Gevangenisstraf

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Koepelgevangenis in Cuba

Een gevangenisstraf of celstraf is een straf die normaal wordt opgelegd door een rechter. Deze strafvorm houdt in dat de dader van een misdrijf voor een bepaalde tijd wordt opgesloten in een beveiligde inrichting, de gevangenis. Het betreft detentie anders dan als hechtenis.

Geschiedenis[bewerken]

De straf zoals wij die nu kennen vindt zijn oorsprong in de tijd van de Verlichting en de Franse Revolutie. Voor die tijd werd er veel gebruikgemaakt van (vaak gruwelijke) lijfstraffen. De gevangenisstraf bestond ook wel maar had niet de positie die hij nu heeft. De gevangenis werd toen vaak gebruikt om misdadigers op te sluiten in afwachting van de veroordeling, om mensen die boetes of schulden hadden te gijzelen tot ze betaalden of hun boete verzeten hadden en als opvoedings- en hervormingsinstituut om ketters op andere gedachten te brengen. Als mensen al werden opgesloten, zaten ze in kerkers - een vaak ondergrondse ruimte. Altijd zaten meerdere mensen in één cel of beter: in één ruimte. Ze zaten vastgeketend en kregen alleen water en brood te eten. Voor ander voedsel was de gevangene afhankelijk van familie of vrienden, zij konden eten brengen of kopen bij de cipier.

In de tijd van de Verlichting kwam men in opstand tegen de gruwelijke straffen die vaak oneerlijk werden opgelegd. Men vond dat dit niet meer kon en begon te denken aan een meer humane straf. Aangezien zij de vrijheid als grootste goed beschouwden, vonden zij dat het beperken of afnemen van de vrijheid als beste straf kon worden gebruikt. In de tweede helft van de 19e eeuw ging men twijfelen aan het nut van gezamenlijke opsluiting. Vaak kwamen de gedetineerden slechter uit de gevangenis dan men er in was gekomen. Rond 1850 deed de eenzame opsluiting zijn intrede, de bedoeling was dat de gevangene in eenzame opsluiting zou nadenken over zijn daden en tot inkeer zou komen. Dat gebeurde echter zelden. In 1823 startte het 'Het Nederlands Genootschap ter zedelijke verbetering van gevangenen' zijn activiteiten. Dit genootschap was er op gericht gevangenen iets te leren, waardoor ze nadat ze hun straf hadden uitgezeten beter in staat zouden zijn zich in de maatschappij te handhaven zonder terug te vallen in de criminaliteit. Het genootschap legde de nadruk op onderwijs. Dit genootschap zou in de 20e eeuw resulteren in de reclassering.

Gevangenisstraf in verschillende landen[bewerken]

Nederland[bewerken]

In Nederland kan de straf zowel tijdelijk als levenslang zijn. De tijdelijke straf heeft een maximum van 30 jaar[1] en een minimum van 1 dag. Op de BES-eilanden geldt een maximale tijdelijke straf van 24 jaar. Justitie rekent voor een maand gevangenisstraf altijd een periode van 30 dagen, ook als de maand in werkelijkheid meer of minder dagen telt. Een gevangenisstraf van een jaar duurt daardoor 360 dagen (twaalf maal 30), en geen 365.

In Nederland is het gebruikelijk dat bij veroordeelden tot een gevangenisstraf van meer dan één jaar voorwaardelijke invrijheidstelling wordt toegepast. Bij straffen van twee jaar of meer is dit na voltooiing van twee derde van de straf. Bij straffen vanaf één jaar tot twee jaar is dit na voltooiing van het eerste jaar en een derde van de rest. Op het moment van de veroordeling wordt het voorarrest van de nog uit te zitten strafperiode afgetrokken. De twee derde wordt berekend over de volledige strafperiode, dus inclusief het reeds voltooide voorarrest. De voorwaardelijke invrijheidstelling wordt toegepast wanneer de gedetineerde zich tijdens de detentie goed gedragen heeft (dat wil zeggen: geen misdrijven beging en geen poging tot uitbraak deed). De straf is daarmee niet opgeheven, maar wel de tenuitvoerlegging ervan in de gevangenis. Of iemand zich goed gedragen heeft ligt ter beoordeling aan het openbaar ministerie, dat zich daarbij baseert op politierapporten en rapportages uit de gevangenis. De voorwaardelijke vrijlating wordt ingetrokken als de gedetineerde zich schuldig maakt aan een wetsovertreding of zich niet houdt aan de hem opgelegde speciale bepalingen. In dat geval kan bepaald worden dat het resterende deel van de straf alsnog in de gevangenis moet worden uitgezeten.

Een levenslange gevangenisstraf is in Nederland ook werkelijk levenslang en valt niet onder het regime van voorwaardelijke invrijheidsstelling. Een tot levenslang veroordeelde kan enkel levend vrijkomen door gratie te ontvangen van de koning(in). De verlening daarvan is geen automatisme, maar kan alleen als er een gratieverzoek is ingediend en aan de voorwaarde(n) voor gratie is voldaan. Bijvoorbeeld, dat de verdere tenuitvoerlegging geen redelijk doel meer dient. Zo kregen de meeste personen die veroordeeld werden voor handelingen in de Tweede Wereldoorlog uiteindelijk gratie.
Het is echter ook mogelijk dat een levenslang veroordeelde onschuldig blijkt te zijn (zoals het geval is bij Lucia de Berk). In dit geval komt de veroordeelde ook vrij, dat bepaalt de Hoge Raad (na een arrest van een Gerechtshof, vervolgens spreekt een ander gerechtshof de dader vrij), of een Gerechtshof (in geval van hoger beroep tegen een rechtbank). Als de dader onschuldig blijkt komt hij/zij onmiddellijk vrij.

Langste gevangenisstraf[bewerken]

De langste gevangenisstraffen die voor zover tot op heden zijn opgelegd zijn die aan de Amerikanen Darron Bennalford Anderson (10.750 jaar in 1997) en Dudley Wayne Kyzer (10.000 jaar + 2 maal levenslang in 1981). In 1972 eiste de Spaanse justitie 384.912 jaar gevangenisstraf voor postbode Gabriel March Grandos voor het niet bezorgen van 42.768 poststukken (wat vertaald werd als 42.768 maal fraude). De rechter legde uiteindelijk 7.109 jaar gevangenisstraf op. Hij heeft hier 14 jaar en 2 maanden van uitgezeten.

Zie ook[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

  1. Voor 1 februari 2006 was de tijdelijke straf maximaal 20 jaar.