Geschiedenis van het Nederlands

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Geschiedenis van Nederland

Tijdlijn - Bibliografie



Portaal  Portaalicoon  Nederland
Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis

Het Nederlands is een Indo-Europese Germaanse taal die vooral in Nederland, Vlaanderen en Suriname wordt gesproken. Het is nauw verwant met de (inmiddels door het officiële Duits sterk teruggedrongen) Nederduitse dialecten die nog wel ten noorden van de Benrather linie worden gesproken. Deze Nederduitse dialecten hebben met elkaar gemeen dat zij een aantal Oudgermaanse karakteristieken hebben kunnen behouden en als zodanig is het Nederlands als taal het levende fossiel van een groep zeer belangrijke dialecten, die gesproken werden door zowel de stichters van het Frankische Rijk (de Salische Franken) als door de Saksen uit dit gebied en die via het Angelsaksisch aan de basis stonden van het moderne Engels. Het Afrikaans stamt daarentegen af van een 17e-eeuwse variant van het moderne Nederlands.

Inhoud

Het begin, Oergermaans [bewerken]

Het Nederlands is een Indo-Europese taal, evenals de meeste andere Europese talen. Ook de door vele miljoenen mensen buiten Europa gesproken Indo-Iraanse talen zoals Perzisch, Sanskriet, Bengaals en Hindi behoren tot de Indo-Europese taalgroep. De enige niet-Indo-Europese talen in Europa zijn het Baskisch, Estisch, Laps, Fins en Hongaars.

In het derde millennium voor Christus kwamen de sprekers van het Indo-Europees aan in de Nederlanden, Scandinavië en Noord-Duitsland. Hier ontstond het Germaans. Onder de Germaanse talen horen naast het Nederlands (en het Afrikaans) ook het Engels, Duits, Fries en de Scandinavische talen.

Ondertussen weken de klanken tussen het Germaans en het Indo-Europees steeds meer af. De p werd een f (pater → father; piscis → fish). De b en de d veranderden respectievelijk in een p en een t (labium → lip; duo → twee). Ook de klemtonen op woorden werd anders.

Het Engels, het Duits, het Nederlands en andere Germaanse talen zijn dus voortgekomen uit één taal, net zoals dat Frans, Spaans en Portugees uit het Latijn zijn voortgekomen. Deze gemeenschappelijke taal (een soort Oergermaans) is echter niet bekend. Later ontstond er een vertakking, er kwam een Noord-Germaanse tak (Scandinavië) en een West-Germaanse tak.

Van Germaans tot Nederlands [bewerken]

Verspreiding van Oudnederlands.

Het West-Germaans splitste zich in drie groepen: het Noordzeegermaans (voorloper van het Engels en Nederlands), het Rijn-Wesergermaans en het Elbegermaans. Hierin ontstonden daarna weer kleinere dialectgroepen, zowel door stamverschillen als door opeenvolgende klankverschuivingen. Er bleef echter een zogenaamd dialectcontinuüm bestaan: vanaf het gebied van het huidige Noord-Frankrijk tot in Oost-Duitsland liepen de West-Germaanse dialecten in elkaar over, iets wat ze in zekere zin nog steeds doen. De meeste moderne afstammelingen van die dialecten gebruiken tegenwoordig het Duits als standaardtaal. De westelijke tak van het Oudnederfrankisch zou zich echter veel later door een historisch toeval tot een aparte standaardtaal ontwikkelen: het Nederlands. Daarom wordt die tak tegenwoordig het Oudnederlands genoemd, een begrip dat in de Vroege Middeleeuwen nog niet bestond, een periode waarin overigens nog geen zinnig onderscheid tussen "Nederlandse" en "Duitse" dialecten kon worden gemaakt.

De verschillen en overeenkomsten tussen de drie grote moderne West-Germaanse standaardtalen: het Engels, het Nederlands en het Duits, hebben hun oorsprong in deze vroege ontstaansgeschiedenis. Bij het Engels en Nederlands, voortkomend uit het Noordzeegermaans, beginnen persoonlijke voornaamwoorden met een "h" (him, he, her; hij, hem, haar, hun, hen) maar in het Duits, voornamelijk gebaseerd op zuidelijker dialecten, niet (er, ihn, ihr, ihnen). Een belangrijke gelijkenis tussen Engels en Nederlands wordt veroorzaakt door een van de meest ingrijpende taalveranderingen in het West-Germaans: de Tweede Germaanse klankverschuiving. Rond het jaar 400 begon zich vanuit het zuiden, vanaf de Alpen, een verschuiving in de medeklinkers voor te doen die langzaam in verschillende mate naar het noorden toe doorwerkte. Tegen de negende eeuw stokte deze beweging echter. De zuidelijke dialecten die erdoor volledig werden beïnvloed worden met het begrip Hoogduits aangeduid; de noordelijke dialecten die er niet aan deelnamen, heten Nederduits. Er tussen ligt een zone met gedeeltelijke veranderingen die het Middelduits wordt genoemd. Het Oudnederfrankisch was, zoals de naam al aangeeft, een Nederduits dialect en het eruit voortkomende Nederlands heeft daarom bepaalde kenmerken gemeen met het Engels, terwijl de grotendeels uit Middelduitse en Hoogduitse dialecten voortkomende Duitse standaardtaal afwijkt. Een bekend voorbeeld is de "p" in het Engelse apple en Nederlandse appel die in het Duits een Apfel geworden is. Ondanks deze overeenkomsten is het Engels door een autonome ontwikkeling onder invloed van Deense kolonisatie steeds sterker van de continentale West-Germaanse dialecten gaan afwijken, hoewel het Nederlands nog steeds in een bepaald opzicht als brug tussen het Engels en Duits fungeert: bijvoorbeeld het moderne overwegen van de meervoudsvormen met een "-s" in het Engels, wordt weerspiegeld door overeenkomende Nederlandse vormen naast meervoudsvormen op "-en" zoals in het Duits.

Anders dan bij het geheel van Middelduitse en Hoogduitse dialecten kwam er voor het Nederduits nooit echt een gemeenschappelijke standaardtaal tot stand. De Nederfrankische dialecten in het westen zouden hun eigen weg gaan, een Nederlandse standaardtaal ontwikkelen en zo Nederlandse dialecten worden. Meer naar het oosten zou het merendeel van de Nedersaksische dialecten uiteindelijk het Hoogduits, "Duits", als standaardtaal gaan gebruiken en tegenwoordig met uitsluiting van de Nederlandse dialecten als "Nederduits" worden aangeduid. Dit alles kwam niet voort uit een nauwere verwantschap van het Nedersaksisch met het Hoogduits dan met het Nederfrankisch maar was een gevolg van politieke, economische en religieuze ontwikkelingen op het eind van de middeleeuwen en in de vroegmoderne tijd.

Van Diets naar Nederlands [bewerken]

Wat nu het Nederlands genoemd wordt, is lange tijd gelijkgesteld met Diets of Duits, wat eigenlijk gewoon "volkstaal" betekende. Het Engelse woord Dutch is daarvan nog een getuige. In de vroege middeleeuwen benoemden de mensen hun (Germaanse of Dietse) taal ook vaak naar hun verschillende stammen: Angelen (Engels), Saksen (Saksisch), Friezen (Fries), Franken (Frankisch), enz. Een eerste maal dat het Nederfrankisch als Nederlands benoemd werd, deed zich voor in Antwerpen, met name in een in 1514 gedrukte "Pronosticatie van den jare 1514 uten overlantschen ghetrocken in den nederlantschen" (uit het Overlands -wat voor Hoogduits staat- omgezet in het Nederlands). In 1550 is het woord Nederlands al gemeengoed in het Zuiden, getuige daarvan het boekje van de Gentenaar Joas Lambrecht "Nederlandsche Spellijnghe". In dezelfde periode waren ook al de provinciale varianten als Vlaams of Hollands gangbaar, soms ook als benaming van het geheel. Door de expansie van de Republiek geraakte de taal op veel plaatsen in de wereld gekend als Hollands. Tot in de 19e eeuw bleef ook de benaming Neder-Duitsch gangbaar. Het Nederlands was dus een taal met vele namen.

Oudste Nederlands [bewerken]

1rightarrow.png Zie Hebban olla vogala voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Een van de oudste "Nederlandse" teksten dateert uit ongeveer 1100.

Hebban olla vogala nestas hagunnan
hinase hi(c) (e)nda thu
uu(at) unbida(n) (uu)e nu

De Latijnse vertaling schreef hij erboven, voor de andere kloosterlingen.

abent omnes volucres nidos inceptos
nisi ego et tu
quid expectamus nu(nc)

Hedendaags Nederlands:

Alle vogels zijn met hun nesten begonnen
Behalve jij en ik
Waar wachten we nog op
Facsimile-weergave van het Hebban olla vogala fragment.

Het oudste dateerbare fragment in het Nederlands is een lijntje tekst uit 1130 dat gevonden werd in een evangeliarium van de abdij van Munsterbilzen, daterend van de 9de eeuw.[1][2] Dit evangeliarium wordt thans bewaard in de bibliotheek der Bollandisten te Brussel onder nr. 299. Het lijntje luidt:

Tesi Samanunga vvas edele unde scona

of in het hedendaags Nederlands:

Deze (klooster-)gemeenschap was edel en schoon

Het Oudnederlands kende nog veel overeenkomende woorden en klinkers met het Oudengels en het Oudsaksisch. Langzaam veranderde dit ook. Een exacte taalgrens was onmogelijk te trekken omdat de dialecten uit Noord-Duitsland en de Nederlanden veel op elkaar leken. Het overgrote deel van de veranderingen die het Nederlands de laatste duizend jaar of meer heeft meegemaakt, is in feite rechtstreeks of indirect het gevolg van deflexie[3], waarbij uitgangen van woorden voor naamvallen en werkwoordsvervoegingen afsleten.

De taalgrens [bewerken]

De taalgrens tussen het Germaans en het Romaans in de Nederlanden bestaat sinds de Franken vanaf de 3e eeuw geleidelijk het Noorden van het Gallo-Romeinse Belgica innamen.

De taalgrens in de 7e eeuw en de huidige taalgrens.

De Franken zakten af naar het zuidwesten, langs de Schelde en de Leie. Daarbij lieten ze de Romeinse vesting Doornik aanvankelijk links liggen, dat daardoor Romaans bleef. In 406 maakte de Frankische koning Doornik wel tot zijn hoofdstad en in 486 werd dat Parijs. Het Nederfrankisch (Oudnederlands) was de omgangstaal aan het Doornikse hof en zelfs ook nog enkele eeuwen aan het Parijse hof, maar de volkstaal bleef er Romaans. De taalgrens in België zal in de komende 16 eeuwen niet meer heel veel verschuiven. In Frankrijk gebeurt dat echter wel. In de 7e en 8e eeuw waren Picardië, Artesië en Frans-Vlaanderen te rekenen tot het "Nederlandstalig" gebied. Rijsel, Sint-Omaars en het Frans-Vlaamse binnenland waren Frankisch; aan de kust bij Calais en Boulogne-sur-Mer waren er ook Saksische nederzettingen. In de komende eeuwen zal de grens naar het noorden schuiven maar nog steeds wordt er in de Franse Westhoek een Nederlands dialect gesproken.

Ook in Brussel zou na het ontstaan van België het Nederlands door een massale verfransing dramatisch veld verliezen aan het Frans.

Middelnederlands [bewerken]

Uit het Oudnederlands ontstond het Middelnederlands, toen meestal Diets genoemd. De Limburgse dichter Hendrik van Veldeke beschreef het leven van Servaas van Maastricht, hij was de vader van de Nederlandse en Duitse poëzie. Hij beschreef de Servaeslegende:

Alle die hoem spreken hoerden
Vernamen allet dat hij sprack
Wannen dat der menssche weer
Of van welkerhande tonghe,
Beide oude ende ionghe,
Dutsche, Walsche off Latijn,
Sij vernamen alle die reden sijn
In Ebreuschen, in Dietschen,
In Walschen ende in Vriesschen
Allen die hem hoorden spreken
Begrepen alles wat hij zei
Waar iemand ook vandaan kwam
En welke taal hij ook sprak
Zowel oud als jong,
Duits, Waals of Latijn
Zij verstonden allemaal zijn woorden
In Hebreeuws, in Diets
In Waals en in Fries

Van Veldeke was zeker niet de enige dichter in de 12e eeuw.

Er werden ook ambtelijke teksten geschreven: In Gent werden rechten en plichten van de zieken vastgesteld in statuten, waar onder andere werd bijgehouden hoeveel er betaald moest worden. Er staat ook dat het volk driemaal per jaar moet voorgelezen worden uit dit statuut, ook de nieuwkomers die geen Diets (Nederlands) spraken.

Desen brief es sculdech in Diedsch telesene decaplelán van den hus of sin vicaris in de comste ens nieus broders ove suster, béde gandes ende siecs. Ende danne mot hebben delesere enen stop wins van den gonen in wies comste hine leset in Diedsch.
Deze brief dient in het Diets te worden voorgelezen door de huiskapelaan of zijn plaatsvervanger bij de komst van een nieuwe broeder en zuster, zowel een gezonde als een zieke. Bij die gelegenheid hoort de lezer twee liter wijn te krijgen van degene bij wiens komst hij dit in het Diets voorleest.

De meeste "documenten" waren echter in het Latijn en later in het Frans geschreven. Later begonnen de gewesten de volkstaal te gebruiken. Dit gebeurde als eerst in Vlaanderen in Ieper, Boekhoute en Brugge en later werd in heel Vlaanderen het Diets gebruikt. Na Vlaanderen volgden Holland en Zeeland in 1254. Brabant volgde als derde in 1266. Later volgden de andere gewesten. Er was echter geen algemene schrijftaal, de mensen schrijven zoals ze spraken waardoor er regionale verschillen waren en veel woorden aan elkaar werden geschreven.

Nieuwnederlands in de Spaanse tijd [bewerken]

De Unies van Utrecht en Atrecht en de taalgrens.

Het Nieuwnederlands ontstaat uit het Middelnederlands. De Spaanse overheersers keken met minachting neer op het Nederlandse volk en hun taal. Door de Tachtigjarige Oorlog vluchtten vele Zuid-Nederlanders naar de Noordelijke Nederlanden, vooral naar Holland, waar de Nederlandse standaardtaal zal ontstaan. Het Nederlands werd steeds belangrijker met de onafhankelijkheid van Nederland. Veel Latijnse boeken en diensten werden vervangen door Nederlandse en er kwamen steeds meer Nederlandse (wetenschappelijke) boeken. Het Nederlands zou kort daarna ook een grote rol gaan spelen buiten Europa met ontdekkingsreizen en kolonisatie.

Nieuwnederlands in de Gouden Eeuw [bewerken]

Zowel Nederland als de Nederlandse taal werden erg belangrijk gedurende de Gouden Eeuw. Amsterdam werd een van de grootste steden en was de "Stapelmarkt van Europa": De belangrijkste en rijkste stad ter wereld waar van over de hele wereld handelaars naar toe kwamen. Nederland kreeg een goede reputatie over de hele wereld en werd het rijkste land door de handel. Hoewel Nederlandse literatuur niet zo heeft bijgedragen aan een goede reputatie (in tegenstelling tot beeldende kunst en wetenschap) behoren Huygens, Bredero, Hooft en Vondel toch tot het beste wat in het Nederlands is geschreven.

Er kwam steeds meer eenheid in de Nederlandse taal. En er werd ook gestreefd naar zowel een algemene schrijftaal als een algemene spreektaal die daarop is gebaseerd. Petrus Francius betoogde dat de Hollanders hun eigen taal zo slecht beheersten, dat hij in 1699 een uitvoerige voorrede bij een vertaling van een Griekse leerrede schreef[4], waarin stond:

Alle menschen kunnen geen Redenaars zijn, maar alle menschen kunnen, en behooren, goed "Duitsch"* te spreeken, die inboorlingen deezer landen zijn. In den gemeenen ommegang kan men hier niet altoos op letten, en het riekt eenigszins naar neuswijs-heidt; maar wat onachtzaamheidt is het, als men in 't openbaar óf schrijven óf spreeken wil, hier geen acht op te slaan? Is het niet fraey, een Hollander te zijn, en geen Hollandsch te kennen? (...) Aen doorluchtige voorgangers hapert het niet. In plaats van deezen te volgen, volgt ierder zijn hooft: Elk schikt het naar zijn begrip, elk heeft een taal op zijn handt, elk meent goed Hollandsch te spreeken; en ondertusschen spreekt men een taal, daar men zich over moet schammen, en die nergens minder, dan naar Hollandsch, gelijkt.
  • Duitsch = Nederlands (eerder genoemd als Diets, Dietsch, Diedsch en het Engelse Dutch, later Neder-Duytsch en Low Dutch genoemd)

Het Nederlands werd door de koloniale grootmacht naar alle windstreken gestuurd. Het Nederlands gaat hierbij ook een rol spelen in de koloniën en in de handel.

Stamreeks van het Nederlands [bewerken]

De evolutie van het moderne, hedendaagse Nederlands uit het Indogermaans kan als volgt in een doorgaande lijn (stamreeks) worden voorgesteld:

Evolutie Nederlandse taal.png

De schakel Nederduits hierin is louter typologisch bedoeld. Het Oudfrankisch was een van de constituerende, typologisch 'Oudnederduitse' talen, maar is geen dochtertaal van enige vorm van wat thans onder Duits wordt verstaan. Er heeft nooit zoiets als een *Oerduits bestaan, wel kan er een Oergermaans worden gereconstrueerd. De Oudnederduitse taalfamilie omvatte het Oudengels, het Oudfries, het Oudfrankisch en het Oudsaksisch. Het moderne Nederduits, voortgekomen uit het Oudsaksisch, is een bestaande dialectengroep binnen de hedendaagse Duitse taalfamilie, terwijl de standaardtaal zelf is voortgekomen uit het Hoogduits. Het Standaardnederlands en het Standaardduits zijn beide cultuurtalen en zijn zustertalen van elkaar, gebaseerd op respectievelijk 'Oudnederduits' (in casu Oudnederfrankisch) en Oudhoogduits.

Nederlandse woordenboeken [bewerken]

Een fragment uit een Nederlands-Pools woordenboek
Titelpagina van de Woordenlijst van De Vries en Te Winkel (2e druk, 1872)

De eerste Nederlandse woordenboeken kwamen uit de 16e eeuw en waren vooral gericht op het Latijn en later op het Frans en af en toe op het Engels. In 1691 publiceerde W. Séwel A New Dictionary English and Dutch - Nieuw Woordenboek der Nederduytsche en Engelsche Taale, dit woordenboek was zowel voor Nederlandstaligen als Engelstaligen bedoeld. Een Nederlands woordenboek bestond echter niet. De eerste poging werd gedaan door de predikant Petrus Weiland, hij maakt een elfdelig Nederduitsch Taalkundig Woordenboek, dit was echter onvolledig en zeer gebrekkig en werd dus niet goedgekeurd. De Franse koning van Nederland, Lodewijk Napoleon die een liefde had voor het Nederlands van zijn onderdanen vond dat er een Nederlands woordenboek zou moeten komen. Lodewijk Napoleon was erg geliefd in Koninkrijk Holland en was bekend om zijn uitspraak "Iek ben Konijn van Olland".

Het plan voor een Nederlands woordenboek was dus al een groot plan. Na de Franse overheersing werd er nog maar weinig van Diets, Duyts of Nederduits gesproken. De naam van taal was steeds meer gewoon Nederlands. In 1849 kwamen Nederlandse en Vlaamse geleerden bijeen in het eerste Taal- en Letterkundige Congres in Gent. Dit was de eerste keer na de omwenteling van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden dat de Nederlandstaligen uit beide landen bijeen kwamen. De Vlamingen zochten steun bij de Nederlanders omdat er in België eigenlijk geen ruimte was voor een Nederlandse taal. In 1851 werd er een ontwerp van het woordenboek gepresenteerd, De Vries en Te Winkel die gesteund werden door minister Thorbecke met 500 gulden subsidie per jaar ontwierpen de spelling van de Nederlandse taal. Die als eerste in België werd aangenomen. Het eerste deel van het Woordenboek der Nederlandsche Taal (A-Ajuin) kwam uit in 1882.

O, luid weerklink de lofbazuin!
Het Woordenboek kwam tot ajuin
In dertig jaren al; dat heet
Zijn tijd voorzeker welbesteed
't Duurt nu geen dertig jaar gewis
Eer 't tot azijn genaderd is;
Stel voor elk verdre letter maar
Tweederde van die dertig jaar,
Dan staat al na een eeuw of vier
't Geheel gedrukt reeds op papier!

Van Dale is de beroemde opvolger van Te Winkel en De Vries. Van Dale is vooral bekend als uitgever van het Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal, beter bekend als de Dikke Van Dale. Andere uitgaven zijn een woordenboek Hedendaags Nederlands, vertaalwoordenboeken voor moderne vreemde talen, een idioomwoordenboek en een serie praktijkgidsen (waaronder het Stijlboek NRC Handelsblad uit 2000 en het Stijlboek VRT uit 2004). De Dunne Van Dale is het woordenboek op cd-rom.

Het Nederlandse woordenboek is het grootste woordenboek ter wereld en er wordt thans gewerkt aan een uitgebreid Nederlands woordenboek op internet.

Nederlandse spelling [bewerken]

1rightarrow.png Hoofdartikel: Geschiedenis van de Nederlandse spelling, Nederlandse spelling en Verbuiging van het zelfstandig naamwoord

De Nederlandse spelling is in Nederland, Vlaanderen en Suriname officieel geregeld. Het betreft, in gewijzigde vorm, de zogenoemde spelling De Vries en Te Winkel. Deze spelling, opgesteld in 1863, is in België ingevoerd in 1864 en in Nederland in 1883. Zij is vervolgens nog een aantal malen gewijzigd:

Schematisch overzicht van de verschillende spellingen in Nederland, België, Suriname en Zuid-Afrika
  • in 1946 (België)
  • in 1947 (Nederland)
  • in 1996 (Vlaanderen en Nederland) via de inmiddels opgerichte Nederlandse Taalunie
  • op 1 augustus 2006 (Vlaanderen en Nederland).

Hoewel de vastgelegde spelling in zowel Nederland als Vlaanderen alleen verplicht is voor overheid en onderwijs geven veel taalgebruikers er de voorkeur aan haar eveneens te volgen. De richtlijn die hierbij in de regel als uitgangspunt wordt genomen is de Woordenlijst Nederlandse taal, beter bekend als het Groene Boekje. Tot 1925 had Zuid-Afrika dezelfde spellingsregels als Nederland en België.

De taalstrijd in België [bewerken]

1rightarrow.png Zie Taalstrijd in België voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Hoewel het Nederlands de meest gesproken taal van België is, werd de eerste Nederlandstalige rede in het Belgische parlement pas gevoerd in 1869 onder luid gelach en gejoel van de Franstaligen. Toen de Zuidelijke Nederlanden onder het Spaanse, Franse en Oostenrijkse gezag stonden, moest men Frans kennen om hogerop te komen. De taal van de Europese adel, en dus ook in Vlaanderen was (en is soms nog) Frans. Het sociale leven van de elite in Vlaanderen was dus Frans. In 1813 werd er een nieuw land tussen Pruisen en Frankrijk gevormd, het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (België, Nederland en Luxemburg). Koning Willem I voerde een sterk Nederlands taalbeleid. De Vlaamse universiteiten werden verplicht volledig Nederlandstalig. En het Nederlands zou dé taal worden van het koninkrijk. Dit taalbewind is echter mislukt door de drietaligheid, Nederlands, Frans en Duits (eigenlijk viertalig als Luxemburgs wordt meegerekend) en godsdienstige verschillen.

Hedendaagse taalstrijd in de Voerstreek

In 1839 werd België officieel onafhankelijk en de Belgische Franstalige elite (de Belgische adel en rijke burgerij van het economisch dominante Wallonië maar ook de Vlaamse bourgeoisie) bevoordeelden onmiddellijk weer het Frans. In Brussel zou dit leiden tot een massale verfransing van de stad. Het Nederlands zou nog lange tijd een tweederangstaal zijn en op sommige vlakken is dit nog steeds het geval, hoewel Wallonië thans economisch gezien erg afhankelijk is van Vlaanderen. Het Nederlands werd gelijkgesteld aan het Frans in 1898 op aandringen van de Vlaamse Beweging.

Historische spreiding van het Nederlands buiten Nederland en België [bewerken]

1rightarrow.png Zie ook Nederlands taalgebied

Aruba, Curaçao en Sint Maarten [bewerken]

Toen de Nederlanders in 1634 Curaçao op de Spanjaarden veroverden, bestond er geen uitgebreid onderwijssysteem op de ABC-eilanden. De West-Indische Compagnie zag het echter als haar plicht om goed onderwijs te verzorgen en stuurde dus een Nederlandse schoolmeester naar Curaçao. Deze docent verzorgde lessen in het lezen, schrijven, rekenen en de Nederduitse taal. Terwijl op de plantages en de zoutmijnen het Papiaments verrees als een echte taal, verzette een klein deel van de bewoners (voornamelijk Nederlandse protestante kolonisten) zich tegen het gebruik van deze ongewenste (voor hun onverstaanbare) taal. Het Nederlands is thans de officiële taal van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en vrijwel iedereen spreekt het, maar op de Benedenwindse eilanden is Papiaments en op de bovenwindse Engels de meest gesproken taal.

Een fragment van Curaçao over de kennis van talen.

Niet alleen de Negers, Mulatten en andere kleurlingen spreken dit jargon, maar ook de blanken, vooral de Creolen, wier kinderen, door Negerinnen gezoogd, door dezelfde eerste indrukselen ontvangende, niets dan Creoolsch of Papiament spreken, en dan naderhand het Hollandsch of Nederduitsch doorgaans gebrekkig en onvolkomen leeren, hetzelve nog gebrekkiger lezende en schrijvende. Deze kwade gewoonte, vooral onder de schoone kunne is zoo ingeworteld, dat daaraan geen verbeteren schijnt te zijn. In verscheiden huisgezinnen, is het Nederduitsch zoo bekend als het Arabisch; en echter rekenen zij zich van Nederlandsche afkomst. Van daar dan ook de verbazende moeite voor den onderwijzer, om zijne leerlingen met de Hollandsche taal gemeenzaam te maken, daar zij Nederduitsch Papiament met moeite sprekende, telkens de geslachten verwarren, het toekomende, tegenwoordige en voorledene dooreen haspelen, en alzoo dikwijls onverstaanbaar worden.

Het onderwijsstelsel was aan het begin van de negentiende eeuw behoorlijk uitgebreid en er werd op sommige scholen les in het Papiaments gegeven, aangezien de bevolking van de plattelandsgebieden uitsluitend het Papiaments beheerste. Vooral de recent uit Nederland aangekomen kolonisten verzetten zich hier fel tegen. Op aandringen van deze bewoners werd in 1838 besloten dat Papiaments geen instructietaal mocht zijn. Het was echter niet zo dat hierdoor Nederlands de enige instructietaal in het onderwijs werd. Tijdens de 18de en 19de eeuw waren Spaans en Frans namelijk zeer belangrijke talen voor de koloniale elites, die zich voor het merendeel niet van de Nederlandse taal bedienden. Aangezien er sprake was van een voortdurende latiniseringsproces (Hoetink, 1987), ging zelfs de koloniale elite van Nederlands-Protestantse afkomst zich op den duur beter bedienen in het Spaans dan in het Nederlands. Pas na de komst van de Koninklijke Shell kreeg Nederlands de status als dominante instructietaal in het onderwijs. Het Nederlands is nu de taal van het onderwijs, vooral van het middelbaar onderwijs en de hogere scholen. Op sommige basisscholen wordt lesgegeven in het Papiaments en Engels. Wat een beetje tegen werd gewerkt want wie hogerop wil komen, moet goed Nederlands beheersen.

Nederlands-Indië (en Indonesië) [bewerken]

Nederlands wereldwijd
Vlag van België Vlag van Nederland Vlag van Suriname Vlag van Aruba Vlag van Curaçao Vlag van Sint Maarten
Dutchspeakersworldwide.png

Nederlands:

Nederlandse creoolse talen:

Portaal  Portaalicoon  Nederlands
1rightarrow.png Zie Nederlands in Indonesië voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het Nederlands is eeuwenlang een officiële taal geweest in de Indische Archipel, toen die, of delen ervan, door de Nederlanders werd gekoloniseerd. Het is sinds de overdracht van West Papoea/Nieuw-Guinea aan Indonesië in 1963 geen officiële taal meer.

Nederlands-Indië in 1893

Na de onafhankelijkheid van Indonesië bleven velen nog lang Nederlands spreken. Als je Nederlands spreekt, is dat in sommige streken nog steeds een bewijs van een goede opvoeding. Hoewel de Indonesiërs fel tegen de Nederlanders waren geworden na de oorlog, bleven velen het respect voor de Nederlandse taal houden. Ook Soekarno, de eerste president en uitroeper van de Republiek Indonesië, bleef Nederlands spreken en las jaarlijks veel Nederlandse boeken. Het Nederlands was nog niet uitgestorven in de regio.

Belgisch Congo [bewerken]

De Vlaams nationalistische droom in Afrika.

In Belgisch Congo heeft het Nederlands maar zwakke rollen gehad. Hoewel de Nederlandstaligen er wel in de meerderheid waren. Aan het eind van de koloniale periode werd het aantal Vlamingen geschat op 50 000 van de 80 000 Belgen. 70 % van de Belgische bevolking in Leopoldstad zou Vlaams zijn. Maar toch werd het Frans aangeleerd aan de Congolezen. De officiële taal van het tegenwoordige Democratische Republiek Congo is nog steeds Frans. De Vlamingen kenden enkele toneelscholen en andere activiteiten in de kolonie, er ontstond een Nederlandstalig tijdschrift daar, maar de kennis van het Nederlands onder de Congolezen werd niet groter. Vandaag de dag spreken enkele Congolezen een handje vol Nederlands, dat terwijl Congo tot 1960 Belgisch was. Veel Vlaamse nationalisten zagen een kans om met Congo en Zuid-Afrika een Groot-Diets (Nederlandstalig) Rijk op te bouwen dat een tegenwicht tegen Franstalig en Engelstalig Afrika zou zijn.

Suriname [bewerken]

1rightarrow.png Zie Nederlands in Suriname voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het Nederlands deed zijn intrede in Suriname in 1667 toen de Nederlanders Suriname veroverden op de Britten. Door de verschillende bevolkingsgroepen die in de loop der eeuwen naar Suriname zijn gekomen, worden er meer dan 20 verschillende talen gesproken. Daarvan is Nederlands het grootst en belangrijkst. Het Nederlands is na de onafhankelijkheid in 1975 de officiële taal gebleven. Tegenwoordig is het de moedertaal van meer dan 60 % van de bevolking en is het ook vaak gebruikt als lingua franca (omgangstaal tussen verschillende bevolkingsgroepen). Vroeger was dat vooral het Sranan, wat vrijwel iedereen ook machtig is. Het Surinaams Nederlands is een eigen vorm van het Nederlands en sinds 2003 is het land lid van de Nederlandse Taalunie.

Amerika [bewerken]

1rightarrow.png Zie Nederlands in de Verenigde Staten voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Nederlandse kolonie werd Nieuw-Nederland genoemd en de hoofdstad komt op Manhattan (thans het (zaken-)centrum van New York) en heette Nieuw-Amsterdam. De Nederlanders hadden een tekort aan mankracht, er woonde rond 1650 daar maar 7000 mensen. Dit waren echter niet alleen Nederlandstaligen maar ook veel Walen. Er leefden ook grote groepen Scandinaviërs, Engelsen, Fransen en Duitsers in Nieuw-Amsterdam. Er leefden ook Indianen in het gebied. De Nederlanders waren niet meer dan de grootste minderheid. Toch was de lingua franca het Nederlands. Veel indianen leerden een vereenvoudigd Nederlands om handel met de Nederlanders makkelijk te maken. In 1674 ging de kolonie definitief over in Engelse handen, maar veel namen van plaatsen zijn kenmerkend voor de Nederlandse overheersing.

In New York zelf, een vrijwel volledig Engelstalige stad geworden, werd het laatste Nederlands in de kerk pas vervangen in 1760, een eeuw na de overname. In de meeste gebieden ten noorden van de stad New York klonk het meest Nederlands. Het Nederlands bleef het langst staande in het noorden van New Jersey en in de omgeving van Albany. Nog steeds gebruikten de indianen een vereenvoudigd-Nederlands om contacten te handhaven met de oude kolonisten. Het bleek dat de Paugussett-Indianen nog Nederlands kenden, aldus missionarissen die hen bezochten. Contacttalen waren het Mohawk Nederlands en het Jersey Nederlands, te vergelijken met de Nederlandse dialecten in Guyana en op de Maagdeneilanden.

Na 1850 kwamen er veel Nederlandse (en ook Vlaamse) immigranten naar de Nieuwe Wereld om daar hun heil te zoeken. Ze stichtten daar hun eigen dorpen, kerken, scholen en bedrijven. Op het Calvin College in Grand Rapids was Nederlands een verplicht vak, dit tot de jaren zestig van de twintigste eeuw. Nog steeds is Nederlands hier een belangrijk vak. De laatste grote groep Nederlanders die naar Amerika kwam, ging daarheen na de Tweede Wereldoorlog. Het Nederlands wordt vandaag de dag, hoewel er veel Amerikanen van Nederlandse afkomst zijn, niet zoveel meer gesproken. Men schat op een aantal tussen de 20.000 en 50.000.
In Pella wordt het Pella Nederlands (Pella Dutch) gesproken. Dit dialect is afgeleid van het Zuid-Gelders (of Kleefs), een Nederlands dialect dat gesproken wordt in Oost-Gelderland, Noord-Limburg en in Duitsland (in de regio Kleef, Wuppertal).

Anderen [bewerken]

In Canada wonen zo'n 900.000 mensen van Nederlandse afkomst. Bijna allemaal zijn immigranten (en hun kinderen) die na de Tweede Wereldoorlog naar Canada zijn vertrokken. Ongeveer 128.670 mensen spreken het Nederlands als moedertaal daar. Er bestaan in Canada veel Nederlands-Canadese clubs en Nederlandstalige radioprogramma's. Ook leven er voornamelijk in Vancouver en Toronto veel Afrikaners.

Ook in Nieuw-Zeeland leven mensen van Nederlandse afkomst die na de Tweede Wereldoorlog naar het land zijn vertrokken. Na een onderzoek bleek dat 0,7 % van de Nieuw-Zeelandse bevolking het Nederlands als moedertaal sprak, wat overeen komt met een aantal van ongeveer 29.000 mensen. Er leven ook veel Afrikaanstaligen in Nieuw-Zeeland.

Australië had ook te maken grote Nederlandse immigratie, vooral in de grote steden vormen Nederlanders een hechte groep en er verschijnt nog steeds een Nederlandse krant daar. Er leven ook veel Afrikaners in Australië.

Japan [bewerken]

Nederlanders spelen biljard.

Het Nederlands heeft in Japan best een belangrijke rol gespeeld. Vandaag de dag zijn er ook veel Nederlandse leenwoorden in het Japans te vinden. Het begon in 1609 toen de Nederlanders zich vestigden op Hirado. In 1641 moesten de Nederlanders uit Hirado vertrekken, omdat Japan eigenlijk niets met de opdringerige Europeanen te maken wou hebben. Het gaf daarom aan alle buitenlanders het bevel hun eigen huizen in brand te steken. De Nederlanders deden dat -als enigen- zonder morren en wachtten vriendelijk bij de rokende puinhoop van hun onderkomen met de vraag hoe ze nu de naderende winter door moesten komen. Daarom waren zij de enigen die mochten blijven. Ook een rol speelde dat de Nederlanders zonder morren meehielpen in de strijd van de shogun tegen de Japanse christenen. Wel golden er strikte beperkingen: De Nederlanders moesten op Dejima gaan wonen, en hun contacten met de Japanners werden tot het noodzakelijke beperkt.

Nederlanders spelen badminton.

Dejima (ook als Deshima, Desjima, of Decima; op oude prenten wordt gesproken over 't eylant Schisma'. Dejima is de modern Japanse uitspraak) was het enige puntje "buitenwereld" voor de Japanse keizer. Op het eilandje (nu in het centrum van Nagasaki) mochten zo'n 20 Nederlanders wonen en 200 dwarskijkers, mensen die de gevaarlijke barbaren in de gaten moesten houden. De Nederlanders waren de enige

Hendrik Doeff en een Balinese knecht in Japan.

mensen met wie Japan handel deed, andere Europeanen waren verboden. Het eiland werd regelmatig bezocht door geisha's die de Nederlanders het 'kezen' leerden. Nu nog staan de Nederlanders in Nagasaki vooral om hun bedverrichtingen bekend.

Er geraakten via de Nederlanders veel boeken en dergelijke materialen zoals lancetten, globes, telescopen, kwadranten, kaarten etc. in Japan. De boeken waren vooral gericht op medicijnen, astronomie, natuurwetenschappen, aardrijkskunde, krijgskunde, woordenboeken en scheepsbouw. Door het Nederlandse monopolie in Japan kwamen westerse wetenschap en technologie in het land terecht. De Japanners bedreven hierdoor Rangaku, 'Nederlandkunde', en de vertaalde boeken vonden gretig aftrek in Japan. De Nederlanders introduceerden in Japan onder andere koffie, verf voor schepen, chocolade, badminton, biljard, piano's en bier. In 1853 kwamen er Amerikaanse oorlogsschepen de Baai van Nagasaki binnen en eisten dat Japan zich open zou stellen voor handel. In 1859 ging Dejima over in Japanse handen.

Nagasaki en Deshima.

Veel Japanners leerden Nederlands om met de Nederlanders te handelen en om zich wetenschap en andere kennis eigen te maken. Japanse wetenschappers van toen probeerden Nederlandstalige boeken te vertalen. Daarvoor was het nodig dat ze Nederlands leerden. Tot 1870 bleef Nederlands de officiële taal voor het onderhouden van contacten met het buitenland. De onderhandelingen met de Amerikaanse gezagvoerder M. Perry over de openstelling van Japan werden in het Nederlands gevoerd. Ook moet je in Japan nog steeds Nederlands leren als je iets wilt weten over de geschiedenis van Japan en de hofreizen, want de Nederlanders waren altijd gewend om alles op te schrijven en redelijk goed te bewaren in allerlei archieven. Ook vanuit Deshima zijn dus heel veel verslagen via Batavia in de Nederlandse archieven beland, waar ze nu door Japanners worden geraadpleegd.

De aanwezigheid van de Nederlanders is ook een onderdeel van de plaatselijke folklore geworden en de geschiedenis van de Nederlanders in japan is nog erg levend ginder. In straatfestivals worden afbeeldingen van de Nederlandse schepen, compleet met rood-wit-blauw, rond gezeuld. Er is ook een amusementspark, Huis ten Bosch, met Nederland als onderwerp. Naar aanleiding van de herdenking van 400 jaar betrekkingen tussen Nederland en Japan is er een project van start gegaan om het eiland weer geheel in zijn oude staat te herstellen. Het was al lang geen apart eilandje meer en van de gebouwen was niets meer over.

Sri Lanka [bewerken]

Toen de VOC het toenmalige Ceylon op de Portugezen veroverde, bleven veel Portugezen op het eiland wonen. Later werd Sri Lanka door de Britten veroverd. In 1800 waren er 800 Nederlanders en 5000 Portugezen. Zij rekende zich zelf bij de Burghers. De Burghers is een (thans gemengde) bevolkingsgroep in Sri Lanka die een lange tijd Portugees en een beetje Nederlands spreken. Voor de rest was het alleen de kerken en de overheid die Nederlands spraken. Er zijn verschillende Nederlandse woorden in het Singalees terechtgekomen. Veel Burghers zijn naar Australië en de Nederlandse kolonie Malakka verhuisd. Veel van hen hebben Nederlandse achternamen, maar spreken geen Nederlands meer.

Malakka [bewerken]

Verschillende Burghers van Nederlandse afkomst gingen na de Britse overname van de Nederlandse kolonie Ceylon naar de Nederlandse kolonie Malakka. Het Nederlands is tussen hen vrijwel helemaal uitgestorven hoewel ze wel trots zijn op hun Nederlandse komaf. Er bestaan bijvoorbeeld een club voor in Maleisië.

Duitsland [bewerken]

Vroegere Nederlandstalige gebieden in Duitsland (17e - 19e eeuw).
1rightarrow.png Zie Nederlands in Duitsland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In het westen van Duitsland, dichtbij de grens werd in sommige gebieden het Nederlands gebruikt. Heel langzaam werd het Nederlands als standaardtaal verdrongen. In 1830 gebruikte tachtig procent van de kerken en twintig procent van de scholen in het gewest Kleef nog Nederlands. Men sprak toen nog van "Pruisisch Vlaanderen". Het Nederlands was toen al wel in het bestuur en de rechtspraak vervangen door het Hoogduits. In het gebied rondom Kleef heeft de taal het het langst uitgehouden, totdat het zich rond 1900 economisch op het Ruhrgebied ging richten. Lange tijd zou het onder Nederlandse taalkundigen gebruikelijk blijven de Nederrijn als deel van het Nederlandse taalgebied te zien. Er liggen verschillende dorpen en steden met Nederlands aandoende, want Nederfrankische, namen. Veel plaatsen hebben zowel een Nederlandse als Duitse naam.

Frankrijk [bewerken]

1rightarrow.png Zie Nederlands in Frankrijk voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Taalverhoudingen in de Franse Westhoek in 1874 en 1972

In de 7e en 8e eeuw lag de Nederlands-Franse taalgrens ten zuiden van Picardië, Artesië en Frans-Vlaanderen. Deze gebieden waren Nederlandstalig, steden zoals Rijsel en het huidige Kales waren Germaans. In de komende eeuwen zou de grens een stuk naar het noorden schuiven ten voordele van het Romaanse Frans. Nog steeds wordt er in de Franse Westhoek een Nederlands dialect gesproken (zie afbeelding).

Nederlandse Creoolse talen [bewerken]

1rightarrow.png Zie Nederlandse creoolse talen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Omdat de Nederlanders de ganse wereld afvoeren om koloniën te stichtten en handel te drijven ontstonden er vereenvoudigde vormen van het Nederlands en een mengelmoes van Nederlandse dialecten (vooral het Zeeuws en Hollands) en inheemse talen. Deze worden creoolse talen genoemd. De Nederlandse creoolse talen zijn vrijwel allemaal uitgestorven maar het Afrikaans wordt soms echter ook als een (half)creool gezien. Is het geval dan zou het de grootste creoolse taal zijn ter wereld.

Nederlandse creoolse talen.

De Nederlandse creolen zijn:

(* = zo goed als uitgestorven)

Afrikaans [bewerken]

1rightarrow.png Zie Afrikaans voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het Afrikaans werd door de Unie van Zuid-Afrika, in 1925 erkend. En in 1961 werd het Nederlands voorgoed uit de grondwet geschrapt (Nederlands en Afrikaans werden beschouwd als synoniemen). Het Nederlands kwam aan in het Afrikaanse continent toen Jan van Riebeeck in 1652 een kolonie stichtte. Sindsdien begint de geschreven geschiedenis van Zuid-Afrika. De Kaapkolonie groeide snel en er kwamen vooral Nederlanders (en Belgen) in de kolonie wonen maar ook veel Duitsers en Fransen in opdracht van de VOC, zij waren echter verplicht Nederlands te spreken, ook hun namen werden vaak vernederlandst. Het Nederlands verouderde wel en werd ook beïnvloed door andere talen zoals het Maleis, door de Maleisiërs die ook door de Nederlanders naar Zuid-Afrika zijn gebracht. Sinds 1740 begint de spreektaal een eigen leven te beginnen. Maar de schrijftaal was nog gebaseerd op het Europese Nederlands, dit zal zo blijven tot 1925. Er was ondertussen dus een eigen vorm van Nederlands ontstaan het Kaaps Nederlands.

Toen de Kaapkolonie in Britse handen ging werd Engels de officiële taal. De Nederlanders (nu Boeren of Afrikaners genoemd) trokken weg steeds verder het binnenland in. Hier stichtten zij drie staten de Oranje Vrijstaat, de Transvaal en de Republiek Natalia waar Nederlands de officiële taal werd. Er ontstonden twee hevige oorlogen tegen de Britse kolonisten die de Boeren uiteindelijk zouden verliezen. De Boeren waren voor het behoud van hun taal en de tradities. In 1852 werd het Nederlands de officiële taal van de Zuid-Afrikaansche Republiek, de voorloper van het huidige Zuid-Afrika. Na 1902 tot 1960 was het Nederlands en het Engels samen de officiële talen van Zuid-Afrika. Tegenwoordig wordt de taal Afrikaans genoemd en heeft een eigen spelling en grammatica. Onderling kunnen Nederlanders, Vlamingen, en Afrikaners elkaar zonder veel moeite verstaan.

Het Genootschap van Rechte Afrikaners werd in 1875 opgericht en zorgde voor het oprichten van het Afrikaans als cultuurtaal en later officiële taal van Zuid-Afrika. Door het bezetten van Zuidwest-Afrika (thans Namibië) door de Zuid-Afrikaners is Afrikaans nu de grootste en meest gebruikte taal in het land. Tot 1990 had zij daar ook een officiële status samen met het Duits en Engels (ook van de kolonisators).

Leenwoorden in het Nederlands [bewerken]

Het Nederlands heeft (regionaal) ook verschillende woorden uit andere talen overgenomen. Algemene begrippen kwamen vooral uit de oude talen Latijn en Oudgrieks. Daarna heeft het Nederlands vooral woorden uit het Frans overgenomen, de zogenaamde Gallicismen. Regionaal worden er aan de taalgrens meer Franse woorden en uitdrukkingen gebruikt. Voor de Tweede Wereldoorlog kwamen er veel Germanismen het Nederlands binnensluipen. Vandaag de dag worden er vooral woorden uit het Engels (en Amerikaans-Engels) overgenomen, vaak op technologisch vak. Verschillende woorden zijn sterk vernederlandst waardoor de oorsprong uit een andere taal bijna niet zichtbaar is.

Op Aruba, Bonaire en Curaçao worden er in de spreektaal vaak Papiamentse woorden doorheengegooid. In Suriname is dit het geval met het Sranan en soms andere moedertalen van Surinamers.

Het Afrikaans kent ook leenwoorden, zoals uit het Maleis, (creool-)Portugees en het Engels, in Namibië ook uit het Duits. Het Afrikaans is in spreektaal vaak bezaaid met Engelse woorden en uitdrukkingen.

Nederlandse invloeden op andere talen [bewerken]

In het Indonesisch zitten de meeste Nederlandse leenwoorden en uitdrukkingen. Dit komt door bijna 350 jaar Nederlandse overheersing. Verder zit er ook een aantal Nederlandse woorden in het Engels, twee talen van aartsrivalen in de 15e en 16e eeuw. Het Frans en het Russisch hebben vooral scheepstermen overgenomen uit het Nederlands. In het Belgisch Frans en het Waals zijn veel Nederlandse (vaak Vlaamse en Limburgse) elementen te vinden. Verder zijn regionale talen van de inheemse bevolking uit koloniën ook beïnvloed door het Nederlands, zoals het Singalees, het Tamil, Papiaments, Surinaamse talen en Zuid-Afrikaanse talen. Het Japans kent voor veel producten en leerwijzen die in Japan voor de 17e eeuw niet bekend waren Nederlandse benamingen. Vaak worden de woorden op een andere wijze uitgesproken, geschreven of zijn veranderd waardoor de Nederlandstalige oorsprong bijna niet is op te merken. Sommige Nederduitse dialecten hebben een duidelijke Nederlandse invloed ondergaan; zie Nederlandse invloed op het Nederduits.

Via het (Salische) Frankisch, de directe voorloper van het Nederlands dat gesproken werd door de Germanen die Frankrijk in de vroege middeleeuwen vanaf de lage landen bezetten, is de taalinvloed op het Frans diepgaand geweest.

Voetnoten [bewerken]

  1. Evangeliarum van de abdij van Munsterbilzen in Abdij van Munsterbilzen
  2. Heemkundig tijdschrift Tesi Samanunga
  3. J.M. van der Horst - Kroniek van de taalkunde 2002/2003 [1] "Het overgrote deel van de veranderingen die het Nederlands de laatste duizend jaar of meer heeft meegemaakt, is in feite rechtstreeks of indirect het gevolg van deze deflectie."
  4. De Nieuwe Taalgids. Jaargang 16. J.B. Wolters, Groningen / Den Haag 1922 [2]