Geschiedenis van de Vikingen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kolonisatie en tochten van de Vikingen.
Kaart van de Vikinggebieden in de 8e (donkerrood), 9e (rood), 10e (oranje) en 11e (geel) eeuw. De groene gebieden waren het slachtoffer van regelmatige rooftochten door Vikingen.

De geschiedenis van de Vikingen behandelt de oorsprong, de plunder- en veroveringstochten en kolonisatie van grote delen van Europa en omgeving door de vikingen. Deze waren als plunderaars en overvallers tussen grofweg de jaren 789 en 1100 de schrik van Europa en omstreken. Ze behoorden tot de Noormannen, een noordelijke tak van de Germanen en woonden oorspronkelijk in Scandinavië. Hun godsdienst, dagelijkse leven, cultuur en mythologie kwamen grotendeels met die van de overige Germanen van Europa overeen. Dezen waren echter inmiddels grotendeels christelijk geworden en ze hadden veel cultuur overgenomen van de voormalige 'Romeinen' van het tijdens de Grote Volksverhuizing (5de eeuw) door hun veroverde West-Romeinse Rijk.

De vroege Middeleeuwen[bewerken]

De Vikingen zijn bij ons vooral bekend als plunderende krijgers, maar dat is een onvolledig beeld. Naast krijgers waren ze tevens ontdekkingsreizigers, kolonisten, ambachtslieden, handelaars en scheepsbouwers. De Vikingen werden voor het eerst in 789 gesignaleerd en begonnen hun rooftochten in 793 met de plundering van het klooster op het eiland Lindisfarne, voor de noordoostelijke kust van Engeland, ter hoogte van het huidige Berwick-upon-Tweed.[1] In de veroveringstochten van de Vikingen kan men twee periodes onderscheiden. Van 789-840 ging het om plundertochten waarbij een gebied dat werd aangevallen even snel weer verlaten werd. Kloosters waren door de aanwezige kostbaarheden geliefde doelwitten. Maar vanaf 840 zouden ze meer gestructureerd te werk zijn gegaan, onder andere door kampen op te richten. Hier was dan eerder sprake van kolonisatie.

Voorgeschiedenis[bewerken]

Wat voor er 793 gebeurde is van belang, m.n. het meedogenloos beleid van Karel de Grote en meer bepaald, drie aspecten : de Saksenoorlogen, zijn religieuze intolerantie en zijn monetaire hervorming.

  • De Saksenoorlog. Widukind de Saksische leider had nauwe banden met de Denen. Twee gruweldaden van deze oorlog zijn; het Bloedbad van Verden en de massale deportaties (zie Danevirke en Abodriten).
  • Religieuze intolerantie. Zoals de Saksen hielden de Vikingen enorm aan hun eigen cultus (Noordse mythologie) en waren niet van plan zich zo maar te laten kerstenen.
  • Munthervorming. Sinds de Islamitische veroveringen was het goud in Europa zeldzaam geworden en was Karel de Grote verplicht van de gouden standaard over te stappen naar de zilveren standaard. De Vikingen hadden al vlug door dat het goud zich in de kerken en kloosters bevond.

Door overbevolking en voedseltekorten begonnen de Vikingen ander gebied te zoeken en dat ging gepaard met plunderingen en veroveringen in de 9e eeuw. Een andere belangrijke reden voor de rooftochten was het feit dat bij de Vikingen de oudste zoon de enige erfgenaam was, die alle bezittingen van zijn vader overnam. Zodoende was er een groot overschot aan jonge mannen die een andere bron van inkomsten moesten zoeken. Vaak sloten deze zich dan aan bij de jaarlijkse handels- annex plundertochten naar het welvarende zuiden. De kolonisatiepogingen en rooftochten richtten zich op verschillende gebieden. Globaal kan gezegd worden dat de Vikingen uit het huidige Noorwegen, Denemarken en Zweden respectievelijk westwaarts, zuidwaarts en oostwaarts actief waren.

De Noorse Vikingen[bewerken]

De Noorse Vikingen voeren naar het westen en koloniseerden IJsland en Groenland. Rond het jaar 1000 werd zelfs de oostkust van het huidige Canada ontdekt en verkend door Leif Eriksson, de zoon van Erik de Rode. In het pas ontdekte gebied, wat in de legenden Vinland werd genoemd, werd een kleine kolonie gesticht, die echter al snel verlaten werd doordat de Vikingen te veel weerstand van de plaatselijke "Skraelingen" indianenstammen ondervonden. Een Vikingnederzetting is inderdaad teruggevonden bij het Canadese plaatsje L'Anse aux Meadows op Newfoundland - hoewel er ook theorieën zijn die de 'vinlandkolonie' in New England zoeken. Hoewel er dus geen blijvende vestiging van de Vikingen is geweest, werden er later wel regelmatig expedities naar Canada georganiseerd om Groenland van goed timmerhout te voorzien.

Groenland bleef ongeveer 420 jaar bewoond (van 985 tot ongeveer 1408), maar het kouder wordende klimaat (het begin van de Kleine ijstijd valt ongeveer samen met de ondergang van de Groenlandse kolonie), hongersnood en tenslotte vijandigheden van de Inuit (voor een groot deel door de Vikingen veroorzaakt) deden deze kolonie uiteindelijk de das om. Pas in 1721 werd Groenland weer permanent door Deense kolonisten bewoond. IJsland kreeg al snel te maken met milieuproblemen, zoals ontbossing en bodemerosie en kampte in zijn geschiedenis regelmatig met hongersnood. De kolonie werd echter gered door haar ligging nabij Noorwegen (een tweetal dagen varen met een Vikingschip), een verstandig milieubeleid (zoals het voorkomen van overbegrazing, het fokken van zuinigere schapen in de plaats van 'gulzige' koeien en varkens) en het opbouwen van een eigen vissersvloot.

De Deense Vikingen[bewerken]

De Deense Vikingen teisterden het vasteland van West-Europa met hun plundertochten. Een groot deel van Engeland kwam in hun macht, dit gebied werd de Danelaw genoemd. Het Franse Normandië heeft zijn naam aan de Deense Noormannen te danken en de invloed van de Vikingen strekte zich zelfs uit tot grote delen van de Middellandse Zee. Aanvankelijk leek het alsof niemand de Vikingen kon weerstaan. Dit kwam vooral door het verrassingseffect van de invallen en door de snelheid waarmee ze werden uitgevoerd. Een in kerkelijke bronnen beschreven geval van meermalige plunderingen door de Vikingen was Dorestad - vlakbij het huidige Wijk bij Duurstede - een havenplaats aan de Rijn in Nederland. Dorestad zou daarin vanaf 834 tot 863 meermaals geplunderd zijn. Een andere bron meldde in het jaar 857 de plundering en verwoesting van Meginhardeswich, later bekend als Meinerswijk bij Arnhem.[bron?]

Na verloop van tijd ontwikkelden de 'slachtoffers' van de Vikingen een betere verdediging tegen de aanvallen. Dat kwam door een betere organisatie en doordat men begon met het bouwen van verdedigingswerken zoals versterkte burchten die door aanvallers bijna niet in te nemen waren. Toen de Vikingen zo steeds meer nederlagen te verduren kregen, en nadat hen een gebied aan de monding van de Seine was gegeven (het huidige Normandië), werd met de Vikingen - toen onder aanvoering van leider Rollo - definitieve vrede bereikt in Vlaanderen.[bron?]

De Zweedse Vikingen[bewerken]

De Zweedse Vikingen richtten hun aandacht aanvankelijk op de Baltische gebieden, maar later trokken zij steeds dieper Rusland in, waar ze belangrijke nederzettingen stichtten zoals Staraja Ladoga en Novgorod. Ze gebruikten de Russische rivieren als verkeersaders naar de Zwarte Zee en vervolgens het rijke Constantinopel (de hoofdstad van het Byzantijnse Rijk), en verder naar het Midden-Oosten. Zelfs de Kaspische Zee werd via de Wolga aangedaan door Vikingen die handelden met (of plunderden bij) de aanliggende volkeren.
De Zweedse Vikingen hebben tevens een cruciale rol gespeeld bij het ontstaan van Rusland. Aan het begin van de Vikingtijd bouwden ze de stad Kiev op tot een rijke welvarende handelsstad. Dit werd de hoofdstad van een groot land genaamd: Kiev Rusland. Kiev Rusland spreidde zich uit van de noordkust van de Zwarte Zee tot aan het koude Karelië in het noorden. Naast Kiev was ook Novgorod een voorname stad. De Vikingen waren de stichters van de Rurikdynastie die nog tot aan het begin van de Vroegmoderne Tijd aan de macht zou blijven. Door interne strijd tussen de kleine vorstendommen die ontstonden (Kiev Rusland had een systeem dat leek op het West-Europese feodalisme) scheurde het land uiteen in tientallen onafhankelijke vorstendommen als Novgorod, Pskov, Kiev, Vladimir-Soezdal, Wolhine en Galicië.

Mythe[bewerken]

Veel mensen denken aan helmen met hoorns als ze de term Viking horen. Dit is echter historisch niet correct. In de 19e eeuw vonden archeologen vaak holle hoorns naast helmen in graven van Vikingen. Lange tijd geloofde men dat de hoorns oorspronkelijk vastzaten aan de helm. Dit beeld verspreidde zich gedurende de 19e eeuw door de gehele wereld. Daarna bewezen archeologen dat de hoorns gewoon een functie hadden als drinkbeker en bijgevolg niets met de helm te maken hadden.

De iets latere Middeleeuwen[bewerken]

Tussen 1000 en 1100 werd Scandinavië bezocht door christelijke predikers. Daarmee werden ook de Vikingen geleidelijk bekeerd tot het christendom en verdween de 'plaag uit het Noorden'. Hun directe nakomelingen zijn de huidige IJslanders, Denen, Noren en Zweden. Ook een gedeelte van de bewoners van de door hen gekoloniseerde gebieden mag de Vikingen tot hun voorouders rekenen zoals diverse DNA onderzoeken onder de bevolking van Engeland, Schotland en Ierland heeft aangetoond[2].

Bronnen, noten en/of referenties

J.C. Besteman, Scandinavisch gewichtsgeld in Nederland in de Vikingperiode, in E.H.P. Cordfunke - H. Sarfatij (edd.), Van Solidus tot Euro: geld in Nederland in economisch-historisch en politiek perspectief, Hilversum, 2005, pp. 34-35.