Geschiedenis van Nijmegen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Dit artikel geeft een overzicht van de geschiedenis van Nijmegen.

Oudste sporen[bewerken]

Nijmegen is naast Maastricht en Voorburg een van de drie steden die de titel oudste stad van Nederland claimen. In het jaar 2005 werd het 2000-jarig bestaan van de stad en het 1900-jarig bezit van stadsrechten gevierd. Sporen van bewoning zijn al bekend uit het Neolithicum, de midden en late bronstijd en (ten noorden van de Waal) uit de midden en late ijzertijd.

Romeinen[bewerken]

Schematische weergave van Oppidum Batavorum/Batavodurum (1e eeuw).
Schematische weergave van Ulpia Noviomagus Batavorum (2e eeuw).
Nuvola single chevron right.svg Zie Ulpia Noviomagus Batavorum voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Nijmegen is ontstaan als Romeins administratief en economisch centrum ten behoeve van de Bataven, en heette eerst Oppidum Batavorum. De oudste Romeinse resten zijn die van een groot castrum op de Hunnerberg uit 15 v.Chr. Dit is slechts enkele jaren in gebruik geweest, waarna ze werd vervangen door een commandocentrale op de Kopse Hof. De resten van het, voor zover bekend, oudste stenen gebouw in Nederland werden in 2005 gevonden op enkele kilometers ten westen van de Hunnerberg.

Doordat de verovering van Germanië was mislukt na de verpletterende Romeinse nederlaag in het Teutoburgerwoud (9 n.Chr.), werd duidelijk dat de Rijn voorlopig de grens van het Romeinse Rijk zou blijven, en Oppidum Batavorum een grenspost die versterkt moest worden. Er werd een permanent legerkamp op het Kops Plateau gebouwd, dat kleiner was dan het Hunnerbergse castrum. Tussen 10 n.Chr. en 69 n.Chr. ontwikkelde Oppidum Batavorum zich tot een nederzetting van Gallo-Romeinse handwerkslieden, handelaren, ambtenaren en magistraten. De Bataafse nederzettingen bevonden zich ten noorden van de Waal bij Lent en Oosterhout, waar vele vondsten uit de Romeinse tijd zijn gedaan. Belangrijk is in dit verband de zogenoemde Godenpijler, die door de Maastrichtse stadsarcheoloog Titus Panhuysen op 17 n.Chr. wordt gedateerd, wat overeenkomt met het beëindigen van de campagnes van Germanicus tegen de Cherusken. Uit deze zuil en de vondsten op de Kopse Hof kan worden geconcludeerd dat zich in Romeins Nijmegen een belangrijke Romeinse commandocentrale heeft bevonden. Tijdens de Bataafse Opstand onder Julius Civilis in 69 n.Chr. werd de nederzetting samen met de praetorium op de Kopse Hof vernietigd.

Na de Opstand van de Bataven werd op de Hunnerberg Legio X Gemina pia fidelis gevestigd, dat uit vele vondsten bekend is. Langs de Waal waar nu het Waterkwartier ligt ontstond een nieuwe nederzetting die van de Romeinse keizer Trajanus tussen 98 n.Chr. en 102 n.Chr. onder de naam Ulpia Noviomagus Batavorum stadsrechten kreeg.

In de 2e eeuw na Christus maakte Noviomagus een bloeiperiode mee. Ze was met een bevolking van 5000 tot 6000 de grootste stad op het grondgebied van het huidige Nederland. Het zou duizend jaar duren voordat in Nederland een andere stad (Utrecht) dat inwonertal haalde.

Middeleeuwen[bewerken]

Uitzicht op Nijmegen in 16e eeuw. Frans Hogenberg met links de Valkhofburcht

Een eerste bezoek door de Duitse keizer Hendrik V vond in 1125 plaats toen de koning van Aken naar Utrecht reizend, Nijmegen aandeed.

Op 17 mei 1151 werd er in Nijmegen onderhandeld door Frederik Barbarossa over het ambt van de bisschop van Utrecht. Als getuigen worden 17 bisschoppen, abten, graven en hoge heren genoemd, waarbij in de akte staat dat ze is opgemaakt in palatio Noviomagi. Uitgegeven in het paleis van Noviomagus. Dit toont aan dat er in Nijmegen al een accommodatie was om zo'n illuster gezelschap te ontvangen en rijkszaken te behandelen en af te wikkelen. Hiervan resteren tegenwoordig nog twee kapellen, het overige deel van het complex werd in 1796 gesloopt.

Onder de Rooms-koning Hendrik VII werd Nijmegen in 1230 Rijksstad, door de verlening van stadsrechten op basis van de rechten van de stad Aken. Dit betekende dat de stad een eigen stadsbestuur en eigen rechtspraak kreeg. Kort daarop, op 8 oktober 1247, kwam de Rijksstad met het Rijk van Nijmegen echter in Gelderse handen. Graaf Otto II van Gelre en Zutphen, kreeg de stad als onderpand van de armlastige Roomse koning Willem II (die tevens graaf van Holland was), en aangezien de lening nooit werd afbetaald, bleef Nijmegen voortaan Gelders.

De burcht van Nijmegen is maar kort in dienst geweest als Duitse residentie. Na Frederik Barbarossa heeft geen koning of keizer er nog geresideerd. De burcht Nijmegen was zoverre afgeschreven dat ze met al haar toebehoren werd verpand aan Otto II graaf van Gelre door Willem II, graaf van Holland. Of hier een koehandel aan vooraf is gegaan zou men kunnen opvatten uit de vooronderhandelingen tussen Otto van Gelre en graaf Willem van Holland. Otto van Gelre had Willem van Holland moeten steunen te Neuss op 3 oktober 1247 toen er een nieuwe koning gekozen werd. De burcht van Nijmegen was toen inzet van deze steun. Het succes van Willem van Holland werd zo sterk aan Otto van Gelre toegeschreven dat deze op 8 oktober de burcht in pand kreeg.

In 1255 keurde paus Alexander IV de belening van de burcht Nijmegen en de tol te Lobith aan Otto van Gelre goed, en gaf tevens dat deze lenen bij ontstentenis van een mannelijke opvolger op een dochter kon overgaan, wat in 1292 door paus Nicolaas IV ten gunste van Reinald van Gelre werd herhaald.

Het werd een van de Gelderse hoofdsteden, het Kwartier van Nijmegen de voornaamste van de vier. Kort na 1250 werd onder graaf Otto II de 7e-eeuwse Grote of Sint-Stevenskerk op het Kelfkensbos afgebroken en begon de bouw van de nieuwe Stevenskerk op de huidige locatie. Op 7 september 1274 werd het nieuwe godshuis door Albertus Magnus gewijd. In 1402 werd Nijmegen een Hanzestad.

Kort voor 1400 werden te Nijmegen de Gebroeders Van Limburg geboren. Zij worden gerekend tot topkunstenaars uit hun tijd.

Nieuwe tijd[bewerken]

Kaart van Nijmegen in 17e eeuw. Joan Blaeu (1649).
Zicht op Nijmegen met de Valkhofburcht. Jan van Goyen (1641).

Tijdens de late Middeleeuwen stond de stad nog bekend als Nieumeghen (bewaard gebleven in de titel van het bekende mirakelspel Mariken van Nieumeghen), wat in de volksmond door metathesis Nimwegen is geworden. In 1543 was Nijmegen, evenals overig Gelre via het Tractaat van Venlo aan de Habsburgers gekomen. De status van belangrijkste Gelderse stad was het kwijtgeraakt onder hertog Karel, die de voorkeur had gegeven aan Arnhem.

De Reformatie kreeg beperkte aanhang in de stad, en de vernielingen tijdens de beeldenstorm, die op 24 september 1566 Nijmegen bereikte, bleven betrekkelijk beperkt. Wel kwam het tot gevechten tussen katholieken en protestanten, zodanig de Gelderse stadhouder Karel van Brimeu op 19 oktober de stad met soldaten moest bezetten om de rust te herstellen; voorlopig bleven de katholieken aan de macht. Protestanten werden vervolgd en sommigen moesten vluchten. In 1574 rukten Lodewijk en Hendrik van Nassau, broers van Willem van Oranje, met een leger op vanuit 'Duitsland' naar Nijmegen, maar werden in de slag op de Mookerheide verslagen en gedood.
In 1576 gingen de Spaanse soldaten muiten en hielden vooral in Antwerpen vreselijk huis; de schok die dit teweegbracht dreef katholieken en protestanten in elkaars armen en leidde tot het sluiten van de Pacificatie van Gent, die ook Nijmegen ondertekende. De Pacificatie bepaalde dat op Holland en Zeeland na de Nederlanden katholiek zouden blijven. Nijmegen vroeg in 1578 Willem van Oranje om stadhouder van Gelre te worden, maar omdat dit onverenigbaar was met zijn stadhouderschap voor Holland en Zeeland, stelde hij zijn broer Jan van Nassau voor; omdat hij beloofde de Pacificatie te eerbiedigen, nam de magistraat hem aan. Echter bleek al gauw dat hij uit was op de protestantisering van Gelre, en op 2 januari 1579 grepen de hervormden de macht in de Nijmeegse magistraat, waar de roomsen uit werden gezet. De op 23 januari gesloten Unie van Utrecht, waarin de opstandige steden en gewesten van de harde lijn zich militair verenigden, werd op 5 maart ook door Nijmegen ondertekend.
Op 6 maart 1585 viel de stad weer in Spaanse handen; de katholieke meerderheid opende de stadspoorten voor het leger van Claudius van Berlaymont, de koningsgezinde stadhouder van Gelre. Hoewel de Nijmegenaren vroegen om geloofsvrijheid voor de protestanten, weigerde landvoogd Alexander Farnese dit, maar protestanten kregen twee jaar de tijd om ofwel de stad te verlaten, ofwel terug te keren tot het katholieke geloof. De Staatse legerleider Maarten Schenk trachtte in 1589 met een aanslag Nijmegen in te nemen, maar dat mislukte. Evenwel heroverde prins Maurits de stad tijdens het tweede Beleg van Nijmegen (1591).
Tijdens het Twaalfjarig Bestand gaf Nijmegen blijk van een sterke remonstrantse inslag, zodat Maurits in 1618 de wet verzette. Van 1672 tot 1674 kreeg Nijmegen te maken met een Franse bezetting. Te Nijmegen werd in 1678 de Vrede van Nijmegen tussen Frankrijk en de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën gesloten.

Recente geschiedenis[bewerken]

Valkhof rond 1900

De groei van Nijmegen als stad werd ernstig beperkt, omdat Nijmegen voor de Vestingwet van 1874 de status van vestingstad had. Daarvoor mochten er namelijk rondom de vesting geen woningen gebouwd worden binnen het bereik van het geschut op de vesting, waardoor de stad binnen de vestingwallen enorm overbevolkt raakte (in 1875 woonden er ongeveer 23.000 mensen in de stad, terwijl er 2.400 panden waren). Na de afbraak van de vestingwallen in 1876 kon Nijmegen pas echt gaan groeien en verbeterde het leefklimaat in de stad.

In de decennia na de ontmanteling kende Nijmegen een grote stadsuitbreiding. Het plan voor deze stadsuitleg kwam van de hand van architect en stedenbouwkundige Bert Brouwer. Tot zijn dood in 1891 was hij naast stedenbouwkundige een belangrijk figuur in de Nijmeegse woningbouw. Bij de gemeentelijke grondveilingen werden door hem aanzienlijke stukken grond opgekocht. Veelal verschenen op deze locaties herenhuizen. Daarnaast ontwierp Brouwer enkele villa's, waaronder de burgemeesterswoning Nassausingel 2. Het gunstige bouwklimaat dat ontstond na de ontmanteling van de stadswallen trok in deze tijd ook nog verschillende andere architecten. Belangrijke namen onder hen zijn die van Derk Semmelink, Wilhelmus Johannes Maurits en Gerardus Buskens.

De Waalbrug in Nijmegen

In het kader van de katholieke emancipatiebeweging kreeg Nijmegen in 1923 een universiteit met rooms-katholieke signatuur, de huidige Radboud Universiteit Nijmegen (voorheen Katholieke Universiteit Nijmegen).

Nadat in 1879 al een spoorbrug over de Waal was gerealiseerd, kreeg Nijmegen in 1936 eindelijk een verkeersbrug, de Waalbrug. Deze brug werd tijdens de Duitse invasie in 1940 opgeblazen en in 1943 herbouwd. Voor 1936 was de enige verbinding met de overkant een veerpont naar Lent.

Nuvola single chevron right.svg Zie ook Bombardement op Nijmegen

In de Tweede Wereldoorlog, op 22 februari 1944, leed Nijmegen zware schade bij een geallieerd bombardement, (uitgevoerd door 16 Amerikaanse bommenwerpers), dat eigenlijk bedoeld was voor een Duitse stad. Het vermoeden is dat Nijmegen vanuit de lucht werd aangezien voor het Duitse stadje Kleef (Kleve), beide zijn gelegen aan een rivier en voorzien van een markante toren. Bij dit bombardement vonden meer dan 800 mensen de dood en werd nagenoeg de gehele historische bovenstad verwoest of zwaar beschadigd.

In september 1944 werd in en rond Nijmegen hevig gevochten toen in het kader van Operatie Market Garden; de Waalbrug werd veroverd. Een belangrijke rol in de verovering van de brug was voor de Nijmeegse student Jan van Hoof, die als lid van de Geheime Dienst Nederland informatie had verzameld over de brug. Op 18 september 1944 maakte Van Hoof de explosieven die aan en onder de brug waren aangebracht onklaar, waarna de brug twee dagen later nagenoeg ongeschonden door geallieerde troepen kon worden veroverd. Maandenlang lag de stad toen pal aan het oorlogsfront, hetgeen nog een extra aanslag op de zwaar beschadigde stad tot gevolg had.

Voor hun aandeel in de Slag om Nijmegen (Battle of Nijmegen) en de verovering van de Waalbrug in september 1944 werden de 1st and 2nd Battalions Grenadier Guards onderscheiden met een Honorary Distinction. Dit is één van 78 Battle Honours die het regiment sinds 1656 heeft ontvangen. Nijmegen is één van de 46 namen die op het vaandel van de Grenadier Guards staan vermeld. In 1994 kreeg de opvolger van het 2nd Battalion de naam Nijmegen Company. Deze treedt aan bij talloze ceremoniële plechtigheden.

Op 18 september 1994 onthulde Lord Carrington bij de Waalbrug een gedenkplaat ter gelegenheid van de 50ste verjaardag van de Slag om Nijmegen en kreeg het zuidelijke viaduct de naam Grenadier Guardsviaduct.[1]. Het noordelijk viaduct heet sinds 2005 Sergeant Robinsonviaduct. Sergeant Peter Robinson van de Grenadier Guards stak op 20 september 1944 als eerste met zijn Sherman-tank de Waalbrug over.

Na de oorlog[bewerken]

Verwoeste gebouwen in het centrum van Nijmegen na het bombardement in 1944

Door verwaarlozing en armoede was de Benedenstad (het deel van het centrum dat in het lage deel, aan de Waal, is gelegen—wat de Duitsers de Altstadt noemen) na de Tweede Wereldoorlog in verval geraakt. De situatie was al in de 19e eeuw zorgwekkend, na de bouw van de Waalbrug en het verdwijnen van het veer in 1936, verdween ook de bedrijvigheid. Hoewel de Benedenstad min of meer gespaard bleef door de oorlogshandelingen, was de toestand van dit stadsdeel door de vele reeds gesloopte panden en slechte woonomstandigheden (verkrotte, onbewoonbaar verklaarde panden, huizen zonder sanitair e.d.) zodanig, dat na jarenlange discussies en plannenmakerij in 1972 besloten werd tot grootschalige sloop en herbouw. Doel van de herbouw was het behoud van de volkshuisvesting (sociale huurwoningen), de bedrijvigheid is vrijwel verdwenen. Van 1978 tot 1983 werden zo'n 650 woningen gebouwd, waarbij althans het stratenpatroon van voor de sloop grotendeels gehandhaafd bleef. In 1975 is de Benedenstad uitgeroepen tot "beschermd stadsgezicht", maar toen waren de meeste middeleeuwse panden al gesloopt. Alleen de Lage Markt, de Lange Hezelstraat, een deel van de Priemstraat en de Begijnenstraat zijn nog oorspronkelijk gebleven, de rest is nieuwbouw.

Nijmegen staat sinds de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw bekend als rode stad. Er waren in die jaren veel Marxisten te vinden die door de relatief grote populatie aan studenten erg opvielen. Bijnaam van Nijmegen was dan ook een tijdje 'Havana aan de Waal'. Een gewelddadige confrontatie tussen de linkse krakers en het Nijmeegse bestuur vond plaats in februari 1981, de Pierson-rellen. Frits Bolkestein sprak in de jaren 1990 nog van 'Marxograd aan de Waal'. Thans is het 'rode aspect' in sterk afgezwakte vorm herkenbaar aan een links stadsbestuur. Het zeskoppige college van B&W bestond van 2002 tot 2010 uit GroenLinks, PvdA en SP. Sinds 2010 vervangt D66 de SP als coalitiepartij.

Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft de stad zich flink uitgebreid, maar dat gebeurde eenzijdig in westelijke en vooral zuidwestelijke richting. De dorpen Hatert, Hees en Neerbosch werden opgeslokt door stadswijken met dezelfde naam. De belangrijkste uitbreiding was de bouw van de stadsdelen Dukenburg en Lindenholt vanaf 1966, ten westen van het Maas-Waalkanaal. De structuur van de stad werd zo zeer onevenwichtig: het centrum ligt geheel in het noorden, maar de stadsuitbreiding vond kilometers daarvandaan in zuidwestelijke richting plaats. Tot voor kort was de Waal een onneembare barrière die de noordgrens van de bebouwing bepaalde. Sinds eind jaren '90 echter wordt er gebouwd aan de Vinex-locatie Waalsprong, ten noorden van de Waal.

Eind 2003 kwamen de gemeente en de politie van Nijmegen in opspraak vanwege de honderden centrumverboden die werden verordonneerd voor mensen die zich schuldig maken aan de in de Algemene Plaatselijke Verordening opgenomen vergrijpen. Een centrumverbod is een voorbeeld van een gebiedsverbod, een (tijdelijk) verbod om in een bepaald gebied te verblijven.

In 2004 haalde de gemeente de landelijke media na een besluit van de gemeenteraad om SUV's (grote terreinwagens) niet meer in het centrum te laten parkeren. Als argumenten werden vooral de milieuvervuiling en de onveiligheid van deze auto's naar voren gebracht. Het besluit leidde tot een kortstondige landelijke discussie over dit onderwerp. Het College van B&W besloot het besluit van de gemeenteraad naast zich neer te leggen, omdat Nederlandse en Europese regels uitvoering van het voorstel in de weg staan.

In november 2005 werd in het centrum van de stad de plaatselijk bekende activist Louis Sévèke met een vuurwapen om het leven gebracht. Hij was voornamelijk bekend geworden door zijn strijd tegen de voormalige Binnenlandse Veiligheidsdienst, tegenwoordig de AIVD.

Voor de periode 2010-2020 staat de bouw van het Waalfront gepland. Deze nieuwe buurt zal komen te liggen op de locatie van het huidige oude havengebied in de Biezen, langs de Waal. Tevens staat voor 2009-2011 de bouw van een nieuwe oeververbinding, de Stadsbrug gepland.

Voetnoten[bewerken]

  1. www.oorlogsmonumenten.nl Nijmegen, monument op het Grenadier Guardsviaduct

Literatuur[bewerken]

  • M. Beumer, 'Romeins verkeer', in: Gelders Erfgoed. Magazine voor de erfgoedsector, jaargang 2012, nr. 2. (Zutphen 2012) 2-4.
  • A. Delahaye, De Ware Kijk Op Deel 1 Noyon, het land van Béthune en Frisia, Druk Grafisch bedrijf Hertogs, Bergen op Zoom, 1984, ISBN 90-800047-1-5
  • Pikkemaat, Dr. Guus, Geschiedenis van Nijmegen, SDU uitgeverij: 's-Gravenhage, 1988. ISBN 9012058392
  • Rob Camps e.a., Het Grote Geschiedenisboek van Nijmegen (Zwolle 2010). Uitgeverij Waanders i.s.m. Regionaal Archief Nijmegen en Museum het Valkhof. ISBN 9789040077111

Externe link[bewerken]