Gevangenis van Changi

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Geallieerde krijgsgevangenen worden bevrijd uit Changi

De gevangenis van Changi (Chinees: 樟宜监狱; Maleis: Penjara Changi; Tamil: சாங்கி சிறைச்சாலை) is een gevangenis te Changi, gelegen aan de oostkust van Singapore.

Beschrijving[bewerken]

De gevangenis van Changi werd in 1936 als een burgerlijke gevangenis gebouwd in opdracht van het Engelse gouvernement. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, na de val van Singapore in februari 1942, richtten de Japanners de gevangenis in als interneringskamp. Er werden omstreeks 3.000 burgers opgesloten, op een plaats waar maar plek was voor 600 gevangenen. De Japanners gebruikten de Britse Selarangbarakken, vlakbij de gevangenis gelegen, als een krijgsgevangenenkamp, waar omstreeks 50.000 geallieerde, meest Engelse en Australische manschappen werden opgesloten. Vanaf 1943 werden ook Nederlandse burgers vanuit Nederlands-Indië onder meer vanuit de gevangenis Banjoebiroe hier naar toe overgebracht.[1] Hoewel de krijgsgevangenen feitelijk hoogst zelden in de burgerlijke gevangenis werden vastgehouden werd de naam Changi in Nederland, Engeland, Australië en elders een synoniem voor een Japans krijgsgevangenenkamp.

Ongeveer 850 krijgsgevangenen stierven tijdens hun verblijf in Changi. Dit was een relatief laag aantal vergeleken met die van het aantal krijgsgevangenen dat elders overleed in Japanse krijgsgevangenschap (dit percentage liep op tot 27%).[2][3] De meeste krijgsgevangenen stierven echter onderweg van Changi naar andere werkkampen buiten Singapore, onder meer bij de dodenspoorlijn en tijdens de dodenmarsen van Sandakan. De geallieerde krijgsgevangenen, voor het merendeel Australiërs, bouwden in 1944 van eenvoudige, deels gevonden materialen, een kapel bij de gevangenis. De Engelse piloot Stanley Warren maakte een serie muurschilderingen. Een andere Britse krijgsgevangene, sergeant Harry Stodgen, fabriceerde het Christelijke kruis van oude artilleriematerialen. Na de oorlog werd de kapel afgebroken en verscheept naar Australië, waarna het kruis naar Engeland werd gezonden. De kapel werd in 1988 gereconstrueerd en staat nu bij het Royal Military College te Canberra. Gedurende de oorlog was de gevangenis te Changi een van de hoofdkwartieren van de Kempeitai, de Japanse geheime politie, die vele gevangenen van Changi tijdens de oorlog mishandelde of vermoordde omdat zij meende dat velen van hen spionnen waren. Na de oorlog deed de gevangenis korte tijd dienst als een gevangenis voor Japanse en andere soldaten, die werden verdacht van oorlogsmisdaden; zij werden toen bewaakt door Engelse soldaten.

In 2000 werd de gevangenis afgebroken en werd een nieuw complex gebouwd. De oude poorten werden vanuit een historisch besef door de Preservation of Monuments Board, in samenwerking met de Singapore Prison Service en de Urban Redevelopment Authority, bewaard en verplaatst naar de nieuwe gevangenis. In 1994 werd de Changi Vrouwengevangenis en Ontwenningskliniek heropend. Tegenwoordig worden de meest zware misdadigers van het land aldaar gevangen gehouden; onder de gevangenen bevinden zich mensen die een zeer lange gevangenisstraf opgelegd hebben gekregen en personen die ter dood zijn veroordeeld, waaronder bijvoorbeeld indertijd Johannes van Damme. De gevangenis is daarnaast in gebruik voor de tijdelijke bewaring van mensen die op de nominatie staan opgehangen te worden, gewoonlijk op vrijdagmorgen. Het is ook een van de twee plaatsen waar lichamelijke straffen, zoals slagen, worden uitgevoerd. Deze straf wordt tweemaal per week in het openbaar ten uitvoer gebracht.

Bekende gevangenen[bewerken]

Afbeeldingen[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties