-1999: Gulpen-Wittem
Haelen heerlijkheid graafschap Horn
Haler kerspel abdij Thorn voor 1812: Hunsel
Heel schepenbank bisdom Luik 1-1-1821: Heel en Panheel
Heel en Panheel 1-1-1821: uit Heel en Panheel 1-1-1991: Heel (2)
Heer en Keer schepenbank Staats Valkenburg 5-8-1828: Heer; Keer aan Cadier
Heerlen hoofdbank Staats Valkenburg
Heijen schepenbank en onderheerlijkheid hertogdom Kleef voor 1812: Bergen
Helden schepenbank (Ambt Kessel) Pruissisch Opper-Gelre
Herten heerlijkheid (geen Ambt) Oostenrijks Opper-Gelre 1-1-1991: Roermond
Heythuysen schepenbank graafschap Horn
Hoensbroek schepenbank, 1388 uit Heerlen Oostenrijks Valkenburg 1-1-1982: Heerlen
Horn schepenbank graafschap Horn 1-1-1991: Haelen
Horst schepenbank en heerlijkheid (geen Ambt) Pruissisch Opper-Gelre 1-1-2001: Horst aan de Maas
Houthem onderbank van Meerssen Staats Valkenburg 1-10-1940: Valkenburg (L)
Hulsberg deel schepenbank Klimmen Staats Valkenburg 1-1-1982: Nuth
Hunsel 1653-1711: van Hunsel en Kessenich heerlijkheid vrije rijksheerlijkheid
Itteren onderbank van Meerssen en heerlijkheid Staats Valkenburg 1-7-1970: Maastricht
Ittervoort kerspel abdij Thorn 1-7-1942: Hunsel
Jabeek deel schepenbank Brunssum Oostenrijks Valkenburg 1-1-1982: Onderbanken
Keer 5-8-1828: van Heer aan Cadier Staats Valkenburg
Kerkrade schepenbank Oostenrijks Hertogenrade
Kessel schepenbank (Ambt Kessel) Pruissisch Opper-Gelre
Klimmen hoofdbank Staats Valkenburg 1-1-1982: Voerendaal
Limbricht heerlijkheid hertogdom Gulik 1-1-1982: Sittard
Linne schepenbank (Ambt Montfort) Staats Opper-Gelre 1-1-1991: Maasbracht
Lottum schepenbank en heerlijkheid (geen Ambt) Pruissisch Opper-Gelre voor 1812: Grubbenvorst
Maasbracht deel schepenbank Echt (Ambt Montfort) Staats Opper-Gelre
Maasbree 14-2-1918 uit Bree (naamsw)(Ambt Kessel) Pruissisch Opper-Gelre
Maasniel heerlijkheid (geen Ambt) Oostenrijks Opper-Gelre 1-8-1959: Roermond
Maastricht stad Staats Brabant en bisdom Luik
Margraten 1559: heerlijkheid uit Gulpen Staats Hertogenrade
Meerlo schepenbank Meerlo-Tienraaij (geen Ambt) Pruissisch Opper-Gelre 1-7-1969: Meerlo-Wanssum
Meerssen hoofdbank Staats Valkenburg
Meijel schepenbank (geen Ambt) Oostenrijks Opper-Gelre
Melick en Herkenbosch schepenbank hertogdom Gulik 1-1-1993: Roerdalen
Merkelbeek deel schepenbank Oirsbeek Oostenrijks Valkenburg 1-1-1982: Onderbanken
Mesch heerlijkheid vrije rijksheerlijkheid 1-1-1943: Eijsden
Mheer onderbank van 's-Gravenvoeren Oostenrijks Dalhem 1-1-1982: Margraten
Middelaar schepenbank (Ambt Middelaar) Pruissisch Opper-Gelre 23-10-1800: Mook en Middelaar
Montfort schepenbank (Ambt Montfort) Staats Opper-Gelre 1-1-1991: Posterholt
Mook schepenbank (Ambt Goch) hertogdom Kleef 23-10-1800: Mook en Middelaar
Mook en Middelaar 23-10-1800: uit Mook en Middelaar
Munstergeleen hertogdom Gulik 1-1-1982: Sittard
Nederweert schepenbank, 1419 uit Weert (geen Ambt) Oostenrijks Opper-Gelre
Neer schepenbank en heerlijkheid graafschap Horn 1-1-1991: Roggel
Neerritter schepenbank bisdom Luik 1-7-1942: Hunsel
Nieuwenhagen deel schepenbank Heerlen Staats Valkenburg 1-1-1982: Landgraaf
Nieuwstad schepenbank (Ambt Montfort) Staats Opper-Gelre 1-1-1982: Susteren
Noorbeek onderbank van 's-Gravenvoeren Oostenrijks Dalhem 1-1-1982: Margraten
Nunhem deel bank Haelen graafschap Horn
Obbicht en Papenhoven schepenbank en heerlijkheid (geen Ambt) Staats Opper-Gelre (1785) 1-1-1982: Born
Ohé en Laak deel schepenbank Echt (Ambt Montfort) Staats Opper-Gelre 1-1-1991: Maasbracht
Oijen schepenbank (geen Ambt) Pruissisch Opper-Gelre voor 1812: Broekhuizen
Oirlo schepenbank (geen Ambt) Pruissisch Opper-Gelre voor 1812: Venray
Oirsbeek schepenbank Oostenrijks Valkenburg 1-1-1982: Schinnen
Oost 1608: onderbank van 's-Gravenvoeren Staats Dalhem 6-3-1828: Eijsden
Oostrum schepenbank (geen Ambt) Pruissisch Opper-Gelre voor 1812: Venray
Ottersum schepenbank (Ambt Gennep) hertogdom Kleef 1-1-1973: Gennep
Oud-Valkenburg onderbank van Klimmen Staats Valkenburg (1785) 1-10-1940: Valkenburg
Oud-Vroenhoven 1-1-1920: Maastricht
Pol en Panheel heerljkheid vrije rijksheerlijkheid 1-1-1821: Heel en Panheel
Posterholt deel schepenbank Vlodrop en P. (Ambt Montfort) Staats Opper-Gelre 1-2-1994: Ambt Montfort
Rijckholt heerlijkheid vrije rijksheerlijkheid 1-1-1943: Montfort
Rimburg heerlijkheid vrije rijksheerlijkheid 15-3-1887: Ubach over Worms
Roermond stad (Ambt Montfort) Oostenrijks Opper-Gelre
Roggel 1760: schepenbank uit Heythuysen graafschap Horn 1-1-1993: Roggel en Neer
Roosteren deel schepenbank Echt (Ambt Montfort) Staats Opper-Gelre 1-1-1982: Susteren
Schaesberg schepenbank en heerlijkheid; 1618 uit Heerlen Staats Valkenburg (1785) 1-1-1982: Landgraaf
Schimmert deel schepenbank Klimmen Staats Valkenburg 1-1-1982: Nuth
Schin op Geul schepenbank en heerlijkheid; 1557 uit Klimmen Staats Valkenburg (1785) 1-10-1941: Valkenburg (L)
Schinnen schepenbank; 1661 uit Beek Oostenrijks Valkenburg
Schinveld deel schepenbank Brunssum Oostenrijks Valkenburg 1-1-1982: Onderbanken
Sevenum schepenbank en heerlijkheid (Ambt Kessel) Pruissisch Opper-Gelre voor 1812: Horst
Sevenum (2) 13-6-1836: uit Horst
Simpelveld schepenbank Oostenrijks Hertogenrade
Sint Geertruid 6-3-1828: uit deel Breust en deel Eijsden Oostenrijks Valkenburg 1-1-1982: Margraten
Sint Odiliënberg schepenbank (Ambt Montfort) Staats Opper-Gelre 1-1-1991: Posterholt
Sint Pieter gerecht bisdom Luik 1-1-1920: Maastricht
Sittard 1709: onderambt (Ambt Born) hertogdom Gulik 1-1-2001: Sittard-Geleen
Slenaken heerlijkheid vrije rijksheerlijkheid 1-1-1982: Wittem
Spaubeek deel schepenbank Geleen Oostenrijks Valkenburg 1-1-1982: Beek (L)
Stramproy kerspel abdij Thorn 1-1-1998: Weert
Stein heerlijkheid vrije rijksheerlijkheid
Stevensweert schepenbank en heerlijkheid (geen Ambt) Staats Opper-Gelre 1-1-1991: Maasbracht
Strucht onderbank van Klimmen Staats Valkenburg (1785) 2-1-1879: Schin op Geul
Susteren schepenbank (Ambt Born) hertogdom Gulik 1-1-2003: Echt-Susteren
Swalmen schepenbank Swalmen en Asselt (Ambt Montfort) Oostenrijks Opper-Gelre
Swolgen en Broekhuizenvorst schepenbank (Ambt Kessel) Pruissisch Opper-Gelre voor 1812: Broekhuizen
Tegelen schepenbank hertogdom Gulik 1-1-2001: Venlo
Terblijt heerlijkheid vrije rijksheerlijkheid  ?: Berg en Terblijt
Thorn stad abdij Thorn
Ubach over Worms deel heerlijkheid Ubach Oostenrijks Hertogenrade 1-1-1982: Landgraaf
Ulestraten 1626: onderbank van Meerssen Staats Valkenburg 1-1-1982: Meerssen
Urmond hertogdom Gulik 1-1-1982: Stein (L)
Vaals schepenbank; 1656 uit V., Holset en Vijlen Staats Hertogenrade
Vaesrade schepenbank Oostenrijks Valkenburg 26-7-1821: Nuth
Valkenburg stad Staats Valkenburg
Velden deel schepenbank Arcen en Velden (geen Ambt) Pruissisch Opper-Gelre 1-1-1816: Arcen en Velden
Venlo stad (Ambt Kriekenbeek) Staats Opper-Gelre
Venray schepenbank (Ambt Kessel) Pruissisch Opper-Gelre
Vlodrop schepenbank Vlodrop en Posterholt (Ambt Montfort) Staats Opper-Gelre 1-1-1991: Melick en Herkenbosch
Voerendaal deel schepenbank Heerlen Staats Valkenburg
Wanssum schepenbank (Ambt Kessel) Pruissisch Opper-Gelre 1-7-1969: Meerlo-Wanssum
Weert schepenbank (geen Ambt) Oostenrijks Opper-Gelre
Wessem schepenbank (geen Ambt) Oostenrijks Opper-Gelre 1-1-1991: Heel
Wijlre heerlijkheid vrije rijksheerlijkheid 1-1-1982: Gulpen
Wijnandsrade heerlijkheid vrije rijksheerlijkheid 1-1-1982: Nuth
Wittem rijksgraafschap Wittem 1-1-1999: Gulpen-Wittem
 
Persoonlijke instellingen