Geschiedenis van Luxemburg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Tijdlijn

Opdeling van Luxemburg
Opdeling van Luxemburg
Nederland met het hertogdom Limburg en het groothertogdom Luxemburg in de Duitse Bond
Nederland met het hertogdom Limburg en het groothertogdom Luxemburg in de Duitse Bond

De geschiedenis van Luxemburg begint in 963.

Graafschap[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Graafschap Luxemburg voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In 963 wisselt een Ardense graaf Siegfried grond uit met de Trierse Sint-Maximinusabdij. Siegfried bouwt zijn vesting op een oud Romeins kamp, Lucilinburhuc, dat kleine burcht betekent.

Naarmate de jaren vorderden, groeide het kasteel uit tot een sterke vesting.

Hertogdom[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Hertogdom Luxemburg voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Graaf Keizer Karel IV van Luxemburg, die ook keizer van het Heilige Roomse Rijk was, verhief in 1354 het graafschap Luxemburg tot hertogdom. Luxemburg raakt in 1437 in de Bourgondische statenbond opgenomen door met militaire pressie ondersteunde aanspraken van de Bourgondiërs op Luxemburg. In 1443 wordt Filips de Goede hertog van Luxemburg. Door keizer Karel V wordt Luxemburg in 1547 definitief opgenomen in de Nederlanden, door het regelen van de erfopvolging via de Pragmatieke Sanctie. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog blijft Luxemburg op de achtergrond. Door de afstand van de andere Nederlanden, en door de omstandigheid dat Luxemburg door het prinsbisdom Luik afgescheiden was van de andere Nederlanden, had het een eigen identiteitsbesef en was het in zichzelf gekeerd. Bovendien wist de stadhouder Ernst van Mansfeld in dit gewest goed de orde te bewaren. Luxemburg sloot zich daarom niet aan bij de Pacificatie van Gent of de Unie van Brussel die daar uit voort vloeide. Evenmin voelde het de behoefte om zich aan te sluiten bij de Unie van Atrecht, hoewel het loyaal bleef aan Filips II van Spanje. Alexander Farnese, hertog van Parma, startte zijn heroveringstocht vanuit Luxemburg.

Zo kwam het hertogdom Luxemburg bij de Zuidelijke Nederlanden. Na de Spaanse Successieoorlog kwam Luxemburg, tezamen met de rest van de Zuidelijke Nederlanden in 1715 onder de Oostenrijkse Habsburgers, die sedertdien ook hertog van Luxemburg waren. Luxemburg werd tot de Zuidelijke Nederlanden gerekend, het viel onder de jurisdictie van de Grote Raad van Mechelen, maar deed in 1790 als enige Zuid-Nederlandse staat niet mee aan de oprichting van de VNS (Verenigde Nederlandse Staten).

Frans Departement[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Wouden (departement) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Na de Franse revolutie, bij de annexatie van de Zuidelijke Nederlanden en de westelijke Rijnoever, werd Luxemburg in de Franse eenheidsstaat opgenomen als het departement van de Wouden (of Forêts). Er was enig machteloos militair verzet, o.a. de Klüppelkrieg.

Met de val van Napoleon brak in 1815 een nieuw hoofdstuk aan voor Luxemburg.

Groothertogdom, feitelijk een Nederlandse provincie[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Groothertogdom Luxemburg (1815-1890) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Door de grootmachten werd de kaart van Europa grondig hertekend op het Congres van Wenen. Willem I lobbyde voor een vereniging van Noord-Nederland, Zuid-Nederland en delen van het Rijnland. Dit laatste faalde, maar Luxemburg werd wel toegewezen aan Willem. Het werd opgewaardeerd tot groothertogdom en maakte deel uit van de Duitse Bond. Willem schakelde het in in zijn Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, hoewel het daar eigenlijk geen deel van uitmaakte.

Belgische provincie[bewerken]

Met de Belgische Revolutie van 1830 werd Luxemburg-stad gehouden door een Pruisisch garnizoen dat loyaal bleef aan de Nederlandse koning. De rest van het land integreerde zich in de Belgische instellingen, hoewel het daarmee weinig affiniteit had.

Groothertogdom in de Duitse Bond (gehalveerd)[bewerken]

Willem was in 1839 ten slotte genoodzaakt de Belgische onafhankelijkheid te accepteren en de door Groot-Brittannië opgelegde regeling te aanvaarden. Buiten de oostelijke helft van Limburg behield hij ook de oostelijke helft van Luxemburg. De nieuwe Belgische staat wilde onder geen beding afstand doen van het westelijke, Franstalige, deel van Luxemburg, waarop ook de Duitse Bond aanspraak maakte. Als compensatie werd daarom de oostelijke helft van de provincie Limburg aan de Duitse Bond afgestaan, als een nieuw hertogdom, met de koning van Nederland als hertog. De westelijke helft van het Groothertogdom Luxemburg werd een Belgische provincie. De Belgische geschiedenis beschrijft dit als een teruggave van het oostelijk deel; de Luxemburgse geschiedenis spreekt van het verlies van het westelijke deel. Deze derde deling van Luxemburg verliep grotendeels volgens de taalgrens tussen Waals (Frans) en Luxemburgs (Duits), hoewel om strategische reden besloten werd dat Aarlen en omgeving, die destijds Luxemburgstalig waren, ook bij België kwamen.

In 1842 sloot Luxemburg een tolunie, de Zollverein, met Pruisen.

Onafhankelijke staat[bewerken]

Luxemburg werd definitief een onafhankelijke staat bij de opheffing van de Duitse Bond in 1867, hoewel de Nederlandse koning er groothertog bleef. Afhankelijk van welke definitie men hanteert gaan sommigen ervan uit dat Luxemburg in 1839, 1867 of 1890 onafhankelijk werd.

Aan die situatie kwam een einde met de dood van koning Willem III in 1890. Terwijl deze in Nederland werd opgevolgd door koningin Wilhelmina, deden de Luxemburgers (dus in strijd met de Pragmatieke Sanctie) een beroep op de Salische Wet, en kozen zo een andere groothertog, uit een andere tak van de Nassau familie, Adolf. Hiermee kwam er een eind aan de personele unie tussen Nederland en Luxemburg.

Het tot dan toe doodarme, zuiver agrarische Luxemburg wordt eind 19e eeuw welvarend dankzij de opleving van de ijzerindustrie. Dankzij het omstreeks 1870 uitgevonden Thomasprocedé werd het namelijk mogelijk om uit het fosforrijke Luxemburgse ijzererts goed staal te fabriceren. De nieuwe industrie werd grotendeels gefinancierd met Duits kapitaal.

Terwijl het relatief overbevolkte Luxemburg in de tweede helft van de 19e eeuw bijna een kwart van zijn bevolking kwijtraakte door emigratie (voornamelijk naar Frankrijk en de Verenigde Staten), wordt het land nu een immigratieland (vooral veel Italiaanse immigranten).

De tolunie zou na de eenwording van Duitsland in 1871 worden voortgezet en pas na de Eerste Wereldoorlog, in 1918, worden opgezegd.

Luxemburg zocht toenadering tot België en sloot in 1921 de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie, de BLEU, die de kern zou zijn van de Benelux in 1944.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

De Duitsers bezetten Luxemburg op 10 mei 1940, en lijfden het land vrijwel onmiddellijk in bij Duitsland. De regering en groothertogin Charlotte vluchtten. Dat leidde tot veel tegenstand en in 1942 tot een algemene staking, de tweede na Nederland in bezet Europa. De Duitsers sloegen hard terug, en zonden onder meer ruim 400 Luxemburgers naar Dachau, en ook naar andere kampen, in totaal bijna 4000. Ruim 11.000 mannen werden onder dwang in het leger ingelijfd. De 3500 Luxemburgse Joden werden vrijwel geheel gedeporteerd en in totaal werd ongeveer 71% van hen vermoord. Het land werd bevrijd op 10 september 1944 door de Amerikanen, maar leed daarna nog zwaar onder de Slag om de Ardennen.

Na de oorlog[bewerken]

Luxemburg was ook een van de stichtende leden van de NAVO en de EU. Daar waar Luxemburg geen eigen vertegenwoordigingen heeft, wordt Luxemburg op grond van het verdrag van 24 maart 1964 diplomatiek vertegenwoordigd door Nederland; consulair en economisch door België.

Zie ook[bewerken]