Geuzenopstand
De Geuzenopstand was een opstand tegen het Spaanse gezag, die duurde van 1 april tot en met 7 september 1572. Gedurende deze tijd veroverden de geuzen verschillende steden in de Habsburgse Nederlanden; de eerste en bekendste hiervan was Den Briel. In mei kregen de geuzen steun van Willem van Oranje en zijn bondgenoten, die Oranjes tweede invasie uitvoerden.
Halverwege de maand augustus begonnen de landvoogd Alva en zijn zoon Don Frederik deze steden te heroveren, wat eindigde met Don Frederiks veldtocht. Op 7 september was Oudenaarde de laatste stad die veroverd werd door de geuzen.
Inhoud |
[bewerken] Chronologie
- 1 april - Inname van Den Briel door Lumey - 1 april
- 6 april - Inname van Vlissingen door Jacob Blommaert
- Juni - Inname van Enkhuizen
- 23 juni - Inname van Dordrecht door Barthout Entens[1]
- 7 september - Inname van Oudenaarde door Jacob Blommaert
[bewerken] Gevolgen
De Geuzenopstand deed, veel meer nog dan Willem van Oranje's pogingen, de opstand eindelijk vaste voet aan de grond zetten. De Staatse partij had voor het eerst een territorium weten te veroveren, waarvan echter een groot deel weer verloren ging (Oranje's steden werden allemaal heroverd door de Spanjaarden). Door voornamelijk geografische factoren (de Grote rivieren, de Zeeuwse wateren, het drassige Hollandse landschap en de Zuiderzee) lukte het de Spanjaarden niet om alle Zeeuwse en Hollandse steden te heroveren. De andere gewesten in het Noorden, Oosten en Zuiden, die dergelijke natuurlijke barrières als in het westen niet hadden of niet konden benutten, werden allen hetzelfde jaar door Don Frederik en Alva weer heroverd. Zo bleven Holland en Zeeland tot november 1576 het enige gebied waar de opstand zich kon vestigen.