Getande klepschildpad
| Getande klepschildpad IUCN-status: Onzeker[1] (1996) |
|||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||
|
|||||||||||||||
| Soort | |||||||||||||||
| Kinixys erosa (Schweigger, 1812) |
|||||||||||||||
|
|||||||||||||||
De getande klepschildpad (Kinixys erosa) is een schildpad uit de familie landschildpadden (Testudinidae). Een andere naam is bosklepschildpad of stekelrandklepschildpad.
Inhoud |
[bewerken] Beschrijving
Deze schildpad heeft een opvallend uiterlijk; het schild is anderhalf keer zo lang als breed, heeft ongeveer 20 grote hoornplaten verdeeld over de rand van het schild die sterk op een verdord (bruin) blad lijken, terwijl de rughoornplaten juist vrij strakke vormen hebben. De kleur is chocoladebruin, soms tot groenbruin tot zwart en bij oudere dieren worden de hoekige rugplaten ronder en boller. De gemiddelde carapaxlengte is ongeveer 20 - 23 centimeter, oudere exemplaren kunnen een lengte van 30 centimeter of groter bereiken.
[bewerken] Verdediging
De getande klepschildpad dankt de naam aan een aantal scharnierende hoornplaten aan de achterzijde van het rugschild. Als de schildpad wordt aangevallen, klapt het rugschild omlaag en worden zo de achterpoten beschermd. Ook de wetenschappelijke naam is een beschrijving hiervan; kineo betekent bewegen en ixus betekent achterkant; kinixys is de samenvoeging hiervan. Ook veel doosschildpadden kennen dit scharnier-principe, maar deze klappen juist de buikplaten omhoog, en aan beide kanten. Overigens hebben de juvenielen nog geen scharnierende klep; deze groeit nog en wordt na ongeveer drie jaar 'werkzaam'.
[bewerken] Algemeen
De getande klepschildpad komt voor in grote delen van westelijk- centraal- en zuidelijk Afrika en houdt van allerlei biotopen, als het maar warm en zonnig is en een begroeide waterpartij waar hij in kan vluchten bij gevaar. De schildpad wordt aangetroffen langs rivieroevers, in moerassen en bosranden tot in het tropisch regenwoud. Het voedsel bestaat voor een groot deel uit bladeren van planten, fruit en paddenstoelen, maar ook kleine ongewervelden zoals slakken worden gegeten.
Bronnen, noten en/of referenties: