Gevelsteen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Godt bewaert het schip:Gevelsteen uit 1630 aan de Korte Dijk/Houtmarkt in Haarlem
Gevelsteen Museum de Moriaan te Gouda
Gevelsteen Adam en Eva in het Paradijs Lekkerkerk
Gevelsteen van voormalige Vrouwengasthuis, Jansweg, Haarlem
Een Nederlandstalige gevelsteen in Stockholm

Een gevelsteen is een natuurstenen plaat met een inscriptie en vaak een emblematische voorstelling in reliëf die de voorgevel van een gebouw siert. De gevelsteen verleent het gebouw een eigen, herkenbare identiteit. De gevelsteen is uniek voor het Nederlands taalgebied.

Achtergrond[bewerken]

Gevelstenen ontstonden in de tweede helft van de 16e eeuw en werden tot de 18e eeuw gebruikt als "huisteken", omdat er nog geen huisnummering bestond.[1] Van oorsprong zijn gevelstenen gepolychromeerd (in verschillende kleuren beschilderd). Veel gevelstenen hebben ook een kleuraanduiding in het op- of onderschrift (bijvoorbeeld De Rode Leeuw, De Witte Olifant[2], Het Zwarte Paard, De Groene Bok, De vergulde Kater etc.) en familie- en andere wapens waren voorzien van de vereiste heraldische kleuren.

Veel gevelstenen hadden betrekking op het beroep van de oorspronkelijke bewoner van het pand. Zo kon bijvoorbeeld een kuiper een botervat laten afbeelden, of een schrijver een veer. Wilde men zich onderscheiden van een collega die een gevelsteen had met vrijwel dezelfde afbeelding dan voegde men iets toe, bijvoorbeeld een kroon. We spreken dan van een concurrerende gevelsteen. Zo vinden we nu nog in het hele land gekroonde stenen zoals De Gekroonde Waterhont, ‘t Gekroond Kalf, De Gekroonde Laars en ga maar door. Er zijn echter nog andere variaties mogelijk op het begrip 'concurrerende gevelsteen'. Bij bakkers in dezelfde buurt kon men bijvoorbeeld zo De Grauwe Olifant, De Jonge Grauwe Olifant, en De Witte Vette Olifant tegenkomen.

Wie nog geen familienaam had en niet door zijn beroep of bijnaam werd aangeduid, behielp zich met zijn uithangbord of gevelsteen. Mensen met namen als Zwaan, De Bock, De Hond en Kool kunnen daardoor uiteindelijk hun oorsprong vinden in de gevelsteen van hun voorouders.

Gevelstenen zijn vaak met enige humor gemaakt, zoals bijvoorbeeld te zien in de gevelsteen Mollen Sagen Geren in Enkhuizen, waar twee mollen worden uitgebeeld die een baal garen doorzagen, terwijl de spreuk aanduidt dat mollen 'graag zouden zien'[3].

De gevelsteen in Lekkerkerk (zie afbeelding) bevat een raadsel. De tekst luidt: Het AA 10 is 11 8 soeckt die 20 oftwel Het paar A dix is onze huit soeckt die vingt (Het paradijs is van ons, wie 't zoekt die vindt)[4].

Voorkomen[bewerken]

Gevelstenen komen tegenwoordig vooral in Nederland voor, maar ook op enkele plaatsen in het buitenland zijn gevelstenen te vinden - zie bijvoorbeeld de foto van een gevelsteen in Stockholm. In Amsterdam zijn er nog ca. 850 gevelstenen; in Maastricht zo'n 250 en in geheel Nederland wordt het aantal op ongeveer 2000 geschat.

Bij de opgravingen in Pompeï kwamen verschillende reliëfs in terracotta tevoorschijn die als gevelsteen dienst hebben gedaan: een steen waarop een geit staat afgebeeld moet de gevel van een melkhandel hebben gesierd, terwijl een ander reliëf met Bacchus die een tros druiven uitperst duidelijk maakte waar een wijnhandelaar zijn domein had.

Het gebruik van gevelstenen is lange tijd sluimerende geweest, maar beleeft een opleving. Zo hebben Hans ‘t Mannetje en zijn leerlingen, en de kunstenaar Arie Teeuwisse zich toegelegd op het vervaardigen van nieuwe gevelstenen.

Andere betekenis[bewerken]

Met de term gevelsteen worden ook bakstenen aangeduid die in kleur en hardheid geschikt zijn voor gevelmetselwerk. Indien de gevel als spouwmuur is opgetrokken, spreekt men alleen voor die stenen in het buitenblad over gevelstenen.

Literatuur[bewerken]

  • Alkmaarse gevelstenen en ornamenten- Kees Komen & Berend Ulrich
  • Amsterdamsche gevelstenen- H.W. Alings
  • Amsterdamse gevelstenen- Paul van Leeuwen
  • Beeldend Deventer- H.J. van Baalen en H.J.M. Oltheten
  • De Gevelstenen spreken- J.R. Schiltmeijer
  • De gevelstenen van Amsterdam- Onno W. Boers
  • De haas, de groene bok en andere gevelstenen- Onno Boers
  • De Uithangtekens Deel I, II, III- J. van Lennep & J. ter Gouw
  • De uithangtekens van Schoonhoven- C.J. Ooms- Korteweg
  • D' Guld Waerrelt, De wondere huisnaamwereld van Middelburg- Ed de Graaf
  • Dordtse Gevels spreken- Chr. J. Walson
  • Gevelstenen en opschriften in Overijssel- H. Schelhaas & H. Wiersma
  • Gevelstenen in Nederland-drs G.A.M. Offenberg, Uitgeverij Waanders Zwolle 1986, ISBN 90-6630-065-5

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • De tekst op deze pagina of een eerdere versie daarvan is overgenomen van de website van het Bureau Monumentenzorg Amsterdam, http://www.bmz.amsterdam.nl
  1. De huisnummering ontstond circa 1875.
  2. Zie ook witte olifant.
  3. Gevelstenen in Nederland, Offenberg, Zwolle 1986
  4. Van Lennep J. en J. ter Gouw (1868) De uithangteekens in verband met geschiedenis en volksleven beschouwd in: Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse letteren [1]