Geslachtsorgaan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De geslachtsorganen zijn die organen van het lichaam die primair voor de voortplanting van de soort dienen. Ze zijn bepalend voor de vruchtbaarheid.

Typologie[bewerken]

Veel (zoog)dieren hebben zowel zichtbare geslachtsdelen (bij de mens: penis en scrotum bij de man; de vulva bij de vrouw) als onzichtbare interne geslachtsorganen zoals de vagina, eierstokken en de baarmoeder bij de vrouw, en de prostaat bij de man. De zichtbare geslachtsdelen worden bij mensen ook schaamdelen genoemd, omdat ze in vele culturen (zoals de westerse) vaak het voorwerp van gêne uitmaken.

Vogels, reptielen en amfibieën hebben een polyvalente cloaca. Het bepalen van het geslacht van een (jong) dier aan de hand van de geslachtsorganen heet seksen.

Ook seksuele planten hebben geslachtsorganen, zoals de mannelijke meeldraden en de vrouwelijke stamper.

Er zijn ook andere organismen die aan geslachtelijke voortplanting doen, met specifieke geslachtsorganen.

Pathologie[bewerken]

Ernstige problemen met de geslachtsorganen leiden tot onvruchtbaarheid.

Aandoeningen die via contact met de genitaliën worden doorgegeven noemt men geslachtsziekten, maar hebben niet altijd of enkel betrekking op de geslachtsorganen zelf (soms weinig meer dan ongemak) en/of de vruchtbaarheid, maar kunnen zelfs dodelijk zijn, zoals aids.

Zie ook[bewerken]